DEEL I. Publiekrecht in perspectief
1. Grondwettelijk en bestuursrecht
De grondwet:
Functies van de grondwet:
- Democratische organisatie van de overheidsmacht: instellen van
de regering
= positieve functie: de grondwet brengt de overheid tot stand
- Beperken van de overheidsmacht:
= negatieve functie: principe van gematigd bestuur en bestrijden van
willekeur
a) Machtenscheiding
b) Horizontale/ functionele machtenscheiding: de verschillende BHden
van de overheid knn binnen 1 overheidsverband aan verschillende
ambten w toebedeeld
c) Verticale / territoriale machtenscheiding: de BHden spreiden over
verschillende territoriaal omschreven overheidsverbanden
Grondwet en staatsvorm:
a) gecentraliseerde eenheidsstaat:
alle overheidsfuncties worden uitgeoefend door instellingen die
behoren tot hetzelfde centrale bestuur
b) gedecentraliseerde eenheidsstaat:
bepaalde taken worden overgedragen vanuit het centrale bestuur
naar het lagere, centrale niveau
territoriale decentralisatie: een aantal algemeen omschreven
bevoegdheden toegekend aan overheden die voor een bepaald
grondgebied bevoegd z
functionele decentralisatie: het centrale niveau kent specifieke
bevoegdheden toe aan overheidsdiensten die in een bepaald
beleidsdomein over de nodige expertise beschikken
2. Begrip en evolutie van het bestuur
“C’est une expérience éternelle que tout homme qui a du pouvoir est
porté à en abuser (…). Pour qu’on ne puisse pas abuser du pouvoir, if faut
que, par la disposition des choses, le pouvoir arrête le pouvoir.”
- Montesquieu, De L’esprit des Lois (1748)
Staatsstructuur: trias politica
,= horizontale machtenscheiding (wetgevende, rechterlijke en
uitvoerende macht)
Bestuursbegrip: impact horizontale machtenscheiding
Bestuur = organen en instellingen van de uitvoerende macht
Niet enkel uitvoerende macht op het federale niveau, maar ook op het
lokale niveau
ook lokale besturen
Maar meer dan ‘uitvoerende’ taken:
- bepaalde bestuurlijke handelingen hebben een materieel
wetgevende inhoud (=algemeen bindende normen, uitgevaardigd
door de bevoegde overheid) bv. gemeentereglement
- bestuurlijke rechtscolleges oefenen een rechtsprekende functie uit
en zijn geen besturen bv. Raad van State (RvS is geen deel van de
rechterlijke macht, meer uitvoerende maar dat is wel een rechter, de
RvS spreekt recht)
- Ook wetgevende en rechterlijke macht nemen bestuurlijke beslissingen
bv. gunning overheidsopdracht, aanwerving personeel
Kritiek op bureaucratiemodel
Bureaucratiemodel v Max Weber (1864-1920) = zo zou moderne
administratie moeten z:
- primaat van de politiek
- administratie voert instructies uit als willoze machine
- onderworpen aan formele regels en procedures
- gekenmerkt door een depersonalisering van onderlinge verhoudingen
- een strikte hiërarchie
Gewijzigde perceptie van bureaucratie: star, duur, niet flexibel,
gebruiksonvriendelijk,…
er zijn nog kenmerken die vandaag belangrijk blijven (strenge
rechtvaardigheid, onpartijdigheid) maar bij teveel striktheid en
procedures wil niemand verantwoordelijk zijn, alles gaat vandaag
snel en niet zo bureaucratisch meer
“Government is not the solution of the problem; government is the
problem”
- Ronald Reagan, 20 januari 1981
Evolutie van het bestuur
,Overheidsapparaat is steeds verder uitgebouwd, in meest uiteenlopende
aangelegenheden
- Openbaar vervoer, gezondheidszorg, burgerlijke stand, sociale
zekerheid, cultuur, radio en televisie, onderwijs, …
Opkomst van nieuwe organisatievormen en werkmethodes:
- modernisering naar het beeld van het private ondernemerschap
(klantgericht, efficiënt)
- Verzelfstandiging door beroep op gespecialiseerde diensten en
instellingen (zie hierna: functionele decentralisatie)
Ze kunnen niet alles zelf doen: doen beroep op de verzelfstandige
besturen en die krijgen meer autonomie daarop bv. NMBS, Proximus,
Bpost, VRT,…
- kerntakendebat en privatisering van overheidstaken
we evolueren naar een regulerende overheid (i.p.v. een overheid die
alles zelf doet)
een overheid die sturend werkt, ze willen wel dat dat goed gebeurd
kerntaak = beslissing van de overheid en die moeten een oogje in het zeil
blijven houden dat het algemeen belang wordt gerespecteerd
3. Besturen in de gelaagde rechtsorde
Verticale machtenscheiding
gelaagde rechtsorde: burger maakt deel uit van verschillende
overheidsniveaus = verticale machtenscheiding
Hoe verhouden die overheidsniveau zich tegenover elkaar?
We gebruiken technieken van federale machtenscheiding:
federalisme (autonoom)/ decentralisatie (ondergeschikt)
Federalisme en decentralisatie
Federalisme: spreiding van bevoegdheden tussen verschillende
autonome rechtsordes
Decentralisatie: centrale overheid kent taken toe aan ondergeschikte
(lokale) besturen
Ondergeschikte bestuur is niet volledig autonoom, staat nog steeds
onder een soort van toezicht van de centrale overheid (bestuurlijk
toezicht)
MAAR heeft wel nog een eigen rechtspersoonlijkheid
, deconcentratie: delegatie van bepaalde taken vanuit het centrale
bestuur naar lagere instanties of ambten en die hebben geen aparte
rechtspersoonlijkheid, ze zijn onderdeel van centraal bestuur bv. FOD (in
naam van minister) (hiërarchisch toezicht)
Territoriale versus functionele decentralisatie
Territoriale decentralisatie (lokale besturen)
- algemeen omschreven bevoegdheden bv. waterzuivering
- publiekrechtelijke lichamen, gesteund op politieke vertegenwoordiging
en bevoegd voor bepaald grondgebied
democratische vertegenwoordiging op het lokale niveau
Functionele decentralisatie
- specifiek omschreven bevoegdheden
- organieke autonomie, niet gesteund op politieke vertegenwoordiging
- Evolutie naar meer verzelfstandiging op alle bestuursniveaus
Decentralisatie en federalisme zijn complementaire staatsvormen
4. Verhouding tussen regering en administratie
(Politiek) spanningsveld
Onderlinge verhouding tussen de politieke gezagdragers en de
administratie is een, in de politieke wetenschap, veelbeschreven
spanningsveld
Klassieke actoren uitvoerende macht: Koning en regering van ministers en
staatssecretarissen
In politieke wetenschap veelbeschreven spanningsveld:
- politisering van de ambtenarij: administraties bestaan uit grote
gespecialiseerde en permanente equipes die wegen op het beleid
de ministers z afhankelijk van de informatie die zij via hun
administratie verwerven
- politieke verantwoordelijkheid rust bij minister/ regering
de eigen partij kan het vertrouwen in hun minister opzeggen na een
crisis bv.
minister kan tot ontslag w gedwongen als hun administratie handelt
met gebrek aan politieke steun
Technieken om controle op administratie te behouden
1. Heel de administratie vernieuwen, vooral de topadministratie MAAR is
niet zo simpel want die administratie is zo groot
in de VS: Negentiende eeuwse “Spoils system” in de VS