WAT IS REUMATOLOGIE?
Vooral bewegingsstelsel:
- Gewrichten
o Spondylartropathie
- Spieren
o Dermatomyositis
o Polymyalgia
- Abarticulaire structuren
- Bot
Maar ook soms systeemlijden.
Niet door trauma veroorzaakt.
Pijnpatronen zijn belangrijk bij reuma.
PIJNPATRONEN HELPEN ONS BIJ HET ONDERSCHEIDEN OM WELKE
REUMATOLOGISCHE AANDOENING HET GAAT
Pijn:
- Lokalisatie
o Lokaal
o Uitstralend
- Ontstaan en duur
o Acuut, chronisch
o Spontaan, infectieus
- Karakter van de pijn
o Inflammatoir
o mechanisch
Mechanische vs inflammatoire pijn:
Mechanische pijn (vb: artrose):
- Geen pijn in rust
- Pijn neemt toe met belasting, in de loop van de dag
- Startstramheid
Inflammatoire pijn (vb: artritis):
- Pijn in rust, nachtelijke pijn
- Ochtendstramheid
- Pijn en stramheid verbeteren in de loop van de dag
Mogelijke patronen:
- Mono-articulaire
1
, - Polyarticulaire (>5)
- Pauci-articulaire = oligoarticulair (<5)
Chronische artritis:
Monoarticulair Oligoarticulair Polyarticulair Systeemziekte
Jicht Spondylartropathie Reumatoïde artritis Lupus
1/100 1/100 1/100 1/5000
Prevalentie : >3%
Fysieke en psychologische impact
Socio-economische impact
REUMATISCHE SYSTEEMZIEKTEN OF
BINDWEEFSELZIEKTEN
1. INTRODUCTIE
Gemeenschappelijke noemer:
- Ze worden gemedieerd door immuuncompetente cellen, vnl lymfocyten.
Immuunsysteem wordt ontregeld en valt eigen lichaam aan.
- Vaak komen auto-antistoffen voor. Dit zijn antistoffen die zich richten tegen
lichaamseigen structuren.
- Antinucleaire antistoffen (ANA): vaak geassocieerd met reumatische auto-
immuunaandoeningen. ANA’s zijn een specifieke groep auto-antistoffen die zich
richten tegen onderdelen van de celkern. Typisch aanwezig bij lupus of systeem
sclerose. Bij lupus richten ANA’s zich tegen dubbelstrengig DNA.
o Niet alleen detectie van ANA is belangrijk, maar vooral tegen welk specifiek
antigeen de ANA gericht is.
o Dus vnl antigeenspecificiteit is belangrijk.
Lupus 1/2000
Systeemsclerose 1/10000
Sjögren syndroom 1/10000 – (0,5/100**)= 5/1000
Polymyalgia reumatica 1/100 in leeftijdsgroep >55 jaar
2. LUPUS
2.1. ALGEMEEN
= Chronische multische systeem auto-immune aandoening met heterogene uiting. Meest bij
vrouwen en niet-witte populaties
ANA’s:
2
, - Anti-ds-DNA en anti-sm-DNA is typisch bij lupus.
2.2. SYMPTOMEN:
- Moe
- Koorts Komen voor bij alle ziektes
- Gewichtsverlies
- Nachtelijke pijn
- Pleuritis (= ontsteking longvlies)
- Gezwollen gewrichten
- Systeemlupus kan gepaard gaan met een significante morbiditeit en mortaliteit.
Cutaneous (=huidgerelateerd) Malar-uitslag, discoïde (ronde plekken),
lichtgevoeligheid en orale ulceraties.
Gewrichten Niet-erosieve artritis >2 perifere
gewrichten.
Serositis (=ontsteking serosa, dunne vlies Pleuritis, schurend of krakend geluid,
rond organen) pleurale effusie (ophoping vocht in
pleuraholte) en pericarditis.
Nier Proteïnurie >0-5 g/dag en cellulaire
afgietsels.
Hematologisch <100.000 cellen per μL , hemolytische
anemie, leukopenie, lymfopenie en
trombocytopenie.
Neurologisch Epileptische aanvallen en psychoses.
Immunologisch Positieve ANA, anti-dsDNA, anti-sm of
anticardiolipin
2.3. BEHANDELING/ ALGEMENE MANAGEMENT:
- De behandeling is zeer gevarieerd, afhankelijk van het ziekteverloop.
Oefentherapie:
- Er zijn weinig RCT’s, maar oefening bevordert functionaliteit en levenskwaliteit.
- Algemente weetjes:
o Gewrichtspijn, moeheid en stijfheid zijn barrieres voor oefeningen.
o Slechts 1/3 van SLE patienten behaalt de richtlijnen van > 150 minuten matige
inspanning per week voor gezondheidspromotie.
- Studie: Welke oefeningen?
o RCT: 12 weken
o Controle groep, dewelke info over de ziekte kregen, maar geen
oefentherapie.
o Versus Cardiovasculaire training (wandelen en fietsergometer) en resistance
training (free weight en elastic band).
3
, CONCLUSIE: Cardiovasculaire training en resistance training leidt tot betere functionaliteit en
levenskwaliteit.
3. SJÖGREN SYNDROOM
3.1. ALGEMEEN
= Dit is een systemische aandoening, auto-immune exocrinopatie waarbij het
immuunsysteem de exocriene klieren aanvalt. Dit leidt tot daling van het traanvocht en
speeksel.
- Xerophtalmie: occulaire droogte
- Xerostomie: orale droogte
- Primair: op zichzelf staande auto-immuunziekte zonder onderliggende reumatische
aandoeningen.
- Secundair: in combinatie met andere auto-immuunziekten.
- De klinische uiting kan zowel klier als niet-klier/ extra glandulaire manifestaties
bevatten.
- Komt voornamelijk voor bij vrouwen tussen 30-60 jaar.
ANA’s:
- Anti-SSA, Anti-SSB
3.2. BEHANDELING/ ALGEMENE MANAGEMENT:
Oefentherapie?
- Een gesuperviseerde weerstandstraiing in sjögren is effectief betreffende functionele
capaciteit en verergert de ziekteactiviteit niet.
- Studie: Welke oefeningen?
o RCT: 16 weken
o Controle groep VS resistance training
4. POLYMYALGIA REUMATICA (PMR)
4.1. ALGEMEEN
= Inflammatoire reumatische aandoening bij personen ouder dan 55 jaar.
- Dit geeft inflammatoire spierspijn thv schouder- en bekkengordel.
- Trage en moeilijke schouderabductieboog actief, niet passief.
4