Les 3: Humanistische en sociaal-
cognitivistische theorieën
3.1 Inleiding
Tegenreactie op en breuk met psychoanalyse en radicaal behaviorisme:
- Keuzevrijheid en verantwoordelijkheid
- Persoonlijke groei, zelfactualisatie
- Positief mensbeeld
Je evolueert naar de persoon de je bestemd bent te worden (zelfactualisatie)
Maslow
3.2 Humanistische theorie
Carl Rogers
Actualisatietendens:
- Universele, aangeboren behoefte om potentieel te realiseren en te groeien (alle
levende wezens)
- Omvat fysieke en psychologische groei
Zelfactualisatie (zelfontplooiing)
- Ontwikkeling zelfconcept en persoonlijke groei psychologische kant
- Realiseren van unieke potentieel, worden wie je voorbestemd bent om te
worden
‘Fully functioning person’ = een persoon op weg naar zelfactualisatie
Enkel bij goede omstandigheden kan je ontwikkelen tot de persoon die je
voorbestemd bent te worden
Organische waardering
- Uit zichzelf weten wat de groei bevordert wat we niet aangenaam vinden,
behoort niet tot onze zelfontwikkeling
- Leert ons wie wij werkelijk zijn
Positieve waardering
- Voorwaardelijke waardering (waarderingsvoorwaarden)
We doen veel voor positieve waardering van anderen: niet meer voor onze
zelfontwikkeling
Minder positieve zelfwaardering
- Wat we eigenlijk nodig hebben: onvoorwaardelijke waardering
1
, Persoonlijkheidspsychologie
Positieve zelfwaardering
Discrepantie (geen overeenkomst) tussen ervaring en zelfconcept = angst
Vb. je was altijd heel goed op school (‘ik ben slim’), maar je haalt eens een
slecht resultaat
Twee mogelijke reacties:
o Vervorming: ervaring vervormen (=
verdedigingsmechanisme/defensiviteit)
Vb. de toets was veel te moeilijk
o Zelfconcept aanpassen en ervaring integreren
Vb. het kan bij mij ook eens minder goed lukken
Als je even niet meer bezig bent met zelfactualisatie (niet meer doen wat je graag
doet)
Mogelijk psychische problemen
Cliëntgerichte psychotherapie
Juiste omstandigheden creëren waarin cliënt opnieuw in contact komt met
zichzelf
3 basisvoorwaarden:
1) Oprechtheid/authenticiteit: oprecht zijn tegen cliënt
2) Onvoorwaardelijke positieve waardering: alles aanvaarden wat hij zegt, doet,
meningen, …
Cliënt moet volledig zichzelf kunnen zijn
3) Empathisch begrip: jezelf verplaatsen in de andere persoon
BESLUIT
2