1. INLEIDING
DEFINITIE
“Persoonlijkheid heeft betrekking op de kenmerkende individuele verschillen tussen
mensen in de manier waarop ze zich gedragen, hoe ze zich voelen en hoe ze denken.
Deze individuele verschillen zijn vrij stabiel, deels genetisch bepaald en openbaren zich
in verschillende situaties”
- Psychologische individuele verschillen
- Kenmerkende patronen in hoe mensen zich typisch gedragen, voelen en denken
- “trekken”: eigenschappen die gelijkenissen/verschillen tussen mensen beschrijven
o Gemiddelde neigingen
o Beschrijven, verklaren en voorspellen van (toekomstig) gedrag
- Relatief stabiel doorheen de tijd
- Consistent overheen situaties
- Zijn deels erfelijk bepaald
- Gedragsgenetisch onderzoek
“Persoonlijkheid is de verzameling van psychologische trekken en mechanismen binnen
een individu, die georganiseerd en relatief stabiel zijn, en die de interacties met en de
aanpassingen aan de intrapsychische, fysieke en sociale omgeving beïnvloeden”
- Persoonlijkheid = intern
- Georganiseerd: geen willekeurige verzameling trekken, maar een coherent geheel
- Invloed op interacties
o Vb. perceptie elementen uit omgeving
o Vb. selectie van omgeving op basis van onze persoonlijkheid
- Invloed op hoe we ons aanpassen aan de omgeving
TERMINOLOGIE
- Individuele verschillen
o Intelligentie, vaardigheden, fysieke kenmerken, leeftijd, persoonlijkheid, …
- Persoonlijkheid
o Temperament, attributiestijl, zelfconcept, …
- Temperament
o Activiteitsniveau, emotionaliteit, sociabiliteit, …
,Temperament
- Historisch
o Tempare = mengen
o Hippocrates: verband tussen 4 basissappen en ziekte
o Galenus: toepassing op persoonlijkheid
▪ Evenwicht tussen 4 sappen of humores = gezond
▪ Onevenwicht = mentale stoornis
- Hedendaags
o PHeigenschappen die al in de baby- en kindertijd aanwezig zijn
PERSOONLIJKHEIDSPSYCHOLOGIE
Persoonlijkheidspsychologie = tak van de psychologie die zich bezighoudt met het
bestuderen van persoonlijkheid
Doelen PH
- Begrijpen van individuele verschillen tussen mensen
- Classificatie van persoonlijkheidseigenschappen
- Aantal en organisatie/structuur van trekken
- Meten van persoonlijkheid
- Ontwikkeling van persoonlijkheid
- Begrijpen van pathologie en allerlei levensuitkomsten vanuit een PHperspectief
In PHpsychologie aandacht voor algemene kenmerken en heel individuele eigenschappen
Impliciete persoonlijkheidstheorieën (~ stereotypen)
- Intuïtief
- Selectieve waarneming
- Vaak evaluatief
Wetenschappelijke persoonlijkheidstheorieën
- Beschrijven van menselijke kenmerken
- Persoonlijkheid als psychologisch construct
o Niet direct observeerbaar
o Determinant van gedrag
,DRIE ANALYSENIVEAUS
Iedereen is op een bepaalde manier…
Analyseniveau Voorbeelden
Zoals alle ‘Human nature’ Behoefte ergens bij te horen
anderen (universeel)
Zoals sommige Individuele en Variaties in de behoefte ergens bij te horen
anderen groepsverschillen Variaties in dimensie introversie/extraversie
Verschillen ♂ - ♀
Zoals niemand Individuele uniciteit Iemands unieke, typerende manier van
anders boos worden
Nomothetisch onderzoek idiografisch onderzoek
Nomothetisch onderzoek Idiografisch onderzoek
Bestuderen Groepen/steekproeven 1 enkel individu
van
Focus Gelijkenis tussen groepen Uniciteit van het individu
Doel Universele wetmatigheden Diepgaand begrip dan het individu
ontdekken over ‘de mens’;
basisstructuur van PH identificeren
Methode Zelfrapportage, statische analyses Case study, psychobiografie,
(kwantitatief) dagboek, interview (kwalitatief)
Nadeel Weinig kennis over complexiteit en Moeilijk generaliseerbaar
dynamiek binnen individu
THEORIE VS ONDERZOEK
Grote persoonlijkheidstheorieën → analyseniveau ‘human nature’ (vb. Freud)
Hedendaags onderzoek in PHpsychologie → analyseniveau individuele en groepsverschillen
Persoonlijkheidstheorieën
- Een goede theorie
o Voorziet richtlijnen voor verder onderzoek
o Verklaart en organiseert reeds bestaande bevindingen
o Maakt voorspellingen over gedrag en psychologische fenomenen
- Theorie vs overtuiging
o Vb. astrologie
, 2. PSYCHODYNAMISCHE THEORIEËN
KLASSIEKE PSYCHOANALYSE - FREUD
INLEIDING: CENTRALE CONCEPTEN
- Theorie gebaseerd op klinische ervaring
- Hysterie: lichamelijk geen defect maar onverklaarbare lichamelijke symptomen
- Hypnose effectieve behandeling → psychische oorzaak
- Behandeling met “praten”
- Symboliek: betekenis kan vervangen worden door een ander symbool
- Symptoom als symbool
- Psyche is dynamisch: onbewuste bewegingen
PSYCHISCHE ENERGIE EN DRIFTEN
Driften:
- Onbevredigde drift → frustratie
- Al dan niet duidelijke object en doel
- Seksuele en agressieve driften
o Geen duidelijke biologische functie
o Bevrediging hangt niet samen met 1 object, gedrag of doel
o Ondernomen omwille van de lust zelf
o Manifestatie via andere behoeften
o Kunnen zich van object tot object verplaatsen
Topografie van menselijke geest → ijsberg Freud
Psychisch determinisme: gedrag en psychische processen
worden bepaald door onbewuste, psychische oorzaken
STRUCTUUR VAN DE PERSOONLIJKHEID
- ID: vat vol psychische energie
o Es
o Aangeboren
o Primitief – ‘oerinstinct’
o Driften, instincten, basisbehoeften,
verlangens
o Volledig onbewust
o Lustprincipe → onmiddellijke
behoeftebevrediging