Titel II: handelsdistributiecontracten
Economische probleemstelling
Vraag: hoe geproduceerde goederen/diensten bij de gebruiker brengen?
Niet transport, maar keuze van verkoopkanaal
Doel: producten wereldwijd beschikbaar maken
Klassieke oplossing: uitbouw distributienetwerk (geografisch)
1. Rechtstreekse verkoop
Producent verkoopt rechtstreeks aan koper, zonder enige tussenpersonen
2. Eigen distributienetwerk
→ Fundamentele (juridisch)e keuze
Interne organisatie (werknemers)
o Volledige controle
o Nadeel: hoge vaste kosten (loon betalen ongeacht resultaat)
Externe organisatie (zelfstandige handelstussenpersonen)
o Producent organiseert netwerk met zelfstandigen, richt verkooppunten op met
zelfstandigen die het beheren
o Minder financieel risico (vergoeding afhankelijk van hoe goed je verkooppunt het doet)
3. Ander netwerk (uitbesteding distributie)
Producent verkoopt aan tussenpersoon (bv. groothandel)
Tussenpersoon zorgt voor verdere distributie
o Voordeel: minder kosten en werk
o Nadeel: minder winst en controle
→ Wettelijke regelingen:
Wederverkoop, Verkoopconcessie, Franchising
Juridische omkadering handelsdistributie
Privaatrechtelijke rechtsverhoudingen: 3 lagen
Uitgangspunt: wilsvrijheid
Handelen voor rekening / vertegenwoordiging
o Bv. lastgeving (B2B-contractregels van toepassing)
Interne verhouding
o Tussen opdrachtgever en tussenpersoon
Bv. Aernoudt bakkerij – BV
o <-> Externe verhouding: tussen tussenpersoon en eindgebruiker
Focus vnl.: bescherming zwakkere partij → Handelscontracten = B2B-contracten
Publiekrechtelijke rechtsverhoudingen
Regulering van statuut van en toezicht op tussenpersonen
o Vooral in financiële sector
Voorbeelden: Verzekeringstussenpersonen, Vastgoedmakelaars
Economische regulering
o Bescherming van mededinging (Distributie mag concurrentie niet uitsluiten)
HANDELSCONTRACTEN – OVERZICHT
Handelsagentuur
Commissie
Makelaar
Verkoopconcessie
Franchising
Belangrijk voor examen: kwalificatie
Contractbenaming door de partijen zelf is niet doorslaggevend
Werkelijke inhoud en kenmerken bepalen de kwalificatie
1
,→ Indien contract voldoet aan kenmerken van bepaald type:
Regels van dat contract zijn van toepassing (dwingend recht)
HANDELSAGENTUUR
• Juridisch kader handelsagentuur
• Oud BW: regelen inzake lastgeving (toekomst Boek 7 BW)
• Wet 13/04/1995 betreffende de handelsagentuur-overeenkomst
• Omzetting van Europese richtlijn 86/653
• Uniek dat er een richtlijn is met een privaatrechtelijke strekking
• Beperkende werking op regelen inzake lastgeving (bijv. Ad nutum
herroepbaarheid lastgeving)
• Sinds 2014 allemaal in Boek X, Titel 1 WER
• Wet 19/12/2005 betreffende de precontractuele info bij commerciële samenwerkingsovks
• Je kan dus een rechtsverhouding hebben die kwalificeert als handelsagentuur én
als commerciële samenwerkingsovereenkomst (franchise)
• Sinds 2014 allemaal in Boek X, Titel 2 WER
• Definitie
• Overeenkomst waarbij de agent door de principaal permanent en tegen vergoeding belast wordt
met het bemiddelen en eventueel afsluiten van zaken in naam en voor rekening van de principaal,
zonder dat de agent onder het gezag staat van de principaal (art.I.11, 1°WER)
• Handelsagent = onderneming
Als het beantwoordt aan deze definitie dan is het een handelsagentuur
Constitutieve elementen
Optreden in naam en voor rekening van principaal
Agent staat niet onder gezag van de principaal
Bemiddelen en eventueel afsluiten van zaken
Permanentie
Tegen vergoeding
Als al deze elementen aanwezig zijn dan is er sprake van handelsagentuur
1. Optreden in naam en voor rekening van principaal
= Verschil tussen interne en externe organisatie, want hier gaat het om interne waarbij de agent in
naam en voor rekening optreedt van de principaal
• Principe: regelen lastgeving (mandaat) toepasselijk (lastgeving als koepelbegrip)
• Zie ook art. 1.8 BW (onmiddellijke/rechtstreekse vertegenwoordiging)
• Gevolg: agent is niet persoonlijk verbonden, maar verbindt principaal (als binnen zijn mandaat)
• Contract ontstaat rechtstreeks tussen principaal en derde (Niet tussen agent en 3de)
→ Na afsluiten contract “verdwijnt” de agent juridisch
→ Vorderingen moeten gericht worden tegen de principaal
Grenzen mandaat
Principaal is enkel gebonden binnen de grenzen van het mandaat
Buiten mandaat:
o Principaal niet gebonden
o Geen contract tussen agent en derde
o Agent wel aansprakelijk (schadevergoeding) wegens fout
Schijnmandaat: Principaal toch gebonden obv rechtmatige schijn (Niet obv lastgeving)
Risico’s: Insolvabiliteit klant → risico bij principaal
Uitzondering: delcrederebeding
Agent verklaart in te staan voor ‘gegoedheid’ van de klant-tegenpartij
2
, Beschermt principaal tegen wanbetaling
Stimuleert zorgvuldige keuze van contractspartijen door agent
o Art. X.23 WER: Aansprakelijkheid in principe agent beperkt tot hoogte van commissie
Onderscheid met andere figuren
Commissionair → onrechtstreekse vertegenwoordiging (in eigen naam, voor andermans
rekening)
Makelaar → geen (of zeer beperkte) vertegenwoordiging
Concessiehouder → geen vertegenwoordiging
2. Agent staat niet onder gezag van de principaal
= onderscheid met handelsvertegenwoordiger: (= werknemer, onder gezag van werkgever)
- WN: doet net hetzelfde als een handelsagent, maar doet het in uitvoering van een
arbeidscontract (niet als zelfstandige agent)
• Gevolg: principaal kan agent geen bevelen geven over organisatie van diens onderneming
• Agent moet wel instructies volgen m.b.t. producten/diensten en commercialisatie
• Voorbeelden toegelaten instructies: alles inzake de commerciele flow en marketing
inrichting winkel, Uithangbord, verplichte minimale opleiding
• Niet toegelaten:
Boekhouding, Personeelsbeheer, Investeringen, Algemene bedrijfsorganisatie
Principaal mag zich niet mengen in de businessorganisatie
Richtlijnen over de commercialisatie moeten in praktijk wel gevolgd worden
• Vermoeden van ondergeschiktheid: art. 4 WAO
= het vermoeden van een handelsvertegenwoordiging te zijn
• Weerlegging: bewijslast bij principaal (dus die moet weerleggen dat het gaat om een
handelsagentuur)
• Feitelijke beoordeling door rechter
• Criteria van onderscheid? Welke dingen je als agent zal mogen beslissen…
• Keuze van methode van uitoefening activiteit
• Vrije beschikbaarheid over tijd
Handelsagent = sociaalrechtelijk zelfstandige
3. Bemiddelen en eventueel afsluiten van zaken
• “Zaken” = goederen en diensten
• Aard van transactie is irrelevant: verkoop, aankoop, verhuur, aanneming, …
• Bemiddelen = voldoende ( huur van diensten = aanneming)
• Veronderstelt onderhandeling/doorgeven van orders
• Niet: loutere prospectie van klanten (cf. “relatieaanbrengers”)
• Relatieaanbrengers = door principaal aangesteld om voor die principaal,
business te creëren die tussenpersoon doet louter prospectie = gwn info
geven, handelt niet actief maar geeft gwn info door aan potentiële klanten en
stuurt ze door naar diegene waarmee ze wel mee kunnen onderhandelen
• In het ctt met zo’n relatieaanbrenger kan je schrijven wat je wil, de
contractsvrijheid speelt hier (met een agent niet want die wordt beschermd door
de wet relatieaanbrenger valt niet onder de toepassing van boek X)
• Afsluiten van zaken: Agent sluit overeenkomst: eigenlijke lastgeving
4. Permanentie
= bestendige, duurzame contractuele samenwerking
(Niet iets eenmalig, want dan zou het gaan om een loutere lastgeving of aanneming)
• Kan als hoofd- of bijberoep
3
Economische probleemstelling
Vraag: hoe geproduceerde goederen/diensten bij de gebruiker brengen?
Niet transport, maar keuze van verkoopkanaal
Doel: producten wereldwijd beschikbaar maken
Klassieke oplossing: uitbouw distributienetwerk (geografisch)
1. Rechtstreekse verkoop
Producent verkoopt rechtstreeks aan koper, zonder enige tussenpersonen
2. Eigen distributienetwerk
→ Fundamentele (juridisch)e keuze
Interne organisatie (werknemers)
o Volledige controle
o Nadeel: hoge vaste kosten (loon betalen ongeacht resultaat)
Externe organisatie (zelfstandige handelstussenpersonen)
o Producent organiseert netwerk met zelfstandigen, richt verkooppunten op met
zelfstandigen die het beheren
o Minder financieel risico (vergoeding afhankelijk van hoe goed je verkooppunt het doet)
3. Ander netwerk (uitbesteding distributie)
Producent verkoopt aan tussenpersoon (bv. groothandel)
Tussenpersoon zorgt voor verdere distributie
o Voordeel: minder kosten en werk
o Nadeel: minder winst en controle
→ Wettelijke regelingen:
Wederverkoop, Verkoopconcessie, Franchising
Juridische omkadering handelsdistributie
Privaatrechtelijke rechtsverhoudingen: 3 lagen
Uitgangspunt: wilsvrijheid
Handelen voor rekening / vertegenwoordiging
o Bv. lastgeving (B2B-contractregels van toepassing)
Interne verhouding
o Tussen opdrachtgever en tussenpersoon
Bv. Aernoudt bakkerij – BV
o <-> Externe verhouding: tussen tussenpersoon en eindgebruiker
Focus vnl.: bescherming zwakkere partij → Handelscontracten = B2B-contracten
Publiekrechtelijke rechtsverhoudingen
Regulering van statuut van en toezicht op tussenpersonen
o Vooral in financiële sector
Voorbeelden: Verzekeringstussenpersonen, Vastgoedmakelaars
Economische regulering
o Bescherming van mededinging (Distributie mag concurrentie niet uitsluiten)
HANDELSCONTRACTEN – OVERZICHT
Handelsagentuur
Commissie
Makelaar
Verkoopconcessie
Franchising
Belangrijk voor examen: kwalificatie
Contractbenaming door de partijen zelf is niet doorslaggevend
Werkelijke inhoud en kenmerken bepalen de kwalificatie
1
,→ Indien contract voldoet aan kenmerken van bepaald type:
Regels van dat contract zijn van toepassing (dwingend recht)
HANDELSAGENTUUR
• Juridisch kader handelsagentuur
• Oud BW: regelen inzake lastgeving (toekomst Boek 7 BW)
• Wet 13/04/1995 betreffende de handelsagentuur-overeenkomst
• Omzetting van Europese richtlijn 86/653
• Uniek dat er een richtlijn is met een privaatrechtelijke strekking
• Beperkende werking op regelen inzake lastgeving (bijv. Ad nutum
herroepbaarheid lastgeving)
• Sinds 2014 allemaal in Boek X, Titel 1 WER
• Wet 19/12/2005 betreffende de precontractuele info bij commerciële samenwerkingsovks
• Je kan dus een rechtsverhouding hebben die kwalificeert als handelsagentuur én
als commerciële samenwerkingsovereenkomst (franchise)
• Sinds 2014 allemaal in Boek X, Titel 2 WER
• Definitie
• Overeenkomst waarbij de agent door de principaal permanent en tegen vergoeding belast wordt
met het bemiddelen en eventueel afsluiten van zaken in naam en voor rekening van de principaal,
zonder dat de agent onder het gezag staat van de principaal (art.I.11, 1°WER)
• Handelsagent = onderneming
Als het beantwoordt aan deze definitie dan is het een handelsagentuur
Constitutieve elementen
Optreden in naam en voor rekening van principaal
Agent staat niet onder gezag van de principaal
Bemiddelen en eventueel afsluiten van zaken
Permanentie
Tegen vergoeding
Als al deze elementen aanwezig zijn dan is er sprake van handelsagentuur
1. Optreden in naam en voor rekening van principaal
= Verschil tussen interne en externe organisatie, want hier gaat het om interne waarbij de agent in
naam en voor rekening optreedt van de principaal
• Principe: regelen lastgeving (mandaat) toepasselijk (lastgeving als koepelbegrip)
• Zie ook art. 1.8 BW (onmiddellijke/rechtstreekse vertegenwoordiging)
• Gevolg: agent is niet persoonlijk verbonden, maar verbindt principaal (als binnen zijn mandaat)
• Contract ontstaat rechtstreeks tussen principaal en derde (Niet tussen agent en 3de)
→ Na afsluiten contract “verdwijnt” de agent juridisch
→ Vorderingen moeten gericht worden tegen de principaal
Grenzen mandaat
Principaal is enkel gebonden binnen de grenzen van het mandaat
Buiten mandaat:
o Principaal niet gebonden
o Geen contract tussen agent en derde
o Agent wel aansprakelijk (schadevergoeding) wegens fout
Schijnmandaat: Principaal toch gebonden obv rechtmatige schijn (Niet obv lastgeving)
Risico’s: Insolvabiliteit klant → risico bij principaal
Uitzondering: delcrederebeding
Agent verklaart in te staan voor ‘gegoedheid’ van de klant-tegenpartij
2
, Beschermt principaal tegen wanbetaling
Stimuleert zorgvuldige keuze van contractspartijen door agent
o Art. X.23 WER: Aansprakelijkheid in principe agent beperkt tot hoogte van commissie
Onderscheid met andere figuren
Commissionair → onrechtstreekse vertegenwoordiging (in eigen naam, voor andermans
rekening)
Makelaar → geen (of zeer beperkte) vertegenwoordiging
Concessiehouder → geen vertegenwoordiging
2. Agent staat niet onder gezag van de principaal
= onderscheid met handelsvertegenwoordiger: (= werknemer, onder gezag van werkgever)
- WN: doet net hetzelfde als een handelsagent, maar doet het in uitvoering van een
arbeidscontract (niet als zelfstandige agent)
• Gevolg: principaal kan agent geen bevelen geven over organisatie van diens onderneming
• Agent moet wel instructies volgen m.b.t. producten/diensten en commercialisatie
• Voorbeelden toegelaten instructies: alles inzake de commerciele flow en marketing
inrichting winkel, Uithangbord, verplichte minimale opleiding
• Niet toegelaten:
Boekhouding, Personeelsbeheer, Investeringen, Algemene bedrijfsorganisatie
Principaal mag zich niet mengen in de businessorganisatie
Richtlijnen over de commercialisatie moeten in praktijk wel gevolgd worden
• Vermoeden van ondergeschiktheid: art. 4 WAO
= het vermoeden van een handelsvertegenwoordiging te zijn
• Weerlegging: bewijslast bij principaal (dus die moet weerleggen dat het gaat om een
handelsagentuur)
• Feitelijke beoordeling door rechter
• Criteria van onderscheid? Welke dingen je als agent zal mogen beslissen…
• Keuze van methode van uitoefening activiteit
• Vrije beschikbaarheid over tijd
Handelsagent = sociaalrechtelijk zelfstandige
3. Bemiddelen en eventueel afsluiten van zaken
• “Zaken” = goederen en diensten
• Aard van transactie is irrelevant: verkoop, aankoop, verhuur, aanneming, …
• Bemiddelen = voldoende ( huur van diensten = aanneming)
• Veronderstelt onderhandeling/doorgeven van orders
• Niet: loutere prospectie van klanten (cf. “relatieaanbrengers”)
• Relatieaanbrengers = door principaal aangesteld om voor die principaal,
business te creëren die tussenpersoon doet louter prospectie = gwn info
geven, handelt niet actief maar geeft gwn info door aan potentiële klanten en
stuurt ze door naar diegene waarmee ze wel mee kunnen onderhandelen
• In het ctt met zo’n relatieaanbrenger kan je schrijven wat je wil, de
contractsvrijheid speelt hier (met een agent niet want die wordt beschermd door
de wet relatieaanbrenger valt niet onder de toepassing van boek X)
• Afsluiten van zaken: Agent sluit overeenkomst: eigenlijke lastgeving
4. Permanentie
= bestendige, duurzame contractuele samenwerking
(Niet iets eenmalig, want dan zou het gaan om een loutere lastgeving of aanneming)
• Kan als hoofd- of bijberoep
3