Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 121 pagina's
Samenvatting

Samenvatting - Geschiedenis van het publiekrecht (1000RECGPU)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 121 pagina's

Dit is een samenvatting van 'Geschiedenis van het Publiekrecht', gedoceerd door Christophe Maes in de eerste bachelor rechten aan de Universiteit van Antwerpen. Mijn samenvatting omvat alle notities van de les samen met de bijbehorende powerpoint.

Voorbeeld van de inhoud

H1. Het moderne staatsbegrip

1. Inleiding

●​ We regelen de manier waarop we onszelf structureren om chaos te voorkomen
○​ “Regelen” veronderstelt ‘regels’ dat ‘normativiteit’ inhoudt, wat dan weer herleid
wordt naar ‘het recht’
●​ De gemeenschappelijke elementen in het bestuur van staten (of m.a.w. het publiekrecht):
○​ 1) Legitimiteit = de rechtvaardiging van de bestuurder tegenover de bestuurden
■​ Verschilt van staat tot staat (plaats)
■​ Verschilt van periode (tijd)
■​ Geen uniform model
○​ 2) Representativiteit = de bevolking kan zich laten vertegenwoordigen
■​ Verschilt van staat tot staat (plaats)
■​ Verschilt van periode (tijd)
■​ Representatief regime is het meest gangbaar bestuurlijk model, maar het is
geen uniform model
●​ MAAR: Hoe waarborgen we de rechten en vrijheden van burgers tegenover de staat
(overheid)? Hoe waarborgen we de rechten van de minderheid tegenover de
(democratische) meerderheid?
○​ Hoe kunnen we de rechten op een institutionele manier waarborgen? (staatsrecht)
■​ Intellectuele achtergrond van de ontwikkeling van de liberale staat

2. De idee van ‘de staat’
2.1 Middeleeuwen

●​ Mediëvisten zouden zeggen dat de oorsprong van de staat zich eigenlijk al in de
middeleeuwen, namelijk in het leenrecht (= feodalisme) (vanaf 10e tot 18e eeuw)
○​ Feodalisme = een leenheer (vorst of edelman) geeft grond en rechten in bruikleen
aan een leenman (vazal) in ruil voor militaire steun, economische steun en
privaatrechtelijke relaties
●​ Dus: iets of iemand is nodig om het samenleven te waarborgen, en om chaos en geweld te
verhinderen
●​ Hiervoor heb je: (1) een persoon / instelling nodig die de macht heeft om beslissingen te
nemen en bevelen op te leggen; (2) het gezag van de persoon / instelling zal zich gradueel
omzetten naar de wet die op iedereen van toepassing is; (3) de persoon / instelling heeft
een geweldsmonopolie om de wil af te dwingen
○​ Theorie: ‘conceptie van de staat’ (= wie of wat als staat beschouwen en waarom?)
■​ De invulling van de theorie hangt af van het perspectief (tijd en plaats)
●​ De middeleeuwse samenleving is een standenmaatschappij; elke stand draagt op een
eigen manier bij aan de samenleving.
○​ Zij die bidden (1e stand: clerus en soms ook adel), zij die strijden (2e stand:
ridders), en zij die werken (‘derde stand’).
●​ De standen zorgen voor de organisatie van ‘de natie’.
●​ Er bestaat een soort autonomie:
○​ De vorst heerst bij gratie van God en is de uitdrukking van ‘Gods gewilde orde’. De
vorst geeft macht aan de leenheren. Iedereen moet luisteren naar de vorst, tenzij de
vorst de gevestigde orde zou verstoren. Dan kan (eventueel) de vorst worden
afgezet of vermoord. De adel en de clerus bieden tegenkanting.

, ●​ Er bestaat dus een vorm van collectieve weerstand, maar in de middeleeuwen is dat
eigenlijk niet de bedoeling, want alles is gericht op maatschappelijke ordening.

2.2 Vroegmoderne / nieuwe geschiedenis

●​ In de 16e en 17e eeuw begon een proces van vorstelijke machtsconsolidatie; lokale
machthebbers verloren langzaam hun macht aan één centrale vorst.
●​ Gevolg: ontstaan van de centrale staat.
●​ Heel veel religieuze spanning (katholieken vs. protestanten)
○​ Bv. het bloedbad van Wassy (1562)
○​ Macht van de vorst wordt hierdoor beïnvloed door bv. concessies met katholieken
en/of protestanten.
●​ Gevolg: ontstaan van ideeën om spanningen te temperen.
○​ Het uitdenken van politieke modellen waarbij macht wordt gecentraliseerd.
●​ Tijdens de 17e eeuw ontstonden er ideeën dat, naast de vorst, ook de bestuurden een
stem moesten krijgen en bij het bestuur betrokken dienden te worden
○​ Bv. een volksraadpleging, een parlement, een republiek, …

2.3 Moderne / hedendaagse geschiedenis

●​ De staat is (vanaf de 19e eeuw) democratisch en liberaal.
●​ Staat begrepen als ‘democratische staat’ (= collectief kan zelf besturen via representatie).
●​ Staat begrepen als ‘liberale staat’ (= vrijheid van het individu zonder inmenging van de
overheid, bv. vrijheid van meningsuiting).
●​ Liberale staat steunt op:
○​ 1) machtenscheiding / trias politica;
○​ 2) de overheid die gebonden is aan het recht die door henzelf is gecreëerd;
○​ 3) de waarborging van grondrechten via wetsbepalingen en via instellingen
■​ Constitutioneel en buiten-constitutioneel, bv. machtenscheiding en de pers

3. De notie ‘soevereiniteit’
3.1 Het begrip ‘soevereiniteit

●​ Om te kunnen spreken van ‘soevereiniteit’ moet er sprake zijn van (1) een grondgebied
waarop (2) een bevolking leeft, waarover (3) gezag wordt uitgeoefend door
overheidsinstellingen
●​ Macht op een bepaald territorium neemt 2 vormen aan: externe soevereiniteit en interne
soevereiniteit

3.2 Externe soevereiniteit

●​ Externe soevereiniteit = een staat wordt erkend door andere staten en is niet
onderworpen aan het gezag van een andere macht

3.3 Interne soevereiniteit

●​ Interne soevereiniteit = de ‘staat’ is de hoogste macht binnen het territorium
●​ Veronderstelt van de staat: het vermogen om zichzelf te organiseren, de staatswil (= het
afdwingen van staatsbeslissing), de staatsmonopolie op het creëren van recht, en een
geweldsmonopolie

, ●​ Verplichtingen en verwachtingen om legitiem te blijven: een administratief bestuur, de
handhaving van de openbare orde, recht spreken, nationale defensie (zowel extern als
intern), en een economisch systeem
●​ Soevereiniteit wordt geregeld op nationaal vlak (grondwet) en op internationaal vlak
(verdragen)
●​ Zowel interne als externe soevereiniteit is nodig voor “absolute” soevereiniteit

4. De democratisering van de staat

●​ Het idee van soevereiniteit is ontstaan vanwege een nood aan stabiliteit en orde door de
religieuze oorlogen in de 16e-17e eeuw
●​ Uitgangspunt: chaos (hoe beschermen we burgers) → hoe vrijheid van burgers creëren en
waarborgen
●​ Gevolg: idee van secularisering of democratisering van het staatsgezag

4.1 Jean Bodin en de absolute soevereiniteit

●​ Jean Bodin schrijft ‘Les Six Livres de la République’ (1576)
●​ Context: de Franse godsdienstenoorlog tussen de katholieken en de protestanten
(hugenoten)
○​ Zorgt voor de desintegratie van de maatschappij + de aantasting van het vorstelijk
gezag
○​ Macht van de vorst werd niet meer gerespecteerd. Adelijke families probeerden de
baas te spelen en andere landen (Duitse vorsten, Nederlandse vorsten, Spaanse
vorsten, …) bemoeiden zich met Frankrijk
●​ Oorzaak van zijn boek: het Bloedbad van Saint-Barthélemy
○​ De zus van de Franse koning zou trouwen met een belangrijke protestantse
edelman. Catherine de’ Medici, de moeder van de koning, hielp mee aan dit
huwelijk in de hoop dat het de katholieken en de hugenoten samen zou brengen. In
plaats van vrede liep de situatie volledig uit de hand. De protestanten die voor de
bruiloft naar de stad waren gekomen, werden plotseling massaal aangevallen.
Niemand werd gespaard: mannen, vrouwen en zelfs kinderen werden vermoord.
●​ Gevolg: Bodins idee over de centralisatie van macht (bij de vorst), soevereiniteit (=
hoogste absolute en eeuwige macht)
○​ MAAR: de absolute soevereiniteit van de vorst is een ambt. De vorst gebruikt zijn
publieke macht om via de wet orde te scheppen en de bevolking te sturen.
●​ Realiteit: vorstelijke macht ≠ absoluut:
○​ 1) vorst is gebonden aan fundamentele wetten die worden getoetst door de
parlementen (rechtscolleges bestaande uit magistraten) → verbod op
troonsafstand, verbod op vrouwelijke erfopvolging, …;
○​ 2) Parlement de Paris ontwikkelt rechtsbeginselen;
○​ 3) Parlement de Paris heeft het recht om opmerkingen te formuleren bij koninklijke
wetgeving;
○​ 4) Frankrijk na de Franse revolutie: machtsbeperking van de vorst door bankroet →
machtsbeperking blijft aanhouden door de nood aan leningen (infra)

, 4.2 Thomas Hobbes en de secularisering van de soevereine macht

●​ Context van pessimistisch wereldbeeld: de Engelse burgeroorlog tussen royalisten en
aanhangers van Parlement + een pest uitbraak
○​ Natuurtoestand = oorlog van allen tegen allen = chaos
●​ Thomas Hobbes schrijft ‘Leviathan’ (1651)
○​ Leviathan = een soeverein met absolute en ondeelbare macht (≠ liberaal)
○​ Sociaal contract = individuen (burgers) geven rechten aan de Leviathan, in ruil
voor de afgifte van die rechten zal de Leviathan hen beschermen
○​ Uitgangspunt: angst → veiligheid
●​ De idee van het sociaal contract is het startpunt van de secularisering van de soevereiniteit
○​ De macht van een soevereiniteit komt niet van God, maar van het volk dat een
contract heeft getekend

4.3 John Locke en de verwerping van de absolute soevereiniteit

●​ John Locke schreef ‘Two Treatises of Government’ (1689)
●​ Context: de Engelse burgeroorlog tussen de liberale Whigs en koning Jacobus II. De Whigs
willen een constitutionele monarchie (= de macht van de monarch is beperkt door de
grondwet, in dit geval het parlement). Jacobus II heeft een absolutistische visie. Hij zal
uiteindelijk verslagen worden en vluchten naar het Franse hof van Lodewijk XIV, zijn neef
en een medekatholiek.
●​ Uitgangspunt van Locke: de macht van de staat komt van het volk, dat bestaat uit vrije
individuen. De staat moet hierdoor de steun krijgen van het volk. In tegenstelling tot
Hobbes, gelooft Locke grotendeels in de inherente goedheid en rationaliteit van de mens
(positief mensbeeld), waardoor de macht van de staat nog altijd gecontroleerd kan worden
door het volk
●​ De idee: een rechtsorde dat steunt op natuurrechtelijke principes
○​ Gebaseerd op natuurwetten (= wetten die niet in een boek staan, maar rechten die
je simpelweg hebt omdat je als mens geboren bent):
■​ Gelijkheid en onafhankelijkheid van de mens
■​ Vrijheid van de mens (individuele vrijheid)
○​ De natuurwetten moeten door de staat worden gerespecteerd. Zijzelf zijn ook
onderworpen aan die wetten.
○​ Indien de staat de natuurwet schendt, ontstaat er een recht voor het volk op
collectief verzet.
●​ Invloed John Locke:
○​ Engeland: aan het eind van de 17e eeuw werd de macht van de Engelse koning
definitief ingeperkt: hij kon niet meer in zijn eentje beslissen; hij moest altijd
overleggen met het Parlement (constitutionele monarchie).
○​ Verenigde Staten: in 1776 wilden de Amerikanen onafhankelijk worden van de
Britse koning. De beroemde Onafhankelijkheidsverklaring is eigenlijk één grote
samenvatting van de ideeën van John Locke (vrijheid).

4.4 Montesquieu en opdeling van de soevereiniteit

●​ Mensbeeld: vrijheid van de burger moet gewaarborgd worden, terwijl de soevereine macht
beperkt moet worden.
●​ In ‘De l’Esprit des Lois’ (1748) legt Montesquieu uit hoe een staat het beste georganiseerd
kan worden.

Inhoudsopgave

  1. 01 H1. Het moderne staatsbegrip 1
  2. 02 H1. Het moderne staatsbegrip 1
  3. 03 1. Inleiding 1
  4. 04 2. De idee van ‘de staat’ 1
    1. 2.1 Middeleeuwen 1
    2. 2.2 Vroegmoderne / nieuwe geschiedenis 2
    3. 2.3 Moderne / hedendaagse geschiedenis 2
  5. 05 3. De notie ‘soevereiniteit’ 2
    1. 3.1 Het begrip ‘soevereiniteit 2
    2. 3.2 Externe soevereiniteit 2
    3. 3.3 Interne soevereiniteit 2
  6. 06 4. De democratisering van de staat 3
    1. 4.1 Jean Bodin en de absolute soevereiniteit 3
    2. 4.2 Thomas Hobbes en de secularisering van de soevereine macht 4
    3. 4.3 John Locke en de verwerping van de absolute soevereiniteit 4
    4. 4.4 Montesquieu en opdeling van de soevereiniteit 4
    5. 4.5 Jean-Jacques Rousseau en de democratische opvatting van de soevereiniteit 5
  7. 07 5. Macht en soevereiniteit in de constitutionele staat 6
    1. 5.1 Het verder temperen van de soevereiniteit 6
    2. 5.2 De staatssoevereiniteit 7
  8. 08 6. Types staten 7
    1. 6.1 Overzicht 7
    2. 6.2 Staatsvormen 8
    3. 6.3 Regeringsvormen 9
  9. 09 H2. De verhoudingen tussen de staten sinds 1453 1
  10. 10 H2. De verhoudingen tussen de staten sinds 1453 10
  11. 11 1. Inleiding 10
  12. 12 2. De Internationale betrekkingen van Karel V tot de Franse revolutie 10
    1. 2.1 De strijd tussen Valois/Bourbon en Bourgondië/Habsburg 10
    2. 2.2 De strijd tussen de Duitse keizer en de Duitse Rijksvorsten 12
    3. 2.3 Europa en daarbuiten 14
  13. 13 3. De geboorte van het internationaal recht 15
    1. 3.1 Spaanse neoscholastiek 16
    2. 3.2 Brugfiguren 17
    3. 3.3 De school van het natuurrecht 17
    4. 3.4 Positivisme 18
  14. 14 4. De 18e eeuw 19
    1. 4.1 De absolute monarchie 19
    2. 4.2 Revoluties 20
    3. 4.3 Het Congres van Wenen 21
  15. 15 5. De 19e eeuw 22
    1. 5.1 De geboorte van de natiestaat 22
    2. 5.2 Het nieuw volkenrecht 23
  16. 16 6. De 20e eeuw 25
    1. 6.1 Eerste Wereldoorlog 26
    2. 6.2 Tweede Wereldoorlog 29
    3. 6.3 De bipolaire en unipolaire wereld 30
  17. 17 H3. Frankrijk 1
  18. 18 H3. Frankrijk 31
  19. 19 1. De Franse revolutie (1789) 31
    1. 1.1 Crisis, Ancien Régime en Staten-Generaal 31
    2. 1.2 Van Staten-Generaal naar Assemblée Nationale 31
    3. 1.3 De bestorming van de Bastille en de afschaffing van het leenrecht 31
    4. 1.4 Universele rechten van de mens en de burger 32
  20. 20 2. De constitutionele monarchie (1791) 33
    1. 2.1 Totstandkoming 33
    2. 2.2 De ondeelbaarheid van de Franse natie 33
    3. 2.3 Uitvoerende macht 33
    4. 2.4 Wetgevende macht 34
    5. 2.5 Rechterlijke macht 34
  21. 21 3. De Convention en de Grondwet van het jaar I (1793) 34
    1. 3.1 De vlucht naar Varennes en de radicalisering 34
    2. 3.2 Van Assemblée Nationale naar Convention Nationale 35
  22. 22 4. Het Comité de Salut Public en de democratische dictatuur (1793-1794) 35
    1. 4.1 De machtsconcentratie 35
    2. 4.2 De Grote Terreur 36
  23. 23 5. Het Directoire en de Grondwet van het jaar III (1795) 36
    1. 5.1 De (nieuwe) Verklaring van de Rechten en Plichten van de Mens en de Burger 36
    2. 5.2 Politieke structuur onder het Directoir 37
  24. 24 6. Het Consulaat in het jaar VIII (1799) 37
    1. 6.1 De staatsgreep van Napoleon 37
    2. 6.2 De oprichting van het Consulaat 38
    3. 6.3 Concordaat en codificatie 39
  25. 25 7. Het Eerste Keizerrijk (1804-1814/15) 39
    1. 7.1 Het Franse Keizerrijk 39
    2. 7.2 De val van het Keizerrijk 39
  26. 26 8. De Restauratie (1814/15) 40
    1. 8.1 De Restauratie 40
    2. 8.2 De Honderd dagen en de Tweede Restauratie 40
    3. 8.3 De Trois Glorieuses 41
  27. 27 9. De Julimonarchie (1830) 41
    1. 9.1 De Charte van 1830 41
    2. 9.2 De revoluties van 1848 42
  28. 28 10. De Tweede Republiek (1848-1851) 43
    1. 10.1 De Grondwet van de Tweede Republiek 43
    2. 10.2 Lodewijk Napoleon Bonaparte als president 43
  29. 29 11. Het Tweede Keizerrijk (1852-1870) 44
    1. 11.1 Machtsconsolidatie en de Grondwet van 1852 44
    2. 11.2 Het Tweede Keizerrijk 44
    3. 11.3 De val van het Tweede Keizerrijk 44
  30. 30 12. De Derde Republiek (1871-1940) 45
    1. 12.1 De Commune van Parijs 45
    2. 12.2 De Lois constitutionnelles van 1875 45
    3. 12.3 Kenmerken van de Derde Republiek 45
  31. 31 13. De Vierde Republiek (1946-1958) 46
    1. 13.1 Wereldoorlog II en het Vichy-regime (1940-1945) 46
    2. 13.2 De bevrijding en de nieuwe Grondwet van 1946 46
  32. 32 14. De Vijfde Republiek (1958-heden) 47
    1. 14.1 De instabiliteit van de jaren 1950 47
    2. 14.2 De Grondwet van 1958 47
  33. 33 H4. Verenigd Koninkrijk 1
  34. 34 H4. Verenigd Koninkrijk 48
  35. 35 1. Terminologie en structuur 48
    1. 1.1 Het ‘Verenigd Koninkrijk' 48
    2. 1.2 Bevoegdheden en grondwettelijke structuur 48
  36. 36 2. Grondwettelijke documenten en instellingen 49
    1. Vooraf: vroege middeleeuwen tot de 13e eeuw 49
    2. 2.1 Magna Carta libertatum 50
    3. 2.2 Centralisatie vanaf de 16e eeuw 50
    4. 2.3 Het common law 51
    5. 2.4 De Engelse burgeroorlog (1642-1651) 51
    6. 2.5 De Glorious Revolution (1688-1889) 52
    7. 2.6 De Act of Settlement (1701) & Act of Union (1706-1707) 53
    8. 2.7 Groot-Brittannië vanaf 19e eeuw 54
    9. 2.8 Het Verenigde Koninkrijk en Europa 56
  37. 37 3. Het ‘Verenigd Koninkrijk’ 57
    1. Vooraf: de ‘devolution’ 57
    2. 3.1 Schotland 57
    3. 3.2 Ierland 58
    4. 3.3 Noord-Ierland 59
    5. 3.4 Wales 60
  38. 38 H5. Verenigde Staten 1
  39. 39 H5. Verenigde Staten 61
  40. 40 1. Kolonisatie, verovering, expansie van Noord-Amerika 61
    1. 1.1 Kolonisatie 61
    2. 1.2 Verovering 62
    3. 1.3 Expansie 62
  41. 41 2. Institutionele uitbouw onder het Brits regime 63
    1. 2.1 Kolonies en instellingen 63
    2. 2.2 Spanningen en revolutie 63
  42. 42 3. Onafhankelijkheid en confederatie 65
    1. 3.1 De onafhankelijkheid (1776) 65
    2. 3.2 Articles of Confederation (1777) 66
    3. 3.3 De Federale Grondwet (1787) 66
    4. 3.4 Bill of Rights (1791) 67
  43. 43 4. Institutionele structuren: checks & balances 68
    1. Vooraf: checks & balances 68
    2. 4.1 De wetgevende macht 69
    3. 4.2 De uitvoerende macht 69
    4. 4.3 De rechterlijke macht 70
  44. 44 H6. Rusland 1
  45. 45 H6. Rusland 72
  46. 46 1. De Tsaristische periode (tot 1917) 72
    1. 1.1 Gebied 72
    2. 1.2 Bewind 72
    3. 1.3 Russisch recht 72
    4. 1.4 Europese expansie 72
    5. 1.5 Rusland in de 19e eeuw 73
  47. 47 2. De Februari- en Oktoberrevoluties (1917) 75
    1. 2.1 Eerste Wereldoorlog en de Februarirevolutie 75
    2. 2.2 Vladimir Lenin en de Oktoberrevolutie 75
  48. 48 3. De Sovjet-Unie en de Sovjetgrondwetten (1917-1989) 76
    1. 3.1. De Grondwetgevende Vergadering 76
    2. 3.2. De Grondwetvan 10 juli 1918 77
    3. 3.3. De Grondwet 31 januari 1924 78
    4. 3.4. De Grondwet van 5 december 1936 78
    5. 3.5. De Tweede Wereldoorlog 79
  49. 49 4. De Russische Federatie (1993-heden) 79
    1. 4.1. Het uiteenvallenvan de USSR 79
    2. 4.2. De Grondwet van 1993 en de vestiging van de Russische Federatie 82
  50. 50 H7. Duitsland 1
  51. 51 H7. Duitsland 85
  52. 52 1. Het Heilig Roomse Rijk der Duitse Natie (967-1806) 85
    1. 1.1. Het Heilig Roomse Rijk 85
    2. 1.2. Het recht in het Heilig Roomse Rijk 87
  53. 53 2. Het Congres van Wenen en de Duitse Bond (1815-1866) 89
  54. 54 3. Het Frankfurter Parlement (1848-1849) 90
  55. 55 4. De Duitse eenmaking (1864-1871) 91
    1. 4.1. De kwestie Sleeswijk-Holstein (1864) 91
    2. 4.2. De oorlog tegen Oostenrijk (1866-1867) 91
    3. 4.3. De eenmaking (1871) 92
  56. 56 5. Het Tweede Duitse Keizerrijk (1871-1919) 92
  57. 57 6. De Weimarrepubliek (1919-1933) 93
    1. 6.1. De sociale rechtsstaat 93
    2. 6.2. Het politiek systeem 94
    3. 6.3. De staatsstructuur 94
    4. 6.4. Instabiliteit 95
  58. 58 7. Het Derde Rijk (1933-1945) 96
    1. 7.1. De overgang van de democratie naar de dictatuur 96
    2. 7.2. Duitse juristen en nazirecht 98
  59. 59 8. De DDR en de Bondsrepubliek (1949-1990) 99
    1. 8.1. De Duitse Democratische Republiek (DDR) 100
    2. 8.2. De Duitse Bondsrepubliek (BRD) 101
  60. 60 9. De Berliner Republik (1990-heden) 104
  61. 61 H8. China 1
  62. 62 H8. China 105
  63. 63 1. Inleiding 105
  64. 64 2. China voor de 19e eeuw 105
    1. 2.1. De Chinese samenlevingen het recht 105
    2. 2.2. De evolutie tot de Ming dynastie 108
    3. 2.3. De bureaucratie 110
    4. 2.4. Het gerechtelijk apparaat 111
  65. 65 3. China in de 19e eeuw 112
    1. 3.1. De problemen met de buitenlandse grootmachten 112
    2. 3.2. De interne problemen 112
  66. 66 4. China tussen revolutie en burgeroolog (1911-1949) 114
    1. 4.1. De geopolitieke ontwikkelingen 114
    2. 4.2. De veranderingen in het Chinese recht 116
  67. 67 5. De Chinese Volksrepubliek (1949-heden) 116
    1. 5.1. De dictatuurvan het proletariaat 116
    2. 5.2. De toenadering vanuit het Westen 118
    3. 5.3. De Grondwet van 4 december 1982 118
    4. 5.4 De Chinese Communistische Partij 120
    5. 5.5. De ondergeschikte besturen 121
    6. 5.6. Een globale grootmacht 121

Documentinformatie

Geüpload op
23 augustus 2026
Aantal pagina's
121
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€8,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
1
Laatst verkocht
-



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen