Klassieke sociologen en hun erfenis
LES 1: inleiding
Praktisch → handboek best om van te studeren, inhoudstafel bekijken, welke
onderwerpen komen vaker terug? en zo linken leggen tussen de verschillende
sociologen.
Examen:
Open vragen:
• zelf redeneringen opbouwen
• auteurs vergelijken: bepaalde onderwerpen komen steeds terug bijv. rol
van godsdienst in maatschappij.
• toepassen
• bekritiseren
etymologie: studie waar woorden vandaan komen
Er zal vaak geen algemene acceptatie zijn van een theorie, er zijn aanhangers en
tegenhangers daardoor komen er nieuwe theorieën.
Sociologische modellen kunnen verschillende vormen aannemen.
Theorie en paradigma
Paradigma is een zeer belangrijk concept. Paradigma gelijkstellen aan een
theorie. Wat is een paradigma? Een paradigma is een basisvoorbeeld, opent de
deur naar toepassingen.
Wat is een sociologisch paradigma?
Een sociologisch paradigma, in de eenvoudigste betekenis, is een
basisvoorbeeld dat sociale fenomenen helpt te begrijpen en verklaren. Je
bekijkt sociale werkelijkheid en je probeert het te begrijpen aan één (simpel)
basisvoorbeeld/metafoor en zo een veelheid aan sociale fenomenen verklaren.
Bekende sociologische paradigma’s zijn:
• ruil
• conflict
• samenwerking
• betekenis
paradigma volgens T. Kuhn
Kuhn wil vraag beantwoorden “Hoe groeit wetenschap?” Hij verwerpt het naïeve
idee dat wetenschap gewoon lineair groeit, dat wil zeggen: dat kennis stap voor
stap wordt opgebouwd en steeds groter wordt. Volgens Kuhn werkt wetenschap
anders:
1
, 1) normale wetenschap – fase 1
o wetenschappers lossen puzzels op binnen een bestaand paradigma,
wetenschappers werken binnen hetzelfde denkkader
o het paradigma geeft het kader en de regels voor onderzoek
2) crisis en anomalieën – fase 2
o er ontstaan anomalieën: waarnemingen of resultaten die niet binnen
het bestaand paradigma passen.
o Wetenschappers kunnen proberen de puzzelstukken passend te
maken, maar soms past het simpelweg niet
o Wanneer deze anomalieën toenemen, kan het vertrouwen in het
paradigma wankelen, wat leidt tot crisis
3) wetenschappelijke revolutie – fase 3
o tijdens crisis worden de fundamenten van het paradigma opnieuw
onderzocht
o jongere wetenschappers of vernieuwers zoeken naar alternatieve
theorieën die de anomalieën beter kunnen verklaren
o dit kan leiden tot een paradigmaverschuiving: het oude paradigma
wordt vervangen door een nieuw denkkader
4) fase 4
o het nieuwe paradigma wordt geaccepteerd en vormt opnieuw het
kader voor onderzoek
o wetenschap gaat verder met het oplossen van puzzels, nu binnen
het nieuwe paradigma
kernidee: wetenschap groeit niet geleidelijk, maar evolueert in cycli van normale
wetenschap → crisis → revolutie → nieuw paradigma
Kan je dit schema toepassen op de sociologie?
Toepassing van Kuhn op de sociologie:
Multi-paradigmatische wetenschap
• in tegenstelling tot natuurwetenschappen heeft sociologie nooit één
dominant paradigma gehad
• Waaier aan paradigma’s: meerdere naast elkaar en concurreren met elkaar
• Dit betekent dat een typische ‘normale wetenschapsfase’ zoals Kuuhn die
beschrijft, moeilijk te vinden is in de sociologie
Traditie in sociologie
• Sociologische traditie: ideeën en methoden die van generatie op generatie
worden doorgegeven
• Jongere sociologen respecteren oudere tradities, maar benaderen ze
kritisch
Theorie, stroming en traditie
Werkdefinitie van het woord traditie; gebruiken en ideeën die van generatie op
generatie worden doorgegeven. Typisch aan een traditie is dat de jongere
2
,generaties kijken naar wat ze krijgen van oudere generaties met een andere visie
(kritische twijfelachtigheid maar toch wordt het gerespecteerd)
Sociologische traditie werd gevoed door:
• Erfenis van positivisme → August Compte; sociaal wetenschappelijk
onderzoek via methoden uit natuurwetenschappen, experimentmatig
bewijzen.
• Sociale problemen → sociologie ontstond mede als reactie op
maatschappelijke problemen
• Tijdsdiagnose → het doel van sociologie en filosofie = de eigen tijd
begrijpen en verklaren
• Wens om ‘eigen tijd’ te begrijpen
Ontwikkeling van de sociologische theorie
˚ Klassieke fase:
o eigenzinnige auteurs die nog geen paradigma’s vormen
o Comte, Marx, Durkheim, Weber, Mead
˚ Moderne fase:
o paradigmata, vorming van meerdere paradigma’s, elk met eigen
theoretisch kader
o Functionalisme/conflictparadigma / ruilparadigma/ symbolisch
interactionisme,…
˚ Eclecticisme en nieuwe syntheses
o Elementen uit verschillende paradigma’s gecombineerd, veel
variatie
o Nieuwe theorieën, interdisciplinaire benaderingen
Ruil ruilparadigma
Conflict conflictparadigma
Samenwerking functionalisme
Betekenis symbolisch interactionisme
Aan elk voorbeeld koppelen we een paradigma
De hoofdparadigma’s in sociologie
2 basisvragen
1. Is sociaal gedrag vrij of gedetermineerd (gestuurd gedrag)?
2. Gaat sociaal gedrag uit van individu of collectieve actor?
Samenleving is een op zichzelf staande actoren/collectieve wezens zijn die
kunnen handelen.
3
, Je kan niet op 2 verschillende manieren naar éénzelfde sociologisch fenomeen te
kijken (niet tegelijk functionalistisch als conflict.
Collectiviteit Individu
Vrij Functionalisme Symbolisch
interactionisme
Gedetermine Conflictparadigma Ruilparadigma
erd
Ruilparadigma:
→ Gedrag gebaseerd op individuele voorkeuren en behoeften
conflictparadigma:
→ Gedrag bepaald door groeps- of klassepositie: conflict is inherent = omdat
groepen verschillende belangen, middelen en macht hebben, ontstaan er
automatisch spanningen en conflicten tussen hen
functionalisme
→ Samenleving als systeem; samenwerking van onderdelen (samenwerking
tussen verschillende ‘organen’), individuen hebben enige vrijheid binnen
het systeem
symbolisch interactionisme
→ je moet kijken naar individuen die met elkaar in interactie zijn met elkaar,
we zijn allemaal individuele ‘self’, vrij om in betekenisvolle interactie te
treden.
4