Deze "cheat sheet" voor Cardiovasculaire Fysiologie (Systeemfysiologie, KU Leuven) biedt een compacte samenvatting van de volledige leerstof met focus op de concepten, formules, afkortingen en fysiologische mechanismen die het meest relevant zijn voor het examen. De nadruk ligt op het begrijpen van de fundamentele principes achter bloedstroming, vaatfunctie, microcirculatie, cardiale elektrofysiologie, hartfunctie en de regulatie van bloeddruk en circulatie.
De samenvatting behandelt de belangrijkste onderwerpen uit de cursus, waaronder de basisprincipes van de hemodynamica, druk, flow en weerstand, de wet van Poiseuille, de wet van Laplace, compliantie, turbulente versus laminaire stroming en het Reynoldsgetal. Daarnaast komen ook de structuur en functie van arteriën, venen en capillairen, de microcirculatie, het Krogh-model, diffusie volgens Fick, de Starling-hypothese, vochtuitwisseling, lymfedrainage, vasodilatatie en vasoconstrictie uitgebreid aan bod.
Verder bevat de cheat sheet een overzicht van de cardiale elektrofysiologie, inclusief actiepotentialen van pacemaker- en contractiele cellen, de belangrijkste ionstromen (INa, ICa, IK en If), het geleidingssysteem van het hart en de interpretatie van het ECG. Ook de werking van het hart als pomp wordt samengevat, met aandacht voor de hartcyclus, slagvolume (SV), hartdebiet (CO), ejectiefractie (EF), preload, afterload, contractiliteit en druk-volume-lussen.
Ten slotte behandelt de samenvatting de regulatie van bloeddruk, hartslag en hartdebiet, inclusief de rol van hoge- en lage-drukbaroreceptoren, chemoreceptoren, het autonoom zenuwstelsel en de belangrijkste cardiovasculaire receptoren (α₁, β₁, β₂ en muscarine receptoren). Ook de klassieke examenvragen rond drukgradiënten, arteriolen als weerstandsvaten, Starling-krachten en reflexmatige cardiovasculaire regulatie worden expliciet benadrukt.
Deze cheat sheet is specifiek opgesteld als laatste-herhalingsdocument vlak vóór het examen. Daarom bevat ze uitsluitend de belangrijkste definities, formules, afkortingen, verbanden en examengevoelige concepten die je moet kunnen herkennen, uitleggen, interpreteren of toepassen. Minder essentiële details werden bewust weggelaten om een zo efficiënt mogelijk overzicht te creëren waarmee je de volledige cardiovasculaire fysiologie snel kunt opfrissen in de dagen of uren voor het examen.
Voorbeeld van de inhoud
CHEAT SHEET CARDIOLOGIE
1. HEMODYNAMICA
Belangrijkste vergelijkingen
Debiet / Flow
ΔP
F=
R
F = flow/debiet
ΔP = drukverschil (drijvingsdruk)
R = weerstand
Weerstand (Poiseuille)
8 ηl
R= 4
πr
BELANGRIJK: radius heeft grootste effect (macht 4). Kleine daling radius →
enorme stijging weerstand.
Snelheid van bloedstroom
F
v=
A
Grootste snelheid: aorta
Kleinste snelheid: capillairen (grootste totale dwarsdoorsnede)
Reynoldsgetal
Dvρ
ℜ=
η
Turbulentie ontstaat bij:
↑ diameter
↑ snelheid
↓ viscositeit
stenosen/atherosclerose
klepletsels
Gevolg: geruisen, hogere kans op trombusvorming.
Druksoorten
Drijvingsdruk
Druk die bloed doet bewegen.
Δ P=P1−P2
, Transmurale druk
Drukverschil over vaatwand.
Verantwoordelijk voor uitzetting van bloedvat.
Hydrostatische druk
Door zwaartekracht.
Hoofd: lagere druk
Voeten: hogere druk
Daarom bloeddruk meten op harthoogte.
2. BLOEDVATEN
Arteriën versus venen
Arteriën Venen
Distributie Collectie
Hoge druk Lage druk
Weerstandsvat Capaciteitsvate
en n
Dikke wand Dunnere wand
Lage Hoge
compliantie compliantie
Pulsaties Geen pulsaties
Geen kleppen Wel kleppen
De 10 kenmerken van bloedvaten
Ken de belangrijkste
1. Aantal vaten
Meeste vaten = capillairen. Slechts ±25% open in rust.
2. Radius
Kleinste in capillairen.
3. Totale dwarsdoorsnede
Grootst in capillairen.
4. Snelheid
Kleinst in capillairen.
6. Volumeverdeling