Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 10 van de 24 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Digitaal Handelen | HoWest | 2026/27

Document preview thumbnail
Voorbeeld 10 van de 24 pagina's

Deze studiestof behandelt het onderwerp digitaal handelen voor de opleiding Sociale Readaptatiewetenschappen aan Hogeschool West-Vlaanderen. De module dekt de digitale leefwereld van jongeren, mediagebruik volgens het Apenstaartjarenonderzoek 2024, materiële en sociale deprivatie als armoede-indicator, en problematisch schermgebruik met praktische aanpakken. Perfect voor voorbereiding op toetsen en voor inzicht in hoe generatie Z en Alpha technologie gebruiken in hun communicatie, leren en sociale interacties.

Voorbeeld van de inhoud

DIGITAAL HANDELEN
1. DIGITALE GENERATIE
o Generatie Z en Generatie Alpha groeien op in een sterk gedigitaliseerde
maatschappij  SMARTPHONE-GENERATIE = navigeren, streamen, gamen,
vrienden maken en hun leven delen, allemaal binnen één swipe!
o jongeren hebben unieke relatie met technologie  heeft invloed op hun
communicatie, leren, en sociale interacties

1.1. DIGITALE LEEFWERELD

o Beter beeld te krijgen van hoe k/j daadwerkelijk omgaan met technologie zoomen
we in op het APENSTAARTJARENONDERZOEK 2024
 mediagebruik en mediawijsheid van 6 tot 18jaar
o kinderen en tieners met hoge deprivatiescore lijken eerder over eigen
geconnecteerde gsm te beschikken dan kinderen en tieners met lage
deprivatiescore
o Kantelpunt  bezit van eigen smartphone in 3de graad lager onderwijs (53% heeft
1)
o Materiële en sociale deprivatie (=MSD) als armoede indicator
 = niet kunnen veroorloven van bepaalde goederen, diensten of activiteiten
terwijl die door de meeste mensen als noodzakelijk/wenselijk worden
beschouwd voor aanvaardbare levensstandaard
 2 tot 4 van die aspecten niet kan veroorloven = middelmatige
deprivatiescore
 5 tot meer aspecten niet kan veroorloven  ernstig materieel en sociaal
gedepriveerd = hoge deprivatiescore
o Vraag rond gepercipieerd inkomen  sociaal wenselijk antwoorden (niemand zegt
graag dat ze geldproblemen hebben)

1.2. TOESTELLEN EN TOEGANG TOT SCHERMEN

o Betere internetverbinding thuis
o Toename in gebruik van toestellen als spelconsoles, tablets en smartphones
o Lichte afname van gebruik van pc
o Smartphonegebruik van tieners lichtjes gedaald
o Smarthorloges, VR-brillen en luidsprekers met spraakbediening  laag
o Hoge deprivatiescore  minder toestellen (1 of geen)

1.3. INTENSITEIT VAN GEBRUIK

o Inschatting van intensiteit op school of vrije dag
 Meer en intensiever op vrije dagen
 Grootste groep: gebruik smartphone meerdere keren per dag
 Vrije dagen worden alle toestellen meer gebruikt dan op schooldagen
(uitzondering pc)
 Buitengewoon onderwijs
 vaker smartphone gebruik
 meer eigen smartphone met data-abo
 intensiever met toestellen (zowel schooldag als vrije dag)
 Tablet niet populair, spelconsoles wel




1

,o Aantal media-activiteiten neemt toe met leeftijd
o Meisjes: wekelijks meer verschillende media-activiteiten te hebben dan jongens
o Aantal media-activiteiten neemt toe naarmate deprivatiescore lager wordt
o Buitengewoon onderwijs  ander digitaal mediagedrag
 Games, filmpjes, podcast
 Minder aan huiswerk, info zoeken, online winkelen, series
o Filmpjes
 In elke leeftijdscategorie een zeer populaire activiteit
 Onderscheid tussen
 Long-form content = gecureerde content door productiehuizen bv.
films, series, programma’s
 Short-form content = niet gecureerde content op bv. tiktok of
youtube (stijgt in secundair)
o In welke mate maken kinderen en jongeren zelf foto’s en video’s
 Hoog bij kinderen (54%) uit eerste graad lager onderwijs
 In secundair onderwijs 60% wekelijks
 Maar
 1/5de van jongeren geeft aan zelf gemaakte content te delen + 1op1
communicatie (bv. chatten, bellen, spraakberichten) is veel
belangrijkere activiteit dan 1 op veel communicatie

1.4. GESLACHT EN MATERIËLE EN SOCIALE DEPRIVATIE

o Verschil in appgebruik
o Lage deprivatiescore  meer apps
o Buitengewoon onderwijs  meer dan leeftijdsgenoten actief op sociale
media

1.5. DIGITALE PUBERTEIT

o Derde graad lager onderwijs = scharnierleeftijd op vlak van media-activiteiten en
appgebruik
o Grote interpersoonlijke verschillen




o Tieners online socialer dan kinderen  meer dan helft chat minstens wekelijks
o Snapchat en whatsapp  hoog
o Niet allemaal gebruik van ‘echte’ sociale media apps zoals tiktok en insta
o Tieners niet massaal op sociale media liken en reageren
 Lichte verschuiving t.o.v. 2022 (cijfers 3de graad lager onderwijs veel meer
leken op 1ste graad secundair)

1.6. MOGELIJKE VERKLARINGEN VOOR VERANDERENDE APPGEBRUIK

o Striktere leeftijdscontroles sinds 2022 zorgen mogelijk voor lagere gebruikscijfers
bij min dertienjarigen
o Tieners zoeken vaker alternatieven voor sociaal contact buiten sociale media (bv
Google Meet, gamechats, YouTube)




2

,o Ouders zijn na corona meer betrokken bij mediaopvoeding en maken duidelijke
afspraken (MediaNest-cijfers 2023)
o Tieners gaan na de coronaperiode bewuster om met hun mediagebruik

1.7. LEEFTIJDSGRENZEN EN WETGEVING ROND SOCIALE MEDIA

o In BE mogen kinderen pas vanaf 13jaar zelfstandig een social media-account
aanmaken
o Volgens de GDPR/AVG mag gegevensverwerking zonder ouderlijke toestemming
vanaf 13jaar (in BE)
o Amerikaanse wetgeving (COPPA) is strenger: expliciete ouderlijke toestemming
vereist <13jaar & ouders moeten inzage krijgen in verzamelde info = niet
eenvoudig! daarom hanteren veel platforms 13jaar als absolute minimumleeftijd
 Bij sommige apps (bv. WhatsApp) geldt zelfs een minimumleeftijd van
16jaar
o Grote uitdagingen aan verbod (13jaar voor niet schadelijke videoplatformdiensten)
 Haalbaar zo’n verbod?
 Hoe zal de handhaving gebeuren?
 Controle leeftijd zonder privacy te schenden?

1.8. GAMES SPELEN

o blijft een belangrijke activiteit voor zowel kinderen als jongeren, nog meer bij
kinderen en jongeren uit het buitengewoon onderwijs
o Uit het onderzoek blijkt dat veel van hen graag games spelen in gezelschap, zowel
online als offline
o Soort spelletjes hangt af van actualiteit, context en de interesses van hun
klasgenoten of vrienden

1.9. IMPACT VAN ONZE DIGITALE SL

o Sociale media = uitgegroeid tot doordachte systemen die onze economie,
democratie, kennis en samenleving mee bepalen, zonder dat we ons daar altijd
bewust van zijn en in elk domein zie je hetzelfde patroon: wat jouw aandacht
trekt, bepaalt ook wat je koopt, wat je gelooft, hoe je stemt en hoe je naar
anderen kijkt
o Digitale invloed blijft toenemen en verspreidt zich steeds verder over de
verschillende domeinen van onze samenleving
 geld en aankoopgedrag
 Invloed wat je koopt en hoeveel
 Sociale media is gepersonaliseerd  passen bij jouw interesses en
gedrag




3

,  info en waarheid
 Nieuws verspreidt zich razendsnel en kan iedereen zijn stem




gebruiken




 wereldbeeld en tolerantie
 algoritmes sturen  invloed zo hoe jij naar de wereld kijkt




 politiek en
democratie
 rol in hoe we (politieke) meningen ontdekken en verspreiden




o deepfakes, AI influencers, deepnudes, voice cloning  meer deel van onze digitale
realiteit + moeilijk om echt van nep te onderscheiden
o 3 strategieën die de meeste sociale mediaplatformen inzetten om in te spelen op
aandacht en beïnvloeding




4

,o Invloed op ons en onze samenleving  belangrijk om je daar als gebruiker van
sociale media bewust van zijn
o Kansen en uitdagingen  sterk afhankelijk van hoe we omgaan met de
technologieën

2. DIGITALE WEERBAARHEID EN MEDIAWIJSHEID

2.1. DIGITALE GENERATIE

o Generatie Z = 1995 – 2009  digitale natives, screenagers
 Opgegroeid in een sterk gedigitaliseerde maatschappij

2.2. DIGITALE NATIVES

o Digital by birth is niet noodzakelijk digital by nature!
o jongeren wennen vaak snel aan nieuwe technologieën MAAR beschikken niet altijd
over de nodige vaardigheden om deze technologieën effectief en veilig te
gebruiken
o Weten vaak snel hoe ze een toestel of app moeten gebruiken, de zogenaamde
'knoppenkunde', maar het begrijpen van de risico's en het kritisch beoordelen van
informatie is iets heel anders
o Technostress
 Generatie Z, vaak gezien als dé digitale generatie, ervaart opvallend veel
technostress bij het betreden van de arbeidsmarkt
 De kloof tussen wat jongeren digitaal kunnen en wat ze digitaal moeten
kunnen, is groter dan velen denken
 Belangrijke rol voor jeugdprofessionals = jongeren digitaal weerbaar
maken = investeren in digitale geletterdheid
 =parapluterm voor enkele techno-stressoren
 = de mentale druk die je voelt door digitale tools en constante updates
(vooral van secundair/hoger onderwijs naar arbeidsmarkt)
 Stress door
 overload: te veel berichten, notificaties, apps
 complexiteit: nieuwe systemen of platforms die je snel moet
snappen
 onveiligheid: bang om fouten te maken of privacy te verliezen
 onzekerheid: het gevoel dat technologie jou controleert in plaats
van andersom
 altijd “aan” staan: alsof je 24/7 beschikbaar moet zijn voor school,
werk of vrienden

2.3. DIGITALE UITSLUITING




5

,o Het ‘digitale kloof-denken’ ziet digitale uitsluiting als een kloof tussen mensen met
en zonder toegang tot digitale media en internet
 Dit idee is echter achterhaald!
o Zo weten we vandaag dat digitale uitsluiting meer omvat dan een gebrek aan
toegang alleen
 factoren als vaardigheden, motivatie, ondersteuning en iemands
persoonlijke netwerk spelen een rol bij digitale ongelijkheden
o Digitale vaardigheden ontwikkelen zich niet vanzelf
 Jongeren (en volwassenen) hebben: begeleiding, tijd en ruimte nodig om
deze competenties op een duurzame manier te verwerven
 = bredere maatschappelijke uitdaging
 = structureel investeren in digitale geletterdheid en inclusie
o Het digitale beleid van Vlaanderen vertrekt vanuit het Verdrag inzake de Rechten
van het Kind
 betekent dat bij maatregelen die genomen worden de belangen, rechten
en bescherming van kinderen prioritair worden afgewogen
o Jongeren hebben niet enkel recht op bescherming tegen schadelijke online-
invloeden, maar ook op toegang tot info, expressie, participatie en ontwikkeling
o Beleid moet daarom niet alleen afschermen, maar jongeren versterken in hun
digitale wereld
o Uitdaging zit hem in het bewaken van de balans tussen bescherming en vrijheid
o Vlaamse mediawijsheidsbeleid vertrekt vanuit een emancipatorisch-pedagogische
visie waarbij media beschouwd worden als een essentieel onderdeel van onze
samenleving
 Van gebruikers – ook kinderen en jongeren – wordt verwacht dat ze op een
actieve en constructieve manier met media omgaan

2.4. MEDIAWIJSHEID

o Mediawijsheid = mediageletterdheid
o Bv. omgaan met gevaren
o Definitie = mediawijsheid is het geheel van kennis, vaardigheden en attitudes
waarmee burgers zich bewust en kritisch kunnen bewegen in een complexe,
veranderende en gemediatiseerde wereld
Het is het vermogen tot een actief en creatief mediagebruik, dat gericht is op
maatschappelijke participatie

2.5. 10 MEDIAPROFIELEN

o De 10 mediaprofielen, ontwikkeld door Mediawijs en imec-SMIT-VUB, bieden een
diepgaand overzicht van verschillende manieren waarop mensen met media
omgaan
o Deze profielen helpen je te begrijpen hoe mensen media gebruiken, welke
drempels ze ervaren en welke sterke punten ze hebben
o Dit inzicht stelt je in staat om je activiteiten en beleid gericht in te richten,
rekening houdend met alle digitale profielen
binnen je doelgroep

2.6. MEDIAWIJS COMPETENTIEMODEL




6

,o Om de definitie uit de Conceptnota Mediawijsheid wat concreter te maken,
ontwikkelde Mediawijs het Mediawijs Competentiemodel
o Het is niet alleen een verdere uitwerking van de definitie, maar biedt ook de
mogelijkheid om mediawijsheid meetbaar te maken
o Zo is het een handig vertrekpunt voor iedereen die een mediawijze tool, werking,
beleid of onderzoek op poten wil zetten
o 2 competentieclusters:




o 4 subcompetenties bij media gebruiken




o 4 subcompetenties bij media begrijpen




3. DIGITALE ID EN VOETAFDRUK
o Alles laat een digitaal spoor achter = digitale voetafdruk

3.1. DIGITALE VOETAFDRUK

o = spoor van
(persoons)gegevens die je
als gebruiker op het internet
laat




o Anderen kunnen je digitale voetafdruk gebruiken om dingen over jou te weten te
komen
 Voordelen
 Diensten en platformen zijn afgestemd op je noden




7

,  Je krijgt reclame te zien die bij je past
 Makkelijk contact houden met familie en vrienden
 Nadelen
 Stukje privacy delen
 Controle over je gegevens verliezen
 Bedrijven en organisaties kunnen je benadelen en discrimineren
 Benadelen: bv. als je veel koopt en regelmatig ga je dan
bijna tot geen korting hebben in vergelijking met een
persoon die maar 1 keer koopt
 Discrimineren: bv. obv data kunnen ze zien waar of wat je
zoekt  geen info over het onderwerp of iets duurdere zaken
krijgen / aanbod is soms minder door je buurt
 In filterbubbel (=in een bubbel belanden waar je telkens hetzelfde
ziet door je algoritmes) belanden
 Slachtoffer van cybercriminelen
o Moet digitale voetafdruk klein zijn?
 Belangrijk om te beseffen dat je zo goed als altijd info deelt wanneer je in
online omgeving bevindt
 Bewust proberen te zijn van wat je deelt en wat niet
 Bewustwording!

3.2. ROL/UITDAGING ALS JP

o Hersenen van jongere zijn nog in ontwikkeling
o Prefrontale cortex  staat in voor
 Impulscontrole
 Vooruitdenken
 Gevolgen inschatten
o Pas volledig ontwikkeld rond 25jaar
o Jongeren gaan sneller posten in het moment, zonder langetermijnperspectief
o Jongeren in jeugdhulp vormen een bijzondere risicogroep
 Delen soms online
 Gevoelige of traumatische verhalen
 Herkenbare info over zichzelf of omgeving
 Verhalen die ook anderen betreffen
 Waarom: op zoek naar erkenning, verbinding en begrip
 Beseffen niet altijd
 Hun verhaal blijft bestaan
 Anderen herkenbaar zijn in hun verhaal
 Kwetsbaar zijn voor manipulatie of uitbuiting
o Delicaat evenwicht




o Wat concreet doen als jeugdprofessional
 Gesprek aangaan  open communicatie
 Vanuit gezonde nieuwsgierigheid vragen ernaar
 Via socratische methode
 Mediawijsheid begeleiden zonder te betuttelen
 Signaleren wanneer online gedrag een teken is van iets diepers




8

,  Juridisch kader kennen van jouw organisatie
o Wat doen als er ongewenste beelden of info online verschijnen?
 Eerst contact met platform voor verwijdering vragen
 Geen oplossing van platform?
 Terecht bij gegevensbeschermingsautoriteit (GBA)  zij
waken over privacy van burgers
 GBA kan bemiddelen, indien nodig een officiële klacht
indienen
o Wat met ouders
 Ouders staan stil bij privacy van kind
 Vragen zich af hoe ze de privacy van kind online kunnen bewaken
 Groei in zorg en alertheid van ouders
 9-12jaar en 13-18jaar bezig
 Vooral bij meisjes zorg hebben
 Vaak toestemming vragen voor foto’s te plaatsen , maar weinig
 Hoe ouder  hoe vaker toestemming vragen
 Bij meisjes vaker meer toestemming vragen dan bij jongens
 1 op 5 ouders vraagt nooit toestemming aan kind
o Sharenting
 4 grote gevaren
 Controleverlies
 Iets plaatsen  weinig controle over
 Foto’s kunnen verder gedeeld en verspreid worden met
slechte bedoelingen
 Uit onderzoek: veel posts van kinderen op sociale media op
Dark Web
 Internet 3 lagen
o Surface web (= vindbaar via gewone zoekmachine):
google, nieuwssites
o Deep web (= niet vindbaar via zoekmachine): e-mails,
bankportalen
o Dark web = klein onderdeel van deep web 
anonimiteit, data versleuteld en meerde
tussenstappen waardoor herkomst en bestemming
moeilijk te achterhalen
 Online identiteit
 Via post een digitale identiteit op voor kind  nemen recht
van kinderen weg om zelf te bepalen hoe zij zich aan
buitenwereld willen presenteren
 Kan kinderen later hinderen
 Impact op welzijn van kind
 ‘perfecte’ leven  commerciële samenwerkingen  afgunst
opwekken minder uitlatingen op sociale media  zware
negatief impact hebben op zowel ouders als kinderen
 Meer belang aan negatieve reacties  mentaal zwaar en
laag zelfbeeld
 Digitale kinderarbeid
 Inzet van kinderen in online verdienmodel  kinderarbeid
 Ouders en merken kunnen hiervoor juridisch aansprakelijk
zijn
 Kinderrechten  privacy in gedrang
o Wat mag wel en niet online




9

,  Minderjarigen beter beschermen en ouders bewuster maken van veilig
online zijn
o Ook opletten bij privéaccounts
 Risico op misbruik  mensen die je niet zo goed kent
 Ouders bewuster zijn: mindful sharenting = selectiever en bewuster
omgaan met delen van beelden van kinderen als reactie op privacyrisico’s
o 9 tips
 Geen meerwaarde, geen post: vraag je af of je het beeld aan een vreemde
op straat zou tonen.
 Onherkenbaar is niet onbemind: beeld je kind zo anoniem mogelijk af
 Goede afspraken, goede vrienden: praat erover met je kinderen en vraag
hun mening
 Transparantie is troef: als ouder mag je enkel een profiel aanmaken voor je
kind, vanaf 13jaar, als je het zelf beheert
 Denk aan de gevolgen, nu en in de toekomst: een kind kan nog niet goed
inschatten wat het later zelf van een beeld zal vinden
 Bedenk wie meekijkt: vraag je eerst af wie de beelden kan zien
 Laat vrij, maar ondersteun: geef je kind inspraak en laat het kritisch met
media omgaan
 Think big, think professional: vraag prof raad en ga je rechten na vooraleer
je een contract tekent
 Teach what you preach: geef zelf het goede voorbeeld qua mediagebruik

4. DIGITALE BALANS
o = verhouding tussen je online en offline activiteiten
o Evenwicht
o Phubbing = samentrekking van phone en snubbing aandacht besteedt aan je
telefoon dan aan de mensen om je heen
o Onlife wereld = tussen online en offline
o Verslavend
 Techtbedrijven  verslavende apps
 Kleine dopamineshots  aandacht constant vasthouden
 Effect vergelijkbaar met gokken/drugs
o Insta en youtube  verantwoordelijk voor depressie van tiener
o Brainrot = consumeren van inhoud die zo vreemd/hersenloos is dat het je brein
aantast
o Digitale stress
 Ervaren druk om onmiddellijk te reageren
 Ervaren stress door verwachtingen rondom lees-bevestigingen
 Notificaties  stress bezorgen
o Mentale problemen
 Gerelateerd zijn aan angst, depressieve gevoelens, lagere
levenstevredenheid
 Zorgen voor slechte slaap
 Verschilt per jongeren  persoonlijke eigenschappen en type gebruik
 Sommige onderzoeken tonen wel relatie aan
 Verband tussen sociale media en welzijn zijn klein  maatschappelijke
gevolgen groot
o Verminderend leervermogen
 Constante prikkels en meldingen zorgen voor veel onderbrekingen
 Verstoort concentratievermogen en verkort de aandachtspanne




10

Documentinformatie

Geüpload op
3 september 2026
Aantal pagina's
24
Geschreven in
2026/2027
Type
Samenvatting
€5,16

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
6
Laatst verkocht
-



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen