LES 1 - DEFINIËRING VAN HET FORENSISCH SOCIAAL WERK
WAT IS FORENSISCH SOCIAAL WERK?
• Wat is forensisch sociaal werk gelinkt aan welzijn en justitie?
- Forensisch sociaal werk is een gespecialiseerde tak binnen het sociaal werk dat zich richt op
de verplichte ondersteuning en begeleiding van zowel daders als slachtoffers (en hun
contexten) die in aanraking zijn gekomen met het strafrecht
- Forensisch sociaal werkers opereren binnen verschillende schakels van het rechtssysteem –
variërend van straftoemeting tot strafuitvoering – samenwerken met organisaties zoals
politie, het openbaar ministerie, de rechterlijke macht, strafinrichtingen, maatschappelijke
opvanginitiatieven en andere ondersteunende diensten
- Interventies binnen een forensische context in het kader van welzijn en justitie worden
gestuurd vanuit het mensenrechtenperspectief en zijn zowel preventief als curatief van aard
- Doel van interventies is het ondersteunen van de belanghebbenden/omgeving + het
bevorderen van re-integratie in de samenleving – vanuit een nabije en verbindende houding
- Gericht op het voorkomen van recidive door de sociaal-maatschappelijke omstandigheden
van berokkenen te verbeteren
ROLLEN EN VAARDIGHEDEN ALS FORENSISCH SOCIAAL WERKER
• Welke rollen moet men opnemen als forensisch sociaal werker?
- Informateur: informeren organisaties over situatie en de context van de belanghebbenden
- Bemiddelaar: bij conflicten tussen mensen en gespecialiseerde organisaties (vb.:
verslavingszorg, schuldbemiddelaars, sociale huisvesting, …)
- Sleutelfiguur: behoudt het overzicht van veelheid aan diensten en werkt problem solved
- Vangnet: bij wachtlijsten, uitsluitingscriteria, … (blijvende follow-up)
- Belangenbehartiger: hangt samen met de vorige waarbij de sociaal werker structurele
oplossingen probeert te zoeken (recht hebben op…)
• Kernvaardigheden van een forensisch sociaal werker
- Nabijheid en laagdrempelig werken: belang van een vertrouwensrelatie – mens staat centraal
en niet de gepleegde feiten – gerealiseerd door fysiek aanwezig te zijn en proactief contact te
onderhouden
- Politiserend werken: waarborgen van toegang tot rechten – collectiviseren van
maatschappelijke problemen – signaleren van structurele problemen via overleg en
beleidscoördinatoren
- Generalistisch werken: aandacht voor alle levensdomeinen – fungeren als brugfiguren tussen
verschillende diensten
- Verbindend werken: versterken van individuen – leggen van verbindingen met
maatschappelijke instituties – verbinding binnen en buiten de gevangenis bevorderen
- Procesmatig werken: hulpverlening afstemmen op noden en behoeften van gedetineerden –
flexibiliteit is essentieel om in te spelen op onverwachte gebeurtenissen
1
, • 7 competenties (competentieset – forensisch sociaal professional – Nederland)
- Vasthoudendheid in het opbouwen van een
werkrelatie met cliënten die gedwongen zijn tot
behandeling of begeleiding
- Combinatie risicomanagement met
ondersteuning bij gedragsverandering –
zelfstandig en weloverwogen
- Verantwoording afleggen aan de cliënt,
samenleving en rechtsstaat
- Bevorderen van zelfbeschikking binnen grenzen
van het gedwongen kader
- Mentaal stabiel handelen in stressvolle situaties
- Handelen op basis van gedeelde normen,
ethische standaarden en gezamenlijke
professionele verantwoordelijkheid
INTERNATIONAAL FORENSISCH SOCIAAL WERK
• USA – daderbegeleiding en gezondheidszorg
- Forensisch sociaal werk wordt uitgevoerd door sociaal werkers die gespecialiseerd zijn in het
werken met justitiële cliënten
- Tewerkgesteld in gevangenissen, reclasseringsdiensten en andere justitiële instellingen
- Ondersteuning bieden op vlak van mentale gezondheid, verslavingszorg en re-integratie in de
samenleving
• VK – daderbegeleiding
- Forensisch sociaal werkers zijn betrokken bij de reclassering en werken nauw samen met de
probation service
- Hulp bij het opstellen van risicobeoordelingen, bieden van ondersteuning aan
(ex)gedetineerden en werken aan de re-integratie van deze personen in de samenleving
- Hebben vaan achtergrond in sociaal werk of psychologie – geregistreerd bij de Health and
Care Professions Council (HCPC)
• Canada – dader + slachtoffer
- Forensisch sociaal werkers werken binnen een breed scala aan instellingen (vb.:
gevangenissen, psychiatrische ziekenhuizen en gemeenschapsorganisaties)
- Bieden ondersteuning aan zowel daders als slachtoffers + werken aan re-integratie van
gedetineerden
- Werken soms samen met politie en justitie om preventieve maatregelen te ontwikkelen
- Meeste forensisch sociaal werkers hebben een diploma sociaal werk en zijn geregistreerd bij
een provinciale of territoriale beroepsorganisatie
• Australië – holistische daderzorg
- Forensisch sociaal werkers werken binnen het strafrechtelijk systeem en bieden
ondersteuning aan (ex)gedetineerden en hun families
- Samenwerking met andere professionals – om een holistische benadering van zorg te bieden
- Forensisch sociaal werkers hebben vaak achtergrond in sociaal werk en zijn geregistreerd bij
de AASW (Australian Association of Social Workers)
2
,GESCHIEDENIS VAN FORENSISCH SOCIAAL WERK
• Internationaal in beweging
- Na WOII: kritiek op klassieke repressieve strafrecht – veel nadruk op vergelding en straffen –
afstand tussen dader en justitie als orgaan
- Invloed van de interdisciplinaire Utrechtse school (1948): pleiten ervoor dat
reclasseringsmedewerkers, rechters, officieren, … zich inleven in de positie en
belevingswereld van de justitiabele (vanuit hun eigen positie)
Binnen de strafrechtspleging moest de delinquent als een gelijkwaardig medemens
worden behandeld en niet als een object van het strafrecht
Roepen op om de mens achter het delict te zien – criminaliteit is geen louter juridisch feit
– wel een vorm van menselijk handelen in een context – scheiding tussen daad en
persoon met aandacht naar de betekenisgeving door de dader
Kritiek op Utrechtse school: te weinig aandacht voor slachtoffer – te subjectief, te zacht,
spanning tussen begrijpen en handhaven door strafrechtelijk systeem
Er werd naar een nieuw evenwicht gezocht – balans tussen zorg en controle –
daderperspectief en slachtofferperspectief – professioneel grenzen stellen
- Rond de jaren 2000: RNR-model (Risk Need Responsivity)
Voorkomen van risicogedrag als dominant kader binnen de forensische psychiatrie en
justitiële hulpverlening
Nadruk op het voorkomen van delictgedrag en verminderen van risicogedrag
Nadruk niet op straf of morele beoordeling – wel op veiligheid en gedragsverandering
Focus verschuift naar “hoe voorkomen we dat iemand opnieuw een delict pleegt?”
• RNR-principes (RNR-model – Risk Need Responsivity)
- Kernprincipe 1: RISK
Risicoprincipe – hoe hoger het risico op herval, hoe intensiever de
begeleiding/behandeling
Bij hoog risico – intensieve en gestructureerde interventies
Bij laag risico – beperkte of lichte begeleiding
Doel is om middelen in te zetten waar ze het meeste effect hebben (evidence based
werken en efficiëntiedenken)
- Kernprincipe 2: NEED
Behoeftenprincipe – behandeling moet zich richten op criminogene behoeften – factoren
die samenhangen met delictgedrag (vb.: agressieregulatie, impulscontrole, …)
Betekent dat niet alle problemen prioritair zijn – enkel degene die het delictgedrag
versterken of in stand houden
- Kernprincipe 3: RESPONSIVITY
Responsiviteitsprincipe – de aanpak moet aansluiten bij de persoon zelf – rekening
houdend met cognitief vermogen, cultuur, taal, psychiatrische problemen, …
Casusgericht werken – omwille van het feit dat niet elke dader op dezelfde manier leert
3
, • Gevolg van RNR-visie voor de forensisch sociaal werker en persoon
Taak van de forensisch sociaal werker
- Gedragscontrole en risicomanagement
- Aanleren van pro-sociale vaardigheden
- Verminderen van risicovolle situaties
- Monitoren en opvolgen van gedrag
- De persoon wordt vanuit het RNR-model benaderd als de drager van risico’s + degene die via
behandeling en begeleiding gestuurd kan worden
- Leidde in de praktijk tot uitgebreide risicotaxaties, sterk gestuurde behandelprogramma’s,
standaardisering van interventies, duidelijke gedragsdoelen, …
Nadruk op controle en behandeling – veiligheid van de samenleving staat expliciet centraal
• Verschillen tussen de twee stromingen
RNR-model betekent niet dat men het mensenrechtenparadigma laat varen – gaat eerder om een
verschuiving van focus – in dit geval de mens en zijn risicoprofiel
GESCHIEDENIS VAN FORENSISCH SOCIAAL WERK OP NIVEAU VAN JONGEREN
• Begin van de 20ste eeuw
- Sociaal werkers waren er al vroeg bij op vlak van minderjarigen bij hervormingen van het
jeugdrecht en de oprichting van de eerste jeugdrechtbanken
- Ontwikkelingsbehoeften en verdiensten van jongeren erkennen om toegang te krijgen tot
rehabiliterende omstandigheden (in plaats van bestraffende omstandigheden)
- Jongeren werden gezien als leer- en groeibaar (dus niet als mini-volwassenen criminelen)
• Midden de jaren 90 – preventie en hulpverlening
- Sociaal werkers leidden een toename van preventieve mogelijkheden (vb.: onderwijs- en
behandelingsdiensten)
- Vroege inspanningen uitgedaagd door beperkte opvattingen en praktijken – zoals het gebruik
van etikettering en op tekorten gerichte reacties op mensen met een gemarginaliseerde
achtergrond
- Zeer eenzijdig en stigmatiserend
• Jaren 80 en jaren 90 – terugtrekking uit justitie
- Sociaal werkers hadden zich mogelijk teruggetrokken uit de inspanningen van het strafrecht-
en jeugdsysteem – parallel aan de afnemende overheidsmiddelen (minder subsidies) en
verharding van straffen
- Meer nadruk op controleren en repressie – minder sociaal werk
• Jaren 2000 – justitie als schakel in het werken met jongeren
- Opleving en hernieuwde interesse in maatschappelijk werk is waargenomen met een
toenemend aantal maatschappelijk werkers die werkzaam zijn bij vb.:
gevangenisbehandelingsprogramma’s
- De druk van Agentschap Justitie en Handhaven bewandeld een rechts discours
4