Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 10 van de 95 pagina's
Samenvatting

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek (deel 2) Samenvatting

Document preview thumbnail
Voorbeeld 10 van de 95 pagina's

Zeer volledige samenvatting van alle hoofdstukken: omvat powerpoint slides en mondelinge toelichting in hoorcolleges. Meteen geslaagd in eerste zittijd dankzij deze samenvatting (17/20).

Voorbeeld van de inhoud

1

, belang en functies
van kwalitatief onderzoek
1. WAAROM KWALITATIEF ONDERZOEK?


1.1 waarom methoden?
• niet alle psychologen doen zelf onderzoek (maar toch meer dan je denkt)
• en, álle psychologen maken gebruik van psychologische kennis
à iedere psycholoog moet kennisclaims kunnen beoordelen
• kennisclaims kunnen beoordelen is belangrijk voor iedereen: klinisch psychologen,
arbeidspsychologen, schoolpsychologen, …
o vb: “baby’s en peuters zijn te jong om een trauma op te lopen”
§ is psychologische begeleiding van jonge vluchtelingen dan overbodig?
o vb: “constant bereikbaar zijn voor werk veroorzaakt stress”
§ moeten werkgevers e-mailverkeer buiten de werkuren dan verbieden?


1.2 iedere psycholoog moet kennisclaims kunnen beoordelen
wetenschappelijke kennisclaims…
• steunen op wetenschappelijk empirisch onderzoek
• onderscheiden zich van…
o persoonlijke ervaringen of meningen (“zelf meegemaakt”)
§ ervaringsdeskundigheid is niet wetenschappelijk, ondanks levendig
§ levenswijsheid is geen wetenschappelijke kennis
o sociale normen (“gezond verstand” , “iedereen ziet toch dat”)
§ omdat iets behoort tot het gezond verstand of sociaal wenselijk is betekent niet
dat het daarom ook de waarheid is
o informatie van ‘experts’
§ niet iedere ‘expert’ doet aan wetenschappelijk onderzoek
§ bv. GEMS (coronataskforce) niet allemaal wetenschappers

“als psycholoog moet je vertrouwd zijn met wetenschappelijke methoden om (nieuwe)
psychologische kennis kritisch te beoordelen en verantwoord te gebruiken”
= evidence-based practitioner


1.3 wetenschappelijke kennis vs gewone kennisclaims
wat onderscheidt conclusies uit wetenschappelijk onderzoek van andere kennisclaims?
• manier waarop kennis tot stand komt, de methodologie
• de gebruikte methode voldoet aan wetenschappelijke kwaliteitscriteria:
o transparantie: precies weten hoe men aan die kennis komt
o men moet onderzoek kritisch kunnen nakijken, men moet onderzoek kunnen repliceren
en dezelfde resultaten of ev. andere bekomen (= peer review)




2

,2. WAT IS KWALITATIEF ONDERZOEK?
onderscheid kwalitatief – kwantitatief onderzoek:
1 kennistheoretische benadering doel van onderzoek
(“bril”) andere visie op ‘wat kennis is’
2 dataverzameling en -analyse andere methoden specifiek voor kwalitatief onderzoek
3 onderzoeksproces andere accenten in empirische cyclus

typische kenmerken van kwalitatief onderzoek (dataverzameling en -analyse):
• rijke data verzamelen
o uitgebreid en veel details
o weinig vaste structuur (⟷ kwantitatief: sterk ingeperkt, vb. oordeelsschaal)
o niet zo gestandaardiseerd
o geen selectie vooraf wat gecodeerd en geregistreerd moet worden
o open ipv gesloten vragen
• focus op perspectief van het individu (“insiderperspectief”)
o betekenis van de ervaring: hoe kijkt persoon naar iets?
o belang van individueel perspectief en betekenisgeving
§ onze kennis over de wereld stuurt onze interpretatie van de wereld
§ mensen laten praten over hoe de wereld in elkaar zit
§ vb: onderzoek over depressie -> spreken met depressieve mensen
• in natuurlijke settings
o belang van context want deze context kleurt perspectief individu
o ecologische validiteit want kenmerken van dagelijks leven
o interesse in persoonlijke beleving, betekenis, etc. bekijken in natuurlijke habitat individu
• idiografisch
• diepere band onderzoeker-participant
• géén hypothesetoetsing, maar theorieën en concepten uitdenken


3. KENNISTHEORETISCHE BENADERING IN KWALITATIEF ONDERZOEK


3.1 kennistheorie / epistemologie / wetenschapsfilosofie
kennistheorie = hoe wordt kennis vergaard? wat is de waarde van wat we weten?
• elke kennistheorie houdt een visie in:
o … op de staat van de wereld
o … op het doel van de wetenschap
o … op de rol van de onderzoeker (kan die neutraal zijn of niet?)


gemeenschappelijk kwantitatieve – kwalitatieve kennistheorieën: kennis obv empirisch onderzoek
• NIET door god gegeven (= theologie), NIET abstract beredeneerd (= metafysica)
• WEL gebaseerd op empirie (= moderne wetenschap)
ook verschillen tussen kwantitatieve – kwalitatieve kennistheorieën


3.2 kwantitatieve kennistheorie
kwantitatieve kennistheorie gebaseerd op logisch positivisme (Comte)
• oorsprong, inhoud, fases:
o periode van de Verlichting

3

, (1) theologische fase (kennis obv god en religie)
(2) metafysische fase (kennis obv redeneren, bv. mensenrechten: mens heeft een ziel)
(3) wetenschappelijke fase (empirie)
• er bestaat WEL objectieve kennis
o de externe wereld bepaalt wat waar is
o toets aan externe realiteit bepaalt wat waar of onwaar is (= realisme)
• onderzoek brengt ons steeds dichter bij “de waarheid”
o wetenschap is cumulatief en leidt tot het ontdekken van de objectieve werkelijkheid
o onderzoek brengt ons stap voor stap dichter bij de waarheid
o “onderzoek als ontdekkingsreis, speurtocht naar finaal doel”
• neutrale onderzoeker MOGELIJK
o kennisproductie is onafhankelijk van karakteristieken / overtuigingen van onderzoeker
o de onderzoeker moet neutraal blijven, moet zich uitgommen als “registratiemachine”
• nadruk op determinisme: leven gebonden aan fysische wetten en externe krachten
• positivisme als grond voor behavioristische S-R visie


3.3 kwalitatieve kennistheorie: sociaal constructivisme
kwalitatieve kennistheorie gebaseerd op sociaal constructivisme / relativisme / postmodernisme
• er bestaat GEEN objectieve kennis
o hooguit bestaan er meerdere manieren om de wereld te kennen
o enkel intersubjectieve kennis: “kennis” gedeeld door mensen met dezelfde visie
• kennis gebaseerd op interactie: cultuur, milieu, tijd, etc. waarin we leven en in interactie treden
met anderen bepaalt ons perspectief op de wereld
• onderzoek leidt tot een waardevolle interpretatie van de werkelijkheid
o meerdere interpretaties vullen elkaar aan
o er bestaat niet zoiets als “de waarheid”
o “onderzoek als bouwproject”
• perspectief van onderzoeker (dit perspectief telt) van invloed op geproduceerde kennis
o niet alleen theoretisch perspectief maar ook sociale en culturele achtergrond van
onderzoeker is van belang
o dus wees als onderzoeker zo transparant mogelijk over eigen assumpties en visies
zodat anderen hier kritisch op kunnen reflecteren
• neutrale onderzoeker ONMOGELIJK
o kwalitatief perspectief: onderzoeker kán nóóit neutraal zijn want iedere persoon is áltijd
vormgegeven door – en functioneert in – een bep. sociaal/cultureel/wetenschappelijk
systeem dat richting geeft aan onderzoeksvraag, methoden, interpretatie van data
o neutraliteit is onmogelijk, wat cruciaal is, is transparantie!
• nadruk op agency: zelf werkelijkheid scheppen dmv interactie
• soorten onderzoeksstijlen
o ‘agency’ (microniveau): focus op interactie, visie bepaald door persoonlijke interacties
o ‘structure’ (macroniveau): focus op maatschappij, visie bepaald door sociale structuren


3.4 vergelijking kennistheorieën: doel en sociaal engagement
kennistheorie en sociaal engagement gaan soms samen
• doel: onderbelicht perspectief laten zien (vb: aandacht voor perspectief van minder machtigen)
• doel: laten zien hoe perspectief samen kan worden geconstrueerd
o werkelijkheid veranderen door samen in interactie te gaan en tot ander perspectief te
komen (vb: minder stigmatiserende kijk op homoseksualiteit)




4

,4. KWALITATIEF ONDERZOEK IN DE EMPIRISCHE CYCLUS


4.1 inductie en deductie
onderzoek beweegt zich voortdurend heen en weer…
van theorie naar data (deductie) en van data terug naar theorie (inductie)




4.1.1 wat is deductie?
• ALGEMEEN à SPECIFIEK
• je vertrekt van een algemene theorie waaruit je toetsbare uitspraken afleidt (= hypothesen)
• vb: “meisjes zijn minder goed dan jongens in wiskunde en natuurkunde”
o -> toetsbare hypothesen:
o meisjes zullen een lagere score halen op een wiskundetest dan jongens
o meisjes moeten harder werken om hetzelfde punt als jongens te halen




5

,4.1.2 wat is inductie?
• SPECIFIEK à ALGEMEEN
• je vertrekt van beperkte data (een initiële intuïtie en/of een beperkt aantal observaties)
• vb: je professionele ervaring dat je als fysicaleraar meisjes moeilijker gemotiveerd krijgt en/of de
bevinding dat minder meisjes dan jongens wiskunde of natuurwetenschappen kiezen als studies
• uit die data leid je vervolgens een algemene theorie af of stel je de oude bij
• vb: meisjes worden minder dan jongens gesocialiseerd om wiskunde leuk te vinden


4.2 kwalitatief onderzoek
= geschikte basis voor inductie
• rijke beschrijvingen: niet onmiddellijk reduceren tot preselectie
• nadruk op het perspectief van een individu: ipv reduceren tot één of enkele gedragskenmerken
(AV) die je gestandaardiseerd kan meten bij iedereen in grote aantallen
• oog voor dagelijks leven in een specifieke sociale en culturele omgeving: ipv individuele reacties
los van die omgeving te bestuderen in laboratorium of testsituatie




kwalitatief en kwantitiatief onderzoek is complementair
kritiek van kwalitatieve onderzoekers op deductie:
• hoe kom je aan nieuwe inzichten / theorieën?
o “black box” van kwantitatief onderzoek: geen antwoord, ze weten dit niet
• inzichten van bestaande theorieën enkel aangeleverd door de elite / de mainstream
o geen kritische reflectie maar gewoon bestaande theorie waaruit hypothesen afleiden
o perspectief van minder machtingen en vanuit andere culturen dan westerse ontbreekt


beperking van hypothetisch deductisch onderzoek
illustratie: zelfbeschikkingstheorie (‘self determination theory’): eigen keuze leidt tot hogere motivatie
• theorie was reeds aangeleverd en getoetst dmv hypothesen
o ppn konden wel kiezen / niet kiezen voor de puzzel die men moest oplossen
o AV: hoe lang werkt ppn aan de puzzel
o hypothese bevestigd: ‘meer motivatie indien je je eigen intrinsieke keuze kan maken’
• cross-cultureel onderzoek naar (niet-)opgelegde huwelijken
o vanuit niet-westers cultureel perspectief: keuze ouders > eigen keuze
o advertenties in Indiase kranten waar ouders zoeken naar huwelijkspartner
§ inductie van idee dat ‘men gelukkiger is indien geen keuze’
§ bleek echt zo: zelfdeterminatietheorie is westers perspectief, geen pure waarheid
§ zonder inductief onderzoek was je hier niet toe gekomen
o theorie niet zonder meer veralgemeenbaar naar niet-westerse culturen
6

,dus… in onderzoekscyclus combinatie van kwalitatief (inductie vorming van theorie) en kwantitatief
(deductie toetsing van hypothesen)


5. UITGEBREID VOORBEELD
onderscheid kwantitatief onderzoek – kwalitatief onderzoek toegepast op concreet voorbeeld
illustratie: pesterijen op het werk
definitie:
• het negatief behandelen van medewerkers gedurende een zekere periode (min. 6 maanden)
• systematisch negatief gedrag, het doelwit kan zich moeilijk verdedigen, kan psychische / fysieke
/ seksuele vormen aannemen, richt zich op de persoon (bv. beledigingen, vernederingen) of
diens functioneren op het werk (bv. uitsluiting, tegenwerking)
o fasen in pesterijen op het werk:
§ (1) kritisch incident (bv. discussie)
§ (2) verliezer wordt gestigmatiseerd: negatief bekeken
§ (3) leidinggevende bevestigt stigma: gaat erin mee of negeert probleem
§ (4) uitdrijving: slachtoher wordt weggepest


1) onderzoeksvraag
typische vragen in kwantitatief onderzoek typische vragen in kwalitatief onderzoek
best GEEN kwalitatieve data gebruiken best WEL kwalitatieve data gebruiken

frequenties ontstaan en verloop
verschillen (meer/minder, stijging/daling) subjectieve beleving
oorzaken (causaliteit) specifieke context
algemene verbanden (correlatie)
met persoons- of situatiekenmerken
hoe vaak komen de pesterijen voor? hoe voelt het slachtoKer zich?
hoelang duren de pesterijen gemiddeld? wat kan goede maatschappelijke aanpak zijn?
waarom pesten mensen?




7

,2) onderzoeksopzet
• meervoudige gevalsstudie
o setting: 19 organisaties in Vlaanderen (in verschillende sectoren: industrie, diensten, …)
o participanten: 87 ‘pestexperten’ met verschillende perspectieven op pesterijen binnen
hun organisatie (bv. leidinggevenden, vertrouwenspersonen, vakbondsafgevaardigden)
o gevallen: 56 ‘pestcasussen’ waarvan 24 reconstructies door ‘pestexperten’


3) dataverzameling- en analyse
• kwalitatieve interviews met ‘pestexperten’
o twee interviewers
o precieze reconstructie van recente casus
o discussie en reflectie op casus
o toetsing van procesmodellen uit literatuur aan casus
• dataverwerking en inhoudsanalyse
o geluidsopnames, woordelijke transcripten
o casusanalyse: samenvattende beschrijving per casus
o procesanalyse: proces dat terugkomt in casus benoemen
o citaten uit casussen groeperen als illustratie van de processen


4) voorbeeldpestcasussen




5) deductie (theorie -> hypothesen)
reeds bestaande procesmodellen uit de literatuur toetsen ahv de casussen
‘strain theory’ ‘conflict theory’
pesterijen als stressgevolgen pesterijen als geëscaleerde conflicten
cf. Georges en Vera cf. Marie en Leen




8

,6) bevindingen en conclusies
via bevindingen gaan we inductief enkele ontbrekende elementen toevoegen (die later toetsbaar zijn)
vanuit de casus zelf om zo een meer volledig beeld te krijgen van hoe frustratie of conflict tot pesterijen
kan leiden (en om de casus in de theorie te laten passen)
‘strain theory’ ‘conflict theory’
slachtoherperspectief rol van machtsverhoudingen




soms ontwikkelen we een nieuwe theorie




besluit
inductie en deductie in kwalitatief onderzoek -> houden elkaar in stand
• nadruk op inductie, maar ook deductie
• beschrijvingen brengen ervaringen in kaart om zo nieuwe inzichten te krijgen, bestaande theorie
aan te vullen, of nieuwe theorie te ontwikkelen
o vb: steun voor strain theory vanuit daderperspectief (deductie) + aanvulling vanuit
slachtoKerperspectief (inductief) biedt zo een goede verklaring voor vicieuze pestcirkel
kennisbenadering: sociaal constructivisme
• meerdere interpretaties vullen elkaar aan
• verschillende perspectieven in één casus
o vb. dader- en slachtoherperspectief vullen elkaar aan om een beeld te geven van
onderliggende processen, er bestaat niet zoiets als ‘de’ pestcasus
• onderzoeker is niet neutraal
• theoretische uitgangspunten en positie onderzoeker spelen een rol in het onderzoek
• onderzoekers hanteren eigen denkkader dat mee richting geeft aan het onderzoek
o vb: arbeidspsycholoog zal vooral focussen op verandering in organisatie, terwijl klinisch
psycholoog zal focussen op ondersteunen van individuele slachtoKers
Conclusie: wanneer spreken we over kwalitatief onderzoek?
(1) methode(n) van dataverzameling en -analyse à eigenheid van kwalitatieve data!
(2) kennistheoretische benadering à sociaal constructivisme!
(3) onderzoeksproces à nadruk op inductie!


9

, controlevragen




EXAMENVRAGEN
Metafoor van ‘recept’ voor kwantitatief en ‘avontuur’ voor kwalitatief onderzoek zijn gekozen omdat...
1. Kwalitatief onderzoek groter risico op falen heeft dan kwantitatief onderzoek
2. Er zijn betere criteria om kwaliteit te beoordelen voor kwantitatief dan voor kwalitatief onderzoek
3. Uitkomst van kwantitatief onderzoek van tevoren gekend is maar niet van kwalitatief onderzoek
4. Kwalitatief onderzoek vooral gebaseerd is op inductie en kwantitatief onderzoek op deductie


Welke uitspraak is niet onderscheidend voor positivisme als kennistheoretische benadering?
1. Het doel van onderzoek is objectieve kennis voor werkelijkheid opdoen
2. Hoe meer onderscheidend, hoe mee we te weten komen over werkelijkheid
3. Doel van onderzoek is om theorie te toetsen aan empirische data
4. Om goed onderzoek te doen moet onderzoeker neutraal zijn


Er zijn culturele verschillen in het belang van eigen keuze voor motivatie. Dit werd afgeleid uit een
vergelijking van relatie-advertenties tussen India en de V.S. en getoetst in een cross-cultureel
experiment. Dit is een voorbeeld van...
1. Deductie (advertenties) en inductie (experiment)
2. Deductie (experiment) en inductie (advertenties)
3. Twee keer inductie
4. Twee keer deductie


Wie kan beter geen gebruik maken van kwalitatieve data?
1. Emanuele wil nagaan welke sporten studenten zoal beoefenen
2. Antoine wil studiekeuze tussen meisjes en jongens vergelijken
3. Jasper wil weten waarom sommige mensen geen mondmasker dragen
4. Pascalle wil weten wat er leeft bij bewoners van woonzorgcentra




10

Gekoppeld boek
 image
Uitgever: Onbekend ISBN: 9781292251226 Druk: Onbekend

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
28 augustus 2026
Aantal pagina's
95
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€9,16

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
3
Volgers
0
Items
21
Laatst verkocht
3 dagen geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen