INLEIDING: EEN BEELD VAN EEN KIND
1 Inleiding
1.1 De onvoorspelbare aard van de pedagogiek
Pedagogiek: de WTS-studie van opvoeding, onderwijs en vorming
(traditionele omschrijving)
Pedagogiek wordt bijna niet meer gebruikt omdat het een vakgebied is die
is uitgegroeid naar een WTS
Bv orthopedagogiek, sociale pedagogiek, historische pedagogiek, …
Pedagogische WTS verwijst naar:
Meerdere sub disciplines (ortho, sociale, historische, …)
Meerdere pedagogische kaders (de ene school is het ene, andere
school andere)
Meerdere onderzoeksmethodes (soms kwantitatieve manier, soms
kwalitatieve)
Hoe verzamel je het beste kennis over opvoeding?
We weten wel wat nefast is/wat slecht is, maar wat goed opvoeden is
weten we niet. We moeten onszelf constant in vraag stellen.
We lijken soms te vergeten dat opvoeding en onderwijs een inherent
onvoorspelbaar en onbeheersbaar karakter hebben. Er is een grote druk
om te antwoorden op de vraag ‘wat werkt?’, maar daardoor is er minder
ruimte om na te denken over wat we nu eigenlijk met ‘werken’ bedoelen.
Chatterjee
Quantocratie: er komt steeds meer kritiek op de manier waarop de
functie van de onderwijsinstellingen in toenemende mate gevat wordt in
cijfers
Bv de PISA of TALIS die in grote mate het onderwijsbeleid bepalen, maar
voorbijgaan aan de vraag waarover dat onderwijs moet gaan en wat
wezenlijk telt.
,De meest recente tak van die testen is de IELS (International Early
Learning and Child Well-being Study)
DOEL = alle 5-jarigen te testen en zo bepalen welke voorschoolse
voorzieningen het best voorbereiden op de lagere school, zonder te
vragen of dat wel de essentiële missie van de kleuterschool hoort te zijn.
Kritiek
1. Men hoopt risico’s te verkleinen via data, maar de kans bestaat ook dat
de kinderen al een extra zorgjuf krijgen om met hen te rekenen enz.
2. mijn kijkt vanuit een tunnelvisie naar onderwijs (het lijkt alsof het enkel
rekenen, lezen en hoger onderwijs is)
Veel heeft te maken met het feit dat WTS vooral gezien wordt als een
kwaliteitslabel dat garant staat voor de juiste of beste keuze = evidence-
based onderzoek
1.2 De pedagogiek onder druk?
Trage of fundamentele pedagogische vraagstukken vragen een heel
andere WTS-benadering. Pedagogiek wordt in deze sv gezien als een
sociale en normatieve WTS en verschil daarom van academische
disciplines zoals wiskunde en fysica.
2 WTS-benaderingen/2 tendens die de evolutie of drang naar eenduidige
antwoorden mee hebben vormgegeven:
1. Evidence-based onderzoek
2. Fundamentele pedagogiek
Evidence-based onderzoek is interessant om invulling te geven en
vertalingen van die pedagogiek naar het werkveld
Wat heeft ons succesvolle resultaten? Meten is weten => het is
kwantitatief onderzoek (vragenlijsten)
Vaak hapklare vragen, heel concrete vragen die je heel gemakkelijk kan
onderzoeken
,Bv is het beter als je huiswerk geef als leerkracht, om het op maandag
te geven voor de hele week of elk dag een klein beetje?
Er zijn vaak 2 tendens in te zien
1. Risico reducerend denken = risico verminderd denken, ze willen
zo weinig mogelijk risico’s. En als er zijn dan willen we ze zo snel
mogelijk kennen en er iets aan doen.
VALKUIL we gaan extra op de risico’s letten, we kijken enkel naar wat
er fout loopt en minder op de krachten van kinderen.
2. Individualiserend denken = als men merkt dat er een kind is die
niet goed mee kan, dan gaat men die bijsturen en ondersteunen
zodanig dat het kind weer aan boord kan. Maar er wordt niet
nagedacht over ‘hoe het komt dat er zo’n grote groep kinderen is die
niet meekan met de groep’.
1.2.1 Risico reducerend denken
Overheden, sociale dienstverleners en academici zijn sterk gericht op het
identificeren, beoordelen en vooral verminderen van elk (potentieel)
gevaar voor kinderen en jongeren.
Bv discussie over het al dan niet camera’s in een kinderdagverblijf
plaatsen waarbij ouders op elk moment van de dag kunnen volgen wat er
in hun kinderopvang gebeurt.
De groeiende drang naar het in kaart brengen van risico’s komt van begin
20e eeuw, idee van ‘het moet mogelijk zijn om alle mogelijke risico’s in
kaart te brengen’.
Het leek niet meer dan een kwestie van tijd om alle geheimen van
kinderen en het kinderleven grondig en transparant in kaart te brengen.
Het streven om risico’s in te perken door ze te identificeren en aan te
pakken => ontstaan van steeds meer etiketten en nieuwe
categorieën risicokinderen.
, De focus op risico’s vraagt om:
Vooral aandacht te besteden aan wat er fout kan lopen
Interpreteren wat fout zou kunnen lopen
1.2.2 Individualiserend werken
Beleid, praktijk en onderzoek richten zich vooral op individualiserende
interventies.
Bv Anderstalige nieuwkomers die nog niet naar het eerste leerjaar
mogen => taalblad voor ze naar eerste leerjaar mogen
Bv Kinderen met ASS die niet langer in regulier onderwijs terecht
kunnen => aangepast onderwijs in een aparte school
Kinderen, jongeren en ouders worden uit het systeem gehaald en
tijdelijk/levenslang in een speciaal voor hen gecreëerde ruimte geplaatst.
DOEL = een time-out realiseren die finaal een betere integratie in de SL
mogelijk moet maken + marginalisering op lange termijn moet vermijden.
De oplossing voor MTS en pedagogische vraagstukken wordt telkens
gezocht in het ‘terug aan boord krijgen’ van het individu, zonder veel
reflectie over hoe het er ‘aan boord’ aan toegaat => weinig aandacht
voor persoonlijke context
Bv is een kind hyperactief of is er steeds minder plaats voor
bewegelijke, woelige of nerveuze kinderen in de klas?
Bv moet iedereen productief zijn of is er ook plaats voor minder
productieve volwassenen in een meritocratisch systeem?
In het realiseren van inclusie is het voortdurend balanceren tussen het
tegemoetkomen aan de individuele behoeften van een leerling en het
leerproces op school te blijven benaderen als een collectief proces.
Er is weinig aandacht voor MTS context => pedagogische kwesties
niet worden geformuleerd in termen van MTS vragen.