THREE IMAGES MODEL (WALTZ)
- 1st image: aard van de mens
o Slecht van aard → kan door reden evolueren (weinig verklarende waarde)
o Toevoeging: individu → diversiteit onder individuele karakters
- 2nd image: de staat
o De aard, macht en belangen van staten
o Variëren door hun geschiedenis, sociologie en cultuur
o Strategische cultuur ontwikkeld
- 3d image: internationaal systeem
SOORTEN MACHT
Compulsory power = A dwingt B iets te doen wat B anders niet zou doen
- Bv. militaire interventies
- Realisten
Institutional power = macht via regels, procedures en instituties. A dwingt B niet rechtstreeks, maar
instellingen creëren een machtsasymmetrie
- Bv. bij stemming mbt tot Wereldbank heeft de VS de facto veto
Structural power = macht die voortkomt uit de positie van actoren in een sociale of economische
structuur → de structuur bepaalt wie actoren zijn en wat ze kunnen
- Bv. werkgever-werknemer relatie
- Marxisten en kritische theorieën
Productive/discursive power = macht die werkt via discoursen, kennis, normen en betekenisgeving → A
oefent macht uit door te bepalen wat B kan zijn, kan willen en kan doen
- Bv. mensenrechten-discours bepaalt wat als schending geldt
- Constructivisten en poststructuralisten
Hard power = A laat B iets doen obv een kosten-batenanalyse, onder druk van dreiging of beloning
- Hard power = dwang
Soft power = A verandert B’s voorkeuren, overtuigingen of belangen door aantrekkingskracht, overtuiging
of culturele/ideologische invloed
- Soft power = aantrekkingskracht
Sharp power = tactieken waarmee staten rechtstreeks ingrijpen in politieke en maatschappelijk
processen van andere landen → richt zich vaak op het beïnvloeden van ideeën, percepties en publieke
opinie, maar het wordt doorgaans geassocieerd met intransparante, onwettige of illegitieme methoden
- Sharp power = manipulatie van de informatie-omgeving
Pagina 1 van 36
,REALISME
- Macht
- Belangen
- Veiligheidsdilemma
- Machtsevenwicht
- Internationaal systeem = anarchisch
o Staten streven voortdurend naar veiligheid en machtsbehoud
o Binnen staat: orde en dominantie
▪ Autoriteit die regels en wetten oplegt die burgers moeten gehoorzamen
o Tussen staten: anarchie en conflict
▪ Geen autoriteit boven staten, staten zijn soeverein en moeten zelf hun veiligheid
garanderen
▪ Staten kunnen elkaar niet vertrouwen dus conflict is altijd mogelijk
▪ Internationale organisaties kunnen geen echte autoriteit uitoefenen en
internationaal recht werkt alleen als machtige staten het willen
▪ Moraal speelt geen beslissende rol
KLASSIEK REALISME (MORGENTHAU)
- Politiek in termen van macht
- Politiek als onderscheid tussen vriend en vijand
6 principes van politiek realisme
- Politiek wordt bepaald door objectieve wetten
o Wetten komen voort uit menselijke natuur, daarom is machtspolitiek onvermijdelijk
o Mensen willen macht → staten willen macht → politiek = machtsstrijd
- Belang gedefinieerd als macht
o Het nastreven van macht is voor staten belangrijker dan ideologie of morele
overtuigingen
- Staten handelen vanuit belangen
o Het streven naar macht is universeel, maar de concrete inhoud verschilt historisch en
cultureel
- Spanningsveld tussen moraal en politiek
o Staten moeten gevolgen van hun daden evalueren
o Moeten rekening houden met beschikbare middelen en machtsverhoudingen
- Geen universele autoriteit
- Politiek realisme als autonome benadering
Pagina 2 van 36
,NEOREALISME
DEFENSIEF REALISME (WALTZ)
Internationale systeem
- Staten streven naar macht door de structuur van het internationale systeem
o ↔ Morgenthau: menselijke natuur
- Anarchie
o Dwingt staten om macht na te streven
o Hun interne kenmerken doen er theoretisch niet toe
- Elke staat moet instaan voor eigen overleving en veiligheid (via selfhelp)
o Alle staten in het internationale systeem vervullen dezelfde basisfunctie: overleven
→ maakt staten functioneel gelijk
- Macht is het enige element dat staten van elkaar onderscheidt (polariteit)
Veiligheidsdilemma = wanneer een staat haar veiligheid probeert te vergroten, voelen andere staten zich
bedreigt en reageren zij met eigen bewapening
→ actie-reactiemechanisme die uiteindelijk de algemene onveiligheid verhoogt
- Duurzame samenwerking is zeer moeilijk
o Hoogstens tijdelijke allianties tegen gemeenschappelijke vijand
o Structuur wordt bepaald door machtsverhoudingen, niet door specifieke
samenwerkingsverbanden
- Door dit systeem van wederzijdse machtsopbouw neigt het systeem naar een relatief
evenwichtige machtsverdeling tussen grootmachten: machtsevenwicht
Defensief realisme = staten streven naar veiligheid, en macht is slechts middel om dat doel te bereiken
- Agressie loont meestal niet → defensie voordeel op offensief
- Staten streven naar voldoende macht om het evenwicht te behouden of te bereiken, maar
vermijden overdreven machtsopbouw
o Te veel macht kan tegenreacties uitlokken
OFFENSIEF REALISME (MAERSHEIMER)
Offensief realisme = grootmachten streven naar maximale macht en regionale hegemonie
→ geen enkele staat kan ooit zeker zijn van de intenties van andere staten, dus is het rationeel om steeds
meer macht te accumuleren
- Internationale systeem is anarchisch
- Alle grootmachten beschikken over offensieve militaire capaciteiten → altijd potentiële
bedreiging voor elkaar
- Staten zijn nooit zeker van de intenties van andere staten
o Zelfs wanneer een staat vreedzame bedoelingen lijkt te hebben, kunnen die snel
veranderen
o Permanente onzekerheid → diepere mate van wantrouwen
- Overleven is het primaire doel → via machtsmaximalisatie want alleen duidelijke militaire
superioriteit biedt echte veiligheid
- Aanvallers hebben vaak succes
- Grootmachten zijn rationele actoren
Pagina 3 van 36
, Regionale en globale hegemonie
- Grootmachten streven ernaar regionale hegemonen te worden → beste garantie op veiligheid
- Door onderlinge drang naar regionale hegemonie ontstaat het machtsevenwicht
o Staten willen voorkomen dat 1 grootmacht volledige dominantie verwerft
o Bereiken van hegemonie is uiterst moeilijk
- Globale hegemonie is onmogelijk
o Landmacht is doorslaggevende vorm van militaire macht en hegemonie wordt gevestigd
via controle over landterritorium
o Stopping waters = geografische barrières die expansie over zee beperken
VEILIGHEIDSDILEMMA
= wanneer 1 staat haar veiligheid probeert te vergroten, voelen andere staten zich minder veilig en nemen
zij tegenmaatregelen
→ komt doordat er geen centrale autoriteit is die veiligheid garandeert
→ wantrouwen is een structureel kenmerk van internationale relaties
Offensief heeft voordeel Defensief heeft voordeel
Offensief en defensief niet Dubbel gevaarlijk World 2
duidelijk te onderscheiden - Zeer instabiele situatie - Security dilemma
- Wapenwedloop bestaat, maar minder
- Staten zijn geneigd om gevaarlijk omdat
preventief aan te vallen defensie voordeel heeft
(offensieve realisten - Staten kunnen
akkoorden sluiten
Defensieve realisten
Onderscheid is duidelijk World 3 Dubbel stabiel
- Geen security dilemma - Geen security dilemma
door duidelijk - Geen voordeel uit
onderscheid aanval
- Agressie kan wel blijven
bestaan
2 mogelijke interpretaties
- Spiral model (carrot)
o Acties van staten om zichzelf te beschermen worden door de ander gezien als
bedreigend waardoor de ander ook gaat bewapenen → escalatiespiraal
o Beide partijen interpreteren elkaar defensieve acties als offensief → resultaat:
wapenwedloop, misverstanden, toenemende vijandigheid
o Belang van: toenadering zoeken, goodwill tonen, deals maken en vertrouwen opbouwen
▪ Jij toont zwakte = goed voor vertrouwen
▪ Jij toont kracht = escalatie
- Detterence model (stok)
o Als je niet reageert op bewapening, beschouwt de andere staat je als zwak en zal hij
misbruik maken van je terughoudendheid
o Je moet duidelijk en hard optreden om af te schrikken
o Belang van: bewapenen, vastberadenheid tonen, red lines stellen, bereid zijn kracht te
gebruiken
▪ Jij toont zwakte = uitnodiging tot misbruik
▪ Jij toont kracht = stabiliteit
Pagina 4 van 36