Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 8 van de 57 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Moleculaire Biologie | Prof Claessens| KU Leuven tandheelkunde | 2025/27

Document preview thumbnail
Voorbeeld 8 van de 57 pagina's

Volledige samenvatting van het vak moleculaire biologie gegeven door prof Frank Claessens. Het is gebaseerd op het boek van Frank Claessens & samenvatting van iemand anders. Het bevat dus alles wat je moet kennen in opsommingen, volle zinnen en foto's. Zelf heb ik een 16/20 op het vak gehaald. Samengevat naar 52 pg & zo compact mogelijk want das minder leren.

Voorbeeld van de inhoud

Moleculaire biologie:
volledige samenvatting
Werkzitting
- Hoe studeren?
o Begrijpen
o Definiteis & begrippen (vermeld als eukaryoot of prokaryoot als versch definities,
o Schema’s en tekeningen wel, structueren niet kennen (tot he point!)
- Deel FC 10, Lint 10
- Deel FC
o 6 definities: in 3 regels, 2 zinnen max
o 1 open vraag te beantwoorden op 1 pagina
o 1 open vraag zonder pagina limiet



Hoofdstuk 1: DNA (p4 – 29)
Inleiding

Biochemische definities van levenZ
- Voor definitie van ‘leven’ moet je gebruik maken van combinatie verschillende voorwaarden:
o afgescheiden van leefomgeving door celmembraan/ celwand, inhoud (vooral H, O, C, N)
verschillend van omgeving.
o Energieopname en energieverbruik: noodzakelijk voor instandhouding van organisme en voor de
voortplanting.
o Groei: evolutie en complexiteit van organisme
o Voortplanting
o Beweging
o Interpretatie van prikkels: gegevens uit omgeving verzamelen en reageren op bepaalde condities
o Reageren/ communiceren: tussen soortgenoten maar ook tussen verschillende levensvormen
(communiceren met omgeving)




Waaruit bestaat een levende cel?
- De cel is de basisstructuur van levende organismen.
- De cel is een eenheid die afgescheiden is van zijn omgeving & bestaat uit een zeer georganiseerde
opbouw die tot stand komt door wisselwerking tussen proteïnen, lipiden, carbohydraten
(koolwaterstoffen) en nucleïnezuren.
- Er bestaan twee basistypen van cellen:
o prokaryoten = heeft wel nucleoid, membranen, cytoplasma maar GEEN celkern
o Eukaryote cellen = heeft verschillende compartimenten opgedeeld door membranen: celkern, …

,Historie erfelijkheidsleer

Eigenschappen zijn erfelijk: de genen
- Genen zijn informatie bevattende elementen voor:
o karakteristieken van individu
o de soort waartoe dit individu behoort  coderen voor erfelijke eigenschappen.
- Genen werden voor het eerst gedefinieerd in studies van Mendel.
o lange erwten werden met korte erwten gekruist
o deze gaven in de eerste generatie uitsluitend lange erwten  pas in de tweede
kwamen terug korte voor.
o Mendel kwam tot volgende wetmatigheden:
 Waarneembare eigenschappen zijn terug te brengen tot overerfbare eenheden.
 Elke diploïde cel bevat 2 gekoppelde genen, waarbij eventueel meerdere allelen
mogelijk zijn (elke variant van het gen).
 Genen zijn óf dominant versus recessief (homozygoot) óf intermediair (heterozygoot).


Link tussen genen en biochemische processen door Garrod
- Garrod legde link tussen genen en biochemische processen via zeldzame aandoening alkaptonurie.
o Het heeft uiteenlopende symptomen maar bij baby’s met deze afwijking kleurt de urine, na
enige tijd blootgesteld aan lucht, zwart.
o Hij was 1ste die zei dat het door een defect gen kwam

- Hij beschreef alkaptonurie als een erfelijke veroorzaakte stofwisselingsziekte waarbij één defect gen
één defect enzym oplevert omdat de urine een hogere concentratie homogentisinezuur  normaal
gezien afgebroken door dat enzym




Welk stoffen bevatten de genetische informatie?

Experimenteel onderzoeken
- Door waarnemingen besloten dat de chromosomen zijn die de dragers zijn van de genetische info.
o Chromosomen = draadvormige structuren die bestaan uit DNA en die drager zijn van de genen
- Duidelijke karakteristieken van een goed experiment:
o Duidelijke testbare hypothese
o Reproduceerbaar
o Positieve & negatieve controles

Om te onderzoeken welke stoffen de genetische info dragen  componenten van de weefsels of cellen

gaan scheiden:

1. Homogeniseren van cellen = detergent of mechanisch breken (mixer of ultrasoon geluid)

2. Filteren = grote brokstukken te verwijderen.

3. De oplossing verdeling in fracties:

o Differentiële ultracentrifugatie = homogenaat wordt lage rotatie-snelheid

gecentrifugeerd, middelpuntvliedende kracht wordt groter dan de

zwaartekracht.

,  De zwaarste celorganellen bevinden zich op debodem = ‘pellet’

 resterende oplossing = ‘supernatans’.

 Het pellet kan worden gescheiden van het supernatans en het supernatans kan opnieuw gescheiden

worden door een hoger toerental  nodig van 50.000 rpm.


o Densiteitscentrifugatie = in centrifugebuis worden
verschillende lagen met stijgende sucrose-concentratie
aangebracht
 Voorkomen vorming homogeen mengsel ontstaan
door densiteitsverschillen, onderaan hoogste conc
 Hierboven komt celhomogenaat  gecentrifugeerd
 de organellen migreren richting bodem totdat ze op een laag zijn met gelijke dichtheid als
ze  De opwaartse druk is hier gelijk aan neerwaartse, wat scheiding oplevert.
 Op het einde zweeft elke organel dus op zijn eigen / gelijke laag


o De scheiding kan ook met CsCl (cesiumchloride) bij hoge rotatiesnelheden te centrifugeren 

zakt naar bodem & ontstaat conc gradient.



Experiment van Griffith
- In experiment van Griffith werd gebruik gemaakt van S-stam (glad) en R-stam (onregelmatig) van
bacterie streptococcus pneumoniae, S-stam veroorzaakt een longontsteking.
- De volgende homogenaten werden ingespoten bij muis:
o De S-stam injecteren → longontsteking
o De R-stam injecteren → geen longontsteking
o Verhitte S-stam injecteren → geen longontsteking
o Een gehomogeniseerde S-stam + de R-stam → longontsteking: de
R-stam nam het dodelijke deel van de S-stam over


- Griffith besloot S-homogenaat te scheiden in RNA, eiwitten, DNA, vetten en koolwaterstoffen  alle 5
groepen werd R-stam toegevoegd en ingespoten bij de muis  alleen de muizen met DNA
ontwikkelde longontsteking
o BESLUIT: Met dit experiment werd voor de eerste maal aangetoond dat DNA de erfelijke
informatie (of genen) bevat.




Experiment Hershey-Chase: “worden de overerfbare eigenschappen via eiwitten of DNA van bacteriofaag
doorgegeven?”

- Bacteriofagen zijn virussen van bacteriën, deze parasiteren op de bacterie en gaan hem
herprogrammeren tot maken van bacteriofaag DNA, eiwitten, … barst later open en ontstaan
nieuwe bacteriofagen.

- We maken 2 proefbuizen door:
o E.coli en bacteriofagen samen te mengen en 5 min de tijd geven voor herprogrammeren

, o Daarna schudden & centrifugeren  proefbuis met pellet (bacterien) en supernataraat
(bacteriofagen)


- Men bezat 2 culturen E. Coli die beiden werden besmet met bacteriofagen.
o E. coli + fagen + zwavel-35 (kan enkel inbouwen in eiwitten):
o E. coli + fagen + fosfor-32 (kan enkel inbouwen in DNA)

- Na schudden & centrifugeren zodat de bacteriën / e.coli zakken naar het pellet kunnen we de
resultaten bekijken:
o De pellet met E.coli besmet met bF + radioactief DNA  radioactief
o Pellet met e.coli besmet met bF + radioactieve eiwitten  niet radioactief



BESLUIT: Het DNA (radioactief fosfaat) bevat de erfelijke informatie over de bouwstenen (zowel DNA als eiwitten)

van de bacteriofagen

- Dus het is het DNA dat ervoor zorgde dat de e.coli geherprogrammeerd werd, en niet de eiwitten van de

bacteriofaag




De structuur van DNA
Deoxyribonucleïnezuur
- DNA of deoxyribonucleïnezuur bestaat uit lange polymeren (1m DNA per menselijke cel) die zijn opgebouwd uit:
o Deoxyribose (suiker): aan elkaar verbonden via fosfodiesterverbindingen: 5’-C via een fosfaatgroep met 3’-
C van vorige.
o Fosfaatgroepen: ribose en fosfaat wisselen elkaar af, de fosfaatgroepen zijn gekoppeld aan het 5’ uiteinde
van het deoxyribose.
o De 4 verschillende basen: adenine (A), guanine (G), cytosine (C) en thymine (T).
 Purines: adenine en guanine; stikstof bevattende ringstructuur
 Pyrimidines: thymine en cytosine; stikstof bevattende ringstructuur


 Nucleoside = base verbonden aan deoxyribose via N-glycosidische binding 
adenosine, cytidine, thymidine, guanosine, uridine.
o De nucleosiden zijn beter oplosbaar in water in vergelijking met de basen.


 Nucleotide = fosfaatgroep verbonden aan 5’-C van nucleoside.
o Deze komt meestal vrij voor in de cel. De synthese van nucleotiden is mogelijk via 3
manieren:
 via opbouwen
 partiële hydrolyse van nucleïnezuren door nucleasen
 afbraak van vrijgekomen basen, ze kunnen door enzymatisch
recuperatieproces omgezet worden tot nucleotiden.


o Er kunnen tot 3 fosfaatgroepen aan het 5’ C-atoom hangen via fosfo-anhydribide bindingen =
deoxyribonucleoside-tri-fosfaten
 Fosfaat-groepen aangeduid met α, β en γ, startend vanaf suikerring
 β en γ fosfaatgroepen kunnen worden afgesplitst door enzymen zonder andere bindingen te
verbreken = NTP’s
 NTP’s zijn de belangrijkste overdragers van biochemische energie

, - Aan de 3’ C atoom komen de nucleobasen, tot vorming van dCMP, dTMP, dGMP en dAMP  fosfaat groep

toegevoegd krijg je met Cytisine bv: deoxycytidinedifosfaat of bij 3 fosfaat groepen = deoxycitidinetrifosfaat




Andere belangrijke basen en nucleotiden

ATP: deoxyadenosine en/of adenosinetrifosfaat, NTPs zijn belangrijkste overdragers

van biochemische energie.

o Niet hetzelfde als dATP  GEEN energiedrager, maar om DNA te maken

o ATP dient als RNA bouwer & energie drager

o Adenylaatcylase = verbindt 3’C uiteinde met alfa fosfaat




cAMP (cyclisch adenosine monofosfaat):

- Signaalmolecule  gesynthetiseerd door adenylaatcyclase (α-fosfaat ATP

wordt verbonden met 3’OH ribose)

- concentratie aan cAMP wordt bepaald door de enzymen die het aanmaken

afbreken.

o Vb: afgebroken door het enzyme fosfodiësterase AMP  door hydrolyse

van verbinding tussen fosfaat en 3’OH ribose




Cafeïne:

- inhibitor fosfodiësterase (omzetting van cAMP naar AMP)

- hierdoor stijgt concentratie en werking van cAMP en dit houdt het organisme in

geëxciteerde toestand




AZT (3’-azido-2’-deoxythymidine)

- AIDS-remmer  inhibeert het enzyme reverse-transcriptase van HIV-virus

waardoor er minder nieuwe virussen worden gevormd.

- 3 stikstoffen / N = azido groep



Nu wordt tenofovir gebruikt voor AIDS-remming

,Extra’s:
- Co-enzym A: betrokken bij acyltransferreacties.
- NAD (nicotinamide adenine dinucleotide): betrokken met
elektrontransferreacties.
- FAD (flavin adenine dinucleotide): betrokken met
elektrontransferreacties.
- SAM (S-adenosylmethionine): dit is de methyldonor in
verschillende methyleringen van basen en eiwitten


Viagra:
- Inhibitor van een cyclis nucleotide pohsphodiesterase (PDE-
5)
- Voorkomt dat cGMP in GMP wordt gevormd
o cGMP = stijging bloeddruk
o GMP = daling bloeddruk  viagra voorkomt vorming




Eigenschappen van DNA
Het model van de β-helix

- Regels van Chargaff: DNA-basen komen in gelijke verhouding voor: A is stoichiometrisch gelijk aan T en C aan G.

- Rosalind Franklin: bepaling van structuur van DNA door X-straaldiffracties op gekristalliseerd DNA te

bestuderen.

o Toonde dat DNA helicaal is



- Watson en Crick: nieuwe model DNA

o DNA is dubbelstrengig  vormen een helix & zijn antiparallel (= de 5’ en 3’ richtingen zijn parallel maar wijzen in

tov richting)

o basen gekoppeld zijn (A-T, C-G) via H-bruggen = complementair

o gelijke afstand tussen de ruggengraten = stabiliteit



- Dubbele DNA helix heeft 10,4 basenparen per winding (360°)

- Er zijn meerdere DNA vormen:

o B-vorm = ribosen en P-groepen zijn naar buiten gericht (backbone), basenparen naar binnen. Heeft een grote &

kleine groeve doordat de N-glycosidische bindingen versch liggen

o Z-DNA: een andere helix-vorm.

, o Tripel-helix: hierin zitten 3 strengen verwikkeld.




Stabiliteit van DNA

- Grote aantallen van H-bruggen

- Opeenvolgende basenparen ondervinden van Der Waals krachten  stapeling zorgt voor stabiliteit

- Stabiliteit kan gebroken worden door denaturatie (= hoge temp



Hoe wordt een basenvolgorde in DNA genoteerd

- We hebben altijd maar één sequentie nodig, omdat de andere complementair anti-parallel verloopt. Noteren ook

alleen de nucleobasen

o coding streng 5’ → 3’: indien er een streng gegeven wordt, is het meestal deze. (als de 5’ of 3’ niet gegeven

wordt)

o Anti-coding streng 3’ → 5’: hiervan wordt mRNA afgelezen




Wat is een palindromische sequentie?

- palindroomsequenties = sequenties waarvan beide helices in gelijke richting dezelfde sequentie hebben.

o Dus de onderste complementaire streng moet worden omgedraaid (vb. 5’-TCCGATCGGA-3’ → 3’-

AGGCTAGCCT-5’).

- Worden herkend door restrictie-enzymen = endonucleasen die DNA-ruggengraat specifiek kunnen knippen.

o Dit betekent dat grote DNA- fragmenten (chromosomen) kunnen worden verdeeld in kleinere fragmenten

m.b.v. deze enzymen.




Hyperchromiciteit en hybridisatie

- Dubbelstrengig DNA neemt minder licht op dan enkelstrengig DNA

- Dus als we de absorptie van DNA in functie zetten met temperatuur  hebben een maximale waarde (de

smelttemperatuur) van DNA.

- Als je de temperatuur omhoog doet gaat DNA denatureren en plots enkelstrengig worden = hyperchromaciteit

o Dan neemt de lichtabsorptie ineens kei snel toe



- Als je DNA eerst denatureert en dan laat afkoelen, zullen de 2 strengen elkaar terug vinden omwille van hun

complementariteit  hybridiseren tot een dubbelstreng.

o Op voorwaarde dat het DNA mengsel niet te complex is en de temperatuurdaling traag gebeurt.




DNA-elektroforese


- DNA-elektroforese wordt gebruikt voor

, o DNA bekijken
o DNA-moleculen van verschillende lengten scheiden
o bepaalde DNA-fragmenten zuiveren.
- Werking:
o Hierbij wordt gebruik gemaakt van een agarose-gel = zeewierextract, een niet-ionisch, sterk hydrofiel en
gellerend polysacharide, pas gel-vormend na afkoeling
o Deze gel wordt aangebracht in een bak, waarop een elektrisch veld is aangelegd.
o Er worden gaten gemaakt met een kam waar we stukjes DNA in kunnen doen.
o Doordat fosfaatgroepen vd DNA ruggengraat negatief zijn  gaat door de gel migreren naar de positieve
pool.
o Scheiding vindt nu plaats op basis van lengte omdat de grotere/langere fragmenten zich moeilijker door de
netwerken van de gel kunnen wringen.




- Nu scheiding heeft plaatsgevonden, moet het nog zichtbaar worden gemaakt.
o Hiervoor werd EthidiumBromide (EtBr) gebruikt, het zal zich tussen
basenparen in dubbelstrengig DNA zetten.
o Het fluoresceert wanneer het belicht wordt met UV licht, na belichting
weet je waar DNA zich bevindt.
 Nu gebruikt men SYBR-Safe aangezien EtBr kankerverwekkend is.
o Door een vergelijking te maken met DNA-fragmenten van gekende lengte
(= een marker), kan men de lengte van een DNA fragment extrapoleren.




Hoofdstuk 2: DNA-replicatie (p30 – 47)

Inleiding

DNA kan zeer lang zijn en wordt dus sterk opgerold om in de kern te passen. Het kopiëren moet snel en correct

gebeuren waarna DNA wordt ontwonden en weer wordt opgerold tot het tot expressie komen van kenmerken. Bij

voortplanting worden kenmerken en hun informatie doorgegeven aan de nakomelingen. Menselijke cellen kunnen

volledig delen ongeveer om de 8 uren. Een cel moet dus een juiste kopie van haar DNA doorgeven aan haar twee

dochtercellen. Deze replicatie moet correct verlopen want het gevolg van 1 foutje op één miljoen basen is niet min, als

bevruchte eicel 6,6 miljard basenparen heeft en deze 1016 keer zal delen.



Replicatie is semi-conservatief
De mogelijke theorieën achter DNA-replicatie:
- Conservatieve replicatie (volledig behoudend):
o vorming van twee nieuwe complementaire strengen.
o Oorspronkelijke streng volledig behouden
- Dispersieve replicatie:
o in oude en nieuwe streng zitten stukjes van het oorspronkelijk DNA samen met dan nieuw aangemaakt
DNA
- Semi-conservatieve replicatie (half-behoudend):

Gekoppeld boek
 image
F. Claessens Moleculaire biologie
Uitgever: Onbekend ISBN: 9789033490019 Druk: 1

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
9 september 2026
Aantal pagina's
57
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€12,66

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
4
Laatst verkocht
-



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen