Inge Decleir
Pagina | 1
,De inleiding
Een aantal trends:
Gematigde wereldwijde groei
Geopolitieke spanningen en protectionisme
o Verhoogde VS-importtarieven, vooral richting China en de EU, wat de internationale handel
onder druk zet. [De werelde...- Belfius]
o China probeert zich technologisch onafhankelijker te maken en richt zich op nieuwe
handelsrelaties buiten het Westen. [De werelde...den en ...]
o Oorlog Oekraïne en Rusland: gevolgen voor graan-en energie-export
Technologie
o Innovaties in kunstmatige intelligentie, automatisering en digitale infrastructuur veranderen
productieprocessen en arbeidsmarkten wereldwijd. [Megatrends - PwC]
o China speelt een steeds grotere rol in de technologische revolutie, met snelle ontwikkelingen in
AI en digitale platforms. [De geopoli...gevolgen?]
Duurzaamheid en ecologische transitie
o De transitie naar een circulaire economie en investeringen in hernieuwbare energie zijn cruciaal
voor economische groei en klimaatbeleid. [De rol van...innovaties]
o Klimaatverandering blijft een structurele uitdaging, met impact op beleid, investeringen en
internationale samenwerking. [Megatrends - PwC]
De mens
Het begrijpen van wereldproblemen
Ongelijkheid en armoede
Invloed van de opkomende economieën (BRIC-landen)
Kan economie groeien zonder het milieu te schaden?
Het doel van economische wetenschap
Het nut van economische analyse is het gevolg van de spanning die ontstaat tussen de individuele en
collectieve behoeften van een samenleving enerzijds en anderzijds de schaarse beschikbare middelen
Behoefte (aanvoelen van een tekort, worden niet onderzocht op hun morele waarde)
o = het aanvoelen van een tekort en het streven om dit tekort te bevredigen
o Een subjectief karakter
Schaarse middelen (beperktheid van ons inkomen)
Primaire of levensnoodzakelijke behoefte = de menselijke behoefte, deze zijn niet steeds materieel van aard
Bv. voeding, kleding en huisvestiging
De immateriële behoefte: naarmate een maatschappij zich ontwikkelt komen deze meer op de
voorgrond (bv. onderwijs, ontspanning, geneeskundige verzorging, …)
Collectieve of gemeenschappelijke behoefte = de behoefte die gelijkaardig zijn voor een groot aantal
personen en worden normaal door de gemeenschap als geheel bevredigd (bv. onderwijs, wegen,
bejaardenzorg, …)
Individuele behoefte = de behoefte zijn subjectiever en worden normaal bevredigd dankzij de inspanningen
van personen of van hun gezin (bv. voeding, kleding, ontspanning, …)
Het keuzeprobleem
Het nut: verplicht om te kiezen (de goederen en diensten zijn dus nuttig omdat ze behoefte bevredigen)
Het economisch principe: de mens tracht met zijn beschikbare
middelen zo te kiezen, dat hij volgens zijn schatting een maximale
behoeftebevrediging bereikt.
De gezinnen: inkomen uitgeven aan goederen en diensten
Bedrijven en overheid: het produceren van goederen en diensten
met het gebruik van productiemiddelen
Pagina | 2
, Oefening – Een schaars goed is een goed:
a) Waarvan de gevraagde hoeveelheid groter is dan de beschikbare hoeveelheid als het gratis ter
beschikking staat
b) Waarvan de gevraagde hoeveelheid groter is dan de beschikbare hoeveelheid
c) Waarvan een nijpend tekort bestaat
d) Dat zeldzaam is
Oefening – Economisch principe
Een individu handelt volgens het economisch principe wanneer hij:
a) Zijn behoefte bevredigt met een minimum aan beschikbare middelen
b) Met zijn beschikbare middelen een maximale behoeftebevrediging bereikt
c) Met een minimum aan middelen een maximale behoeftebevrediging bereikt
Economie = studie van het menselijk streven naar bevrediging van behoefte met behulp van schaarse middelen
Het economisch principe:
Steeds de keuze over hoe men de beperkte middelen zal gebruiken
De keuze uit alternatieve mogelijkheden is noodzakelijk
Het gebruik van beperkte middelen voor een bepaald goed, dan kan men ze niet meer inzetten bij de
productie van een ander goed
Definitie van economie (van Scitovsky,1910-2002) ‘.... Een sociale wetenschap die tot voorwerp heeft het
beheer van schaarse middelen’.
Welvaart en welzijn
Welvaart = mate waarin mensen met de beschikbare schaarse middelen in hun behoeften kunnen voorzien.
De schaarste gaan verminderen => de welvaart is gestegen
Draait niet alleen om geld en inkomen
Het verwezenlijken van de wensen = beslag leggen op de schaarse middelen
Welzijn = ruimer (welbevinden)
= je gevoel van ‘welbevinden’ en het bevredigen van verlangens die geen beslag leggen op schaarse
middelen
Welvaart en welzijn hoeven niet steeds samen te vallen
Soorten goederen
Vrije goederen (niet-schaarse goederen): in de natuur zo overvloedig aanwezig dat de volledige behoefte aan
dergelijke goederen niet kan worden bevredigd
Traditioneel: lucht
Schaarste is een relatief begrip: naargelang de tijd en de omstandigheden
Economische goederen (individuen, bedrijven, overheid)
Zuiver individuele goederen (fiets, auto, …)
o RIVALITEIT = het moeten betalen voor het gebruik van het goed
o UITSLUITBAAR = het gebruik van een goed sluit het gebruik van een ander uit
Zuiver collectieve goederen
o Brandweer
o NIET RIVALISEREND & NIET UITSLUITBAAR
Quasi collectieve goederen
o Overheid doet de organisatie
o RIVALITEIT & UITSLUITBAAR
o Onderwijs
Pagina | 3
, Consumptie en Investeringsgoederen
Consumptiegoederen: bevredigen onmiddellijk de behoefte van de gezinshuishoudingen
o Gebruiksgoederen : duurzame consumptiegoederen
o Verbruiksgoederen : niet duurzame consumptiegoederen
Investeringsgoederen: dienen om andere goederen (zowel consumptie-, als investeringsgoederen) te
produceren – bedrijfsverhoudingen
o Kapitaalgoederen/ productiegoederen: duurzame investeringsgoederen
Een levensduur van ten minstens één jaar
o Vlottende investeringsgoederen: niet-duurzame investeringsgoederen
Tijdens het productieproces verwerkt of vernietigd
Oefening – Zijn de volgende behoefte in onze maatschappij individuele of collectieve behoefte?
a) Een abonnement op Spotify Premium: individuele behoefte
b) Openbaar vervoer nemen naar school: collectieve behoefte
c) Harry Potter boek: individuele behoefte
d) Sociale bescherming: collectieve behoefte
Consumptie en productie
Consumptie: de aanwending van economische goederen voor niet-productieve doeleinden
(gaat gepaard met een besteding van het inkomen)
Productie: het scheppen of toevoegen van waarde (= nuttigheden) aan de economische goederen
(gaat gepaard met het verwerven van een inkomen)
Omwegproductie: kapitaalgoederen zijn slechts indirect, ze dragen via een omweg bij aan de
uiteindelijke behoeftebevrediging
Afgeleide productiefactor: kapitaal wordt gevormd door de samenwerking van natuur en arbeid (de
oorspronkelijke/ primaire productiefactoren)
De productiefactoren zijn (productie = samenwerking tussen de eerste 3 productiefactoren)
(a) Arbeid: alle mogelijk arbeidsprestaties – fysieke en intellectuele aard
(b) Kapitaal: de reële kapitaalgoederen – door de mensen geproduceerde productiemiddel
(c) Natuur: alle natuurlijke rijkdommen – leverancier van grondsto en en energie
(d) Ondernemingsschap
De methode
Inductieve methode (feitelijke statistische gegevens)
Deductieve methode (vertrekt van Axioma’s en wetmatigheden)
Ceteris-paribusclausule
= als he overige gelijk is, onder overigens gelijke omstandigheden
Men ziet een welbepaald economisch verschijnsel afhankelijk van één variabel, terwijl men alle andere
factoren waarvan het economisch verschijnsel afhankelijk is, veronderstelt als constant
één variabele verandert en alle andere variabelen blijven constant
Micro, meso en macro-economie
MICRO: Gedrag van een individueel persoon, gezin, bedrijf,…
MACRO: Alle gezinnen, alle bedrijven,…
MESO: bepaalde groep gezinnen, sector, regio,..
Pagina | 4