II FRAILTY
1. Bespreek het concept frailty
© Frailty = ouderdomsgebonden kwetsbaarheid
® Tgv afname vd reservecapaciteit door geleidelijke structurele & functionele achteruitgrang van alle
orgaansystemen
® Gevolgen
§ Oudere persoon kan minder weerstand bieden tegen stressoren
• à pers is kwetsbaarder voor ontwikkelen van ziekte, comorbiditeit, meer functionele
beperkingen, afhaneklijkheid en/of sterfte
§ Frailty is eigen/inherent aan veroudering + omvat de gehele persoon
• Organismebreed ipv orgaanspecifiek
• Onvermijdelijk vanaf bep leeftijd
© NIET alle oudere personen zijn ‘frail’!
® Individuele verschillen in resterende reservecapaciteit wnr orgaanfuncties achteruitgaan
§ Grootte van deze reserves bepaalt mate van kwetsbaarheid
® MAAR frailty stijgt wel met de leeftijd
§ Uiteindelijk wordt iedereen frail, als je maar oud genoeg wordt
© DOEL : succesvol verouderen à pers zo lang mogelijk hun reservecapaciteit laten behouden
© Jonge persoon: vrij snel reservecapaciteit hernemen na stressor à blijven functioneren volgens baseline niveau
© Vulnerability (kwetsbaarheid): Frailty persoon / stressor à sneller en dieper dalen à drempel overschrijden à
functionele beperkingen, comorbiditeiten
© Kenmerken frailty: daling reservecapaciteit + minder weerstand tegen stressoren
© Kliniek: frailty uit zich niet altijd als functionele beperking
© Frailty-syndroom: combi van functieverlies + comorbiditeit verantw voor typische geriatrische profiel
® Frailty ≠ functieverlies
§ Niet alle pt die frail zijn hebben functionele beperkingen
§ Functionele beperkingen kunnen ook gevolg zijn van bepaalde aandoeningen
§ Vicieuze cirkel: ↑ kwetsbaarheid à ↑ functionele beperkingen oudere pers à nog kwetsbaarder
® Frailty ≠ comorbiditeit
§ komen vaak samen voor + beinvloeden/versterken elkaar
§ MAAR frailty akn onafh van comorbiditeit voorkomen & aanwezigheid van comorbiditeit leidt niet
vanzelf tot frailty
§ Vicieuze cirkel: pt veroudert à ↑ kwetsbaarheid à ↑ frailty à ↑ vatbaarheid voor aandoeningen à
↑ ↑ kwetsbaarheid
® Klinische expressie van frailty onder vorm van beeld vd typische geriatrische pt
§ ↓ mobiliteit, vallen, inactief, krachtverlies, uitputtingsgevoel, bedlegerigheid, ganginstabiliteit
§ Appetijtsverlies, gewichtsverlies, incontinentie, cognitieve deterioratie, acute verwardheid,
ondervoeding, afhankelijkheid, …
© Componenten van frailty
® Musculoskeletaal domein à bot- en spierverlies à gangstoornissen, vallen, breuken
§ Osteoporose = ↓ botsterkte à ↑ risico op botbreuken
§ Sarcopenie = leeftijdsgebonden verlies van spiermassa, spierkracht & functionaliteit
® Niet-musculoskeletaal domein à hart- en nierfalen
1
,© Gevolgen & behandeling
® Voorspeller voor negatieve gezondheidsuitkomsten
® Behandeling niet gericht op 1 specifieke ziekte
§ Individuele zorgplanning
§ Comprehensive geriatric assessment (CGA)
2
,2. Leg uit waarom heupfractuurpatiënten typisch kwetsbare ouderen zijn
© Frailty = intrinsiek proces van achteruitgang in ALLE orgaansystemen
® Maar het musculoskeletaal systeem staat hierin centraal: sarcopenie + osteoporose
© Kwetsbaarheid van oudere pt met heupfractuur uit zich:
® Musculoskeletaal (MS)
§ Osteoporose = ↓ botsterkte à ↑ risico op botbreuken
§ Sarcopenie = leeftijdsgebonden verlies van spiermassa, spierkracht & functionaliteit
§ à meer vallen, breuken
® Niet-musculoskeletaal (niet-MS)
§ Onderliggende comorbiditeiten à meer kans op hartfalen, infectiegevaar, …
§ Verklaart waarschijnlijk ook het blijvend verhoogd mortaliteitsrisico
• Prognose heupfractuur normaliseert niet na 6-12m
o Zelfs jaren na breuk is er blijvend verhoogd mortaliteitsrisico (3x hoger) = tgv brede
onderliggende kwetsbaarheid
© 20% sterft binnen eerste jaar na heupfractuur
© Heupfractuur = klinische extrassie van kwetsbare gezondheidstoestand die al langer aanwezig was, waarbij pt de
reserves mist om dergelijk ernstig fysiek trauma volledig te overwinnen
© R/
® Behandeling MS-frailty
® Osteoporose behandeling + fractuurpreventie
® Internistische-geriatrische zorg
3
, 3. Hoe wordt frailty operationeel gedefinieerd?
© Doel van de operationele definitie: onderscheiden wie ‘frail’ is + het effect van interventies te beoordelen
© Operationele definitie vertaald frailtu naar klinisch bruikbare definitie
© 2 soorten operationele definities
® Obv criteria waraan een persoon moet beantworden om ‘frail’ te zijn (vnl focus op MS-component) à
fenotype definitie van Fried
® Obv de soms van het aantal tekortkomingen/deficits à frailty index van Rockwood
© Fenotype definitie (Fried)
® Focus op fysieke en musculoskeletale aspecten van kwetsbaarheid
® 5 specifieke elementen
1. Niet-intentioneel gewichtsverlies (shrinking) : min 4,5 kg voorbije jaar
2. Spierzwakte (weakness): gemeten adhv handknijpkracht
3. ↓ wandelsnelheid (slowness): # sec nodig om met normaal tempo 4,5m te wandelen
4. ↓ uithoudingsvermogen (poor endurance /exhaustion)
5. ↓ lichamelijke activiteit: laag energieverbruik per weeg (weekverbruik in kCal berekenen)
® Interpretatie score
§ 0 op 5 : niet-frail of rubuust
§ 1 of 2 op 5 : pre-frail of intermediate-frail
§ ≥ 3 op 5 : frail (kwetsbaar)
® Voordeel
§ Goede voorspellende / predictieve waarde voor klinische eindpunten (verhoogd risico op vallen,
fracturen, functionele achteruitgang, risico op hospitalisatie, overlijden)
® Nadeel
§ Sarcopenie weegt zwaar door in elke operationele benadering van frailty, maar niet alle mogelijke
expressievormen van frailty hierin opgenomen
§ Voor veel vd criteria zijn standaarddeviaties nodig
§ Meten van wandelsnelheid & lichamelijke activiteit = arbeidsintensief
© Andere auteurs definieerde frailty obv 5 domeinen vd definitie van Fried
® Soms andere indices of meetmethoden gebruikt (bv toevoegen cognitieve scores/DXA meting perifere
spiermassa)
® SOF index
§ = eenvoudigere fraily-index
§ Enkel gewichtsverlies, spierzwakte & gedaald uithoudingsvermogen
© Frailty index (Rockwood)
® Frailty herkennen obv soms vh aantal “tekortkomingen” (deficits)
® = verhouding van het aantal vastgestelde deficits / het aantal mogelijke deficits = de waarschijnlijkheid in %
dat iemand frail is
® Tekortkomingen geïdentificeerd adhv globaal geriatrisch bilan (CGA: comprehensive geriatric assessment)
§ Symptomen, klinische bevindingen, ziektebeelden, functionele beperkingen, afwijkende
biochemische parameters, afwijkende electrocardiografische/radiografische bevindingen
® Voordeel: brengt beide aspecten van frailty in kaart (niet enkel fysieke domein) à bredere blik
® Nadeel: veel arbeidsintensiever à minder toepasbaar
à GEEN consensus: beide methoden hebben vergelijkbare voorspellende waarde + MAAR identificeren niet perse
dezelfde pt als frail
4