MORFOLOGIE
HOOFDSTUK 1: SYSTEMATIEK
DEFINITIE MORFOLOGIE
Morfè vorm
Logia leer
Bestudeert en beschrijft de uitwendige bouw van planten
Synoniemen: vormleer en organografie
1. Vegetatieve organen fotosynthese = wortel, stengel en bladeren
2. Generatieve organen voortplanting = bloeiwijze, zaden en vruchten
KENMERKEN VAN LEVENDE WEZENS
1. Celvormige structuur
2. Voortplanting (geslachtelijk – ongeslachtelijk)
3. Groei (cellen groeien zowel in lengte als volume als gewicht)
4. Ontwikkeling = verschillende stadia’s
5. Afsterven = beperkte levensduur
DOEL
1. Indelen, ordenen en groeperen in klassen (classificatie)
2. Inzicht krijgen in evolutie van de natuur
3. Inschatting biodiversiteit
HOOFDSTUK 2: MONOCOTYLEN
Kiemwit = energievoorraad
EENZAADLOBBIGEN OF MONOCOTYLEN
Kiem in het zaad heeft 1 zaadlob
Bloembekleedsels kransen van 3
Bladeren zijn parallel of kromnervig
Bezitten geen houtachtige stengel en geen hoofdstengel
Bv. gramineae, grassen of poaceae
TWEEZAADLOBBIGEN OF DICOTYLEN
Kiem heft 2 zaadlobben
Bloembekleedsels kransen van 2,4 of 5
, Bladeren veer- of handnervig
Meestal Hout- of kruidachtige stengels
Bv. Madeliefje
GRASLAND
1 of enkele kiemwortels
Halmheffer met knopenstapel = punt waar nieuwe scheuten ontstaan
o Planten houden hun groeipunt tegen de grond mensen/ dieren raken dit niet aan dus de
kop blijft onaangetast
o Functie groeipunt voortplanting aanmaak van zaden en vruchten
Meerjarige grasplant = verzameling van parallelle scheuten
Wortels voor 70% in bovenste 5 cm
Stengel met knopen
Weetje: bladeren mogen altijd verloren gaan, beschadigd worden maar niet dood gaan! Als de apex dood is
sterft ze.
BLOEIWIJZE
Bloemen zijn zeer klein
Tweeslachtig
Met 1-3 meeldraden en 2 stijlen
Omgeven door 2 schutbladachtige kroonkalfjes
Aar of pluimvormige bloeiwijzen
EENHUIZIG/ TWEEHUIZIG – EENSLACHTIG/ TWEESLACHTIG
1. Eenhuizig beide geslachten op 1 plant
2. Tweehuizig beide geslachten op een andere plant
3. Eenslachtig 1 van beide geslachten aanwezig op plant
4. Tweeslachtig bevat beide geslachten op de plant
Plant B tussenvorm (geslacht apart)
GRASSEN OF GRAMINEAE OF POACEAE
Voorbeelden van grassen rogge, gerst, haver, tarwe, sorghum, rijst en maïs
SITUERING GRASSEN
3 VERSCHILLENDE UITBATINGSVORMEN
1. Gras als voedingsstof voor grazers
2. Gras als gazon siergazon, speelgazon
3. Gras als indicatorplant in natuurgebied of extensief uitgebaat grasland
BELANGRIJKE KENMERKEN
1. Morfologie blaadjes: breed/smal? Lang/kort? Behaard/onbehaard?
, 2. Betredingsgevoeligheid
3. Maaitolerantie
4. Bloeiwijze belangrijk esthetisch?
5. Groeisnelheid/ontwikkeling
6. Hoe reageren de planten op bemesting?
SEIZOENSVARIATIE IN GRASLAND
Sterke groeipiek in voorjaar
Verminderde zomergroei Veebezetting aanpassen aan zomergroei + maaien
WEIDEGRASSEN 1 CYCLUS PER JAAR MET GENERATIEWISSEL HALF MEI-JUNI
Voorjaarsspruiten en zomerspruiten
Elke spruit doorloopt een eigen cyclus met bloei op een welbepaald moment
Voorjaarsgras is metabolisch verschillend van najaarsgras
Generatiewisseling: Overlapping → midzomerdepressie of zomersterfte
Uitleg bij figuur:
Seizoensinvloeden
o Winter: geen groei → kou, wind, fysiologisch “dood” → hibernatie (rustfase, plant leeft maar
groeit niet).
o Vernalizatie: proces in de winter waarbij de plant zich “instelt” op de lente/zomer.
o Plant voelt koude → groeit niet.
o Bij stijgende temperatuur: sterke groeistart.
Voorjaar en vroege zomer
o Vanaf mei/juni gaat de plant inzetten op voortplanting.
o Het groeipunt wordt naar boven verplaatst om bloei en zaadvorming mogelijk te maken.
Maaien en generaties
o Wanneer het groeipunt boven maaigewashoogte komt en wordt afgemaaid, sterft die
generatie af.
o Dit leidt tot een groeiwissel:
o Volgende generatie scheuten neemt over.
o Deze heeft meestal minder groeikracht.
MIDZOMERDEPRESSIE
In de zomer (na juni) kan er een terugval in groei optreden
Gevolg: kale plekken in grasmatten
= fase waar gazon geel komt te staan
VOORNAAMSTE GRASSEN VOOR GRAZEN/ MAAIEN
Engels raaigras
Grazen en maaien
Lange duur
Weidegras bij uitstek
Bij bemesting betere groei
Zeer smakelijk voor dieren
, Italiaans raaigras
Vooral maaien
Korte duur (1-2 jaar)
Maaien om in te kuilen
Zeer smakelijk
Westerwolds raaigras
Vooral maaien
Zeer kort
Intensief
Gekruist raaigras
Maaien
Eerder korte duur
Veldbeemdgras
Zodevormer om te begrazen
Weinig productief maar zodevormend
Goed bestand tegen koude
Beemdlangbloem
Maaien lage betredingstolerantie
Productief
Minder bestand tegen koude
Goede appreciatie door het dier
Timothee of lammerstaart
Vooral maaien
Hooiland
Zwak bij droogte
Goed gelust
Lage n-bemesting
Rietzwenkgras
Vooral maaien
Lage betredingstolerantie
Matige appreciatie
Kropaar
Vooral maaien
Goed bestand tegen koude
Goede appreciatie
Zodevormer netwerk aanleggen van uitlopers over de grond om planten te verbinden met elkaar.
MAAIEN EN INKUILEN
Wintervoorraad
Vers gras: 15-17% droge stof
Maaien, schudden…
Voor koeien: 30 - 45% droge stof inkuilen
Voor paarden: 55 – 75% droge stof , voordroog
Oprapen en inkuilen in grote sleufsilo’s of in gewikkelde balen
Via trekker kuil aandrukken
Afdekken met plastiek folie, om af te sluiten van lucht
Verankeren via aarde, banden en/of zandzakken
Anaërobe melkzuurbacteriën ontwikkelen zich en starten verzuringsproces
MAAIEN EN HOOI MAKEN