Deel 7: Ontwikkelingspsychologie als wetenschap
1. Ontwikkelingspsychologie
1.1 Een definitie
Ontwikkelingspsychologie: het domein binnen de theoretische psychologie dat
zich bezighoudt met de studie van de levensloop van de mens en de
veranderingen van alle psychische verschijnselen tussen de bevruchting en de
dood
1.2 Onderdeel van de theoretische psychologie
1.2.1 Focus op de ‘normale’ ontwikkeling
Psychopathologie: studie van ziekteverschijnselen in de psyche – ontwikkeling
ziek of afwijkend hangt af van wat normaal? Wat is normaal?
1.2.2 Onderscheid met pedagogie
Pedagogie = opvoedkunde – rekening met bevindingen ontwikkelingspsychologie
Pedagogische visie bepalen kijk kinderen + visie ontwikkeling beïnvloeden
Ontwikkelingspsychologie = het normale – motorische/mentale beperking =
invloed
- Aandacht binnen orthopsychologie
1.3 Ontwikkelingsprincipes
1.3.1 Fase
Levensloop continuüm of verlopend in fase/perioden verschillend tempo en
ruimte?
In ontwikkeling perioden – bepaalde functies beter ontwikkelen
1.3.1.1 Betekenis van een fase
Een fase is: een geheel van kwalitatieve veranderingen - in een vaste, niet
veranderbare volgorde
- Met specifieke mogelijkheden en kansen
- Met meer en duidelijke verschillende mogelijkheden
- En met eigen specifieke risico’s en moeilijkheden
1.3.1.2 Enkele kenmerken:
Fase tijd
- Fase volgen elkaar op volgens vast schema
niet beschouwen als vast omschreven “tijdsperioden” – door iedereen
doorlopen worden
start- en eindleeftijd fase slechts benadering
Levenslang – duurt hele leven
- Groei + aftakeling
- Crisissen evengoed onderdeel ontwikkeling
Belang van de invalshoek – niet iedereen eens deling fase
- Soms ontkend + spreekt van continue evolutie
,1.3.1.3 Crisis
Overgangen tussen ontwikkelingsfasen zorgen voor verandering, kansen en
uitdagingen
Het individu moet oude zekerheden loslaten en nieuwe ervaringen integreren om
verder te groeien
Deze crises zijn cultureel bepaald, zoals zindelijkheidstraining, puberteit
en identiteitscrisis
1.3.2 Kritieke en gevoelige perioden
Kritieke perioden – tijdsspanne in ontwikkeling waarbinnen bepaalde
eigenschap ontwikkeld kan worden
- Periode voorbij? Eigenschap niet/slechts nog ontwikkelen
Kinderen latere ervaringen gebruiken achterstanden inhalen
- = Gevoelige perioden – kinderen bijzonder gevoelig oefenkansen +
invloeden buitenaf
1.3.3 Nature-nurture
Is ontwikkeling het gevolg van:
- Erfelijkheid en biologische rijpingsprocessen (nature)
- Invloed omgeving en leerprocessen (nurture)
Hedendaagse theorieën evenwicht van ene en dat van andere in ontwikkeling
van eigenschap
Ontwikkeling als resultaat van:
- Maturatie: proces van rijping
- Socialisatie: groep zijn normen/waarden doorgeeft aan nieuwe leden
- Personalisatie: persoon ontwikkelt tot uniek individu – persoonlijke
ervaringen en persoonlijke verwerking die ervaringen
1.4 Ontwikkelingsproblemen
Ontwikkeling = verandering, evolutie of een proces, meestal gezien als groei of
verbetering, maar kan ook afbraak betekenen
Gaat om onomkeerbare veranderingen in een bepaalde richting
Kan vertraagd, stilstaand of zelfs terugvallend zijn
Ook vooruitlopen op een fase of afwijken van de normale ontwikkeling kan
problemen veroorzaken
1.4.1 Retardatie
Een vertraagde ontwikkeling – persoon nog niet niveau/fase bereikt van leeftijd
Vertoond een achterstand
Zegt niets over mogelijkheden niet verward met handicap
1.4.2 Fixatie
Ontwikkeling tot stilstaand – sommige ontwikkelingsfactoren blijft steken in fase
= fixatie tot stand
Oorzaken: geen affectie – sterke frustraties – angst, onzekerheid – ziekte
,1.4.3 Regressie
Terugval naar vroegere fase
- Tijdelijk + reactie bedreigende situatie vluchten veilige fase dreiging
ontkomen
- Op moment gezonde reactie op crisis
Wanneer regressie niet overeenstemming is met dreiging = zorgen
1.5 Verschillende visies
1.5.1 Biologisch georiënteerde theorieën
Legt eenzijdig de nadruk op erfelijkheid en biologische constitutie
Ontwikkeling wordt gezien als het ontvouwen van vaste, aangeboren
predisposities
Het milieu - enkel een ondersteunende rol, zonder invloed op de richting van de
ontwikkeling
Ontwikkeling betekent hier vooral groei en rijping volgens erfelijke patronen
- Kritiek: onderzoek (o.a. tweelingen, stimuleringsprogramma’s) toont dat
niet alleen aanleg, maar ook het milieu veel ontwikkelingsaspecten
beïnvloed
1.5.2 Milieutheorieën
Milieutheorieën splitsen in leertheorieën en sociaal-culturele theorieën
- Leertheorieën: benadrukken externe stimulatie; opvoeding en onderwijs
bepalen gedrag via leren, training en conditionering
- Sociaal-culturele theorieën: leggen nadruk op cultuur; verschillen in
ontwikkeling worden verklaard door cultuurverschillen
Kritiek: deze theorieën zijn eenzijdig omdat ze de mens uitsluitend vanuit
opvoeding en milieu proberen te verklaren
Moeilijk te verklaren waarom mensen soms tegenovergesteld handelen
aan wat ze geleerd hebben
1.5.3 Interactionisme
Tegengestelde visies (biologisch vs. milieu) komen samen in de
interactionistische benadering
Ontwikkeling - wisselwerking tussen interne processen (aanleg) en externe
invloeden (milieu)
- De persoon beïnvloedt zijn omgeving door te reageren en te handelen,
waardoor zijn sociale wereld mee verandert
- Tegelijk beïnvloedt de omgeving de persoon sterk, soms zelfs bedreigend
voor de ontwikkeling
2. Normaal of abnormaal: het belang van cijfers
2.1 De normaalverdeling
Kenmerk onderzoek bevolking = verdeling
- Hele grote populatie = normaalverdeling –
grote middengroep zelfde score bepaald
kenmerk
2.2 Spreiding
De spreiding/verdeling toont hoe scores over de
bevolking verdeeld zijn
, Naast de normaalverdeling bestaat er een scheve verdeling
2.3 Gemiddelde, modus en mediaan
Het gemiddelde wordt minder gebruikt omdat het soms een vertekend beeld
geeft
- Modus: de score die het vaakst voorkomt
- Mediaan: de middelste score; 50% scoort lager en 50% hoger
- Gemiddelde: som van alle scores ÷ aantal personen
= De mediaan en het gemiddelde zijn niet hetzelfde
2.4 Percentiel
Percentiel: geeft aan hoeveel procent van de groep evenveel of minder scoort
op een kenmerk
- Bij een normaalverdeling komen extreme scores minder vaak voor;
middenwaarden (bijv. IQ 100) komen het meest voor
- Mediaan = 50e percentiel; bij een perfecte normaalverdeling valt het
gemiddelde hier ook samen
Cumulatief percentage: optellen van percentages van een score en alle lagere
scores
Voor IQ:
Score 70 → cumulatief percentage 2,5%
Score 85 → cumulatief percentage 16% (2,5% + 13,5%)
Score 100 → cumulatief percentage 50%
Plaatsing van een individu: het cumulatief percentage wordt aangeduid als
percentiel
Deel 1: Emotionele ontwikkeling
1. Beschrijving van de structuur van de emotionele ontwikkeling
Emotionele ontwikkeling wordt zelden los besproken in de literatuur
- Vaak gebruikt men de term socio-emotionele ontwikkeling, omdat
emotionele en sociale ontwikkeling nauw verbonden zijn
Emotionele ontwikkeling bestaat uit: Evolutie van de eigen emoties + Inzicht in
emoties anderen
1.1 Evolutie van de eigen emoties
1.1.1 Zelfbewustzijn
1.1.1.1 De zuigeling
Sensomotorische ervaringen – pasgeborene geen onderscheid zichzelf &
buitenwereld
Vooral op zichzelf, wel gevoelig omgeving
Gevoel baby uit opwinding – door sensomotorische ervaringen
Ervaringen gekleurd lust en onlust
Stemming – gevoelens duurzamer = spreken van stemmingen
- Variëren opgeruimdheid en neerslachtigheid
Drie drijfveren – 3 maanden zintuigen genoeg ontwikkeld actief wereld te
verkennen
Kijken, luisteren, grijpen en proeven – affectieve leren positief