H1 Inleiding: Mediageschiedenis, geschiedenis en media, mediahistoriografie
1. Inleiding
Waarom fotografie (zie foto’s pwp)?
• Beeldcultuur
• Vervaging privaat/publiek
• Verschuinving ethische grenzen
• Impact
• Realisme vs. manipulatie
• Verschillende betekenislagen
Geschiedenis van de fotografie:
• Canonieke, invloedrijke foto’s
• Belangrijke fotografen
• Stijlen
• Manipulatie, impact, censuur,… van beelden
Opdracht 6: analysemodel
Niveau 1: foto op zich
VORM Hoe wordt het afgebeeld? Kleur / zwart-wit, textuur, mise-en-scène
(decor, kleding), mise-en-cadre (close-
up), fotografische kenmerken (belichting,
perspectief)
INHOUD Wat wordt afgebeeld? Wie, wat, waar, wat wordt verteld,
narratief,
BETEKENIS- Welke elementen geven Beoogd doelpubliek, stijl, genre (selfie,
GEVING betekenis? statieportret, familiefoto, artistiek), sfeer
(hard / zacht, gevoelens), metaforen
(appelleert het aan gekende beelden),
standpunt tav maatsch. breuklijnen
(gender, etniciteit, leeftijd, klasse)
1
,Niveau 2: foto in context van de ‘werkelijkheid’
Verhouding afgebeelde/context → Welke keuze nam de fotograaf?
• Wie? Wat? Waar? Wanneer? Waarom?
(= enkel op basis van de foto; met kennis van het gebeuren)
Niveau 3: productie
- Wie nam de foto? Voor wie? Vb. nieuwsagentschap?
- Wie betaalde?
- Waarom? Hoe?
Niveau 4 reproductie
• Hoe wordt de foto gereproduceerd, in welke media, fora, platformen, drager,…
• Censuur? Manipulatie? Selectie?
• Titels? Onderschrift (caption)?
• Wanneer?
• Canonisering…?
Niveau 5 receptie
• Hoe reageerde het publiek? Instellingen? Naties?...
• Welke gevolgen? Impact?
2. Waarom mediageschiedenis?
1) Ontwikkeling van media vroeger en vandaag beter begrijpen
(ontmythologiserende en corrigerende functie van geschiedwetenschap)
→ Valkuilen
- Feitelijkheid
- Klemtoon op individuen, ‘great men’
- Rechtlijnigheid, doelmatigheid/gerichtheid
- Eurocentrisme
2) Rol van media in het verleden: terugkerende thema’s of concepten
→ Valkuil: mediacentrisme vs. -relativisme
3) Geschiedenis via/in media
- Hoe de media omgaan met het verleden = ‘historiserende’ machines
- Hoe media historisch besef bijbrengen / afbouwen
2
,Kaderstuk 1.1 Trump & de media (vergeleken met Hitler)
• Belang van media
• Geschiedenis is actueel
• Historische kennis om het heden te begrijpen
• Media zijn ‘historische/historiserende’ machines
3. Geschiedenis, media = mediageschiedenis
Verleden =
feiten, gebeurtenissen, processen, mensen, artefacten,… (of: mediaproducten,
mediaproductie, -consumptie, -distributie, -betekenisgeving…)
• ontwikkeling van Vlaamse publieke omroep: besluitvorming, programmering
Geschiedschrijving / historiografie =
de act van onderzoek / systematische studie naar het verleden
• onderzoek naar Vlaamse publieke omroep adhv beleidsdocumenten, interviews
• onderzoek naar ontwikkeling van tv-programmering aan de hand van
programmaoverzichten, interviews, …
➔ Resultaat van geschiedschrijving: narratieven over het verleden door bronnen te
interpeteren
4. Geschiedenis van mediahistoriografie
4.1. Voorlopers
• 19e E: sociale wetenschappen, kranten
• 20ste E: Zeitungswissenschaft in Duitsland
• WOI, II en Koude Oorlog: thema’s – media als vierde macht,
propaganda & censuur
4.2. Klassieke benadering
Vb. Theo Luykx
• Historicus aan UGent
• Grondlegger ‘Pers- en communicatiewetenschap’ (1961)
3
, Evolutie van de communicatiemedia: nationaal, eurocentrisme, grote mijlpalen,
structurele factoren (politiek, economie en technologie), objectiviteit, beschrijven
4.3 Mediahistoriografie vandaag
• nieuwe begrippen: convergentie, interactiviteit en cross-medialiteit → ‘nieuwe’
vragen, methoden en benaderingen; tijdschriften, handboeken,...
• Groeiende aandacht: waarom?
a. Snelle ontwikkeling mediatechnologieën
b. Rol van media op vlak van breukervaringen en historisch besef bv. 9/11
4.3.2 Nieuwe onderzoekmogelijkheden
→ digital humanities / digital turn = gebruik van digitale tools voor onderzoek
- big data = veel data verzamelen
- OCR/Optical Charachter Recognition = snel data analyseren
- mapping techniques = data handiger gevisualiseerd
4.3.3 Diversificaties
• RUIMTE lokaal, stedelijk, regionaal, nationaal, internationaal, mondiaal
o Entangled: verwevenheid en verspreiding van mediapraktijken, -
ideeën en -technologieën over nationale grenzen heen
o Comparatief: analyseert overeenkomsten en verschillen in
mediaontwikkelingen binnen diverse nationale contexten
• TIJD dag, week, jaar, decennium, longitudinaal …
o microhistory = single event/person/location
vb. "The War of the Worlds“, Orson Welles, 30 oktober 1938 (dia 83)
o Macrohistory, longitudinal
vb. Moretti over romans, films,…→ distant reading
• MEDIA mono-media, cross-media (media-comparatief), convergence
• FASEN productie, distributie, representatie, vertoning, institutionele receptie,
publiek
4