1. Algemene inleiding
I. Basisbegrippen en centrale thema’s
Afdeling 1. De grondwet
§1 betekenis en functie van de grondwet
“Wij beschouwen deze waarheden als vanzelfsprekend: dat alle mensen als gelijken
worden geschapen, dat zij door hun schepper met zekere onvervreemdbare rechten zijn
begiftigd, dat zich daaronder bevinden het leven, de vrijheid en het nastreven na geluk.
Dat, om deze rechten te garanderen, regeringen onder de mensen worden ingesteld, die
hun rechtmatige bevoegdheden ontlenen aan de instemming der geregeerden; dat,
telkens wanneer enige regeringsvorm met deze doeleinden in strijd komt, het volk het
recht heeft hem te veranderen of teniet te doen en een nieuwe regering in te stellen,
haar grondslag vestigend op beginselen en haar bevoegdheid organiserend in een vorm
die hun het meest geschikt lijken om hun veiligheid en hun geluk te bewerkstelligen.”
(Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring, 4 juli 1776).
“Iedere maatschappij waarin de rechten niet gewaarborgd zijn, noch de scheiding der
machten in vastgesteld, heeft geen grondwet.”
(Art. 16, Franse Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger, 26
augustus 1789)
Deze twee citaten komen uit het einde van de 18e eeuw
Met filosofische ideeën als grondslag
De onafhankelijkheidsverklaring van de Verenigde Staten: grotendeels
door Thomas Jefferson, aangenomen in Philadelphia en luidde de
onafhankelijkheid van de dertien Britse koloniën in
De Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger is door de Franse
Nationale Grondwetgevende Vergadering afgekondigd
Deze grondwetten hebben een belangrijke invloed uitgeoefend op de
Belgische Grondwet en Europese constitutionele verdragen
Maar deze zijn ook op hun beurt beïnvloed door charters en keuren
in het Ancien Régime uit onze gewesten: die beperkten de macht
van de koning en garandeerden de vrijheden van de onderhorigen
Bv. Charter van Kortenberg (1312), het Plakkaat van Verlatinghe
(1581)
In deze teksten zitten verschillende functies die de grondwet tot op
vandaag vervult: het organiseren en beperken van de overheidsmacht
,A. Eerste functie: democratische organisatie van de overheidsmacht
= een positieve functie
De grondwet brengt de overheid tot stand: ze zorgt ervoor dat een
overheid zichzelf vorm geeft of ‘constitueert’
De GW doet dot door een regering te creëren en de bevoegdheden van de
verschillende overheidsorganen vast te leggen
Dus de GW is dan ook de primaire rechtsbron van het rechtssysteem
Ze transformeert feitelijke macht in juridisch gelegitimeerde macht,
in rechtsmacht of bevoegdheid
Door het aannemen van een grondwet constitueert een politieke
gemeenschap zich tot een rechtsgemeenschap
Maar dat zegt niets over de aard en kwaliteit van de overheidsorganisatie:
niet elke staat met een GW is een democratische staat bv. de Islamitische
Republiek Iran
Het moderne grondwetsconcept is wel gebaseerd op volkssoevereiniteit
De hoogste macht ligt bij het volk, die om te besturen een overheid
nodig heeft, een overheid die georganiseerd wordt door de grondwet
Grondwet is de primaire rechtsbron in elk rechtssysteem
Bevat de geldigheidsvoorwaarden voor al het andere recht
B. Tweede functie: beperking van de overheidsmacht
= negatieve functie
Deze tweede ft is geïnspireerd door Locke, Two Treatises of
Government (1689) en Montesquieu, De L’esprit des Lois (1748)
De GW moet machtsmisbruik door de overheid en haar organen
tegengaan en zo de vrijheid van de burgers beschermen
Twee technieken:
1) machtenscheiding (horizontaal en verticaal)
2) verankeren van rechten en vrijheden (=mensenrechten)
,1) machtenscheiding
Horizontale machtenscheiding
Trias Politica:
- Wetgevende functie
- Uitvoerende functie
- Rechterlijke functie
Montesquieu is hiervoor bekend geworden en zei dat dat moest dr de
aard van de mens
Iedereen die macht heeft is geneigd om die te misbruiken en dat willen
we vermijden
Door de drie overheidsfuncties te spreiden over verschillende ‘machten’
kon volgens hem het gevaar op willekeur worden geminimaliseerd
In 1748 in Engeland het parlementaire systeem => koning + parlement
met eigen bevoegdheden (zekere machtenscheiding)
Maar ook Locke had al over het belang van machtenscheiding geschreven
voor M
Het principe van machtenscheiding kan op twee manieren invulling
krijgen:
- Absolute machtenscheiding: De drie overheidsfuncties kunnen
zuiver worden afgebakend en moeten elk afzonderlijk aan drie volledig
onafhankelijke organen worden toebedeeld (ze moeien zich niet met
elkaar)
- Machtsevenwicht / Checks and balances: evenwicht > scherpe
scheiding
Het doel is voorkomen van machtsconcentratie en dat kan het beste
worden bereikt door een systeem waarbij de verschillende machten
elkaar controleren of waarbij ze wederzijds participeren in de
uitoefening van elkaars functies
Madison en Mont. kiezen het machtsevenwicht boven die absolute
machtenscheiding
Belangrijk verschil:
- Amerikaanse systeem: organiseert de scheiding én de samenwerking
v/d machten
Presidentieel systeem in de VS waarbij de wetgevende en uitvoerende
macht afzonderlijk worden verkozen door de President en het Congres en
de uitvoerende macht geen verantwoording verschuldigd is aan het
parlement
, De wetgevende ft berust bij het Congres MAAR de President kan
vetorecht uitoefenen over een wetsvoorstel MAAR dat veto kan ook
weer worden overstemd door 2/3 van de leden van het Huis van
Afgevaardigden en de Senaat
Er zijn dus wel checks and balances maar die werken anders
Vatten de democratische wetgever en uitvoerende macht op als
bedreiging voor individuele vrijheid
- Franse systeem: zuiver systeem van machtenscheiding (Franse GW
1791)
Elke wisselwerking tssn de machten en dus elke wederzijdse controle werd
uitgesloten
De drie staatsmachten zouden als volledig gescheiden entiteiten
functioneren
Eerste gevolg: de bestuurlijke overheden stonden zelf in voor het
toezicht op hun eigen handelingen
Daarom zijn er vandaag in FR. nog steeds afzonderlijke administratieve
rechtscolleges bevoegd voor bestuursgeschillen met de RvS voorop (die
ondertss wel onafhankelijk is)
= het jurisdictioneel dualisme (het naast elkaar bestaan van
verschillende types van rechtscolleges)
Tweede gevolg: verbod van rechterlijke grondwettigheidscontrole van
wetten
Rechterlijke toezichtsfunctie werd ongepast geacht omdat de rechter
daardoor het terrein van de wetgever zou betreden (verandert pas
na oprichting van de Grondwettelijke Raad in 1958) DUS rechter kan
wetgever niet controleren (2e gevolg) (=Volledig in tegen idee van
Mont)
Art. 159 GW: absolute machtenscheiding wordt doorbroken
Met als gevolg dat het heel lang heeft geduurd tot er grondwettelijke
hoven w opgericht
Amerikaanse grondwetgevers hebben er ook voor gezorgd dat
wetgevende macht kan worden teruggefloten
Rechter moet de macht hebben om de andere machten terug te
roepen
Wantrouwen tegenover de rechter door de slechte ervaring met de
‘parlementen’ die tijdens AR de hervorming van feodale privileges
afblokten