Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 174 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Revalidatie Reumatologische Aandoeningen | Gent | 2026/27

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 174 pagina's

Studiemateriaal voor het vak Revalidatie en kinesitherapie bij reumatologische aandoeningen aan de Universiteit Gent. Het document behandelt fundamentele concepten uit de reumatologie, waaronder de onderscheiding tussen mechanische en inflammatoire pijn, pijnpatronen, artritisvormen, en reumatische auto-immuunaandoeningen zoals lupus. Bevat praktische behandelingsprincipes en oefenprogramma's met therapeutische richtlijnen. Dit materiaal biedt een solide basis voor het begrijpen van reumatologische diagnoses en de kinesitherapeutische benadering hiervan.

Voorbeeld van de inhoud

INLEIDING

WAT IS REUMATOLOGIE?
Vooral bewegingsstelsel:
- Gewrichten
o Spondylartropathie
- Spieren
o Dermatomyositis
o Polymyalgia
- Abarticulaire structuren
- Bot
 Maar ook soms systeemlijden.
 Niet door trauma veroorzaakt.
 Pijnpatronen zijn belangrijk bij reuma.



PIJNPATRONEN HELPEN ONS BIJ HET ONDERSCHEIDEN OM WELKE
REUMATOLOGISCHE AANDOENING HET GAAT
Pijn:
- Lokalisatie
o Lokaal
o Uitstralend
- Ontstaan en duur
o Acuut, chronisch
o Spontaan, infectieus
- Karakter van de pijn
o Inflammatoir
o mechanisch

Mechanische vs inflammatoire pijn:

Mechanische pijn (vb: artrose):
- Geen pijn in rust
- Pijn neemt toe met belasting, in de loop van de dag
- Startstramheid

Inflammatoire pijn (vb: artritis):
- Pijn in rust, nachtelijke pijn
- Ochtendstramheid
- Pijn en stramheid verbeteren in de loop van de dag

Mogelijke patronen:
- Mono-articulaire

1

, - Polyarticulaire (>5)
- Pauci-articulaire = oligoarticulair (<5)

Chronische artritis:

Monoarticulair Oligoarticulair Polyarticulair Systeemziekte
Jicht Spondylartropathie Reumatoïde artritis Lupus
1/100 1/100 1/100 1/5000

 Prevalentie : >3%
 Fysieke en psychologische impact
 Socio-economische impact



REUMATISCHE SYSTEEMZIEKTEN OF
BINDWEEFSELZIEKTEN

1. INTRODUCTIE
Gemeenschappelijke noemer:
- Ze worden gemedieerd door immuuncompetente cellen, vnl lymfocyten.
Immuunsysteem wordt ontregeld en valt eigen lichaam aan.
- Vaak komen auto-antistoffen voor. Dit zijn antistoffen die zich richten tegen
lichaamseigen structuren.
- Antinucleaire antistoffen (ANA): vaak geassocieerd met reumatische auto-
immuunaandoeningen. ANA’s zijn een specifieke groep auto-antistoffen die zich
richten tegen onderdelen van de celkern. Typisch aanwezig bij lupus of systeem
sclerose. Bij lupus richten ANA’s zich tegen dubbelstrengig DNA.
o Niet alleen detectie van ANA is belangrijk, maar vooral tegen welk specifiek
antigeen de ANA gericht is.
o Dus vnl antigeenspecificiteit is belangrijk.

Lupus 1/2000
Systeemsclerose 1/10000
Sjögren syndroom 1/10000 – (0,5/100**)= 5/1000
Polymyalgia reumatica 1/100 in leeftijdsgroep >55 jaar



2. LUPUS
2.1. ALGEMEEN
= Chronische multische systeem auto-immune aandoening met heterogene uiting. Meest bij
vrouwen en niet-witte populaties

ANA’s:

2

, - Anti-ds-DNA en anti-sm-DNA is typisch bij lupus.


2.2. SYMPTOMEN:
- Moe
- Koorts Komen voor bij alle ziektes
- Gewichtsverlies
- Nachtelijke pijn
- Pleuritis (= ontsteking longvlies)
- Gezwollen gewrichten
- Systeemlupus kan gepaard gaan met een significante morbiditeit en mortaliteit.

Cutaneous (=huidgerelateerd) Malar-uitslag, discoïde (ronde plekken),
lichtgevoeligheid en orale ulceraties.
Gewrichten Niet-erosieve artritis >2 perifere
gewrichten.
Serositis (=ontsteking serosa, dunne vlies Pleuritis, schurend of krakend geluid,
rond organen) pleurale effusie (ophoping vocht in
pleuraholte) en pericarditis.
Nier Proteïnurie >0-5 g/dag en cellulaire
afgietsels.
Hematologisch <100.000 cellen per μL , hemolytische
anemie, leukopenie, lymfopenie en
trombocytopenie.
Neurologisch Epileptische aanvallen en psychoses.
Immunologisch Positieve ANA, anti-dsDNA, anti-sm of
anticardiolipin


2.3. BEHANDELING/ ALGEMENE MANAGEMENT:

- De behandeling is zeer gevarieerd, afhankelijk van het ziekteverloop.

Oefentherapie:

- Er zijn weinig RCT’s, maar oefening bevordert functionaliteit en levenskwaliteit.

- Algemente weetjes:
o Gewrichtspijn, moeheid en stijfheid zijn barrieres voor oefeningen.
o Slechts 1/3 van SLE patienten behaalt de richtlijnen van > 150 minuten matige
inspanning per week voor gezondheidspromotie.
- Studie: Welke oefeningen?
o RCT: 12 weken
o Controle groep, dewelke info over de ziekte kregen, maar geen
oefentherapie.
o Versus Cardiovasculaire training (wandelen en fietsergometer) en resistance
training (free weight en elastic band).

3

, CONCLUSIE: Cardiovasculaire training en resistance training leidt tot betere functionaliteit en
levenskwaliteit.



3. SJÖGREN SYNDROOM
3.1. ALGEMEEN
= Dit is een systemische aandoening, auto-immune exocrinopatie waarbij het
immuunsysteem de exocriene klieren aanvalt. Dit leidt tot daling van het traanvocht en
speeksel.

- Xerophtalmie: occulaire droogte
- Xerostomie: orale droogte
- Primair: op zichzelf staande auto-immuunziekte zonder onderliggende reumatische
aandoeningen.
- Secundair: in combinatie met andere auto-immuunziekten.
- De klinische uiting kan zowel klier als niet-klier/ extra glandulaire manifestaties
bevatten.
- Komt voornamelijk voor bij vrouwen tussen 30-60 jaar.


ANA’s:
- Anti-SSA, Anti-SSB



3.2. BEHANDELING/ ALGEMENE MANAGEMENT:

Oefentherapie?

- Een gesuperviseerde weerstandstraiing in sjögren is effectief betreffende functionele
capaciteit en verergert de ziekteactiviteit niet.

- Studie: Welke oefeningen?
o RCT: 16 weken
o Controle groep VS resistance training



4. POLYMYALGIA REUMATICA (PMR)
4.1. ALGEMEEN
= Inflammatoire reumatische aandoening bij personen ouder dan 55 jaar.

- Dit geeft inflammatoire spierspijn thv schouder- en bekkengordel.
- Trage en moeilijke schouderabductieboog actief, niet passief.

4

Inhoudsopgave

  1. 01 WAT IS REUMATOLOGIE? 1
  2. 02 Pijnpatronen helpen ons bij het onderscheiden om welke reumatologische aandoening het gaat 1
  3. 03 1. Introductie 2
  4. 04 2. LUpus 2
    1. 2.1. Algemeen 2
    2. 2.2. Symptomen: 3
    3. 2.3. Behandeling/ algemene management: 3
  5. 05 3. Sjögren syndroom 4
    1. 3.1. algemeen 4
    2. 3.2. Behandeling/ algemene management: 4
  6. 06 4. Polymyalgia reumatica (PMR) 4
    1. 4.1. Algemeen 4
    2. 4.2. Behandeling en oefentherapie 5
  7. 07 5. Idiopatische inflammatoire myositis: Polymyositis en Dermatomyositis 5
    1. 5.1. algemeen 5
    2. 5.2. Oefentherapie in inflammatoire myopatieën? 6
  8. 08 6. SYSTEEMSCLEROSE 6
    1. 6.1. Algemeen 6
    2. 6.2. Prevalentie: 6
    3. 6.3. CLASSIFICATIE: Gebaseerd op uitbreiding van de huidbetrokkenheid. 6
    4. 6.4. Oefentherapie? 7
  9. 09 1. Bottumoren 8
  10. 10 1.1 Indeling 8
    1. 1.2. Bot of kraakbeen 8
    2. 1.3. Symptomen 8
    3. 1.4. metastasen ter hoogte van het bot 8
    4. 1.5. Behandeling 9
    5. 1.6. Casus 9
  11. 11 2. Intra-articulaire tumoren 9
  12. 12 3. Paraneoplasie 9
    1. 3.1. Pierre Marie bamberger 9
    2. 3.2. Polymyalgia reumatica 10
    3. 3.3. Wat is reuscelarteritis? 10
    4. 3.4. Paraneoplastische polyartritis 11
  13. 13 1. Situering 14
  14. 14 2. Etiologie 14
    1. 2.1. Pathologie van OA 14
    2. 2.2. Epidemiologie en risicofactoren 16
  15. 15 3. Diagnostiek 17
    1. 3.1. kliniek 17
    2. 3.2. subtypes 17
  16. 16 4. Medische behandeling 19
    1. 4.1. Doelstellingen: 19
    2. 4.2. Farmacologisch: 19
    3. 4.3. Niet-farmacologische behandeling: 19
  17. 17 5. Take home message 20
    1. 5.1. Risicofactoren: 20
    2. 5.2. De pathologische kenmerken zijn: 20
  18. 18 1. Osteoartritis 21
    1. 1.1. Impact voor de patiënt. 22
  19. 19 2. therapie 23
    1. 2.1 Multidisciplinaire aanpak 23
    2. 2.2. klinische richtlijnen 23
    3. 2.2.1. Aangewezen interventies voor OL 24
    4. 2.3. Windows of opportunity 24
  20. 20 3. Kinesitherapie 25
    1. 3.1 Doelstellingen 25
    2. 3.2. (objectieve) meetinstrumenten 25
    3. 3.3. OA-specifieke inspectie 25
    4. 3.4. Functionele evaluatie 26
    5. 3.5. OA-specifiek functie onderzoek: belangrijke aandachtspunten 26
  21. 21 4. Oefentherapie 27
    1. 4.1. oA behandeling en revalidatie 27
    2. 4.2. effecten: 27
    3. 4.3. Wat met flares 29
  22. 22 5. educatie en selfmanagment 29
    1. 5.1. doelstellingen 29
    2. 5.2. Treatment cost-effectviveness 29
  23. 23 6. Manuele therapie 29
    1. 6.1. manuele technieken/ manipulatie 29
  24. 24 7. Electro- en thermotherapie 29
  25. 25 8. Andere belangrijke interventies 30
    1. 8.1. gewichtsverlies 30
    2. 8.2. biomechanische interventies 30
  26. 26 1. Klinische manifestaties 32
    1. 1.1. Reumatoïde artritis 32
    2. 1.2. Articulaire hoofdsymptomen 32
    3. 1.3. Vroegtijdig: 32
    4. 1.4. Laattijdig: vervormingen 33
    5. 1.5. RA aantasting grote gewrichten 34
    6. 1.6. Cervicale aantasting bij RA 34
    7. 1.7. RA extra-articulaire manifestaties 35
  27. 27 2. Etiologie 35
    1. 2.1 Pathogense RA is multifactorieel 35
    2. 2.2. Kenmerken inflammatie 35
  28. 28 3. Diagnostiek 36
    1. 3.1. diagnose RA 36
  29. 29 4. Medische behandeling 37
    1. 4.1. Biologicals in de behandeling van RA 38
  30. 30 1. Septische artritis 39
    1. 1.1. Etiologie 39
    2. 1.2. Diagnosiek 39
    3. 1.3. Medische behandeling septische artritis 40
    4. 1.4. Revalidatie 40
  31. 31 2. Kristalartritis 40
    1. 2.1 Jicht 40
    2. 2.2 Pseudojicht of chondrocalcinose 42
  32. 32 3. Aseptische necrose 42
    1. 3.1. etiologie 43
  33. 33 4 Abarticulaire klachten (BL) 46
    1. 4.1. Periartritis scapulohumeralis (PSH) 46
    2. 4.2. Carpal tunnel syndroom 47
  34. 34 5. abarticulaire klachten (OL) 48
    1. 5.1. Kniekuilcyste (baker’s cyst) 48
  35. 35 1. Situering 49
    1. 1.1. voorkomen 49
    2. 1.2. Epidemiologie 49
    3. 1.3. Impact osteoporose 49
    4. 1.4. Anatomie bot 50
    5. 1.5. Vormen van osteoporose 52
    6. 1.6. Klinisch onderzoek 53
    7. 1.7. Diagnose 53
    8. 1.8. Osteoporose bij inflammatoire aandoeningen 55
  36. 36 2. Behandeling 56
    1. 2.1. aanpak van acute wervelfracturen 56
    2. 2.2. Aanpak heupfracturen 56
    3. 2.3. Indicaties voor behandeling osteoporose 57
    4. 2.4. Therapeutische targets 57
  37. 37 1. Osteoporose 60
    1. 1.1. Impact 60
    2. 1.2. Multidisciplinaire aanpak 61
  38. 38 2. Therapie 61
    1. 2.1. Doelstellingen therapie 62
    2. 2.2. Klinische evaluatie (kine) 62
    3. 2.3. Modaliteiten 62
  39. 39 3. Oefentherapie 63
    1. 3.1. Welke oefeningen: 63
    2. 3.2. Management van mogelijke gevaren oefentherapie: 64
    3. 3.3. Stimulerende en afremmende factoren: 64
    4. 3.4. Valpreventie: 64
  40. 40 4. Manuele therapie 64
  41. 41 5. Electro- en thermotherapie 64
  42. 42 6. Red flags voor kinesitherapeut 65
  43. 43 1. Reumatoïde artritis 65
    1. 1.1. Kliniek RA 65
    2. 1.2. Impact op vele facetten 65
    3. 1.3. Multidisciplinaire aanpak 66
  44. 44 2. Therapie 66
    1. 2.1. Managment 66
    2. 2.2. Doelstellingen therapie 66
  45. 45 3. Richtlijnen voor fysieke activiteit 68
    1. 3.1. Kerngedachten: 68
    2. 3.2. Evenwicht rust-activiteit: 68
  46. 46 4. Oefentherapie 68
    1. 4.1. Belang en voordelen oefentherapie 68
    2. 4.2. Belasting VS. belastbaarheid 70
    3. 4.3. Richtlijnen 70
    4. 4.4. Sporters vs. niet-sporters 70
    5. 4.5. Contra-indicaties 71
    6. 4.6. Opbouw oefenprogramma 71
    7. 4.7. opstoot/ actieve gewrichtsontsteking 72
  47. 47 5. Andere modaliteiten 73
  48. 48 6. Massage en manuele therapie 73
  49. 49 7. Electro- en thermotherapie 73
  50. 50 8. Hydro- en balneotherapie 74
  51. 51 9. E-pathologie 74
  52. 52 10. Red flags voor kinesitherapeut 74
  53. 53 1. Kinderen vs volwassenen 76
  54. 54 2. verschillende vormen van JIA 76
    1. 2.1. Systemic onset 77
    2. 2.2. Polyarticular onset 77
    3. 2.3. Oligoarticulair 78
    4. 2.4. Psoriasis artritis 78
    5. 2.5. Enthesitis related 78
  55. 55 3. Frequentie van de subtypes 78
  56. 56 4. Differentiaal diagnose 78
  57. 57 5. Familiale geschiedenis 79
  58. 58 6. Medicamenteuze behandeling 79
    1. 6.1. Doel 79
    2. 6.2. Cave: extropolatie medicatie volwassenen naar kinderen. 79
    3. 6.3. Medicatie 79
  59. 59 7. Regelmatige controles 81
    1. 7.1. Oftalmologische controles 81
  60. 60 8. Prognose 81
  61. 61 9. Rol van de kinesitherapeut 82
    1. 9.1. Kinesitherapie bij kinderen 82
    2. 9.2. Opmerkingen 82
    3. 9.3. Praktisch 82
  62. 62 1 situering 84
    1. 1.1 terminologie van het gewricht 84
    2. 1.2 Abarticulaire klachten (perifeer, axiaal) 84
  63. 63 2 Het reumatologisch consult 87
    1. 2.1 Anamnese: 87
    2. 2.2. Klinisch onderzoek: 88
    3. 2.3. Klinisch onderzoek van andere systemen: 88
    4. 2.4. Artritis vs artrose 88
    5. 2.5. Spondyloarthritis (Spa) concept 89
  64. 64 3. behandeling 94
  65. 65 4. Behandeling Axiaal 94
    1. 4.1. niet-medicamenteuze therapie 94
    2. 4.2. medicamenteuze therapie: 95
  66. 66 5. Behandeling perifeer 97
  67. 67 6. Spondyloartritis: karakteristieken 97
  68. 68 7. Overzicht SpA-subtypes 97
  69. 69 8. Diagnose 97
  70. 70 1. Inleiding 98
    1. 1.1 Impact op vele facetten 98
    2. 1.2 Multidisciplinaire aanpak 98
    3. 1.3 KLinisch onderzoek 99
  71. 71 2. Therapie 99
    1. 2.1. Managment 99
    2. 2.2. Beslissingsboom 99
  72. 72 3. Oefentherapie 100
    1. 3.1 Aanbevelingen: 100
    2. 3.2 Recente reviews: 100
    3. 3.2. Consensus: 100
  73. 73 4. Manuele therapie 106
  74. 74 5. Electro- en thermotherapie 106
    1. 5.1. Magnetotherapie 106
    2. 5.2. Cryotherapie 106
    3. 5.3. IR therapie 107
  75. 75 6. Hydro- en balneotherapie 107
    1. 6.1. Hydrotherapie 107
    2. 6.2. Spa- en balneotherapie 107
  76. 76 7. E-Pathologie 107
  77. 77 8. Red flags voor kinesitherapie 108
  78. 78 1. Bindweefsel 109
    1. 1.1. Bindweefsel is 1 van de 4 weefseltypes 109
    2. 1.2. Waar komt bindweefsel voor? 109
    3. 1.3. Types bindweefsel 109
    4. 1.4. Componenten van bindweefsel 111
  79. 79 2. Basis genetica 113
    1. 2.1. Celkern: Genen zijn het recept voor de BW-moleculen 113
    2. 2.2. Mutaties die leiden tot defecten in de BW-molecule 113
    3. 2.3. pathogenese van erfelijke BW-aandoeningen 113
  80. 80 3. De erfelijke bindweefsel-aandoeningen 115
    1. 3.1. Het landschap van hypermobiliteit 115
    2. 3.2. Zeldzame aandoeningen 116
    3. 3.2.2. Het marfan syndroom 120
  81. 81 4. Wanneer verwijs je iemand naar een centrum van medische genetica? 123
  82. 82 1. Gewrichtshypermobiliteit 124
    1. 1.1. Factoren 124
    2. 1.2. Gegeneraliseerde gewrichtshypermobiliteit (GJH) 124
  83. 83 2. het landschap van gewrichtshypermobiliteit, EDS en HSD 126
    1. 2.1. Asymptomatische JH 126
    2. 2.2. Heritable CT disorder 126
    3. 2.3. Hypermobility spectrum disorder (HSD) 129
    4. 2.4. Hypermobiliteit bij kinderen en adoloscenten 129
  84. 84 3. Gewrichtshypermobiliteit – laxiteit – instabiliteit 129
    1. 3.1. Terminologie 129
    2. 3.2. Concept van functionele gewrichtstabiliteit 130
    3. 3.3. Symptomen en klachten gerelateerd aan hypermobiliteit 131
    4. 3.4. Pijn 132
    5. 3.5. spierproblemen 132
    6. 3.6. Vermoeidheid 132
    7. 3.7. Geassocieerde symptomen hEDS/HSD 132
  85. 85 4. Fysiotherapeutische benadering van hEDS en HSD 133
    1. 4.1. Rol van de kinesitherapeut: preventief en curatief (genezing) 133
  86. 86 5. Fystiotherapeutische aandachtspunten voor cEDS en Veds 139
    1. 5.4. klassiek ehlers danlos syndroom 139
    2. 5.5. Vascular ehlers danlos syndroom 139
  87. 87 6. Fysiotherapeutische benadering van het Marfan-syndroom 140
    1. 6.4. Marfan-syndroom 140
  88. 88 1. Situering 143
    1. 1.1 Moe? 143
    2. 1.2. CVS en FM 144
  89. 89 2. Diagnostiek 144
    1. 2.1. Geschiedenis en variaties namen CVS 144
    2. 2.2. Voorkomen CVS 145
    3. 2.3. criteria CVS 145
    4. 2.4. Prognose CVS 147
    5. 2.5. Voorkomen FM 147
    6. 2.6. criteria FM: ACR 1990 147
    7. 2.7. bijkomende symptomen 148
    8. 2.8. Criteria FM: ACR 2010 148
    9. 2.9. CVS & FM, the same??? 149
    10. 2.10. Central sensitivity syndromes? 149
  90. 90 3. Etiologie CVS & FM 150
    1. 3.1 Mogelijke oorzaken 150
    2. 3.2. Het bio-psycho-sociaal model 150
  91. 91 4. Implicaties 156
    1. 4.1. Sociaal psychologische impact aandoening 156
    2. 4.2. Sociaal psychologisch: reactie patiënt 157
    3. 4.3. Implicaties voor behandelaar 157
  92. 92 1. Medische behandeling CVS 157
    1. 1.1. Historiek referentiecentra CVS 157
    2. 1.2. Nieuwe overeenkomst: voornaamste zorgactoren 159
    3. 1.3. Overzicht revalidatie CVS 160
  93. 93 2. Medische behandeling Fibromyalgie 160
    1. 2.1. Behandeling 160
  94. 94 3. Revalidatie 162
    1. 3.1. Cognitieve gedragstherapie voor CVS 162
    2. 3.2. Graded exercise therapie: CVS & FM 162
    3. 3.3. Status preasens CVS/FM in ons land 163
  95. 95 1. Casus 164
    1. 1.1. Anamnese 165
    2. 1.2. Kinesitherapeutisch onderzoek 166
    3. 1.3. Kinesitherapeutische evaluatie 167
  96. 96 2. Casus Ann 170
  97. 97 3. Stoornissen in functie en structuur in ICF 171
  98. 98 4. Toegevoegd onderzoek: 171
  99. 99 5. Behandeling Ann 171
    1. 5.1. Smart 171
    2. 5.2. Behandelprogramma 172

Documentinformatie

Geüpload op
23 augustus 2026
Aantal pagina's
174
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€11,96

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
10
Laatst verkocht
-



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen