Prof. J. Spilt
Inhoud
1.1.1. Een inleiding in de ontwikkeling van het kind......................................................................................2
1.1.2. Theoretische perspectieven en onderzoek..........................................................................................5
1.1.3. Het begin van het leven.....................................................................................................................15
1.1.4. De geboorte en het pasgeboren kind.................................................................................................24
1.1.5. De fysieke ontwikkeling in de babytijd...............................................................................................32
1.1.6. Cognitieve ontwikkeling volgens Piaget.............................................................................................40
1.1.7. De sociaal-emotionele ontwikkeling en de persoonlijkheidsontwikkeling in de babytijd..................47
1.1.8. De fysieke ontwikkeling in de peuter- en kleutertijd..........................................................................54
1.1.9. De cognitieve ontwikkeling in de peuter- en kleutertijd....................................................................56
1.1.10. De sociaal-emotionele ontwikkeling en de persoonlijkheidsontwikkeling in de peuter- en
kleutertijd.....................................................................................................................................................61
1.1.11. De fysieke ontwikkeling in de schooltijd..........................................................................................67
1.1.12. De cognitieve ontwikkeling in de schooltijd....................................................................................68
1.1.13. De sociaal-emotionele ontwikkeling en de persoonlijkheidsontwikkeling in de schooltijd..............74
1.1.14. De fysieke ontwikkeling in de adolescentie......................................................................................80
1.1.15. De cognitieve ontwikkeling in de adolescentie................................................................................84
1.1.16. De sociaal-emotionele ontwikkeling en de persoonlijkheidsontwikkeling in de adolescentie.........88
1
,1.1.1. Een inleiding in de ontwikkeling van het kind
1.1 Een oriëntatie op de ontwikkelingspsychologie
Ontwikkelingspsychologie (OP) / levenspsychologie = de wetenschappelijke studie naar groei,
verandering en stabiliteit bij mensen, van conceptie tot ouderdom, maar met een accent op de jaren tot
de volwassenheid
1.1.1. De reikwijdte van het vakgebied
4 centrale thema’s binnen de OP:
- Fysieke ontwikkeling = ontwikkeling die betrekking heeft op de fysieke opbouw vh lichaam , zoals
de hersenen, het zenuwstelsel, de spieren, de zintuigen en de behoefte aan eten, drinken en slaap
- Cognitieve ontwikkeling = ontwikkeling die betrekking heeft op intellectuele vermogens, zoals
denken, leren, geheugen en probleemoplossing
- Sociaal-emotionele ontwikkeling = ontwikkeling die betrekking heeft op sociale relaties,
interacties met anderen en op het omgaan met emoties
- Persoonlijkheidsontwikkeling = ontwikkeling van duurzame gedragingen en
(karakter)eigenschappen die de ene persoon van de andere onderscheiden
5 leeftijdsgroepen binnen de OP:
- Prenatale periode = van conceptie tot geboorte
- Babytijd = van geboorte tot 2j
- Peuter- en kleutertijd = van 2j tot 6j
- Schooltijd = van 6j tot 12j
- Adolescentie = van 12j tot 20j
1.1.2. Invloeden op de ontwikkeling: ontwikkelen in een sociale wereld
Iedereen behoort tot een specifieke cohort = een groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek
zijn geboren
Andere factoren die de ontwikkeling mede bepalen:
- Normatieve gebeurtenissen = gebeurtenissen die zich voor de meeste individuen binnen een
groep op dezelfde manier voltrekken
Historisch: gelijkaardig voor iedereen in een bepaalde tijdsperiode (bv. oorlog)
Leeftijdsgebonden: gelijkaardig voor iedereen van een bepaalde leeftijd (bv. puberteit)
Sociaal-cultureel: gelijkaardig voor iedereen in een bepaalde cultuur, sociale klasse, ... (bv.
afkomst)
- Niet-normatieve gebeurtenissen = gebeurtenissen die plaatsvinden in het leven van een bepaald
persoon, terwijl de meeste andere mensen hier niet mee te maken krijgen (bv. gepest worden)
1.2 Kinderen: verleden, heden en toekomst
1.2.1 Vroege denkbeelden over kinderen
Vroeger: kinderen gezien als miniatuurvolwassenen
Vanaf 1700: kinderen voor het eerst bestudeerd in babybiografieën
Na industrialisatie: onderwijs meer algemeen toegankelijk
Vanaf 20ste eeuw: OP als discipline
2
,1.2.2 De twintigste eeuw: OP als discipline
Verschillende denkers binnen het opkomende westerse vakgebied OP
- Alfred Binet: intelligentie, geheugen, hoofdrekenen
- Granville Stanley Hall: het denken en het gedrag van kinderen
- Gessel
Verschillende studies binnen het opkomende westerse vakgebied OP
- Genetic Studies of Genius => Terman Study of the Gifted
- Research Institute Study
- Berkely Growth and Guidance Studies
1.2.3 Vraagstukken bij de thema’s van de OP
Continue verandering
- Geleidelijke ontwikkeling
- Kwantitatieve verschillen
- Prestaties op bepaald niveau vloeien voort uit die op de vorige niveaus
Discontinue verandering
- Ontwikkeling in aparte stappen of stadia
- Kwalitatieve verschillen
- Elk stadium levert gedrag op dat qua inhoud en hoedanigheid anders is dan gedrag in eerdere
stadia
geen kwestie van of-of: beide soorten verandering kunnen naast elkaar bestaan
Kritieke periode = specifieke tijd in de ontwikkeling waarin een bepaalde gebeurtenis de grootste – en
zelfs onomkeerbare – gevolgen heeft
Plasticiteit = de mate waarin een zich ontwikkelend gedragspatroon of fysieke structuur veranderbaar is
Gevoelige periode = een afgebakende tijdspanne, meestal vroeg in het leven, waarin mensen extra
gevoelig zijn voor bepaalde omgevingsinvloeden en sterk ontvankelijk zijn voor het leren van specifieke
vaardigheden. Latere ervaringen kunnen deze tekorten weer opheffen (wel omkeerbaar)
Nature-nurturedebat = de discussie over de oorsprong van ons gedrag en onze eigenschappen; in
hoeverre komen deze voort uit onze aanleg en in hoeverre uit onze opvoeding en leefomgeving?
- Nature: geërfde eigenschappen, vermogens en capaciteiten => maturatie
- Nurture: omgevingsinvloeden die ons gedrag bepalen
Biologische invloeden
Sociale invloeden (opvoeding + leeftijdsgenoten)
Maatschappelijke invloeden (sociaal-economische omstandigheden)
=> 2 uitersten van een schaal, waarbij specifieke gedragspatronen ergens daartussen liggen
=> gedrag: biopsychosociale verklaring (biologische, psychische en sociale factoren beïnvloeden elkaar
wederzijds)
1.2.4 De toekomst van de ontwikkelingspsychologie
Meer aandacht voor de gevolgen van smartphones en tablets voor de ontwikkeling van kinderen
3
, Epigenetica = onderzoekstak die de effecten bestudeert van omgevingsinvloeden en ervaringen op de
uiting van onze genen
Meer aandacht voor diversiteitsvraagstukken
4