Astrid Van Wieringen – 2023-2024
Inhoudsopgave
1
, HOOFDSTUK 1: INLEIDING
Psychoakoestiek
- Onderzoeken van de relatie tussen het fysische signaal en de waarneming ervan
- Auditieve processen verklaren adhv gedragsmatige experimenten (subjectieve meting)
o Experiment waarbij de persoon zelf het antwoord op een vraag geeft; uitkomst wordt
automatisch geregistreerd
Bvb “steek je hand op als je een piep hoort”
Gedragsmatige experimenten zijn superbelangrijk en handig als ze goed worden
uitgevoerd
o Objectieve methodes (MRI, EEG, …): uitkomst niet bepaald door de respons vd proefpersoon;
iets onderzoeken zonder een respons proberen te ontlokken
Obejctieve metingen heel waardevol, maar niet altijd beter dan subjectieve metingen
o Combinatie van objectieve en subjectieve meting is beste
Stel: kind van 2 jaar vs volwassene moet hoorapparaat krijgen
Aan volwassene kan je gwn feedback vragen (“Is het luid genoeg?”), aan kind niet
Proberen via EEG vast te stellen hoe luid het hoorapparaat bij eht kind moet, zodat kind
niet hoeft te antwoorden etc
Dus zowel voor- en nadelen aan objectieve en aan subjectieve metingen
- Psychoakoestiek = onderdeel vd psychofysica (overkoepelend domein waarin relatie wordt gelegd tussen
stimulus en sensatie)
o Er is ook een visueel aspect vd psychofysica
o Auditief: sensorische info nodig om nr brein te sturen
o Visueel: stuurt sensorische info nr het brein
- Zowel kwantitatieve info als theorieën en modellen om werking vh auditieve systeem uit te leggen =>
tonotopie
- Effect van aandacht en het kunnen uitvoeren ve taak is ook belangrijk bij psychoakoestiek (testjes kunnen
niet gedaan worden bij baby’s want die kunnen de taak niet bewust uitvoeren en zich niet concentreren
op die taak)
Het belang van deze OPO voor logopedisten en audiologen
Communiceren belangrijk voor logo/audio => doen we met brein, spraak en gehoor
Communicatie kan ergens misgaan:
- Brein: bij het bedenken (neurologisch)
- Spraak: bij het articuleren (logopedisch)
- Gehoor: bij het horen en/of verstaan (audiologisch)
Noodzakelijk om kenmerken die ons gehoor toekent aan geluid (toonhoogte, luidheid, …) te bestuderen
bij normaalhorende personen om te begrijpen wrm personen moeite kunnen hebben met communicatie
o Psychoakoestische kennis voornamelijk gebaseerd op enkelvoudige signalen (sinussen)
Sinus = meest eenvoudige klank, want 1 frequentie en 1 amplitude
Wat is verschil tussen spraakklank en een sinus? => spraak heeft een betekenis, je kan het
niet helemaal los zien van taal, ons brein gaat aan elke spraakklank onmiddellijk een
interpretatie geven => sinussen zijn maar 1 bouwsteen ve spraakklank en hebben gene
talig effect
We spreken niet in sinussen MAAR spraakgeluid is wel een combinatie van sinussen en
cosinussen
Dus in psychoakoestiek kijken nr belangrijkste kenmerken van spraakklank, maar op een
heel eenvoudige manier (frequentie etc)
o In psychoakoestiek is meeste onderzoek gericht op het bepalen vd drempelwaarde (treshold)
2
, Drempelwaarden = belangrijke referentiewaarden voor artsen en audiologen + geven
inzicht in fundamentele auditieve processen drempelwaarden vormen basis van
verschillende theorieën over auditieve verwerking
Bij gehoorverlies verschuift de drempel nr boven (er is luider en duidelijker geluid nodig
om het te verstaan)
Dagelijkse spraak- en muziekklanken zijn bovendrempelig (supra treshold) => klanken
worden op een duidelijk verstaanbaar niveau uitgesproken
o Effectiviteit vh spraaksignaal voor communicatie
Effectieve communicatie = signaal duidelijk gegenereerd, goede transmissie tussen
spreker en luisteraar, spraaksignaal kan nr behoren geanalyseerd en gecodeerd worden
Noodzakelijk om zowel productie als perceptie grondig te begrijpen om te begrijpen wrm
bepaalde klank duidelijker waargenomen wordt dan een andere
o Grenzen vh auditief systeem voor bepaalde kenmerken bestuderen bij alle mogelijke mensen
(jong – oud; normaalhorend – slechthoren; …)
o Auditieve systeem niet enkel beperkt tot het perifere (cochlea)
Basisbeginselen vd psychoakoestiek wel voornamelijk betrekking op wat er in de cochlea
gebeurt
Processen die niet verklaard kunnen worden door het perifere systeem: toeschrijven aan
hogere centra
Psychoakoestiek = beschrijvend (mogelijkheden en beperkingen auditieve systeem in kaart brengen) +
fundamenteel en toegepast inzicht + geeft aanleiding tot het opstellen van hypotheses om (biologische)
mechanisme vd perceptie te onderzoeken en zo mensen met gehoorverlies beter te kunnen helpen
Relatie tussen spraak(productie), fysische kenmerken en perceptie:
Fysische stimulus vs waarneming
Juiste terminologie gebruiken!!!
o Bvb: “we variëren qua luidheid” = fout we variëren qua intensiteit wat luidheid teweegbrengt
Het kwantificeren van waarneming
Fysische kenmerken van signalen (freq, intensiteit, duur) zijn meetbaar, waarneembare/perceptieve variabelen
niet meetbaar met een instrument, wel door een luisteraar
Fysische eigenschappen en eenheden ≠ perceptieve eigenschappen en eenheden
3
, HOOFDSTUK 2: PROCEDURES
Beïnvloedende kenmerken
- Stimulus?
- Taak? (benoemen, zeggen of je het hoort, discrimineren, …)
- Instructies? (proefpersoon kan zijn/haar strategie daaraan aanpassen)
- Eerste aanbieding van een paar?
- Antwoordmogelijkheden?
- Ervaring?
- Motivatie? (effect hiervan kan bvb voor bias zorgen)
- Training?
- Aandacht?
- …?
Voorwaarden voor een goede test
Gevoeligheid/sensitivity:
Stapgrootte tussen stimuli en referentie moet voldoende klein zijn (want anders taak niet gevoelig
genoeg), maar mag niet onnodig klein zijn
Validiteit/validity:
Meet de test wat je wil meten?
Betrouwbaarheid/reliability:
Geeft de test stees hetzelfde resultaat wanneer deze over and over again herhaald wordt? (test-hertest)
Maar je zal nooit EXACT hetzelfde meten, wel min of meer hetzelfde; maar dus best zo’n klein mogelijke
standaarddeviatie, want dat betekent dat de verschillen tussen de gemiddeldes per keer je de test uitvoert zo
klein mogelijk zijn hoe kleiner de standaarddeviatie, hoe betrouwbaarder de test
!!! Wrm testen doen met koptelefoon?
Zo kan je snel waarnemen of (en waar) die persoon gehoorverlies heeft
o Kan via luchtgeleiding (via trommelvlies) of via beengeleiding (via botten)
o Je kan via beiden soorten geleiding even goed geluid horen, want geluid wordt pas in de cochlea
verwerkt
o Maar: wnr je problemen hebt met trommelvlies, zal je geluid aangeboden via koptelefoon minder
goed horen (want geluid gaat via luchtgeleiding)
o Wnr je zonder koptelefoon werkt, kan het zijn dat je ook geluid hoort dankzij botgeleiding en dan
vallen problemen in het trommelvlies niet direct op
o DUS: bij testen altijd werken met luchtgeleiding via koptelefoon, want zo kan je erachter komen
of er iets in het trommelvlies niet meer werkt => want is ernstig!
Verschillende taken
Detectie: het vermogen om de aanwezigheid van een stimulus op te merken (Hoor je een geluid?)
Discriminatie: het vermogen om verschillen tussen stimuli op te merken; uitgedrukt in verschildrempels
(Is er een verschil tussen de geluiden?)
Een klank kan niet discrimineerbaar zijn als ze niet detecteerbaar is)
Gelijkstelling (matchen): het afstellen ve meetbare fysische grootheid zodanig dat 2 stimuli in een bepaald
subjectief aspect overeenkomen (geluidsterkte ve 2 e toon zodanig afstellen dat het even luid klinkt als de
1ste toon)
4