Deel 1 – Wat is recht?
Hoofdstuk 1 – Het recht als een geheel van gedragsregels
Afdeling 1 : centrale elementen in het begrip recht
De overkoepelende term ‘rechtstheorie’ bestaat uit algemene rechtsleer (Wat is het? Wat is
de functie? Wat zijn de doelen?) en rechtsvinding (de interpretatie : hoe moet het recht
uitgelegd worden?)
Wat is recht? : een universeel aanvaarde definitie bestaat niet → Het verschilt per
maatschappij
In de landen van continentaal West – Europa die een rechtsstelsel hebben dat is afgeleid van
/ sterk beïnvloed werd door het Franse / Duitse recht, bestaat er echter een vrij grote
eensgezindheid over de functie en de inhoud van het begrip recht.
Gemeenschappelijke / centrale elementen van de (positiefrechtelijke) definities : Recht is
een geheel van gedragsregels opgelegd door de maatschappij. Zij beogen de ordening van de
maatschappij. De overtreding ervan wordt gesanctioneerd.
A. Een geheel van gedragsregels met bijkomende institutionele voorschriften
Recht : een geheel van gedragregels die aangeven hoe we ons moeten gedragen in de
samenleving
- Deze houden een bevel (het rechtssubject MOET iets doen) of een verbod (het
rechtssubject mag iets NIET doen) in
- De intensiteit is uiteenlopend
→ De toepasbaarheid kan afhankelijk zijn van de wil van de burger zelf : niet iedereen
moet dezelfde regels volgen
→ Bv. De plichten van de echtgenoten gelden enkel voor diegenen die beslissen te
huwen
Sommige juridische normen hebben een imperatief karakter. Het gaat om bepalingen die
van dwingend recht zijn of zelfs de openbare orde raken. → Men kan er niet (op een geldige
wijze) van afwijken
(Bv. Publiekrecht en de meeste delen van personen – en familierecht)
Andere juridische normen hebben een suppletief karakter. Het gaat om bepalingen van
aanvullend recht. → Men kan zelf geldig een afwijkende regeling bedingen die voorrang
heeft op de wijze waarop de wet dezelfde rechtsverhouding reguleert
(Bv. De wettelijke regels van o.a. goederen zijn enkel van toepassing als de partijen zelf geen
andere afspraken hebben gemaakt)
Het geheel van gedragsregels heeft een institutioneel en begripsmatig kader : Dit is bedoeld
voor de formulering en de toepassing van de eigenlijke gedragsregels en de afdwinging ervan
te verzekeren
1
, Basisbegrippen van recht
B. Rechtsregels worden opgelegd door de maatschappij
Rechtsregels ontlenen hun gelding aan de wil van de maatschappij
- In maatschappijen met een minder ontwikkeld rechtsstelsel kan deze wil blijken uit
een gewoonte, een constant gedragspatroon van de leden
- In moderne maatschappijvormen wordt de opdracht toevertrouwd aan wetgevende
organen
Toepassing : België
- Op federaal niveau worden wetten uitgevaardigd door het parlement
- De uitvoerende macht bepaalt o.m. in koninklijke besluiten de regels voor de
toepassing van de wetten
→ Wij zijn zelf verantwoordelijk want we hebben de mensen die de regels creeëren verkozen
C. Het doel van de rechtsregels : een kwalitatieve ordening van de maatschappij
Het doel van de rechtsregels is de ordening van de samenleving verzekeren → Anders zou er
te veel chaos zijn
- Daarom moeten de belangen van de verschillende leden van de maatschappij goed in
evenwicht worden gebracht
- Dit evenwicht kan enkel gerealiseerd worden door beperkingen op te leggen aan
eenieders vrijheid
Daarnaast moet er vorm worden gegeven aan de onmisbare samenwerking tussen de leden
van de maatschappij
- Geleidelijk aan zijn er daarom politieke, administratieve en gerechtelijke instellingen
ontstaan. Zij zorgen ervoor dat rechtregels worden gemaakt, toegepast en nageleefd.
- Ook ontstaan er via allerlei vennootschappen en verenigingen samenwerkingen die
niet rechtsreeks te maken hebben met de vormgeving van de maatschappij zelf
De kwaliteit van de ordening is afhankelijk van 3 parameters
C.1 Rechtszekerheid
De rechtsregels moeten voldoen aan een aantal techniche – juridische eisen
- Voorspelbaarheid : de burger moet vooraf weten welk gedrag van hem wordt
verwacht
→ ‘Het adagium Nema censetur ignorare legem’ = ‘Iedereen wordt geacht de wet te
kennen’ : dat is onmogelijk en problematisch
- (Relatieve) vastheid : de regels mogen niet voortdurend wijzigen
- Algemeenheid : de rechtsregels worden abstract geformuleerd
→ Het blijft niet beperkt tot 1 enkel geval
2
, Basisbegrippen van recht
→ Hoe meer er specifieke regels gelden voor beperkte categorieën van gevallen, hoe
moeilijker het recht kenbaar en voorspelbaar is
- Onderlinge consistentie : de regels uit een bepaald deel van het recht moeten
consistent zijn met regels uit een andere deel
→ Wanneer een regel wordt gewijzigd moeten andere regels ook gewijzigd worden
C.2 Rechtvaardigheid
Recht is enkel aanvaardbaar als de manier waarop het de samenleving ordent ook
inhoudelijk juist en rechtvaardig is
Het begrip ‘rechtvaardigheid’ is evoluatief : de inhoud verandert met plaats en tijd (Bv. 40
jaar geleden hadden kinderen van overspelige ouders geen rechten)
- Wat rechtvaardig is of niet is afhankelijk van maatschappelijke en filosofische
opvattingen. De wetgever moet de uiteeenlopende opvattingen hierover zoveel
mogelijk respecteren.
- De rechtsorde moet de essentiële menselijke waarden respecteren. Dit kan tot uiting
komen in de bescherming van een aantal grondrechten. (Bv. De meeste nationale
grondwetten)
C.3 Doeltreffendheid
Wanneer de wetgever een bepaald economisch of sociaal resultaat wil bereiken, hangt de
doeltreffendheid af van hoe goed de gekozen middelen passen bij dat doel
- Welke juridische middelen nodig zijn, hangt vaak af van informatie buiten het recht
- De effectiviteit van het recht hangt dus vaak af van hoe goed de wetgever zulke niet –
juridische gegevens kan vertalen naar juridische normen
Wetsevaluatie is nuttig om de kwaliteit van het recht te toetsen en te verbeteren : Het
nagaan van de doeltreffendheid van de nieuwe wet is belangrijk want soms duiken er
problemen op na (of voor) de inwerkingtrede. (Bv. De teksten zijn te ingewikkeld of kunnen
moeilijk worden toegepast, er is een gebrek aan samenhang, er zijn tegenstrijdigheden, …)
→ Binnen het federaal parlement is in 2007 een Parlementair Comité belast met
wetsevaluatie : Dit comité, samengesteld uit Kamerleden en senatoren, moeten verslagen
maken voor de Kamer van de volksvertegenwoordigers, de Senaat en de bevoegde minister.
In de praktijk is het nooit echt actief geworden, o.m. door de afbouw van de Senaat en de
kosten.
D. Handhaving van rechtsregels door of krachtens het maatschappelijk gezag
Rechtsregels worden gehandhaafd door of krachtens het maatschappelijk gezag
3
, Basisbegrippen van recht
D.1 De uitvoerend macht
De uitvoerende macht is ermee belast de wetten en decreten ten uitvoer te leggen door
uitvoeringsmaatregelen allerhande. De werking wordt geregeld in het bestuursrecht.
Bv. Koninklijke besluiten die de regering maakt ter uitvoering van een bepaalde wet
D.2 De rechtelijke macht
De rechtelijke macht staat in voor de sanctionering van overtredingen van de rechtsregel.
Het is dus nodig om rechtsregels die geschonden worden te laten handhaven.
Het initiatief tot de handhaving
- Publiekrecht : de overheid zelf, meer bepaald het Openbaar Ministerie, neemt het
initiatief om de overtreding van belangrijke rechtsregels te sanctioneren door de
dader van de overtreding voor de strafrechter te vervolgen
- Privaatrecht : de burger neemt zelf het initiatief voor de handhaving van de
rechtsregels waar hij belang bij heeft (Bv. Een verkoopovereenkomst)
→ Slechts in uitzonderlijke gevallen zal de burger een overheidsorganisme kunnen
inschakelen ter afdwinging van zijn burgerlijke rechten
E. Synthese
(Continentaal) recht is een geheel van gedragsregels en ermee samenhangende
institutionele voorschriften, uitgevaardigd en gehandhaafd door of krachtens het
maatschappelijke gezag, met het oog op een doeltreffende, rechtszekere en rechtsvaardige
ordening van de maatschappij.
Maar : we moeten dit sterk relativeren want het is geen universeel gegeven
- Bv. In Angelsaksische landen is het anders
- Bv. Volgens de marxistisch leer is er geen plaats voor rechtsregels want het recht zou
zorgen voor ongelijkheid → onderdrukking van de lagere klassen door de heersende
klasse
Ook : er is een focus op de ordeningsfunctie van recht en de jurist wordt bekeken als een
technicus die de regels moet kennen en toepassen
→ Een goede jurist moet inzien dat de correcte toepassing van de regels niet altijd de beste
oplossing is voor zijn cliënt. Hij moet zich afvragen wat zijn cliënt nodig heeft en dat is een
oplossing voor het probleem / geschil. De oplossing zit niet in het voeren van een geding
waarbij een rechter oordeelt. Het klassiek rechterlijk oordeel levert vaak 2 verliezende
partijen op. De jurist moet dus nagaan wat de werkelijke belangen zijn.
Alternatieve geschillenoplossing
- Bemiddeling : de bemiddelaar maakt de communicatie tussen de partijen mogelijk
→ Essentie : de partijen komen zelf tot een oplossing
4