DEEL 2: ALGEMENE INSPANNINGSFYSIOLOGIE
H1: Hormonale regulatie van inspanning
Hoe kunnen hormonen belangrijke rol spelen in signalisatie (beginnen met sporten en aanpassingen
die gaan gebeuren)?
Homeostase!
Enerzijds willen we homeostase prikkelen om aanpassingen te doen, anderzijds wil je homeostase
behouden. We hebben een regulatie via zenuwstelsel (snel) maar ook via endociene systeem
(traag).
voorbeeld: zweten tijdens sporten, dan wil je niet dat al het water uit lichaam verdwijnt -> signaal
bestaan dat zorgt dat er water retentie is
Endocriensysteem:
= alle weefsels en klieren die hormonen uitscheiden
Eigenschappen?
- brengen hormonen direct in het bloed
- werken als chemische signalen door het gehele lichaam
- worden via het bloed getransporteerd naar speci ieke doelcellen, die speci ieke
hormoonreceptoren bezitten (“sleutel en slot”)
- kunnen activiteit van doelweefsel sturen
- verlaten de cellen die ze uitscheiden en beïnvloeden speci iek de activiteiten van andere cellen en
organen
- sommige hebben e ect op vele lichaamsweefsels, terwijl andere zich richten op speci ieke cellen
in het lichaam
voorbeeld: groeihormoon heeft een algemeen e ect (op heel veel cellen) maar schildklier
daarentegen is heel speci iek (alleen op schildklier)
- Endocrien systeem reageert snel om te voorkomen dat homeostase drastisch verstoord word
49
 ff f fff f f f
, Eline Lievens Julie Demunter
Ook de spier kan een endocriene klier zijn!
Deze gaat cellen uitsturen die verschillende andere
weefsels ook gaat triggeren (= myokines).
Chemische classi icatie van hormonen:
(1) steroïde hormonen
Deze zijn oplosbaar in vet en di underen daarom gemakkelijk door celmembraan -> rechtstreeks
naar de kern om daar te zorgen voor nieuwe eiwitsynthese.
Deze worden meestal gevormd vanuit cholesterol, belangrijk dat er ook in gezonde voeding heel
wat vetten opgenomen worden (basis voor heel wat hormonen).
(2) niet-steroïde hormonen.
Deze zijn vaak meer watergebonden -> niet in vet oplosbaar en geraken dus niet eenvoudig door
celmembranen. Zij hebben een receptor (cascade) nodig om hun e ect te gaan bewerkstelligen.
Hier kunnen we nog het onderscheid maken tussen eiwit- en peptidehormonen (grote) en
aminozuurhormonen (kleine).
(3) prostaglandinen
Deze zijn in principe geen hormoon, voornamelijk lokaal een invloed. Rol bij ontsteking, pijn,
bloedverwijding en vernauwing.
Werkingsmechanisme steroïde hormonen:
Hormoon gaat cel binnendringen (langs celmembraan) &
aan een speci ieke receptor binden of gewoon rechtstreeks
naar nucleus -> een complex vormen -> aanpassingen op
transcriptie -> mRNA gevormd -> eiwitsynthese wordt
rechtstreeks beïnvloed.
A hankelijk van welke eiwitten er worden gevormd kunnen er
andere e ecten zijn.
50
f ff f f ff ff
, Eline Lievens Julie Demunter
Deze eiwitten kunnen zijn:
- Enzymen die verschillende e ecten hebben op cellulaire processen
- Structurele eiwitten die worden gebruikt voor weefselgroei en reparatie
- Regulatie-eiwitten die een enzymfunctie kunnen veranderen
Werkingsmechanisme niet-steroïde hormonen:
Deze kunnen niet door celmembraan en daarom is er een
activatie nodig van een tweede boodschapper
Reageren met speci ieke receptoren buiten de cel op de
celmembraan -> adenylaatcyclase wordt geactiveerd ->
enzymatische reactie -> vorming van intracellulaire 2de
boodschapper -> cAMP vanuit ATP -> speci ieke
fysiologische reacties.
Werkingsmechanisme prostaglandinen:
Werken als lokale hormonen, en oefenen vooral een e ect uit in de onmiddelijke omgeving waar ze
zijn geproduceerd. Sommige overleven lang genoeg om met het bloed te circuleren en hun e ect
in veraf gelegen weefsel uit te lokken
Controle hormoonafgifte:
- door homonen
Hormonen worden pulsatief vrijgegeven en worden gecontroleerd door negatief feedback-systeem
(= vrijgegeven hormonen gaan via negatieve feedback zorgen dat er niet te veel extra hormonen
worden gevormd zodat ons lichaam niet helemaal uit balans gebracht word)
- door receptoren
Up regulatie: stel dat je meer receptoren hebt, dan kunnen hormonen hier veel meer op binden ->
groter e ect (cel kan langdurig reageren op hoge hoeveelheid van hormoon)
Down regulatie: veel minder receptoren dus hormoon kan functie minder uitvoeren (cel gaat minder
sensitief worden).
51
ff f ff f ff ff
, Eline Lievens Julie Demunter
Hormonale regulatie van inspanning:
Belangrijke hormonen bij inspanning:
- Antidiuretisch hormoon
deze werkt rechtstreeks in op retentie van water
- Aldosteron
zorgt voor reabsorptie van natrium in de nieren (water volgt natrium)
=> beide belangrijke receptoren voor waterhuishouding
- Groeihormoon
Positief e ect op eiwitsynthese en vetmetabolisme. Vroeger dachten ze dit in te nemen voor top
sporten maar dan zijn ze erachter gekomen dat je meer kans hebt op kanker -> gestopt met dit in te
nemen. Heel algemeen e ect
- Tri- jodothyronine (T3) en thyroxine (T4)
Deze hebben een meer speci iek e ect op schildklier. Positief e ect op eiwitsynthese, gaat zorgen
voor hoger glucoseopname, doet glycolyse stijgen, gluconeogenese stijgen en vetmetabolisatie
toenemen.
- Thyreotroponine (TSH)
Heeft een e ect op T3 en T4.
- Adrenaline en noradrenaline (catecholamines)
Zij zorgen ervoor dat lichaam klaar is “ ight or light” mechanisme: hartfrequentie gaat stijgen,
slagkracht gaat stijgen -> meer bloed in de spieren, stijgen van glycogenolyse en meer afgifte van
glucose en vrije vetzuren, bloeddruk en ademhaling stijgt.
- Cortisol
Werkt vaak samen met adrenaline en noradrenaline -> gaat vaak dezelfde e ecten kunnnen
bewerkstelligen. MAAR zij maken meer glucose maar zorgen er ook voor dat er miner glucose wordt
verbruikt = ze zorgen ervoor dat glucosespiegel in bloed hoog genoeg blijft. Doordat er minder
glucose verbruikt word -> meer mobilisatie VVZ, hogere eiwitdegradatie, werkt vasoconstrictief,
anti-ontstekingsmiddel en daling van afweerreacties
=> beide stress gerelateerde hormonen die gaan samenwerken voor inspanning
52
ff ff ff f ff f f ff ff