Inleiding Internationaal Recht
Tentamen voorbereiding
, Tentamenstof thema 1 t/m 3
Het internationaal publiekrecht vloeit voort uit onderlinge afhankelijkheden tussen staten, en speelt een
belangrijke rol bij het vormgeven van samenwerking en het realiseren van gemeenschappelijke belangen.
Internationaal publiekrecht is van groot belang voor het nationaal recht, internationale afspraken hebben
praktisch pas e@ect als het binnen de nationale rechtsorde wordt toegepast.
Het rechtsbeginsel zelfbeschikking aanvaard in het VN-Handvest, gaf het recht aan alle volkeren om over
hun eigen lot te beschikken.
Internationaal publiekrecht regelt de uitoefening van publiek gezag in de internationale gemeenschap.
Het kent bevoegdheden toe aan entiteiten die publiek gezag uitoefenen en biedt hierbij een juridisch
kader.
Internationaal publiekrecht kan worden onderscheiden in ‘volkenrecht’ en ‘internationaal recht’.
Volkenrecht (ius gentium) duidt op het recht dat van toepassing is op alle burgers, en ziet dus op
volkeren.
Internationaal recht omvat zowel internationaal publiekrecht als internationaal privaatrecht, in de
praktijk wordt dit vooral gebruikt voor ‘internationaal publiekrecht’.
De nationale en internationale rechtsorde kennen beide hun eigen rechtsbronnen. De internationale
rechtsorde erkent hoofdzakelijk vier rechtsbronnen:
- Gewoonterecht;
- Verdragen;
- Besluiten van internationale organisaties;
- Algemene rechtsbeginselen.
Over de scheiding van internationaal en nationaal recht wordt verschillend gedacht, namelijk het
dualisme en het monisme.
Het dualisme is er ter bescherming van de nationale rechtsorde tegen de invloed van internationaal recht,
internationale en nationale rechtsordes dienen gescheiden te zijn.
Het monisme gaat ervan uit dat er één rechtsorde bestaat, waar internationaal en nationaal recht deel
van uitmaakt. De macht van de staat dient beperkt te worden om de rechten van individuen te
beschermen.
Een nationale regel heeft geen rechtsgevolgen in de internationale rechtsorde, de formele scheiding
betekent ook dat internationaal recht niet kan bepalen welke rechtsgevolgen het heeft in de nationale
rechtsorde.
Maar internationaal recht heeft betrekking op de rechtspositie van natuurlijke personen, vooral in de vorm
van mensenrechten.
Als laatst hebben veel staten hun nationale rechtsorde opengesteld voor de toepassing van internationaal
recht, zo ook Nederland.
Het internationaal publiek recht onderscheidt zich van het internationaal privaatrecht in twee
kenmerken:
- Het internationaal publiekrecht legitimeert en reguleert de uitoefening van publiek gezag.
Internationaal recht is ook van belang voor de rechtspositie van individuen jegens staten, maar
deze heeft betrekking op rechtsbetrekkingen tussen particulieren.
- Internationaal publiekrecht beschermt de publieke belangen: belangen van staten gezamenlijk en
in sommige gevallen de belangen van de internationale gemeenschap als geheel.
, De inhoud van internationaal privaatrecht is in grote mate bepaald door nationaal recht, verdragen
vullen dit nationaal recht aan. Ondanks dat deze gesloten worden door staten en beheerst door
internationaal publiekrecht, is er toch sprake van internationaal privaatrecht.
Het onderscheid tussen internationaal publiekrecht en internationaal privaatrecht wordt gerelativeerd
door de publieke taken die overgelaten worden aan private instanties.
De term ‘publiekrecht’ betekent anders dan de term in het nationaal recht, internationaal publiekrecht
regelt in grote mate rechtsbetrekkingen tussen gelijke partijen (staten).
Juridische regels en politieke en morele regels kunnen worden onderscheiden aan de hand van twee
criteria:
- De bron van een regel: alleen regels uit de bronnen van de internationale rechtsorde behoren tot
internationaal publiekrecht.
- De schending van een norm verbindt met een sanctie: de verbinding tussen een overtreding van
een rechtsnorm en een door het recht geregelde sanctie.
Toch wordt gezegd, omdat de internationale rechtsorde geen centraal gezag kent dat recht kan afdwingen,
dat internationaal recht niet als ‘recht’ kan worden beschouwd. De handhaving ligt in belangrijke mate bij
de staten zelf.
De internationale organisaties bezitten mogelijkheden om toezicht te houden op naleving van
internationale rechtsnormen, dit geschiedt deels door politieke organen, zoals de VN Veiligheidsraad. En
ook door rechterlijke instanties zoals het IGH.
De organisatie van de internationale rechtsorde verschilt fundamenteel van de nationale rechtsorde, de
nationale rechtsorde is gecentraliseerd. Het publiek gezag wordt uitgeoefend door de overheid en alle
rechtssubjecten zijn onderworpen aan het publieke gezag van de staat.
In de internationale rechtsorde wordt het publiek gezag vooral door staten zelf uitgeoefend, het
internationaal publiekrecht is niet zozeer het recht van één gemeenschap, maar van een veelheid
nationale gemeenschappen.
In het decentrale karakter van de internationale rechtsorde beschermt het de soevereiniteit van staten
binnen hun grondgebied en het vreedzaam bestaan van staten naast elkaar; dit wordt ook wel het ‘recht
van co-existentie’ genoemd.
Naast co-existentie kent men het ‘recht van samenwerking’ kenmerkt zich door een actieve
samenwerking tussen staten, zoals samenwerking op het gebied van terrorisme.
Staten richten internationale organisaties op, waaraan zij bevoegdheden voor publieke taken overdragen.
De Nederlandse Grondwet erkent het belang van bovennationale organisaties in art 92 Grondwet.
Het recht dat op bovennationale organisaties van toepassing is, wordt wel als het ‘recht van integratie’
beschouwd. Op mondiaal niveau is vooral de VN van belang, die enige mate van orde brengt in de
internationale rechtsorde.
Op mondiaal niveau wordt gesproken van een internationale gemeenschap, en wordt vaak aangehaald
als het gaat om belangen, verantwoordelijkheden of plichten die staten gezamenlijk hebben.
Het internationaal publiekrecht kent een algemeen deel en bijzondere delen, het algemeen deel bestaat
uit overkoepelende beginselen en leerstukken die op alle gebieden van internationaal publiekrecht van
toepassing zijn. Verder omvat het fundamentele beginselen voor het functioneren van het systeem van
internationaal recht, alsmede formele beginselen die bijv. bepalen hoe rechtsregels tot stand komen.
Tentamen voorbereiding
, Tentamenstof thema 1 t/m 3
Het internationaal publiekrecht vloeit voort uit onderlinge afhankelijkheden tussen staten, en speelt een
belangrijke rol bij het vormgeven van samenwerking en het realiseren van gemeenschappelijke belangen.
Internationaal publiekrecht is van groot belang voor het nationaal recht, internationale afspraken hebben
praktisch pas e@ect als het binnen de nationale rechtsorde wordt toegepast.
Het rechtsbeginsel zelfbeschikking aanvaard in het VN-Handvest, gaf het recht aan alle volkeren om over
hun eigen lot te beschikken.
Internationaal publiekrecht regelt de uitoefening van publiek gezag in de internationale gemeenschap.
Het kent bevoegdheden toe aan entiteiten die publiek gezag uitoefenen en biedt hierbij een juridisch
kader.
Internationaal publiekrecht kan worden onderscheiden in ‘volkenrecht’ en ‘internationaal recht’.
Volkenrecht (ius gentium) duidt op het recht dat van toepassing is op alle burgers, en ziet dus op
volkeren.
Internationaal recht omvat zowel internationaal publiekrecht als internationaal privaatrecht, in de
praktijk wordt dit vooral gebruikt voor ‘internationaal publiekrecht’.
De nationale en internationale rechtsorde kennen beide hun eigen rechtsbronnen. De internationale
rechtsorde erkent hoofdzakelijk vier rechtsbronnen:
- Gewoonterecht;
- Verdragen;
- Besluiten van internationale organisaties;
- Algemene rechtsbeginselen.
Over de scheiding van internationaal en nationaal recht wordt verschillend gedacht, namelijk het
dualisme en het monisme.
Het dualisme is er ter bescherming van de nationale rechtsorde tegen de invloed van internationaal recht,
internationale en nationale rechtsordes dienen gescheiden te zijn.
Het monisme gaat ervan uit dat er één rechtsorde bestaat, waar internationaal en nationaal recht deel
van uitmaakt. De macht van de staat dient beperkt te worden om de rechten van individuen te
beschermen.
Een nationale regel heeft geen rechtsgevolgen in de internationale rechtsorde, de formele scheiding
betekent ook dat internationaal recht niet kan bepalen welke rechtsgevolgen het heeft in de nationale
rechtsorde.
Maar internationaal recht heeft betrekking op de rechtspositie van natuurlijke personen, vooral in de vorm
van mensenrechten.
Als laatst hebben veel staten hun nationale rechtsorde opengesteld voor de toepassing van internationaal
recht, zo ook Nederland.
Het internationaal publiek recht onderscheidt zich van het internationaal privaatrecht in twee
kenmerken:
- Het internationaal publiekrecht legitimeert en reguleert de uitoefening van publiek gezag.
Internationaal recht is ook van belang voor de rechtspositie van individuen jegens staten, maar
deze heeft betrekking op rechtsbetrekkingen tussen particulieren.
- Internationaal publiekrecht beschermt de publieke belangen: belangen van staten gezamenlijk en
in sommige gevallen de belangen van de internationale gemeenschap als geheel.
, De inhoud van internationaal privaatrecht is in grote mate bepaald door nationaal recht, verdragen
vullen dit nationaal recht aan. Ondanks dat deze gesloten worden door staten en beheerst door
internationaal publiekrecht, is er toch sprake van internationaal privaatrecht.
Het onderscheid tussen internationaal publiekrecht en internationaal privaatrecht wordt gerelativeerd
door de publieke taken die overgelaten worden aan private instanties.
De term ‘publiekrecht’ betekent anders dan de term in het nationaal recht, internationaal publiekrecht
regelt in grote mate rechtsbetrekkingen tussen gelijke partijen (staten).
Juridische regels en politieke en morele regels kunnen worden onderscheiden aan de hand van twee
criteria:
- De bron van een regel: alleen regels uit de bronnen van de internationale rechtsorde behoren tot
internationaal publiekrecht.
- De schending van een norm verbindt met een sanctie: de verbinding tussen een overtreding van
een rechtsnorm en een door het recht geregelde sanctie.
Toch wordt gezegd, omdat de internationale rechtsorde geen centraal gezag kent dat recht kan afdwingen,
dat internationaal recht niet als ‘recht’ kan worden beschouwd. De handhaving ligt in belangrijke mate bij
de staten zelf.
De internationale organisaties bezitten mogelijkheden om toezicht te houden op naleving van
internationale rechtsnormen, dit geschiedt deels door politieke organen, zoals de VN Veiligheidsraad. En
ook door rechterlijke instanties zoals het IGH.
De organisatie van de internationale rechtsorde verschilt fundamenteel van de nationale rechtsorde, de
nationale rechtsorde is gecentraliseerd. Het publiek gezag wordt uitgeoefend door de overheid en alle
rechtssubjecten zijn onderworpen aan het publieke gezag van de staat.
In de internationale rechtsorde wordt het publiek gezag vooral door staten zelf uitgeoefend, het
internationaal publiekrecht is niet zozeer het recht van één gemeenschap, maar van een veelheid
nationale gemeenschappen.
In het decentrale karakter van de internationale rechtsorde beschermt het de soevereiniteit van staten
binnen hun grondgebied en het vreedzaam bestaan van staten naast elkaar; dit wordt ook wel het ‘recht
van co-existentie’ genoemd.
Naast co-existentie kent men het ‘recht van samenwerking’ kenmerkt zich door een actieve
samenwerking tussen staten, zoals samenwerking op het gebied van terrorisme.
Staten richten internationale organisaties op, waaraan zij bevoegdheden voor publieke taken overdragen.
De Nederlandse Grondwet erkent het belang van bovennationale organisaties in art 92 Grondwet.
Het recht dat op bovennationale organisaties van toepassing is, wordt wel als het ‘recht van integratie’
beschouwd. Op mondiaal niveau is vooral de VN van belang, die enige mate van orde brengt in de
internationale rechtsorde.
Op mondiaal niveau wordt gesproken van een internationale gemeenschap, en wordt vaak aangehaald
als het gaat om belangen, verantwoordelijkheden of plichten die staten gezamenlijk hebben.
Het internationaal publiekrecht kent een algemeen deel en bijzondere delen, het algemeen deel bestaat
uit overkoepelende beginselen en leerstukken die op alle gebieden van internationaal publiekrecht van
toepassing zijn. Verder omvat het fundamentele beginselen voor het functioneren van het systeem van
internationaal recht, alsmede formele beginselen die bijv. bepalen hoe rechtsregels tot stand komen.