INLEIDING TOT HET RECHT: ALGEMENE INLEIDING
RELEVANTIE VAN RECHT VOOR ONS
Verschil met andere normenstelsels
• Moraal / geweten → niet afdwingbaar (je kan niet veroordeeld worden voor iemand zijn hart
breken)
• Godsdienst → geen juridische sancties (niet volgen van de 10 geboden = geen zaak bij de
rechtbank)
VERSCHIL SUBJECTIEF EN OBJECTIEF RECHT
= toegepast objectief recht
= bevoegdheid die een rechtssubject in een objectieve rechtsregel kan terugvinden
= vermogensrechten (vorderings-, zakelijke en intellectuele rechten) & persoonlijkheidsrechten
= niet ongelimiteerd – oppassen voor rechtsmisbruik
Bv. “Ik heb het recht om mijn aangekochte woning te verbouwen en te verhuren of verkopen als ik dat wil”
*Vorderingsrecht = recht om iets te eisen van iemand (bv betaling van huur)
*Zakelijk recht = recht op een goed (eigendomsrecht)
*Intellectueel recht = bescherming van creatieve prestatie (bv auteursrecht op een boek, octrooi)
*Persoonlijkheidsrecht = recht verbonden aan de persoon, zoals recht op naam, privacy of huwelijk
OBJECTIEF RECHT: WAT IS DAT?
Objectief recht
1.Geheel van algemeen
geldende normatieve regels
2.Opgelegd of ontvangen en
bekrachtigd door de staat
3.Waarvan de naleving
afdwingbaar is
4.En die de ordening van het
maatschappelijk leven
1 beoogt
,1.GEHEEL VAN ALGEMEEN GELDENDE NORMATIEVE REGELEN
Gedragsregels (merendeel)
• Verbodsregels: ‘Je mag/kan niet’ (bv. Art. 215 oud BW)
“De ene echtgenoot kan zonder de instemming van de andere niet onder bezwarende titel of om
niet onder de levenden beschikken over de rechten die hij bezit op het onroerend goed dat het
gezin tot voornaamste woning dient, noch dat goed met hypotheek bezwaren”
• Gebodsregels: ‘Je moet’ (bv. Art. 213 oud BW)
“Echtgenoten zijn jegens elkaar tot samenwoning verplicht; zij zijn elkaar getrouwheid, hulp en bijstand
verschuldigd”
• Toelatingsregels: ‘Je mag’ (bv. Art. 3.50 BW)
Organieke regels
• Regels die iets organiseren (bv. Art. 63, §1 Gw.)
“De Kamer van volksvertegenwoordigers telt honderdvijftig leden.”
Dwingend of aanvullend recht: moet je deze regels naleven of mag je er van afwijken?
Dwingend recht
Naleving door elk rechtssubject. Geen keuze! Bij niet-naleving volgt een sanctie: bij contracten is
dat vnl. de nietigheid van de overeenkomst.
1. Regels die de openbare orde aanbelangen
Absolute NH
2. Regels die sommige groepen zwakkere personen beschermen:
bv. consumenten, bedrogen contractant, huurder, enz.
Relatieve NH = beschermde persoon moet nietigheid vragen
Aanvullend recht
Je kan ervan afwijken. Deze rechtsregels gelden zolang rechtssubjecten geen andere regeling
hebben getroffen. Je hebt een keuze!
Boek 3 BW
2.OPGELEGD OF ONTVANGEN EN BEKRACHTIGD DOOR DE STAAT
• Samenwerking – Regels noodzakelijk om te kunnen functioneren!
• Staat?
• Federaal, gemeenschappen, gewesten, gemeenten, enz.
• Recht is het normenstelsel van de staat.
3.WAARVAN DE NALEVING AFDWINGBAAR IS
• Staat moet zorgen voor sancties
• Privaatrechtelijk: herstellende beteugeling (vergoeden van een slachtoffer door de
misdadiger bv. wanneer je word aangereden word je vergoed door de misdadiger )
• Strafrechtelijk: boetes, gevangenisstraf, enz. (straffen van de misdadiger: doel om er
voor te zorgen dat dit niet meer gebeurd)
• Staat moet structuren organiseren die over naleving oordelen en sancties uitvoeren.
2
,4.BEOGEN ORDENING VAN HET MAATSCHAPPELIJK LEVEN
• Verhinderen ‘wet van de sterkste’
ENKELE BELANGRIJKE BEGRIPPEN
• Rechtssubject = persoon voor wie de rechtsnorm rechten en plichten meebrengt. Dit kan een
natuurlijk persoon (een individu) of rechtspersoon (BV, NV, enz.) zijn.
• Rechtsfeit = elke gebeurtenis, omstandigheid of handeling waaraan het objectief recht
rechtsgevolgen koppelt zonder dat er de intentie was ze teweeg te brengen.
Bv. overlijden (openvallen nalatenschap), verkeersongeval (schuldvordering slachtoffer)
• Rechtshandeling = elke handeling bewust gesteld om rechtgevolgen te bereiken die het
objectief recht aan die handeling heeft verbonden.
Bv. een contract sluiten, huwen, dagvaarden.
INLEIDING TOT HET RECHT: INDELINGEN VAN HET RECHT
NATIONAAL & SUPRANATIONAAL RECHT
Nationaal recht = het recht dat geldt binnen één staat
Supranationaal recht = recht dat boven de staten staat en waaraan landen zich moeten onderwerpen;
beslissingen van supranationale organisaties (bijv. EU-recht) gaan boven nationaal recht
MATERIEEL RECHT & FORMEEL RECHT
MATERIEEL RECHT
= regels die rechten en plichten opleggen
Art. 5.35 BW: “Bedrog is alleen dan een nietigheidsgrond indien een partij werd misleid door kunstgrepen
die haar medecontractant opzettelijk heeft aangewend (…)”
FORMEEL RECHT
= regels die de naleving van het materiaal recht verzekeren, alles wat met procedures te maken heeft voor
de rechtbanken
Art. 735 § 1 Ger.W.: “Ten aanzien van iedere verschijnende partij worden de zaken waarvoor slechts korte
debatten nodig zijn, behandeld op de inleidende zitting of verdaagd opdat er op een nabije datum over
wordt gepleit, voor zover daartoe een met redenen omkleed verzoek is gedaan in de akte van rechtsingang
of door de verwerende partij.”
3
, PUBLIEKRECHT & PRIVAATRECHT
PUBLIEKRECHT
= alles wat te maken heeft met de overheid
➔ regelt inrichting, organisatie en werking staat en onderdelen
➔ regelt rechtsbetrekkingen van staat en onderdelen tov elkaar en burgers
PRIVAATRECHT
= gaat niet meer over het algemeen belang, het ordent rechtsverhoudingen tussen burgers onderling (en
publiekrechtelijke RP, op voorwaarde dat deze niet optreedt als drager staatsgezag → bv gemeente die
grond koopt)
GEMENGD KARAKTER
Bv stedenbouwrecht bevat zowel privaatrechtelijke als publiekrechtelijke elementen
OVERZICHT
PUBLIEKRECHT
NATIONAAL PUBLIEKRECHT
• Grondwettelijk recht
• Administratiefrecht of bestuursrecht
• Strafrecht
• Materieel strafrecht
• Formele strafprocesrecht
• Fiscaal recht
• Internationaal publiekrecht of volkenrecht
4