Verplichte literatuur: W.H.M. Reehuis, Zwaartepunten van het vermogensrecht, Deventer: Wolters
Kluwer 2026.
Leereenheid Verplichte nummers
L1 nr. 1-3, 323-332, 333-355
L2 nr. 338-345, 364-378, 448-449
L3 nr. 356-363, 382-384, 427-439, 446-447
L4 nr. 382-416
L5 nr. 468-489
L6 nr. 599-602, 609-618, 627, 636
L7 nr. 603-608
L8 nr. 663-670, 672-674
L9 nr. 661-663, 679-683
L1 - Vermogensrecht en verbintenissen
Reehuis 2026, nr. 1-3, 323-332 en 333-355.
Vermogen en vermogensrecht
Het vermogen van een persoon bestaat uit de vermogensrechtelijke rechten en verplichtingen die aan
hem toebehoren. Aan de positieve zijde staan de activa, zoals eigendomsrechten en vorderingsrechten.
Aan de negatieve zijde staan de passiva, waaronder schulden. Het vermogen verandert voortdurend:
door een koopovereenkomst kan bijvoorbeeld een betalingsverplichting ontstaan, door betaling gaat een
schuld teniet en door overdracht kan een vermogensrecht van de ene persoon op de andere overgaan.
Het vermogensrecht bevat de regels die deze vermogensrechtelijke verhoudingen ordenen. Binnen het
vermogensrecht wordt traditioneel onderscheid gemaakt tussen goederenrecht en
verbintenissenrecht. Het goederenrecht heeft vooral betrekking op de verhouding van personen tot
goederen. Het verbintenissenrecht gaat juist over rechtsverhoudingen tussen personen waarbij de ene
persoon jegens de andere tot een prestatie gerechtigd of verplicht is.
Objectief en subjectief recht
Het woord recht wordt in twee betekenissen gebruikt. Het objectieve recht is het geheel van geldende
rechtsregels. Een subjectief recht is een concrete bevoegdheid die een persoon aan het objectieve
recht ontleent. Het objectieve recht bepaalt bijvoorbeeld onder welke voorwaarden eigendom bestaat;
het concrete eigendomsrecht van A op zijn fiets is een subjectief recht.
Begrip Betekenis
Objectief recht Het geheel van geldende rechtsregels.
Subjectief recht Een concrete, door het recht erkende bevoegdheid
van een persoon.
Goederenrecht Vermogensrechtelijke verhoudingen met betrekking
tot goederen.
Verbintenissenrecht Vermogensrechtelijke verhoudingen tussen
personen omtrent prestaties.
1
,Wat is een verbintenis?
Een verbintenis is meer dan de feitelijke verwachting dat iemand iets zal doen. Er moet een door het
recht erkende aanspraak bestaan. Een koopprijs betalen is een juridisch afdwingbare prestatie; een
zuiver morele toezegging is niet zonder meer een verbintenis. De vermogensrechtelijke aard blijkt
vooral uit de economische of juridische betekenis van de prestatie.
Dezelfde rechtsverhouding heeft steeds twee kanten. Voor de crediteur bestaat een recht op nakoming
en voor de debiteur een verplichting tot nakoming. Uit een overeenkomst kunnen meerdere
verbintenissen ontstaan. Bij koop is de verkoper schuldenaar van de leveringsverbintenis en schuldeiser
van de koopprijs; voor de koper geldt precies het omgekeerde.
Een verbintenis is een vermogensrechtelijke rechtsverhouding tussen twee partijen. De schuldeiser
(crediteur) heeft een vorderingsrecht: hij mag van de schuldenaar een bepaalde prestatie verlangen. De
schuldenaar (debiteur) heeft daartegenover een schuld: hij is gehouden die prestatie te verrichten.
De prestatie kan verschillende vormen aannemen. Zij kan bestaan uit het geven van iets, het verrichten
van een handeling of juist het nalaten van een handeling. Niet iedere sociale of morele verplichting is
daarom een verbintenis. Voor het verbintenissenrecht is vereist dat de verhouding
vermogensrechtelijk relevant is.
Voorbeeld mbt verbintenis
A verkoopt zijn laptop aan B. Uit de koop ontstaan over en weer verbintenissen. B heeft recht op levering
van de laptop en is schuldenaar van de koopprijs. A heeft recht op betaling van de koopprijs en is
schuldenaar van de leveringsprestatie.
Vorderingsrecht, rechtsvordering en executierecht
De positie van de schuldeiser kan in drie lagen worden beschreven. Eerst is er het vorderingsrecht
zelf: het recht op de prestatie. Wordt niet vrijwillig nagekomen, dan kan een rechtsvordering
beschikbaar zijn waarmee de schuldeiser zijn aanspraak bij de rechter geldend maakt. Leidt dat tot een
executoriale titel en blijft vrijwillige nakoming uit, dan kan uiteindelijk executie of verhaal op het
vermogen van de schuldenaar plaatsvinden.
Actieve zijde Passieve zijde Kern
Vorderingsrecht Schuld Recht op en plicht tot de prestatie.
Rechtsvordering Aansprakelijkheid De aanspraak kan in rechte
geldend worden gemaakt.
Executierecht Uitwinbaarheid Verhaal of gedwongen uitvoering
kan mogelijk zijn.
Uitwinbaarheid moet worden onderscheiden van draagplicht. Dat iemand kan worden aangesproken of
dat op zijn vermogen verhaal kan worden genomen, betekent niet noodzakelijk dat hij de financiële last
uiteindelijk ook definitief behoort te dragen.
Relatief recht
Een vorderingsrecht is een relatief recht. Het kan slechts worden ingeroepen tegenover de schuldenaar
of schuldenaren die bij de verbintenis betrokken zijn. Dit verschilt van absolute rechten, die in beginsel
tegenover iedereen kunnen worden gehandhaafd.
Art. 6:1 BW en het wettelijke stelsel
2
, Art. 6:1 BW verhindert dat zonder juridische basis willekeurig nieuwe verbintenissen worden
aangenomen, maar bevat geen puur letterlijke gesloten lijst. Een verbintenis kan rechtstreeks uit een
wettelijke bepaling volgen of uit het stelsel van de wet worden afgeleid.
HR Quint/Te Poel
HR Quint/Te Poel is hierbij richtinggevend. Het arrest maakt duidelijk dat 'uit de wet voortvloeien' niet
hetzelfde is als 'letterlijk in de wet staan'. Wanneer een concreet geval niet uitdrukkelijk door de wet is
geregeld, moet worden onderzocht of de gestelde verbintenis past binnen het wettelijke stelsel en
aansluit bij vergelijkbare gevallen die de wet wél regelt. Voor een tentamen is dit dus het verschil tussen
een zuiver letterlijke lezing van art. 6:1 BW en een systematische benadering van het
verbintenissenrecht.
Rechtsfeit en rechtsgevolg
Een rechtsfeit is een feit waaraan het recht een rechtsgevolg verbindt. Het rechtsgevolg is de juridische
verandering die door het recht aan dat feit wordt gekoppeld, zoals het ontstaan, wijzigen of tenietgaan
van een recht of verplichting.
Rechtshandelingen vormen een bijzondere categorie rechtsfeiten. Bij een rechtshandeling is de
handeling juist gericht op het intreden van een rechtsgevolg. Dit onderscheidt een rechtshandeling van
bijvoorbeeld een onrechtmatige daad: bij een onrechtmatige daad kan een
schadevergoedingsverbintenis ontstaan zonder dat de dader dat rechtsgevolg heeft gewild.
Eenzijdige en meerzijdige rechtshandelingen
Bij een eenzijdige rechtshandeling is voor de totstandkoming de verklaring van één handelende
persoon voldoende. Bij een meerzijdige rechtshandeling zijn op elkaar betrokken verklaringen van
meerdere personen nodig. Een overeenkomst is volgens art. 6:213 BW een meerzijdige
rechtshandeling.
Let op het verschil tussen een eenzijdige rechtshandeling en een eenzijdige overeenkomst. Een
overeenkomst is als rechtshandeling altijd meerzijdig, omdat aanbod en aanvaarding nodig zijn. De
term eenzijdige overeenkomst ziet op de inhoud: slechts één partij neemt dan een verbintenis op zich.
3