Gezondheid
→4 verschillende definities
Biomedische:
• afwezigheid van ziekte/lichaamsgebrek.
• Objectief, onafhankelijk vastgesteld door artsen.
• Fysiologische dysfunctie is een verstoring in de normale werking van het
lichaam of een orgaan, zoals hartfalen, nierfalen of ademhalingsproblemen.
Het kan worden veroorzaakt door ziekte, letsel of andere factoren en
beïnvloedt de lichamelijke functies.
Biologisch:
• dagdagelijks in ziekenhuis. Gezond of ongezond. Het kan nauwkeurig
worden beschreven (lichaamstemperatuur). Continu verandering van
fysiologische processen.
Psychologisch:
• Gezond zijn is geestelijk optimaal voelen.
• Als persoon je eigen doelen halen.
• Als je een gebrek of ziekte hebt kan je je wel nog psychologisch optimaal
noemen.
Sociale:
• Gezond als hij de sociale rollen van de samenleving kan uitvoeren.
WHO: (World Health Organization) houden rekening met verschillende aspecten en
is nodig om optimaal te kunnen functioneren.
• Kritiek: wat is de norm?? Gezondheid is een relatief begrip.
Huidige visie op gezondheid ( 3 dimensies) !!!
= Lichaam, geest en sociale relaties
• Gezond zijn en gezond voelen
• Gezondheid als positief begrip
• Gezondheid als middel tot zelfrealisatie ( doelen te realiseren)
Balans tussen kwetsbaarheid en weerbaarheid
Kwetsbaarheid: begrip uit de geriatrie, wnr patiënt ziet dat er functioneel verlies is.
Mentaal, fysisch en als er niet iets aan wordt gedaan wordt het functioneel aangetast,
minder weerbaarheid.
Ziekte
= afwijking van normale toestand van lichaam of geest. Toestand van fysiek,
psychgisch of sociale dysfunctie.
• Ziektebeeld: artsen herkennen en benoemen (snotneus,
verkoudheid,…)
, = objectief
• Ziekzijn: gevoel van ziek zijn (persoonlijk), ervaring van ongemak, pijn
of beperking.
= subjectief
• Ziektegedrag: hoe hij/zij zich gedraagt als ze zich ziek voelen (arts gaan
of bed rusten, kan van verschillende factoren afhangen persoonlijk en
omgeving)
= subjectief
• Ziekterol= sociale rol en verplichtingen van iemand die ziek is.
=> 4 kenmerken
• De zieke is vrijgesteld van normale verplichtingen (bijvoorbeeld werk).
• De zieke mag niet verantwoordelijk worden gehouden voor de ziekte.
• De zieke moet zich inzetten voor herstel: verplicht om technisch competente
hulp te zoeken.
• Tijdelijke en onwenselijke toestand.
Medicalisering: alles wat anders is dan normale toestand wordt als ziekte
beschoiwd. DIt kan zorgen voor erkenning maar ook voor overdiagnose
Hoe verloopt ziekteproces?? Wat zijn de eigenschappen??
Hoe werkt een geneesmiddel?
=> zie extra blad!
Diagnose van ziekte
Medisch handelen stappenplan
1. Anamnese: gesprek met patiëngt om zoveel mogelijk info over de
klachten te verzamelen.
Klinisch onderzoek: lichamelijk onderzoek, de arts bekijkt, voelt, klopt en
luistert aar de organen om de afwijkingen op te sporen. Ook belangrijke
klichaamsparameters worden gemeten (bloeddruk, hartslag,…)
2. Differentiaaldiagnose: lijst van mogelijke ziekten of oorzaken van de
klachten. Het bepaalt systematisch welke het waarschijnlijk zijn en welke
ze moeten uitsluiten.
3. Bijkomend onderzoek: aanvullend onderzoek om de diagnose te
bevestigen of uit te sluiten. Dit kan via verschillende manieren
• Laboratoriumonderzoek (bloedtesten, onderzoek andere
lichaamsvochten, kweken, PCR= DNA of RNA gekopiëerd en
vermenigvuldigd wordt.)
• Beeldvorming (radiografie: röntgenstralen, echografie met
geluidsgolven,..)
, • Functioneel onderzoek (electrocardiogram ECG)
• Punctie of biopsie
Abnormale of pathologische activiteit in het organisme. => verwijst naar de
processen die afwijken van het gewone functioneren. De grens is tussen normaal en
pathologie is soms vaag.
Pathologisch: omvat alles wat schade veroorzaakt of de gezondheid bedreigt, zowel
levensduur als levenskwaliteit.
Welke eigenschappen moet medische test zich voldoen?
• Accuraatheid
• Sensitiviteit: correct positief / correct positief + vals negatief = PPW
Percentage van werkelijke zieken met positief testresultaat. ( positief voorspellende
waarde)
• Specificiteit: correct negatief / vals positief + correct negatief = NPW
Percentage van werkelijke NIET-zieken bij negatief resultaat (negatief
voorspellende waarde)
Predictieve waarde
•
niet-
ziek
ziek
test correct vals
positief positief positief
test vals correct
negatief negatief negatief
Hier zie je een grafiek.
Blauwe bolletje is een persoon
waarvan de waarde niet duidelijk
gezond of ongezond is. Er is hier
kans op vals-positief of vals-negatief.
Volksgezondheid
=wetenschap die de gezondheid v/e gemeenschap van mensen proberen te
beschermen/verbeteren door onderwijs/opleiding, promotiecampagnes en onderzoek
naar ziektes
Hoe meten we de (volks)gezondheid?
à via gezondheidsenquetes
, Waarom meten we de (volks)gezondheid?
- monitoring vd gezonde populatie, er zijn gezondheidsongelijkheden
tussen verschillende regio’s
- Hiermee kunnen we het gezondheidsbeleid ondersteunen (middelen
aanwenden, opvolging beleidsvoering)
- Inschatten kwaliteit interventie gezondheidszorg? Met behulp van:
efficacy Effectiveness efficiency
Kan het in een willekeurig Werkt het in het echt? Draagt het bij bij een meer
onderzoek werken? efficientere manier van
gebruiken van
materialen?
Gezondheidsindicatoren
1. Meetbaar gegeven dat info geeft over gezondheidstoestand van een
bevolking/functionering gezondheidssysteem
2. Het mogelijk maken om de gezondheid van groepen te vergelijken
(landen, gender)
3. Tonen van trends ((on)gezonder?)
4. Helpen met : Bepaling prioriteiten en preventieprogramma’s door
beleidsmakers
WELKE INDICATOREN GEBRUIKEN WIJ?
- mortaliteit
• Aantal sterftes in bepaalde populatie in tijdsinterval
• Grootste oorzaken : kanker/COPD/ademhalingsstelsel
- Levensverwachting
• Stijgt!
o d.m.v reductie kindersterfte, overwinning doodsoorzaken,
nieuwe middelen
- Morbiditeit
• 2 indicatoren :
Incidentie preventie
Nieuwe ziektegevallen tijdens bepaalde De bestaande ziektegevallen in
periode bepaalde periode
Cunulatieve incidentie àlangere periode = incidentie x duur van de ziekte à
mensen met kanker leven langer
# nieuwe ziektegevallen in 1 jaar/ tot Tot # ziektegevallen/tot populatie
pop in die 1 jaar
- meting functionele status/levenswaliteit
• Gebruik voorzieningen/medicatie
• Aantal diagnotische testen
• Pijnscore
• Ziekteverzuim
• Impact participatierestrictie op functioneren
- samenvattende maten