= kennis opbouwen en organiseren om kennis op te bouwen (= cyclisch)
Science afgeleid van Scientia (latijn) = kennis
→ Louter kennis opbouwen is geen wetenschap!
→ Een systematisch gebeuren dat kennis opbouwt en organiseert onder de vorm van
testbare verklaringen en voorspellingen
1. Kennis opbouwen -> via wetenschappelijke methodes
- Testbare hypotheses
- Gecontroleerde experimenten
- Wetenschappelijke communicatie
2. Kennis organiseren
Vb: tabel van Mendelev, PSE, nomenclatuur, classificatie van enzymen,
wetenschappelijke literatuur (PubMed) , ...
Darwin heeft evolutietheorie ontwikkeld zonder kennis van het bestaan van genen en eiwitten
(moleculen) -> geen enkel moleculair experiment heeft theorie tegengesproken -> voornaamste
methoden: verzamelen, waarnemen, interpreteren en kennis rapporteren
Oude systemen zijn nodig voor overleving & zijn nog steeds aanwezig (vergemakkelijkt
onderzoek!)
→ Metabolisme – van voeding tot energie
→ DNA-verdubbeling (DNA dezelfde 4 basen) - overschrijving RNA, vertaling eiwitten (20AZ)
→ Sociaal gedrag is oud en ouder dan het ontstaan vd mens
-> deels genetisch, deels aangeleerd
Evolutief gezien is de periode van 300.000 VC tot 1900 meer bepalend voor de mens dan de
laatste 100 jaar. (ondanks 20j sociale media)
SOORTEN WETENSCHAPPEN (biomedische tussen 2 groepen)
1. Natuurwetenschappen, β (wiskunde, fysica, biologie, geologie, ...)
-> wiskunde is exact, andere streven naar exactheid
2. Cultuurwetenschappen, γ (psychologie, criminologie, geschiedenis, ...)
3. Menswetenschappen, α (letterkunde, filosofie, politicologie, ...)
Analoge onderwerpen komen in verschillende wetenschappen terecht
-> raakvlakken en cross-over en meer cross fertilisatie / kruisbestuiving
1
,Biomedische wetenschappen – STEM = tussen β en γ
β = steunt op scheikunde, fysica, wiskundige methodes en biologie
γ = grote raakvlakken met psychologie, sociologie, criminologie, economie uit de sociale
wetenschappen
Vaak ook gemengde situaties – vb: biologie en statistiek
Onderzoek COVID pandemie – kwantitatieve moleculaire techniek die in het fundamenteel onderzoek
ontwikkeld werd, wordt op een gestandaardiseerde manier gebruikt om in een patiëntpopulati e een
klinische waarneming te doen in een grootschalige vergelijking
IMPACT VAN WETENSCHAP + de mens heeft grote invloed op zijn omgeving en onderzoek
→ Motor van industriële (r)evolutie (stoommachine)
→ Motor van de geneeskunde (wetten van Mendel, vaccins, ...)
→ Digitale revolutie (andere communicatie)
Weinig wetenschappelijke ontwikkelingen zijn onmiddellijk commercialiseerbaar
+ niet alle ontdekkingen zijn goed
Internationale wetenschappelijke methode gebaseerd op empirisme en wiskunde
→ Verschillende noden (tropische ziekten)
→ Omgevingsvariabelen kunnen hard verschillen (vb: slangenbeten per land)
Relatie maatschappij en wetenschap
→ Wetenschap botst op morele / ethische grenzen
→ GGO’s (genetische gemodificeerde organismen)
Wetenschap evolueert! -> weten elk jaar meer
Meer vermarketing en translationeel onderzoek (van labo tot de mens in praktijk)
→ Oog voor toepassingen maar fundamentele wetenschap blijft nodig (= wetenschap die
zich richt op de grondbeginselen, nog niet met toepassing bezig
→ Wetenschap blijft waarneming gedreven, niet alles hoeft toepasbaar te zijn
→ Geen wetenschap zonder onderzoekers
→ Life sciences is ‘technology driven’
Evolutie onderzoekerstypes: eerst meer multidisciplinair, nu een specialist
Nood aan een gemeenschappelijke taal
vb: water, agua, eau OF H 2O
+ nood aan nieuwe termen (nieuwe zaken ontdekken)
vb: vroeger veel latijn, nu meer Engels en opkomst programmeertalen
Engels is dominant maar grote invloed van Grieks en Latijn.
Wisselwerking tussen wetenschap en maatschappij
Mensen leven nu langer gezond, gebruik sociale media, sneller reizen, ...
2
,Maatschappij beïnvloedt onderzoek via:
Externe & interne factoren en intersubjectiviteit
Intersubjectiviteit = benoemen / begrijpen we op dezelfde manier? (intersubjectieve jungle)
Benoemen: definities, standaarden, ...
Begrijpen: moeilijk door zoektocht in onbekende
WAT BEÏNLOEDT WETENSCHAP?
Externe factoren:
- Oorlog (V2-raket, eerste man op de maan, atoombommen, ...)
- Economie (vraag en aanbod)
- Gezondheidsproblemen
- Politiek (financiering van universiteiten en onderzoekcentra)
- Religies (remmende factoren)
- Ethiek (geen mensen klonen)
- Rampen (pandemieën)
Interne factoren:
-> wetenschapper zelf (kennis doorgeven -> nood aan GOEDE communicatie)
- Kennistheorieën leiden tot theorieën (evolutietheorie, celtheorie, atoomtheorie, ...) en
natuurwetten (Mendel, zwaartekracht, thermodynamica, ...)
- Wetenschappelijke methode
- Globale visies
Communiceren -> taal is belangrijk ! -> Twee niveaus
1. Communicatie met peers (= communicatie onder gelijken) (rapporteren in zakelijke stijl,
eenduidig, BMW-jargon uit geneeskunde, ...)
2. Communicatie met anderen (eenvoudiger taal, eenduidig, vermijd jargon, CV, voertaal
afhankelijk van waar je bent)
Correct wetenschappelijk communiceren
In alle delen vh wetenschappelijk artikel / rapport ook betreffende de technische a specten.
Twee experimenten zullen een ander resultaat geven -> verhoogt de reproduceerbaarheid en
het doorgeven van kennis.
3
, 2. Inleiding tot het onderzoek
Pseudowetenschap = activiteit waarvan beweerd wordt dat ze wetenschappelijk zijn maar de
toets van het wetenschappelijk onderzoek niet doorstaan omdat ze gebaseerd zijn op “wishful
thinking”, fraude, geldgewin of bijgeloof
vb: creationisme, astrologie, homeopathie,... vb: Marc Van Ranst en doodsbedreigingen
-> wetenschappers moeten hiertegen in gaan via wetenschappelijk onderzoek
Empirisme = waarnemingen zijn bron van alle kennis + Brits Empirisme
vb: anatomische atlas op basis van dissectie, Newton, zintuigelijke waarneming is bron van alle
kennis, aantal waarnemingen is eindig
→ Deductie = iets algemeen toepassen op iets specifiek – start aanname
Vb: alle honden blaffen -> mijn proefdier blaft -> dier is een hond
→ Inductie = iets specifiek toepassen op het algemeen – start waarneming
Vb: eerste hond blaft, volgende hond blaft -> alle honden blaffen
Steeds meer waarnemingen via metingen en toestellen = objectivering van meting
Zintuigelijke waarneming = secundair (niet objectief) en primair (vb: kleuren)
Rationalisme = kennisverwerving via logische redenen, de rede is de voornaamste bron van
kennis (vb. Plato, Descartes, Leibniz (wiskundigen))
Start als rationalist, maar maak de synthese tussen rationalisme en empirisme!!
Kennisverwerving
→ Door aanleren over generaties (vb: kleuren)
→ Door analogie bewijs (vorm inductie – leeuwen zijn katachtigen, tijger lijkt op een leeuw,
dus een tijger is een katachtige)
→ Door experimenten en empirisch onderzoek
- Zoveel mogelijk gecontroleerd + gebaseerd op waarnemingen en metingen
gecontroleerde wijzing van conditie (perturbatie)
• Gecontroleerde variabelen (veranderen niet)
• Onafhankelijke variabelen (veranderen wel)
• Afhankelijke variabelen (gemeten veranderingen)
- Bij populatiestudies: controlegroep en experimentele groep
Vb: Het experimenteel meten van de enzymatische reactiesnelheid
- Gecontroleerde variabelen: temp, pH, enzymconcentratie
- Afhankelijke variabele: aantal mol productie door enzym
- Onafhankelijke variabele: substraatconcentraties
BEST OF BOTH WORLDS = synthese tussen rationalism en empirisme
-> alle kennis begint uit ervaring, maar ontspruit niet noodzakelijkerwijs aan de ervaring
= Immanuel Kant
4