Deze "cheat sheet" voor Voortplantingsfysiologie (Systeemfysiologie, KU Leuven) biedt een compacte samenvatting van de volledige leerstof met focus op de belangrijkste hormonen, feedbackmechanismen, fysiologische processen en examengevoelige concepten. De nadruk ligt op het begrijpen van de regulatie van de voortplanting, de reproductieve endocrinologie, de menstruele cyclus, zwangerschap, lactatie en de mannelijke voortplantingsfysiologie.
De samenvatting behandelt de HPG-as (hypothalamus-hypofyse-gonade-as), inclusief de rol van GnRH, KNDy-neuronen, LH, FSH, oestrogenen, progesteron, testosteron en inhibine, evenals de hormonale feedbackmechanismen die de reproductieve functie sturen.
Daarnaast bevat de cheat sheet een overzicht van de folliculogenese, de ovariële en endometriale cyclus, de twee-cel/twee-gonadotropine-hypothese, de LH-surge, ovulatie, corpus luteumvorming en luteolyse. Ook typische examenvragen rond de hormonale regulatie van de vrouwelijke cyclus worden samengevat.
Verder behandelt de samenvatting de processen van bevruchting, implantatie en placentatie, inclusief de rol van β-hCG, progesteron, oestrogenen en relaxine tijdens de zwangerschap. Ook de belangrijkste maternale aanpassingen en zwangerschapspathologieën zoals pre-eclampsie komen aan bod.
Daarnaast wordt de fysiologie van lactatie besproken, met aandacht voor prolactine, oxytocine, lactogenese, galactopoëse en melkejectie.
De cheat sheet bevat eveneens een overzicht van de mannelijke voortplantingsfysiologie, waaronder de functies van Leydigcellen, Sertolicellen, testosteron, DHT, spermatogenese, spermamaturatie en de hormonale regulatie van de testis.
Ten slotte worden de mechanismen van erectie, ejaculatie, hormonale anticonceptie, infertiliteit en andere klinisch relevante en examengevoelige concepten samengevat.
Deze cheat sheet is specifiek opgesteld als laatste-herhalingsdocument vlak vóór het examen en bevat uitsluitend de belangrijkste definities, afkortingen, hormonen, fysiologische mechanismen en klinische correlaties die je moet kunnen herkennen, uitleggen en toepassen. Minder essentiële details werden bewust weggelaten om een zo efficiënt mogelijk overzicht van de volledige voortplantingsfysiologie te creëren.
Voorbeeld van de inhoud
CHEAT SHEET VOORTPLANTING
1. HPG-AS (Hypothalamus-Pituitary-Gonadal Axis)
Hypothalamus ↓ GnRH (pulsatief)
Adenohypofyse ↓ LH + FSH
Gonaden ↓ Steroïdhormonen + inhibine
Feedback
Oestrogeen → negatief feedback (meestal)
Progesteron → negatief feedback
Testosteron → negatief feedback
Inhibine → remt FSH
KNDy-neuron
Bestaat uit:
Kisspeptine
stimuleert GnRH
Neurokinine B
↑ Kisspeptine
Dynorfine
↓ Kisspeptine
Onthouden:
Kiss = Go Dynorfine = Stop NKB = Gas geven
2. LH versus FSH
FSH LH
Lage GnRH- Hoge GnRH-
frequentie frequentie
Granulosacel Thecacel
Androgenensynthes
Aromatase
e
Follikelgroei Ovulatie
Inhibine Luteïnisatie
LH en FSH zijn glycoproteïnen:
identieke α-keten
verschillende β-keten
, 3. Folliculogenese
Stadia
1. Primordiale follikel
2. Primaire follikel
3. Secundaire pre-antrale follikel
4. Antrale follikel
5. Dominante follikel
6. Graafse follikel
7. Ovulatie
8. Corpus luteum
9. Corpus albicans
Belangrijk
Atresie = standaardinstelling
Van miljoenen oöcyten bereiken slechts ±400 de ovulatie.
Menopauze = uitputting follikelvoorraad.
4. Twee-cel Twee-gonadotropine Hypothese
Theca-cel
LH →
Cholesterol → Progesteron → Androgenen
Granulosacel
FSH → Aromatase
Androgenen → Oestrogeen
Theca + LH → androgenen
Granulosa + FSH → oestrogeen
5. Fasen van de Ovariële Cyclus
Folliculaire fase
FSH stijgt
follikelgroei
estradiol stijgt
inhibine stijgt
Selectie
Estradiol:
remt FSH
meeste follikels gaan in atresie
Dominante follikel ontsnapt.
Pre-ovulatie
Veel estradiol gedurende ±50 uur