HOOFDSTUK1: INLEIDING
WAT IS ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE?
Studie van patronen van verandering en stabiliteit in psychisme gedurende de levensloop
ONTSTAAN
Babybiografieën fysieke en taalkundige mijlpalen = 19e eeuw
Alfred Binet IQ = 1857 – 1911
Stanley Hall denken en gedrag = 1846 – 1924
Jean Piaget cognitieve ontwikkeling = 1896 – 1980
ACTUELE THEMA’S
CONTINUE VERANDERING VS DISCONTINUE VERANDERING
Continue verandering Geleidelijke, vloeiende ontwikkeling zonder duidelijke fasen =
verandering is kwantitatief
Voorbeeld: taalontwikkeling, groei in lengte
Discontinue verandering Ontwikkeling verloopt in duidelijke fasen met kwalitatieve
sprongen naar een nieuw niveau
Voorbeeld: Piaget’s stadia van cognitieve ontwikkeling, Erikson’s psychosociale
fasen
Plasticiteit ontwikkeling veel flexibeler dan oorspronkelijk werd aangenomen
KRITIEKE VS GEVOELIGE PERIODE
Kritieke periode Een specifieke, korte tijd waarin bepaalde
ervaringen moeten plaatsvinden voor normale ontwikkeling
= Zonder die ervaring is herstel bijna onmogelijk
Voorbeeld: hechting bij jonge dieren (Lorenz’ eenden)
Gevoelige periode Een optimale tijd waarin ervaringen het meest invloedrijk zijn, maar
later nog deels kunnen worden ingehaald
= Herstel is mogelijk, maar moeilijker
Voorbeeld: taalverwerving bij jonge kinderen
1
,NATURE VS NURTURE
Nature (aangeboren) Ontwikkeling wordt bepaald door erfelijke factoren: genen,
biologische aanleg
Voorbeeld: intelligentie, temperament
Nurture (aangeleerd) Ontwikkeling wordt beïnvloed door omgeving en ervaring:
opvoeding, cultuur, leerervaringen
Voorbeeld: taal, sociale vaardigheden
MEDICALISERING VAN DE KINDERTIJD
Medicalisering van de kindertijd Het toenemende neigen om normaal kindgedrag te
zien als een medisch probleem dat behandeling of diagnose vraagt
Voorbeeld: druk gedrag wordt snel gezien als ADHD.
Gevolg? meer diagnoses en medicatie, minder aandacht voor opvoeding en context
HOOFDSTUK 2: THEORETISCHE PERSPECTIEVEN
MODELLEN
Modellen verzameling axioma’s en vooronderstellingen die bepalen op welke manier
men de ontwikkeling van het kind bekijkt
PSYCHODYNAMISCH MODEL
Psyche opgebouwd uit verschillende systemen die onderling conflicteren
Verschillende systemen:
1. Id driften die streven naar bevrediging
2. Superego geweten, internalisatie van de morele regels
3. Ego instantie die de eisen van deze 2 instanties poogt te verzoenen
4. Objectrelaties band of relatie hebben met de anderen (hoe ouders u
beïnvloeden)
BEHAVIORISTISCH MODEL
Enkel waarneembaar gedrag en externe stimulie mogen in rekening gebracht worden bij
het verklaren van de psychische ontwikkeling
Sociaal - cognitieve leertheorie leren door gedrag van anderen te observeren
COGNITIEF PERSPECTIEF
Benadering van ontwikkeling die zich richt op de processen die mensen in staat stellen de
wereld te leren kennen en te interpreteren
Assimilatie vs accommodatie Piaget
Informatieverwerkingstheorie studie van de manieren waarop mensen informatie
opnemen, verwerken en opslaan
2
, Cognitieve neurowetenschap zoektocht naar de relatie tussen hersenactiviteit en
cognitieve activiteit
SYSTEMISCH PERSPECTIEF
Socioculturele theorie van Vygotsky psychische ontwikkeling als een proces waarbij
kind en ander elkaar voortdurend beïnvloeden (= reciprociteit)
HOOFDSTUK 3: DE SOCIAAL EMOTIONELE ONTWIKKELING EN DE
PERSOONLIJKHEIDSONTWIKKELING IN DE BABYTIJD
EMOTIES IN DE BABYTIJD
Emoties zijn zichtbaar bij kinderen maar ervaren ze deze ook zo?
Fundamentele emotionele gelaatsuitdrukkingen:
1. Lijken in verschillende culturen gelijk
2. Lijken in de loop v/h leven gelijk te blijven
Basale emoties lijken aangeboren belangstelling, stress en walging
Cultuurgebonden verschillen
2 theorieën bij het uiten van emoties vs het reguleren van emoties:
1. Reflex
2. Differentiële emotietheorie
In de loop van de ontwikkeling worden meer emoties uitgedrukt en wordt de beleving van
de emotie gediffertieerder
- Vreemdenangst (2e helft van het 1e levensjaar)
1. Cognitieve vermogen neemt toe
2. Er zijn verschillen onder de kinderen, tussen man en vrouw, tussen kind en
volwassene
- Scheidingsangst (7 à 8 maanden, de piek is bij 14 maanden)
Beide zijn belangrijke indicatoren van:
1. De cognitieve ontwikkeling
2. Sociale emotionele relatie
Glimlachen 1e fase is het betekenisloos
- Sociale glimlach 18e maand = vaker naar de verzorgers maar niet naar de
mensen
Interpretatie gezichtsuitdrukkingen en stem:
1. Aangeboren vermogen tot imitatie
2. Non verbale decodering
- Vocale decodering vroeger dan gelaatsuitdrukkingen
- 6 à 8 weken visuele perceptie weinig ontwikkeld
- 4 maand vocaal als gezicht ontwikkelen zich
3