1 CHEMIE EN MATERIE
Leerpaden (zelfstudie)
• (Stoichiometrie)
• (Anorganische naamgeving)
• (Redoxreacties)
• Organische naamgeving!
DE GESCHIEDENIS
Middeleeuwen:
Aristoteles: 4 elementen
Democritus: materie opgebouwd uit kleine atomos (maar niet deelbaar)
Alchemie: geen wetenschap hoe kan ik bepaalde materie omzetten
(stofomzetting)
- Technieken (destillatie)
- Zuren
Geneeskunde: Bij praktijk van chemie
18de eeuw:
= observatie ⭢ hypothese ⭢ experiment ⭢ theorie
Lavoisier en Priestley: verwerpen flogiston = de moderne chemie was daar
PROEF: Als je kwik gaat verbranden, krijgen we een rode neerslag =
flogiston (ook bij zink)
REDENERING: als je zink met houtskool (een flogiston- rijk product; laat
weinig as achter) verbrand krijgen we terug zink
HOE ONTKRACHTEN?
Neerslag met hogere temperatuur verbranden ⭢ een gas
(gedeflogistonneeerde lucht waar muizen langer leven) “wet van
behoud van de massa”
Wat ziet hij? Dat de as meer weegt dan het oorspronkelijke materie
Conclusie: zuurstof komt erbij bij een verbranding van kwik
19de eeuw:
Chemie en inleiding tot de biochemische processen
1e bachelor REVAKI
, DEEL 1 chemie
De opkomst van andere chemie
MATERIE
= alles wat massa en volume heeft (lucht!)
Stof = specifiek deel
- Fysische toestand
Vast: vast volume, vaste vorm
Kristalijn = een orde in die stof vb. diamanten
Polykristallijn = halve orde
Amorfe = geen orde vb. glas
Vloeibaar (deeltjes even ver maar bewegen vrij) : vast volume,
geen vaste vorm
Gasvormig (deeltjes ver van elkaar en bewegen vrij) +: geen
vaste volume of vorm
- Samenstelling
Mengsels
Heterogeen: 1 of meerdere fasegrenzen
Homogeen: lost op tot zijn kleinste vorm (ionen)
Oplossing: 2 op meerdere stoffen (brons, niet altijd vloeibaar)
Zuivere stof: altijd dezelfde constante samenstelling / zelfde
eigenschappen (water), door technieken kan je tot die zuivere stof
geraken + je kan ze ook verder ontbinden
⭢ Samengestelde stoffen/ verbindingen
⭢ Elementaire/ enkelvoudige stoffen vb. grafiet (allemaal koolstoffen
met stevige structuur)
!! verbinding = tussen 2 chemische elementen in een vaste verhouding
VERSCHILLEND
MAAR H2, is geen verbinding want kan je niet verder ontleden in andere
mogelijke stoffen
Molecule: covalente binding (natriumchloride niet, want dat zijn ionen =
ionaire binding)
Chemie en inleiding tot de biochemische processen
1e bachelor REVAKI
, DEEL 1 chemie
FYSISCHE EN CHEMISCHE OMZETTINGEN
- Fysische omzetting = deeltjes veranderen niet vb. koken van water
- Chemische omzetting = deeltjes veranderen wel, de samenstelling
van de stoffen veranderen
- Fysische eigenschap: chemische samenstelling veranderd niet dus
smeltpunten en kookpunten veranderen niet
- Chemische eigenschappen: chemische samenstelling veranderd
zoals ontvlambaarheid
Extra in boek:
Extensieve eigenschap: hoeveelheid materie (volume,…)
Intensieve eigenschap: hangt niet af van de hoeveelheid
(kleur, smeltpunt)
2. ATOMEN: BOUWSTENEN VAN DE MATERIE
ATOOMTHEORIE VAN DALTON
Wet van behoud van massa (Lavoisier)
Wet van de constante samenstelling (proust): een zuivere verbinding
bevat steeds exact dezelfde elementen in exact dezelfde
massaverhouding , ongeacht zijn oorsprong
1) Atoomtheorie Dalton:
Elementen zijn zeer kleine deeltjes
Ondeelbaar (atomos)
De massa is ook cruciaal voor een bepaalde soort
Verbinding: 2 verschillende of meerdere atoomsoorten
met een vaste verhouding
Atomen van 1 element kunnen via chemische reacties
niet omgezet worden in atomen van een ander element
Wet “veelvuldige verhouding”: wanneer 2 elementen
combineren om meer dan 1 verbinding te vormen zullen
de massa’s altijd tot elkaar verhouden als verhoudingen
van kleine gehele getallen
CHEMISCHE ELEMENTEN
- 118 elementen (90 natuurlijk)
- Menselijk lichaam: C,H,N,O (99 procent), de andere in kleine
hoeveelheden ook belangrijk
Chemie en inleiding tot de biochemische processen
1e bachelor REVAKI
, DEEL 1 chemie
ATOOMTHEORIEËN VERDER …
19de eeuw atoommassa van elementen bepaald
Hoe wegen want klein? referentiemassa er tegen zetten (waterstof)
Wat dacht hij water is een H + O
⭢ wat niet was, hij wist niet dat een stof meerdere atomen kon bevatten
van dezelfde soort
2) Guy-lussac: 2 volumes waterstofgas + 1 volume zuurstof = 2
volumen waterdamp
3) Avogadro: gelijke volumes van 1 gas bevatten evenveel
deeltjes
4) Thomson: er bestaan effectief elektronen met geladen
deeltjes, en hij heeft die lading kunnen bepalen (e/m = -
1,76 x 108 C/g)
⭢ Plumpudding model: een atoom is een diffuse wolk van
positieve materie waarin negatieve elektronen er inzitten,
maar hij kende de massa niet alleen de verhouding
5) Millikan: slaagt er wel in om die massa te bepalen (massa van een
elektron 2000 x kleiner dan het kleinste element H)
Experiment/ oliedruppels
6) Rutherford: atomen hebben een ijle structuur waar het grootste
deel van de massa in de kern zit en dat het daar vooral positief is +
evenveel positieve als negatieve deeltjes (elektronen errond
zweven)
Experiment: He 2 plus (de kern van helium/ Alfa deeltjes); een deel
gaat door het scherm een ander deel weerkaatst
Chemie en inleiding tot de biochemische processen
1e bachelor REVAKI