OVERGEWICHT & OBESITAS
wat hoort niet bij metabool syndroom
A. laag LDL
B. laag HDL
C. hyperuricemie
D. AHT
Vraag:Waar kijkt EOSS niet naar
A. A: sociale status van de persoon
B. B: mentale weerslag
C. C: fysieke weerslag
D. D: medisch
E. Comorbiditeiten pt
F. Beperkingen die pt ondervindt
G. Beperkingen die familie & vrienden ondervinden
Vraag: EOSS
A. A: functioneel, psychologisch, …
B. B: is er gekomen ter vervanging buikomtrek meting want dit was te tijdsrovend
C. C: is vervanging van BMI want dit is obsoleet
D. D: is vervanging van impedantiemeting?
E. E: enkel medische factoren
F. Enkel psychologische
G. Hogere EOSS minder behandelen
Wat klopt over obesitas
A. Als iemand jong en dik is, maar er geen last van heeft hoef je geen bloed te trekken
B. BMI is goed, maar helpt niet om impact op een persoon in te schatten, daarvoor kan EOSS je helpen
Duid het juiste antwoord aan. (Casus van vrouw met BMI 31)
A. Aangezien de vrouw een BMI heeft van 31 kan ze geen EOSS score van 0 hebben.
B. Een vrouw met een BMI van 31 heeft geen verhoogd CV risico en moet dus geen behandeling krijgen.
C. Een vrouw met een BMI van 31 heeft een verhoogd CV risico en je gaat dus dieet voorschrijven in combinatie met
lichaamsbeweging en eventueel farmacotherapie.
D. Een vrouw met een BMI van 31 heeft zeker een verhoogd CV risico en je gaat ze doorverwijzen voor bariatrische
chirurgie.
Wat klopt
A. Kinderen gaan fenotypisch meer lijken op hun geadopteerde ouders → omgevingsfactoren zijn belangrijk bij
obesitas
B. Geadopteerde kinderen lijken meer op hun biologische ouders door genetische factoren.
C. = genen dragen meer bij dan omgeving
Omgeving zorgt dat genotype fenotype wordt
Hoe voorkom je type II diabetes
A. Kan (nog) niet
B. Sedentair zijn en overgewicht voorkomen
C. Minder suikerrijke dranken aan kinderen geven
1
,Wat kost de meeste energie
A. A: rust metabolisme
B. B: hersenactivititeit
C. C: fysieke inspanning
D. D: thermogenese
Wat is correct over antipsychotica?
A. ze geven gewichtsafname/
B. ze geven gewichtstoename
C. ze zorgen voor een verlaging van de lipiden
D. ze zorgen voor … van de glycemie
Een vrouw is na haar zwangerschap niet genoeg afgevallen (nu BMI 25) , ze wil het extra gewicht kwijt voordat ze aan haar
volgende zwangerschap begint. Ze wil hiervoor een GLP-1 agonist nemen. Wat is je beleid?
A. GLP-1 agonisten zijn aangewezen om preconceptioneel gewicht te verliezen want ze mogen worden gegeven in de
zwangerschap (?)
B. dit is een off-label indicatie voor deze reden en voor dit gewicht en je schrijft het dus niet voor
C. je schrijft het voor want het is effectief om gewicht te verliezen
Een rijke investeerder vriend van jou komt met een geweldig voorstel. hij biedt u aan om te investeren in zijn nieuw
geneesmiddel. het zou 10% gewichtsverlies in 6 maanden veroorzaken. het doet de systolische bloeddruk wel met
gemiddeld 6mmHg omhoog gaan en de LDL-c met 10. Wat is de meest aangepaste reactie?
A. Je springt niet mee in het verhaal want de XXX gaat dure studies vragen ivm kosten-baten van dit nieuwe
medicament.
B. Je springt mee in het verhaal want in de huidige obesitas-epidemie gaat het sowieso worden goedgekeurd.
C. Je springt mee in het verhaal want de verhoging van de bloeddruk kan je makkelijk behandelen met andere
medicamenten.
D. je investeert niet want 10% gewichtsverlies is niet de moeite
Vrouw die door antipsychoticum al 15 kg verdikt op 3 maand. Wat doe je?
A. Elk pondje komt door het mondje en …
B. Je vraagt aan de psychiater een alternatief voor te stellen
C. Je stopt met het antipsychoticum.
D. Je doet een zwangerschapstest
Obese man presenteert met 5% gewichtsverlies. Nu recent is het verlies gestagneerd, wat doe je?
A. 5% is niet genoeg voor een verbetering van het risicoprofiel.
B. Je feliciteert hem en moedigt hem aan om te beginnen sporten om
C. Je leest hem de les dat hij beter zijn best moest doen (daar kwam het op neer)
Vraag: welk GM is notoir om verhoging van glycemie te veroorzaken?
A: Anti-psychotica
B: Biguaniden
C: Anti-histaminica
D: PPI
2
,LIPIDENSTOORNISSEN
Jonge persoon met niet-nuchtere bloedname, TG = 430 mg/dl en voor de rest geen CV belasting, is gezond, rookt niet.
Wat doe je?
A. Je start een vetarm diëet met voldoende onverzadigde, plantaardige vetten en … medicatie lijkt je nog niet nodig
B. Je start fibraat
C. Je meet opnieuw nuchter, want dit wordt sterk beïnvloed door eten (TG nuchter meten)
D. je start een statine en dieet
Eerstelijns behandeling van hypercholesterolemie (= CV risicoprofiel) indien levensstijl alleen niet werkt
A. statine
B. metformine
C. fibraten
D. GLP-1 analoog?
E. PCSK9-i
Wat is juist?
A. Indien een statine niet getolereerd wordt dient ezetimibe opgestart te worden.
B. Iemand met obesitas mag niet behandeld worden met cabergoline
C. Bij IGT 20% kans op ontwikkeling diabetes binnen jaar?
D. Zws diabetes geeft vnl perinatale mortaliteit
PCSK9 inhibitor, als lipiden verlagende therapie
A. blijvend toedienen bovenop statine ezetimibe, ook bij starten nieuwe lipide verlagende therapie, anders bereiken
ze lipiden goal niet
B. LDL verlagen tot 115mg/dl bewijs voor cardiovasculaire bescherming, geen verdere studies noodzakelijk
C. Onderzoek naar lipiden verlagende therapie, gaan we een 2 arms studie doen, en vergelijken met placebo (dus de
mensen hun medicijnen afpakken)
Casus Louise die rookt en zwanger wilt worden. Vader gestorven aan beroerte op 45 ofzo. LDL gestegen, HDL verlaagd,
chol wat gestegen ook, TG nl; LDL was 135 (nl < 115), totale cholesterol 210
A. U dringt aan dat de patiënt stopt met roken gezien haar familiale voorgeschiedenis en haar zwangerschapswens
en voorziet begeleiding
B. verwijzen naar cardioloog want hoog cv risico
C. U raadt een hoge dosis statine owv haar familiale voorgeschiedenis om de risico op hart- en vaatziekten te
reduceren
Jonge vrouw met gezond gedrag en eten enzo met familiegeschiedenis van vroegtijdige sterfte (papa en opa gestorven
aan AMI/CVA rond 40j) wil lipidenscreening (andere vraag iets van hypothyroïdie, auto-immuun)
A. Niets doen want je kan het niet behandelen
B. Je geeft haar direct een statine en aspirine
C. Je stuurt haar naar een diëtist
D. Doe lipidenscreening want je denkt aan heterozygote hypercholesterolemie
3
, Bourgondische man: BD 167/84, BMI 30, enkel de LDL chol was (licht) verhoogd, iets van 135 (totaal was juist 210, terwijl
het max 190 mag zijn), normaalwaarden gegeven van alle lipiden (lage HDL, hoge TG). abdominale obesitas, familiale
voorgeschiedenis, heeft 50% stenose
A. Ik kies voor de graduele aanpak: eerst met antihypertensiva en zoutarm dieet de bloeddruk naar beneden
sommige zeggen ook dit
B. direct Hoge dosis statine, dieet (zoutarm en vetarm), antihypertensiva… alles ineens, want hoog
cardiovasculair risico. mogelijk enkel statine toevoegen en dieettips geven, geen andere medicatie
C. mogelijk enkel statine toevoegen en dieettips geven, geen andere medicatie (de hoge bloeddruk moet je
sowieso behandelen)
Casus over man met een herseninfarct in de VG. Heeft hypertensie, hoge cholesterol, hoge TG, lage HDL. Maar hij
neemt liever geen medicatie, neemt sinds zijn infarct enkel aspirine. Wat doe je?
A. Je schrijft een strikt een zoutarm dieet voor en verplicht tot een inname van een statine.
B. Je raadt een strikt zout en vetarm dieet aan om 5% gewichtsreductie te bekomen
C. Je doet niets, hij volgt het toch niet.
D. Je schrijft een zoutarm en hypocalorisch dieet, statine en antihypertensivum voor
Atherosclerose...
A. a. Is een traag proces en veroorzaakt vooral problemen in de eindvaten door loskomen van plaques
die tromboses veroorzaken
B. b. Komt enkel voor bij verhoogd LDLc
C. c. Doet zich voor ter hoogte van de overgang arteriën-venen, omdat hier stase voorkomt
D. d. Komt vooral voor in de grote bloedvaten door de hoge shear stress.
DM
DM2: Cushing, acromegalie, obesitas, pancreatitis
DM1: Hashimoto, vitiligo, penicieuze anemie, pancreaskanker à AI-ziekten
DM: gerelateerd aan pancreaskanker
Vraag: Wat klopt, en dan allemaal uitspraken over T1DM
A: een oudere persoon kan nooit diabetes type 1 krijgen
B: klinische T1DM wordt verwezen met stadium 3 T1DM
C: diabetes wordt veroorzaakt door antistoffen tegen de beta cel
D: gemiddelde leeftijd is 18j
. Vraag: Wat klopt er over diabetes?
A: Bij 2 antistoffen gericht tegen betacel antigenen (oa GAD) spreken we van DM1 stadium 1
B: Destructie van beta cellen meest uitgesproken bij oudere pt DM1
C: Bij een persoon zonder symptomen zoals polyurie en polydipsie, kan je bij een HbA1c van <6.5% diabetes
uitsluiten
D: 100 g oggt test is de meeste robuuste voor diagnose
Wat veroorzaakt hyperglycemie?
A. mucoviscidose
B. hypofysitis
C. Kallman
D. sarcoidose
4