Ontwikkelingspsychologie
➔ Wetenschappelijke studie van patronen van groei, verandering en stabiliteit.
➔ Van conceptie tot hogere ouderdom
Tabula Rasa
“onbeschreven blad” Een idee van John Locke met de opvatting dat een kind geboren
wordt zonder aangeboren kennis en dat kennis, gedrag en ontwikkeling ontstaan door
ervaringen en invloeden uit de omgeving
Empirisme
Filosofische opvatting dat alle kennis wordt verworven via ervaring en waarneming, en
niet aangeboren is
Aangeboren goedheid
Idee van Jean-Jacques Rousseau, kinderen werden geboren met inherent potentieel en
talenten. Wanneer we kinderen verzorgen en beschermen bereiken ze vanzelf hun volle
potentieel
Wetenschappelijke discipline
Vakgebied dat voldoet aan 3 criteria: theoretisch kader, empirisch onderzoek,
systematische onderzoeksmethode
Evolutietheorie
de theorie van Charles Darwin die stelt dat soorten zich doorheen de tijd ontwikkelen via
natuurlijke selectie, waarbij organismen met gunstige eigenschappen meer kans
hebben om te overleven en zich voort te planten
Recapitulatietheorie
,Theorie van Ernst Haeckel die stelt dat de ontwikkeling van een individu (ontogenese)
een versnelde versie is van de evolutionaire ontwikkeling van de soort (fylogenese)
Ontogenese
Ontwikkeling van een individu van bevruchting tot dood
Fylogenese
De evolutionaire ontwikkeling van een soort doorheen de geschiedenis
Babybiografieën
verslagen waarin onderzoekers of geleerden systematisch de ontwikkeling en het gedrag
van hun eigen kinderen observeerden en noteerden. Ze vormden een vroege vorm van
empirisch onderzoek naar de ontwikkeling van kinderen. Voorbeelden zijn Tieldemann
en Darwin
Child study movement
een beweging opgericht door G. Stanley Hall die via grootschalig onderzoek de
ontwikkeling van kinderen wilde bestuderen om onderwijs beter af te stemmen op de
behoeften van het kind.
Child study institutes
onderzoekscentra die ontstonden vanuit de Child Study Movement en zich richtten op
het systematisch onderzoeken van de ontwikkeling van kinderen.
Reformpedagogik
pedagogische stroming die rond 1900 ontstond en pleitte voor een kindgerichte aanpak
van onderwijs, waarbij de behoeften en ontwikkeling van het kind centraal staan in
plaats van de leerkracht. Bekende vertegenwoordigers zijn Steiner, Montessori en
Freinet.
Gesell observation dome
,een speciaal ontworpen observatieruimte, opgericht door Arnold Gesell waarin kinderen
op een niet-intrusieve manier konden worden geobserveerd, zonder dat hun gedrag werd
verstoord door de aanwezigheid van onderzoekers.
Gesell developmental schedules
een van de eerste ontwikkelingstesten, ontwikkeld door Arnold Gesell om typische
ontwikkelingspatronen van kinderen in kaart te brengen.
Eugenetica
de opvatting dat de genetische kwaliteit van een bevolking verbeterd kan worden door
de voortplanting van bepaalde groepen te stimuleren en die van andere groepen te
beperken
Genetic studies of the genius
een longitudinale studie, gestart in 1921 door Lewis Terman, waarin hoogbegaafde
kinderen gedurende hun leven werden opgevolgd om hun ontwikkeling te onderzoeken
Pedagogiek
de wetenschappelijke studie van opvoeding, onderwijs en de begeleiding van kinderen
in hun ontwikkeling
Behaviorisme
een theoretische stroming die ontwikkeling beschouwt als het resultaat van
leerprocessen en omgevingsinvloeden, met de nadruk op observeerbaar gedrag
Levensloopperspectief
de visie van Paul Baltes dat ontwikkeling een levenslang, multidimensioneel,
multidirectioneel en plastisch proces is dat beïnvloed wordt door de interactie tussen
verschillende factoren en contexten
THEMA 2
, 5 belangrijkste theoretische perspectieven van de wetenschappelijke
ontwikkelingspsychologie
Behaviorisme, genetische psychologie, cognitieve informatieverwerkingstheorie,
constructivisme, bio-ecologisch model
Genetische psychologie
een vroege stroming binnen de ontwikkelingspsychologie die ontwikkeling verklaart
vanuit aangeboren en biologisch bepaalde factoren. Ontwikkeling verloopt volgens een
vaste reeks kwalitatief verschillende stadia, waarbij de omgeving een beperkte rol
speelt. Belangrijke vertegenwoordigers zijn Hall (grondlegger), Gesell en later Erikson
Nativisme
De opvatting dat aangeboren factoren (erfelijkheid) een bepalende rol spelen in de
ontwikkeling van kennis, gedrag en vaardigheden
Rassenhiërarchie
het idee dat sommige menselijke “rassen” biologisch en evolutionair hoger ontwikkeld
zouden zijn dan andere. Hall nam dit idee over en stelde dat niet alle volkeren hetzelfde
ontwikkelingsniveau hadden bereikt
Biologische rijping
het proces waarbij aangeboren lichamelijke en neurologische kenmerken zich volgens
een natuurlijk en genetisch bepaald verloop ontwikkelen, waardoor nieuwe
vaardigheden en gedragingen mogelijk worden
Behaviorisme
een psychologische stroming die ontwikkeling verklaart als het resultaat van
leerervaringen en omgevingsinvloeden. Ontwikkeling verloopt via leerprocessen zoals
conditionering en observatieleren en wordt gezien als een continu, gradueel proces van