Deze "cheat sheet" voor Spijsverteringsfysiologie (Systeemfysiologie, KU Leuven) biedt een compacte samenvatting van de volledige leerstof met focus op de concepten, mechanismen, hormonen, transporters, afkortingen en fysiologische principes die het meest relevant zijn voor het examen. De nadruk ligt op het begrijpen van de fundamentele principes achter gastro-intestinale motiliteit, secretie, digestie, absorptie en de hepatobiliaire functie, evenals de neurale en endocriene regulatie van deze processen.
De samenvatting behandelt de belangrijkste onderwerpen uit de cursus, waaronder de functionele organisatie van het gastro-intestinaal stelsel, het enterisch zenuwstelsel (ENS), de myenterische (Auerbach) en submucosale (Meissner) plexus, de rol van de interstitiële cellen van Cajal (ICC) als pacemakercellen en de mechanismen van segmentatie, peristaltiek, tonische contracties en het migrerend motorisch complex (MMC). Daarnaast komen ook de regulatie van de gastro-intestinale motiliteit via het autonome zenuwstelsel, lokale reflexen, vagovagale reflexen en hormonale signalering uitgebreid aan bod.
Verder bevat de cheat sheet een overzicht van de gastro-intestinale hormonen en signaalmoleculen, waaronder gastrine, secretine, cholecystokinine (CCK), somatostatine, motiline, ghreline, GIP, GLP-1 en PYY. Hierbij wordt bijzondere aandacht besteed aan hun oorsprong, doelorganen, receptoren en fysiologische effecten op motiliteit, secretie, verzadiging, galafgifte en pancreasfunctie. Ook de interactie tussen endocriene, paracriene en neurale regulatiesystemen wordt samengevat.
Daarnaast behandelt de samenvatting de mechanismen van speekselsecretie, maagsecretie en pancreassecretie, inclusief de verschillende celtypes en hun producten. De functies van pariëtale cellen, hoofdcellen, G-cellen, D-cellen en enterochromaffin-like (ECL)-cellen worden gekoppeld aan de regulatie van de maagsecretie. Ook de rol van de H⁺/K⁺-ATPase, histamine, acetylcholine, gastrine, somatostatine en prostaglandinen wordt besproken, samen met de cefalische, gastrische en intestinale fase van zuursecretie en de beschermende mechanismen van de maagmucosa.
De cheat sheet bevat bovendien een volledig overzicht van de digestie en absorptie van nutriënten. Hierbij worden de belangrijkste enzymen, transporters en absorptiemechanismen besproken voor koolhydraten, eiwitten en vetten. Speciale aandacht gaat uit naar transporters zoals SGLT1, GLUT2, GLUT5 en PepT1, evenals de rol van pancreatisch lipase, galzouten, micelvorming en chylomicronen bij de verwerking en opname van lipiden. Ook de absorptie van vitaminen en mineralen, waaronder vitamine B12, folaat, ijzer en calcium, wordt systematisch samengevat.
Daarnaast behandelt de samenvatting de lever- en galfysiologie, inclusief de functionele organisatie van de lever, de bloedvoorziening via de vena portae en arteria hepatica, de metabole en detoxificatiefuncties van hepatocyten en de verschillende fasen van biotransformatie (fase I, II en III). De productie, opslag en secretie van gal, de samenstelling en functie van galzouten en de mechanismen van de enterohepatische circulatie worden eveneens uitgebreid besproken. Ook de rol van de galblaas en de hormonale regulatie van galafgifte door CCK komen aan bod.
Ten slotte bevat de cheat sheet een overzicht van de belangrijkste klinisch relevante aandoeningen en examengevoelige concepten, waaronder achalasia, gastro-oesofageale refluxziekte (GERD), peptische ulcera, Zollinger-Ellison-syndroom, pernicieuze anemie, verstoringen van galzoutreabsorptie, pancreasinsufficiëntie en malabsorptiesyndromen. Ook typische examenvragen rond hormonale regulatie, transportmechanismen, maagzuursecretie, enterohepatische circulatie, vetabsorptie en vitamine B12-opname worden overzichtelijk samengevat.
Deze "cheat sheet" is specifiek opgesteld als laatste-herhalingsdocument vlak vóór het examen. Daarom bevat ze uitsluitend de belangrijkste definities, afkortingen, hormonen, receptoren, transporters, fysiologische mechanismen, ziektebeelden en examengevoelige concepten die je moet kunnen herkennen, uitleggen, interpreteren of toepassen. Minder essentiële details werden bewust weggelaten om een zo efficiënt mogelijk overzicht te creëren waarmee je de volledige spijsverteringsfysiologie snel kunt opfrissen in de dagen of uren voor het examen.
Voorbeeld van de inhoud
CHEAT SHEET
SPIJSVERTERINGSSTELSEL
1. GI-MOTILITEIT: OVERZICHT
Enterisch zenuwstelsel (ENS)
Plexussen
Myenterische plexus (Auerbach) = tussen spierlagen → controle
contracties
Submucosale plexus (Meissner) = submucosa → controle secreties
Reflexen
Short reflex
Volledig binnen ENS
Long reflex
Via CNS
Vagus + splanchnische zenuwen
Neurotransmitters
Excitatorisch
ACh
Substance P
→ contractie
Inhibitorisch
NO
VIP
ATP
→ relaxatie
Parasympathisch
N. vagus: proximale GI
N. splanchnicus pelvinus: distale colon + rectum
Sympathisch
Norepinefrine
Meestal inhiberend
2. MYOGENE CONTROLE
Interstitiële cellen van Cajal (ICC)
= pacemakercellen
Produceren:
Slow waves
Basaal elektrisch ritme
, Contractie ontstaat pas wanneer:
Slow wave threshold bereikt
Ca²⁺ influx
Actiepotentiaal
Frequenties
Contracties/
Segment
min
Maag 3
Duodenu
12
m
Ileum 8
Colon 3-6
Contractietypes
Fasisch
Kortdurend
Segmentatie
Mengen
Vertering
Absorptie
Peristaltiek
Contractie boven bolus
Relaxatie onder bolus
"Law of the intestine"
Tonisch
Langdurig
Voor:
Reservoirfunctie
Sfincters
3. BELANGRIJKSTE GI-HORMONEN
Hormoon Cel Functie
Gastrine G-cel ↑ HCl