(DEEL 1)
Kelly Martens
KULeuven
2025 – 2026
,1
, Ontwikkelingspsychologie
Examen: op eigen laptop, meerdere soorten vragen (meerkeuze, invul, matching,
volgorde) + er is een proefexamen
Thema 1: voorstelling en historiek
- Wetenschappelijke studie van patronen van groei, verandering en stabiliteit
- Van conceptie tot hoge ouderdom
- In verschillende ontwikkelingsdomeinen
o fysiek
o cognitief
o sociaal-emotioneel
- ontwikkelingsfasen (worden in het eerste deel besproken)
o prenataal
o babytijd
o peuter- en kleutertijd
o schooltijd
o adolescentie
o opkomende volwassenheid
o volwassenheid
o ouderdom
- nuancering nodig
= sociale constructies, veelal gebaseerd op onderzoek in “WEIRD”
samenlevingen (Western Educated Industrialized Rich Democratic)
➔ Is maar een klein deel van de gehele samenleving, niet heel de
samenleving wordt bestudeerd
o sterke individuele verschillen
Historiek
- wetenschap gaat vooruit door verder te bouwen op bestaande ideeën (citaat)
- ontdekking van het kind – Philippe Aries
o Philippe Aries: cultuurhistorische studie over kind en kindertijd aan
de hand van afbeeldingen en dagboeken (kinderen werden gezien als
miniatuur volwassenen, vanaf 6 jaar werden ze opgeleerd tot boer,
arbeider,…)
o ‘ontdekking van het kind' rond het begin van de 17de eeuw
o onderscheid kind-volwassene niet alleen kwantitatief, maar ook
kwalitatief (kinderen zijn niet gewoon kleinere mensjes er zijn verschillen
in aard)
o breuk met middeleeuwen waar kinderen als minivolwassenen gezien
werden
2
, o later genuanceerd: geen radicale breuk, wel geleidelijke 'verkinderlijking'
(in schilderijen andere voorstellingen gemaakt als daarvoor)
o er kwamen vragen over de ontwikkeling van het kind
o nieuwe visie op het kind (als verschillend van volwassene) brengt ook
vragen over hoe kinderen zich ontwikkelen en wat ze nodig hebben
o niet langer zonder overgang in wereld van volwassenen
o nood aan bijzondere behandeling, periode van 'afzondering' om
voorbereid te worden op het volwassen leven
o ontstaan van verschillende visies over hoe opvoeding en vorming
best aangepakt worden, onder andere bij de Verlichtingsfilosofen
John Locke (1632-1704) empirisme
- mens wordt geboren als een onbeschreven blad (‘tabula rasa’), zonder
aangeboren tendenzen
- kinderen kunnen tot gelijk wat 'gevormd' worden
- alle verschillen tussen mensen zijn toe te schrijven aan verschillende
omgevingen/ervaringen
- zintuiglijke waarneming centraal
- invloed van omgeving sterkst in vroege kinderjaren omdat geest dan meest
kneedbaar is
- doel van opvoeding/onderwijs is zelfcontrole verwerven
- belang van training en gewoontevorming
- lag ten grondslag aan latere behavioristische theorieën
Jean Jacques Rousseau (1712-1778) nativisme
- andere visie dan Locke
- kinderen zijn geen lege 'containers'
- ze worden geboren met inherent potentieel en talenten
(“aangeboren goedheid”)
- als kinderen verzorgd/beschermd worden, bereiken ze vanzelf hun volle
potentieel
- als ze frustratie ervaren bij het proberen ontwikkelen van de aangeboren
goedheid zal ontwikkelingsuitkomst negatief zijn
- kinderen hebben hun eigen manieren van voelen en denken, omdat ze opgroeien
volgens een plan van de natuur
- dat plan dwingt hen ertoe in verschillende fasen verschillende capaciteiten en
modaliteiten te ontwikkelen
- de fasen ontvouwen zich bij iedereen op dezelfde manier
- opvoeding moet aangepast worden aan de fase waarin het kind zich bevindt (in
boek uitgewerkt aan de hand van modelleerling Emile)
- lag ten grondslag aan latere rijpingstheorieën
3