Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 34 pagina's
College aantekeningen

Gedragsneurowetenschappen hoofdstuk 5 | KU Leuven | 2025/26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 34 pagina's

Dit zijn studieaantekeningen van Hoofdstuk 5 uit het vak Gedragsneurowetenschappen aan KU Leuven, gericht op pedagogische wetenschappen. Het hoofdstuk behandelt hoe neuronen met elkaar communiceren via chemische overdracht, inclusief het baanbrekende experiment van Loewi, neurotransmitters (acetylcholine, epinefrine, norepinefrine), receptoren, en de rol van chemische synapsen in neuronale communicatie. Met duidelijke uitleg van kernconcepten, historische experimenten, en de onderscheidingen tussen hormonen en zenuwsignalen, vormt dit materiaal een solide basis voor examenvoorbereiding en inzicht in de neurofysiologische mechanismen achter gedrag.

Voorbeeld van de inhoud

HOOFDSTUK 5: COMMUNICATIE:
CHEMISCHE OVERDRACHT
HOE COMMUNICEREN NEURONEN EN HOE PASSEN ZE ZICH AAN


Acetylcholine is de neurotransmitter die al onze spieren aanstuurt. Heeft ook nog
andere functies in het CZS

INHOUD HFDST 5

5.1 Een chemische boodschap

5.2 Types van neurotransmitters en receptoren

5.3 Neurotransmittersystemen linken aan gedrag

5.4 De rol van synapsen in leren en geheugen

5.1. EEN CHEMISCHE BOODSCHAP

Loewi (1936) Nobelprijs: voor een experiment dat hij gedroomd heeft.

Hij was met een hele moeilijk
probleem bezig nl.
achterhalen hoe neuronen
communiceren met elkaar.

Hij had de hypothese dat dat
wel eens via chemische
stofjes kon zijn.

Maar hoe bewijzen?

Want alles ligt kei dicht tegen
elkaar, maar een hele kleine
ruimte tss waar die stofjes
door kunnen.

Je kan amper zien dat er twee
verschillende cellen zijn
omdat ze zo dicht op elkaar
liggen DUS ja hoe kun je dan
zien of/hoe er chemische
stofjes uitgewisseld worden.

In ochtend wordt hij wakker uit droom waar hij oplossing gevonden had.

Nl. onderzoek in kikkerharten. Hij had nog kloppende kikkerharten die in een
bepaalde vloeistof gehouden werden, waardoor die voldoende voeding hadden

,om te blijven kloppen. En hij stimuleerde de Nervus vagus: één van de 12
craniale zenuwen(de zenuwbanen die rechtstreeks uit hersenen komen, de
tiende is de nervus vagus en dat is degene die uitwaaiert over heel het lichaam
die allerlei organen en klieren beïnvloedt en is een deel van het
parasympatische ZS= dus het rustgevende deel van het autonome ZS; Als
parasympatisch ZS actief wordt dan gaat dat je kalmeren. )

DUS Loewie observeerde als ik de nervus vagus stimuleer dan vertraagd het
hartritme.

Wat had hij gedroomd (2deel van de figuur):

Hij dacht hoe kan ik de stimulatie van chemische stofjes uit elkaar houden? Hij
zei van wat als ik nu een 2de kikkerhart in leven hou, in de zelfde vloeistof, maar
zonder daarbij de nervus vagus te stimuleren. Als de neuron toekomt aan de
hartspier (hoe kan neuron hartspier beïnvloeden)als dat via chemische stofjes
gaat dan zouden die chemische stofjes in die vloeistof beginne rondslingeren ook
het andere hart bereiken en daar ook het hartritme verlagen en dat is wat hij idd
vond. Het ander hart begon ook trager te kloppen. Blokkeerde hij het buisje dat
beide harten verbond dan gebeurde het niet dan werd tweede hartslag niet
trager.



NERVUS VAGUS

,  Acetylcholine van de nervus vagus vertraagt het hartritme./ de
neurotransmitter: het chemische stofje dat de belangrijkste
werking had (had men gevonden), is belangrijk voor aansturen
van spieren, dit vertraagt het hartritme. Belangrijk voor alles
pieren normaal werkt het voor spierkracht, maar in
parasympatisch zs gaat het het hartritme vertragen.
 Epinefrine van de nervus accerantes versnelt het hartritme.
Komt vrij als je Nervus Accerantes als je die stimuleert.
Epinefrine= wetenschappelijke naam van adrenaline.
 Komt niet bij de mens voor norefine. Epinefrine komt voor
bij reptielen.
 Op foto zie je norefine komt voor bij zoogdieren, de mens->
 Neurotransmitters = chemische substanties/stofjes die door een neuron
vrijgelaten wordt om een excitatorisch of inhibitorisch effect te
veroorzaken op een target.
→ vgl. hormonen (hypothalamus/hypofyse); werkt zoals een
hormoon -> enige verschil hormonen verplaatsen zich door
hele het lichaam, neurotransmitters enkel in het ZS. Hele
veel stofjes die in ZS als neurotransmitter dienen dienen in
het lichaam als hormoon. Bv. cortisol
- Hormonen: traag, vrijgelaten via bloed, brede werking
lichaam; langdurig
- Zenuwsignalen: hyperkort, kortstondig snel, niet langdurig
Er zijn duidelijke criteria van wanneer iets nu als
neurotransmitter gezien mag worden(zien we straks).
 Ongeveer 60 neurotransmitters (max = ongeveer 100) ontdekt. Schatting
zijn dat er maximaal 100 zijn.



!!Belangrijk: het hangt niet af van de chemische substantie zelf wat het gevolg
ervan gaat zijn, maar het heeft te maken met hoe die chemische stof op een
receptor terecht komt en of die receptor dan excitatorische of inhibitorische
effecten gaat veroorzaken.

- Bv. als natrium poortje is gaat er natrium binnen stromen=> excitatorisch
- Bv. als het chloride poortje negatief geladen ionen is
gaat het => inhibitorisch zijn
 Hangt af van de receptor wat het gevolg gaat zijn.



Tweede belangrijke ontwikkeling 1950’s

Belangrijke technologische ontwikkelingen

 Oscilloscoop

,  Electronengolven zijn kleiner dan lichtgolven en verspreiden zich minder
wanneer een straal het weefsel raakt, wat een veel hogere resolutie
mogelijk maakt.

Waardoor die veel fijnmaziger kan kijken naar de cellen. Veel nauwkeurigere
foto’s krijgen. Beter in en tussen cellen kijken.

A.CHEMISCHE SYNAPSEN
Wat je ziet onder de microscoop:




 Presynaptisch membraan: dubbellagig membraan-> fosfolipiden.
 Blauwe cirkeltjes= synaptische blaasjes. En daarin zitten de
neurotransmitters in opgeslagen.
 Wanneer neurotransmitter wordt vrijgelaten door neuron wat gebeurd er?
 Zo’n blaasje omgeven door membraan identiek dan cellichaam en gaat
richting het membraan bewegen en gaat deel worden v/h membraan en
gaat de inhoud automatisch naar buiten gelost en wordt die automatisch
vrijgelaten= exocitose= buiten duwen.
 !!! leer namen en wat ze doen op de tekening.
 = > chemische synapsen, maar het zijn niet de enige.

We kunnen heel specifiek kijken hoe een synaps er uit ziet, daar waar het
eindvoetje van een axon van het ene neuron k-contact gaat leggen met de
dendrieten van het andere neuron, geen rechtstreeks contact maar wel dicht bij
elkaar

Hierboven zien we het eindvoetje van het axon  presynaptisch neuron (neuron
die toekomt op de synaps)

Documentinformatie

Geüpload op
26 augustus 2026
Aantal pagina's
34
Geschreven in
2025/2026
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Bram vervliet
Bevat
College 5
€3,96

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
10
Laatst verkocht
-




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen