ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
HOOFDSTUK 1: DE SOCIAAL EMOTIONELE ONTWIKKELING EN DE
PERSOONLIJKHEIDSONTWIKKELING IN DE BABYTIJD
Begrip Uitleg
Differentiële Theorie van Izard die stelt dat het uiten van
emotietheorie emoties aangeeft welke emotionele ervaringen
iemand heeft en tegelijkertijd deze emoties zelf
helpt reguleren
Vreemdenangst De voorzichtigheid en terughoudendheid die baby’s
laten zien als ze een onbekende moeten zien
Scheidingsangst De angst die bij kinderen wordt opgeroepen door de
afwezigheid van hun vaste verzorger
Sociale glimlach De glimlach van een baby in reactie op een andere
persoon
Zelfbesef (= niet Het bewustzijn dat we als individu los van de rest
aangeboren) van de wereld bestaan
Sociale referencing Het doelbewust zoeken naar informatie over de
gevoelens van anderen om onduidelijke
omstandigheden en gebeurtenissen te kunnen
plaatsen
Theory of mind De vaardigheid om aan jezelf en aan anderen
gedachten, gevoelens, ideeën en intenties toe te
schrijven en op basis daarvan te anticiperen op het
gedrag van anderen
Empathie Een emotionele respons die correspondeert met de
gevoelens van een andere persoon
Hechting Het intens fysieke en emotionele contact tussen
ouder/verzorger en kind dat volgens sommigen in
de periode dirct na de geboorte plaats dient te
vinden
Vreemdessituatieproce Een aantal in scène gezette episoden die de kracht
dure van Ainsworth van de hechting tussen en kind en zijn moeder
illustreren
Veilig Hechtingsstijl waarbij kinderen zich op hun gemak
hechtingspatroon lijken te voelen als hun moeder aanwezig is en ook
al raken ze van streek als moeder de ruimte verlaat
naar haar toe gaan als ze terugkeert
Angstig – vermijdend Hechtingsstijl waarbij kinderen niet de nabijheid van
hechtingspatroon hun moeder opzoeken en haar lijken te mijden als
ze terugkeert na afwezigheid
Angstig – ambivalent Hechtingstijl waarbij kinderen een combinatie van
hechtingspatroon positieve en negatieve reacties op hun moeder
vertonen als ze terugkeert na afwezigheid
Gedesorganiseerd – Hechtingsstijl waarbij kinderen inconsistent en vaak
1
, gedesoriënteerd tegenstrijdig gedrag vertonen
hechtingspatroon
Zelfdeterminatietheori Theorie over menselijke motivatie uitgaande van
e (ZDT) kerngedachte dat er 3 natuurlijke basisbehoeften
zijn die het functioneren, het welbevinden en de
groei van mensen beïnvloeden: autonomie,
verbondenheid en competentie
Wederzijds Model waarin baby’s en ouders emotionele
regulatiemodel stemmingen aan elkaar leren communiceren en
daar adequaat op leren reageren
Wederzijdse Proces waarbij het gedrag van baby’s nieuwe
socialisatie responsen van ouders en andere verzorgers
oproept en omgekeerd
Persoonlijkheid Het geheel van duurzame eigenschappen die het
ene individu van het andere onderscheiden (is voor
iedere persoon verschillend)
Eriksons theorie van Theorie die een verklaring biedt voor de manier
psychosociale waarop individuen zichzelf en de betekenis van het
ontwikkeling gedrag van anderen en van zichzelf leren begrijpen
Stadium van De periode waarin kinderen een gevoel van
vertrouwen vs vertrouwen of wantrouwen ontwikkelen afhankelijk
wantrouwen van hoe goed hun verzorgers op hun behoeften
reageert
Temperament Individuele stijl van reageren op de omgeving die
redelijk consistent is zowel in verschillende situaties
als in de loop van de tijd
Gemakkelijke baby Baby met een positieve, nieuwsgierige instelling,
regelmatige lichaamsfuncties en een goed
aanpassingsvermogen
Moeilijke baby Baby die negatieve buien en een traag
aanpassingsvermogen heeft en zich meestal
terugtrekt
Geremde baby Baby die inactief is, relatief kalm reageert op zijn
omgeving, zich terugtrekt en traag aanpast en over
het algemeen een negatieve stemming heeft
Goodness of Fit Het idee dat ontwikkeling afhankelijk is van de mate
waarin het specifieke temperament van kinderen
aansluit op de aard en de eisen van de omgeving
waarin zij opgroeien en andersom
Gender De eigenschappen, gedragingen en rollenpatronen
die een maatschappij voor elk geslacht heeft
bepaald
Genderidentiteit Persoonlijk gevoel over de eigen identiteit het
kan samenvallen met het geboortegeslacht maar
kan er ook van verschillen
2