Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 57 pagina's
College aantekeningen

Fiscaal Recht

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 57 pagina's

Uitgebreide en overzichtelijke hoorcollegenotities voor Fiscaal Recht. Het document behandelt onder meer de basisbeginselen van het fiscaal recht, personenbelasting, onroerende inkomsten, beroepsinkomsten, bezoldigingen, beroepskosten en relevante fiscale regels. Belangrijke WIB-artikelen, voorbeelden, schema’s en examengerichte opmerkingen zijn opgenomen, waardoor het document geschikt is als voorbereiding op het examen.

Voorbeeld van de inhoud

HC1: Inleiding in fiscaal recht

Examen is gesloten boek + meerkeuzevragen, theoretische & casus vragen

HB p. 1-54

 Wat is een belasting?
o Een heffing/ betaling met een dwingend karakter.
o Er is geen aanwijsbare tegenprestatie
o Heeft een financieel doel: wij maken gebruik van infrastructuur, wegen,
enz.
 Bij belastingen behoort NIET ALTIJD een zuiver financieel doel

Een vergoedingsretributie is GEEN belasting! Het is een tegenprestatie voor
een bijzondere dienst in persoonlijk belang of een tegenprestatie voor een
rechtsreeks of een bijzonder voordeel.
Een parkeerticket betalen is geen belasting, maar een vergoedingsretributie. Iets
wat je betaald aan de overheid omdat je rechtstreeks een bepaald voordeel hebt.
Bv. parkeerticket, inname standplaats op een kermis, vergoeding betalen voor het
afleveren van een nieuw paspoort of identiteitskaart, betalen voor het gebruik van
een gemeentelijke sporthal

Sociale zekerheidsbijdrage is ook GEEN belasting! Het gaat niet in de
‘algemene pot’ maar het is bestemd specifiek voor de financiering van de sociale
zekerheid. Het doel is verschillend. De sociale zekerheid wordt in BE gefinancieerd
door sociale zekerheidsbijdrage.
Het ontstaan van bijkomende rechten ten gunste van de bijdrageplichtige is niet
doorslaggevend.

- Roerende voorheffing  JA = een belasting die wordt ingehouden op
inkomsten uit roerende goederen, zoals intresten en dividenden
- Strafrechtelijke boete  NEE = een geldsanctie die door een rechter
wordt opgelegd wegens een misdrijf
- Schenkingen en legaten aan de OH  NEE = dit zijn vrijwillige
overdrachten van geld of goederen aan de overheid zonder tegenprestatie
- BTW  JA = indirecte belasting die wordt geheven op de verkoop van
goederen en diensten
- Inkomsten uit aandelen in overheidsbedrijven  NEE = dit zijn
opbrengsten, zoals dividenden, die de overheid ontvangt als
aandeelhouder van een overheidsbedrijf
- Inkomgelden van openbare musea  NEE retributie = dit zijn
vergoedingen die bezoekers betalen om toegang te krijgen tot openbaar
museum
- BIV staat voor Belasting op Inverkeerstelling  Dat is een belasting
die je in België één keer betaalt wanneer een voertuig voor het eerst op
jouw naam wordt ingeschreven
- Sociale zekerheidsbijdragen  dit zijn verplichte bijdragen van
werknemers en werkgevers voor de financiering van de sociale zekerheid
- Retributies  zijn vergoedingen die burgers betalen voor een specifieke
dienst of prestatie van de overheid

 Functie van belastingen
o Belastingen hebben als hoofdzaak een financieel doel nl het verschaffen
van inkomsten aan de overheid
maar er zijn functies bijgekomen:

,  Sociaal doel = het verschuiven van middelen (herverdeling) via
belastingen kan de overheid middelen herverdelen tussen mensen
bv door hogere inkomens meer te laten bijdragen
 Regulerend doel = met belastingen kan je gedrag sturen
‘perfect economisch denkend mens’ bestaat niet omdat mensen
niet altijd rationeel handelen door bijvoorbeeld uitstelgedrag of
angst voor verlies. Daarom gebruikt de overheid soms nudging =
waarbij mensen vrij blijven in hun keuze maar via fiscale voordelen
een duwtje in een bepaalde richting krijgen, zoals bij
bedrijfswagens, zonnepanelen of laadpalen. Klimaat is een heel
regulerende functie.

 Belastingbevoegdheid
o In principe is er belastingsoevereiniteit = ieder land is bevoegd om zijn
eigen belastingen te heffen
o LET OP: beperkingen!
1) Territorialiteitsbeginsel
Een staat mag belastingen heffen op inkomsten of activiteiten die
een band hebben met zijn grondgebied.
In dubbelbelastingverdragen is dit heel belangrijk. Er worden
afspraken gemaakt aan wie de belastingbevoegdheid wordt
toegekend  Bronstaat en woonstaat

Bronstaat = de staat waar het inkomen ontstaat of wordt verdiend
en mag daarom vaak belasting heffen op dat inkomen - u woont niet
in BE maar u genereert wel inkomsten uit BE dus wij mogen
belasten

Woonstaat = de staat waar de belastingplichtige woont en kan zijn
inwoners belasten op hun wereldwijd inkomen - u woont in BE dus
vinden wij dat wij bevoegd zijn om u te belasten

2) Nationaliteitsbeginsel
Hier zoekt men geen aanknopingspunt maar kijkt men naar welke
nationaliteit men heeft. Als u de Belgische nationaliteit heeft dan is
BE bevoegd.

Kritiek: in principe is nationaliteit een logisch aanknopingspunt,
maar als je er niet woont dan moet je geld betalen aan de overheid.
Je gaat mensen laten betalen aan een land waar ze niet wonen 
kan leiden tot dubbele belasting !

o Gehanteerd onderscheid in BE:
 Domiciliebeginsel = woonstaat
Houdt in dat een staat belasting mag heffen van personen die hun
woonplaats of fiscale woonplaats in die staat hebben. De woonstaat
mag daarbij in principe het wereldwijde inkomen van haar inwoners
belasten.
 Liggingsbeginsel = bronstaatbeginsel (waar het goed gelegen is)
De bevoegdheid om te belasten hangt dus af van de plaats waar het
goed is of waar het inkomen wordt verkregen.

o Belastingheffende instanties in BE:
 Staat (federaal)
 Gemeenschappen en gewesten (regionaal)

,  Provincies, agglomeraties, gemeenten (lokaal)

In economische teksten wordt er een onderscheidt gemaakt tss indirecte en
directe belastingen adhv wie de belasting betaald.
- Directe belastingen Bv. successierechten erfbelasting
- Indirecte belasting Bv. btw omdat het bestemd is om af te wentelen op
iemand anders/ een derde




Fiscaal wordt het onderscheidt anders bepaalt. Er wordt dan gekeken naar wat er
belast wordt.
- Directe belasting is een voortdurende en permanente toestand. Over een
bepaalde periode wordt men belast. Bv. inkomstenbelasting
- Indirecte belasting bv toevallige belasting of tijdelijke gebeurtenis bv.
iemand overlijdt
Bv. registratierechten

 Wij gaan kijken naar de fiscaal technische betekenis van directe/ indirecte
belastingen



 Indeling van de belastingen
o WIB = wetboek van inkomstenbelastingen + wetboek van de belasting over de
toegevoegde waarde
 Beginselen van belastingheffing (6)
o Legaliteitsbeginsel
o Éénjarigheidsbeginsel
o Gelijkheidsbeginsel
o Niet-retroactiviteitsbeginsel
o Rechtszekerheidsbeginsel
o Vertrouwensbeginsel

=> Frustraties bij de zuidelijke Nederladen:
- Samenvoeging van staatsschulden  grotere staatsschuld door zuidelijke
Nederlanden  Willem voert extra belastingen in bij brood en vlees dat kwam
van de zuidelijke Nederlanden
- Voor de begroting moest men langs de staten-generaal maar Willem wilde dit
niet dus heeft hij een regel ingevoerd dat er om de 10 jaar een begroting
gecontroleerd zal worden dit betekende vrijspel.
- Willem had belastingwet gemaakt dat ook van toepassing was op zijn
connecties/ vrienden. Noordelijke Nederlanden kregen vijstellingen en
verminderingen.
=> dit leidde tot de onafhankelijkheid van BE in 1830

 Legaliteitsbeginsel (art. 170 en art. 172 GW)

, o Belasting kan enkel ingevoerd worden dmv wet, decreet, ordonnantie of
beslissing gemeenteraad
o “no taxation without representation” = belastingen mogen enkel worden
opgelegd door vertegenwoordigers van het volk!
o Uitgangspunt: essentiele elementen van de belasting mogen NIET worden
gedelegeerd aan de uitvoerende macht! Het is exclusief voorbehouden aan de
wetgevende macht! Onder bepaalde voorwaarden wordt de delegatie van
essentiele bestanddelen toch toegelaten!

Totstandkoming van de belasting
o De essentiele elementen van een belasting moeten opgenomen worden in de
wetgeving:
 Belastbare materie en belastbare grondslag
Wat wordt belast?
 Belastingplichtige
Wie wordt er belast?
 Tarief
Hoeveel?
 Vrijstellingen en verminderingen

Toepassing van fiscale wetten uit het legaliteitsbeginsel volgt dat:
1. Fiscale schuld onstaat niet uit een overeenkomst maar uit de wet!
2. Fiscale administratie mag niet afwijken van de fiscale wet!
3. Strikte interpretatie van de fiscale wet!

 Éénjarigheidsbeginsel (art. 171 GW)
Houdt niet in dat belastingwetten elk jaar opnieuw moeten worden aangenomen!
Houdt niet in dat de fiscale wetten geen langere duur dan 1 jaar kunnen hebben!
DEF: de wetgever jaarlijks de bevoegdheid van de uitvoerende macht om de
belastingen in te vorderen moet bevestigen. Die belastingregels gelden dan voor één
jaar. Die machtiging wordt gegeven in de begrotingswet.
o Willem had staten-generaal buiten spel gezet wat leidde tot vrijspel en dit
wilde men voorkomen
1. Fiscaal éénjarigheidsbeginsel = men moet jaarlijks de bevoegdheid
om belastingen te heffen goedkeuren
2. Begrotingstechnisch éénjarigheidsbeginsel (art. 174 GW) = de
wetgever is verplicht om jaarlijks een begroting goed te keuren, dat alle
staatsontvangsten en -uitgaven bevat

 Gelijkheidsbeginsel (art. 10, 11 en 172 GW)
o Vrijstellingen en belastingen kunnen enkel ingevoerd worden door de wet en
mag niet zomaar gebeuren!
o De wetgever is gehouden het gelijkheidsbeginsel na te leven bij het invoeren
van belastingen of vrijstellingen en verminderingen te verlenen.
o Inhoud en doelstelling  Het gelijkheidsbeginsel is geschonden wanneer
vaststaat dat geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de
aangewende middelen en het beoogde doel. Gelijkheid voor de belasting
onderstelt dat alle burgers aan de Staat een bijdrage afstaan die evenredig is
met hun fiscaal draagvermogen. Op grond hiervan worden de progressieve
belastingtarieven gerechtvaardigd.
o Belangrijke rol voor het Grondwettelijk Hof  kan wetten, decreten en
ordonnanties toetsen aan het gelijkheidsbeginsel door 1) beroep tot
nietigverklaring ingesteld door een belanghebbende of 2) prejudiciele vraag
gesteld door een rechtscollege (beperkt tot marginale toetsing)

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
22 augustus 2026
Aantal pagina's
57
Geschreven in
2025/2026
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Emma suzanne van aggelen
Bevat
Alle colleges
€10,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
1
Laatst verkocht
-



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen