Rechtsfilosofie 2013-2014
Recht anders bekeken
Rechtsfilosofie perspectieven
ELOOKES
Ze ma zeker da ge sloagt, klaat iedereen der
deur!
Veel success, komt ni naar de les en op deze
foto zienek er vooral ni uit al seen zatte fles
,INHOUDSTAFEL
Hoofdstuk 0: Inleiding
0.1. Rechtsfilosofie: recht anders bekijken
0.2. Het verschil tussen filosofie en rechtswetenschap
0.3. Resultaat van de wijsbegeerte: onzekerheid
0.4. Nadelen & risico’s
0.5. Voordelen
0.6. Wegen van filosofie: filosofische methoden
Hoofdstuk 1: De premoderne wereld
1.1. Inleiding
1.2. Methode: anders kijken door de confrontatie met andere culturen
1.3. Een subjectieve wetenschap
1.4. Doelgerichte wereld
1.5. Menselijk handelen volgens de natuurwet
1.6. Prioriteit van de gemeenschap over het individu
1.7. Epiloog
Hoofdstuk 2: De uitdagingen van de moderne tijd
2.1. Inleiding
2.2. Een moderne wereld zonder zekerheid: relativisme
2.2.1. Het sociale lichaam verbrokkelt: godsdienstoorlogen
2.2.2. Relativisme: Montaigne
2.2.3. Politiek relativisme: Machiavelli
2.3. De politieke en juridische uitdagingen van de moderne tijd
2.3.1. Eerste probleem: hoe mensen vreedzaam laten samenleven?
2.3.2. Tweede probleem: hoe de samenleving vormgeven
2.4. De onmacht van de wetenschap
2.4.1. De onmacht van de wetenschap: haar onvermogen om een samenleving
samen te houden
2.4.2. De onmacht van de wetenschap: haar onvermogen om mensen hun plaats te
geven in de samenleving
2.4.3. Onderliggend probleem: verschillen tussen wat is en wat zou moeten zijn
Hoofdstuk 3: Hobbes en het ontstaan van de moderne staat
3.1. Inleiding: hoe samenleven in verscheidenheid?
3.2. Hobbes over de natuurtoestand en de nood aan een sterke staat
3.2.1. De natuurtoestand als methode
3.2.1. Eerste les: een universeel recht op zelfbehoud
3.2.2. Tweede les: een sterke staat is onvermijdelijk
Hoofdstuk 4:Antwoorden op Hobbes: Locke, Burke en Paine (3
alternatieven voor Hobbes)
4.1. Locke’s amendering van Hobbes: nood aan democratische controle
4.2. Burke en het belang van waarden en normen
4.3. Paine’s optimisme voorbij de staat: de economie als motor van de samenleving
Camilleri Roxanne 2013-1014 Rechtsfilosofie 2
, Hoofdstuk 5: Grenzen van de politieke vrijheid: negatieve en positieve
vrijheid
5.1. Inleiding
5.2. Methode: kijken naar het gebruik van woorden
5.3. Negatieve vrijheid (afwezigheid van inmenging)
5.4. Positieve vrijheid (aanwezigheid van zelfcontrole)
5.5. De spanning tussen positieve en negatieve vrijheid voor het individu
5.6. De spanning tussen positieve en negatieve vrijheid op het niveau van de gemeenschap
Hoofdstuk 6: De morele grenzen van vrijheid en wetten
6.1. Inleiding
6.2. Morele grenzen van vrijheid en wetten
6.2.1. Moreel handelen na het verdwijnen van de natuurwet
6.2.2 Methode
6.2.3. Voorbeelden
6.2.4 Een kwestie van getallen: utilitarisme
6.2.5 Een kwestie van principes?
6.3 Vrijheid en verantwoordelijkheid
6.3.1 Premoderne tijd: het noodlot of God zijn verantwoordelijkheid
6.3.2. Bedenkingen bij de toegenomen verantwoordelijkheid
6.3.3 Verantwoordelijkheid voor toekomstige generaties
Hoofdstuk 7: Gelijkheid
7.1 Methode: verschil tussen feitelijke en normatieve taal
7.2 Het ontstaan van het moderne individu
7.3. Het ontstaan van gelijkheid
7.4. Een historische revolutie
7.5. … zonder einde
7.6. Regulatieve ideeën
Hoofdstuk 8: Over politiek en de kloof met de burger
8.1 Inleiding: veronderstellingen en methode
8.2. De kloof tussen burger en de politiek
8.3. De populistische verleiding
8.4. Gedachte experiment (I)
8.4.1. Eerste les: de politicus moet afstand houden van de samenleving
8.5. Gedachte experiment (II)
8.5.1. Tweede les: de politicus mag het algemeen belang niet belichamen
8.5.2. Besluit: heilzame kloof en een dubbelzinnige rol voor de politicus
8.6 Gevaar: de man in de straat (I)
8.7. Gevaar: de politicus als BV (II)
Hoofdstuk 9: publieke instellingen en het rollenspel
9.1. Wat zijn instellingen
9.2. Het rollenspel: waarom instellingen geen klanten hebben
9.3. De maatschappelijke verantwoordelijkheid van instellingen
9.4. De verleiding om instellingen als bedrijven te zien
9.4.1 Gedachte experiment
9.5. Waarom instellingen geen bedrijven zijn
Camilleri Roxanne 2013-1014 Rechtsfilosofie 3
Recht anders bekeken
Rechtsfilosofie perspectieven
ELOOKES
Ze ma zeker da ge sloagt, klaat iedereen der
deur!
Veel success, komt ni naar de les en op deze
foto zienek er vooral ni uit al seen zatte fles
,INHOUDSTAFEL
Hoofdstuk 0: Inleiding
0.1. Rechtsfilosofie: recht anders bekijken
0.2. Het verschil tussen filosofie en rechtswetenschap
0.3. Resultaat van de wijsbegeerte: onzekerheid
0.4. Nadelen & risico’s
0.5. Voordelen
0.6. Wegen van filosofie: filosofische methoden
Hoofdstuk 1: De premoderne wereld
1.1. Inleiding
1.2. Methode: anders kijken door de confrontatie met andere culturen
1.3. Een subjectieve wetenschap
1.4. Doelgerichte wereld
1.5. Menselijk handelen volgens de natuurwet
1.6. Prioriteit van de gemeenschap over het individu
1.7. Epiloog
Hoofdstuk 2: De uitdagingen van de moderne tijd
2.1. Inleiding
2.2. Een moderne wereld zonder zekerheid: relativisme
2.2.1. Het sociale lichaam verbrokkelt: godsdienstoorlogen
2.2.2. Relativisme: Montaigne
2.2.3. Politiek relativisme: Machiavelli
2.3. De politieke en juridische uitdagingen van de moderne tijd
2.3.1. Eerste probleem: hoe mensen vreedzaam laten samenleven?
2.3.2. Tweede probleem: hoe de samenleving vormgeven
2.4. De onmacht van de wetenschap
2.4.1. De onmacht van de wetenschap: haar onvermogen om een samenleving
samen te houden
2.4.2. De onmacht van de wetenschap: haar onvermogen om mensen hun plaats te
geven in de samenleving
2.4.3. Onderliggend probleem: verschillen tussen wat is en wat zou moeten zijn
Hoofdstuk 3: Hobbes en het ontstaan van de moderne staat
3.1. Inleiding: hoe samenleven in verscheidenheid?
3.2. Hobbes over de natuurtoestand en de nood aan een sterke staat
3.2.1. De natuurtoestand als methode
3.2.1. Eerste les: een universeel recht op zelfbehoud
3.2.2. Tweede les: een sterke staat is onvermijdelijk
Hoofdstuk 4:Antwoorden op Hobbes: Locke, Burke en Paine (3
alternatieven voor Hobbes)
4.1. Locke’s amendering van Hobbes: nood aan democratische controle
4.2. Burke en het belang van waarden en normen
4.3. Paine’s optimisme voorbij de staat: de economie als motor van de samenleving
Camilleri Roxanne 2013-1014 Rechtsfilosofie 2
, Hoofdstuk 5: Grenzen van de politieke vrijheid: negatieve en positieve
vrijheid
5.1. Inleiding
5.2. Methode: kijken naar het gebruik van woorden
5.3. Negatieve vrijheid (afwezigheid van inmenging)
5.4. Positieve vrijheid (aanwezigheid van zelfcontrole)
5.5. De spanning tussen positieve en negatieve vrijheid voor het individu
5.6. De spanning tussen positieve en negatieve vrijheid op het niveau van de gemeenschap
Hoofdstuk 6: De morele grenzen van vrijheid en wetten
6.1. Inleiding
6.2. Morele grenzen van vrijheid en wetten
6.2.1. Moreel handelen na het verdwijnen van de natuurwet
6.2.2 Methode
6.2.3. Voorbeelden
6.2.4 Een kwestie van getallen: utilitarisme
6.2.5 Een kwestie van principes?
6.3 Vrijheid en verantwoordelijkheid
6.3.1 Premoderne tijd: het noodlot of God zijn verantwoordelijkheid
6.3.2. Bedenkingen bij de toegenomen verantwoordelijkheid
6.3.3 Verantwoordelijkheid voor toekomstige generaties
Hoofdstuk 7: Gelijkheid
7.1 Methode: verschil tussen feitelijke en normatieve taal
7.2 Het ontstaan van het moderne individu
7.3. Het ontstaan van gelijkheid
7.4. Een historische revolutie
7.5. … zonder einde
7.6. Regulatieve ideeën
Hoofdstuk 8: Over politiek en de kloof met de burger
8.1 Inleiding: veronderstellingen en methode
8.2. De kloof tussen burger en de politiek
8.3. De populistische verleiding
8.4. Gedachte experiment (I)
8.4.1. Eerste les: de politicus moet afstand houden van de samenleving
8.5. Gedachte experiment (II)
8.5.1. Tweede les: de politicus mag het algemeen belang niet belichamen
8.5.2. Besluit: heilzame kloof en een dubbelzinnige rol voor de politicus
8.6 Gevaar: de man in de straat (I)
8.7. Gevaar: de politicus als BV (II)
Hoofdstuk 9: publieke instellingen en het rollenspel
9.1. Wat zijn instellingen
9.2. Het rollenspel: waarom instellingen geen klanten hebben
9.3. De maatschappelijke verantwoordelijkheid van instellingen
9.4. De verleiding om instellingen als bedrijven te zien
9.4.1 Gedachte experiment
9.5. Waarom instellingen geen bedrijven zijn
Camilleri Roxanne 2013-1014 Rechtsfilosofie 3