CELLEN EN WEEFSELS
SAMENVATTING
AMBER DE GEEST
BIOMEDISCHE WETENSCHAPPEN
UGent
,48
,49
, 1. Histologische technieken
WEEFSELBEWERKING
STAP 1: FIXEREN
Doelen:
• Bewaren van weefsels met behoud van de oorspronkelijke structuur
= eiwitdenaturatie
® stilleggen van bacteriële en autolytische afbraakreacties
• Permeabiliseren van celmembraan
• Harder en poreuzer maken van het weefsel
Methoden:
• Chemische fixatie door immersie of perfusie van het weefsel met fixatief
bv. Ethanol: neerslaan van eiwitten, azijnzuur, glutaaraldehyde: crosslinken van
eiwitten, osmiumtetroxide, formaldehyde
• Koude fixatie door invriezen van het weefsel: gaat sneller en je behoud bepaalde
structuren zoals DNA
Artefacten: veranderingen die tijdens de fixatie/inbedding in een weefsel ontstaan en
afwijken van de in vivo situatie. Dingen die je ziet in je coupe die er oorsprongelijk niet
waren, maar zijn ontstaan door de bewerkingen.
STAP 2: INBEDDEN
Doel: gefixeerd materiaal omwikkelen en doordrengen met inbedmiddel
Kenmerken inbedmiddel:
• substantie die in vloeibare vorm in het weefsel indringt
• substantie die na indringing hard wordt (vaste vorm)
• materiaal snijdbaar in dunne plakken (coupes)
Voorbeelden inbedmiddelen: paraffine, harsen, plastics
Probleem: inbedmiddelen zijn hydrofoob – weefsel bevat veel water
ð weefsel eerst ontwateren in stijgende reeksen van alcoholbaden: 30°, 50°, 70°,
90° en absolute ethanol
ð ‘clearing’ in tolueen (toluol, xylol): mengbaar met alcohol en het inbedmiddel
50