KEYPOINTS VAN DIT HOOFDSTUK
5.0) De huidlagen
a) De twee verschillende lagen van de huid
Epidermis (opperhuid)
Dermis (lederhuid)
5.1) De epidermis en dermis bestaat uit verschillende sublagen
De huid bestaat uit verschillende lagen, elk met specifieke functies en eigen
kenmerken
5.1.1) De epidermis
De meeste oppervlakkige laag is de epidermis of opperhuid, die bestaat uit
meerlagig plaveiselepitheel.
De buitenste laag van de epidermis is het stratum corneum (hoornlaag):
verschillende lagen afgeplatte, dode, onderling vergrendelde keratinocyten.
Deze laag is water bestendig, maar niet volledig waterdicht.
Daaronder bevindt zich het stratim lucidum (doorzichtige laag), dat een
glasachtig uiterlijk heeft en alleen aanwezig is in een dikke huidlaag, dus o
de plaatsen waar eelt aanwezig is. De dunne huid heeft deze laag niet en
bestaat ui slechts vier lagen.
Het stratum granulosum (korrelige laag) ligt onder het stratum lucidum en
bevat keratinocyten die keratine (hoornstof) vormen. Naarmate de cellen
dunner vlakker worden, ontwikkelen zich keratinevezels. Geleidelijk
verdikken d plasmamembranen zich, de organellen vallen uiteen en de cellen
sterven af.
Onder het stratum granulosum bevindt zich het stratum spinosum, waar
keratinocyten onderling door desmosomen verbonden zijn.
De diepste laag van de epidermis is het stratum basale (kiemlaag – stratum
germinativum). Deze laag is via hemidesmosomen stevig met de basale
membraan verbonden. De basale membraan scheidt de epidermis van het
losmazig bindweefsel van de aangrenzende dermis. Het stratum basale
vormt epidermiskammen en dermale papillae. Dankzij deze combinatie van
kammen en papillen is het contactoppervlak tussen de twee gebieden groot.
Dat versterkt de verbinding tussen deze lagen en vergemakkelijkt de diffusie