Beginselen van het Nederlandse Staatsrecht
Hoofdstuk 1
1.1
Staat = een organisatie die met voorrang boven andere organisaties
effectief gezag uitoefent over een gemeenschap van mensen op een
bepaald grondgebied
Gezag -> Mogelijkheid dwang
Gezag -> Geweldsmonopolie
De staat is dynamisch, want haar grenzen kunnen verschuiven en het
gezag kan veranderen
Soevereiniteit = hoogste gezag hebbende; de staat is onafhankelijk en
kan zelf bepalen welke keuzes en beslissingen zij neemt
*Erkenning door andere staten is geen formeel vereiste, maar een
belangrijke aanwijzing dat de staat effectief gezag uitoefent (handig voor
internationale handel, defensie, verdragen etc.)
De Europese Unie is geen staat, want het effectief gezag ligt bij de
lidstaten
Rechtsgemeenschap = gemeenschap die haar belangrijkste waarden in
door dwang te handhaven leefregels heeft neergelegd; impliceert een
soevereine organisatie die effectief gezag uitoefent
*De mogelijkheid van toepassing van dwang ter handhaving van de
gemeenschapsnormen is kenmerkend voor de staat
Staatsrecht = rechtsregels die betrekking hebben op de organisatie van
de met gezag beklede organen en de grenzen van hun gezag
In de middeleeuwen was het gezag in de West-Europese landen een
persoonlijk recht van de vorst
In het begin van de zestiende eeuw schrijft Machiavelli dat een
gezagdrager moet optreden met het doel niet om zijn persoonlijke
grootheid te verhogen, maar om de eenheid van de staat te
bewerkstelligen
In de 18e eeuw schrijft Rousseau de theorie van het contrat social
Contrat social = sociaal contract; theorie die gezag en vrijheid verenigt,
omdat het gezag uit de vrijheid is afgeleid. Zij maakt het mogelijk de
,beperkingen door gezag aan de individuele vrijheid gesteld, te
aanvaarden, omdat het beperkingen zijn die bij het contrat social de vrije
individuen zichzelf hebben opgelegd
*Elke burger is gelijkwaardig en heeft recht op gelijke invloed op het
staatsbestuur
1.2
Om dictatuur tegen te gaan heeft men het gezag verdeeld over
verschillende organen en dus over verschillende mensen of groepen van
mensen
Checks and balances = stelsel waarbij het gezag over verschillende
organen verdeeld is, waarbij de verschillende organen elkaar in evenwicht
houden en elkaar controleren door verantwoording aan elkaar af te
leggen (ministers moeten verantwoording afleggen aan het parlement);
ieder orgaan oefent slechts een deel van het gezag uit en heeft andere
organen nodig: zo kunnen zij elkaar controleren (checks) en in evenwicht
houden (balances)
Montesquieu ging uit van een machtsverdeling tussen de drie organen
(trias politica), waarbij eenieder zijn eigen functie uitoefent en
onafhankelijk van elkaar zijn
De essentie van de machtsverdeling in het Nederlandse staatsrecht is
dat de staatsmacht gespreid wordt over verschillende organen, die ieder
een deel van die macht uitoefenen en elkaar wederzijds controleren en in
evenwicht houden
Checks and balances in het huidige staatsrecht = de regering doet meer
dan alleen het uitvoeren van wetten, het voert beleid uit. De regering
heeft dus een zelfstandige bevoegdheid om beslissingen te maken
Verschil trias politica en checks and balances:
Trias politica -> scheiding van de machten
Checks and balances -> systeem waarbij machtsmisbruik wordt
voorkomen door het controleren van elkaar en door verantwoording
af te leggen
Volgens de Trias Politica voert louter de wetgevende macht wetten uit en
volgens het systeem van checks and balances doen de wetgevende en
de uitvoerende macht. Echter is er nog steeds een systeem van checks
and balances want de uitvoerende macht is nog steeds verplicht tot het
afleggen van verantwoording aan de wetgevende macht
,Beide onderdelen van de regeringstaak – uitvoering van wetten en de
zelfstandige taak – worden in de Grondwet "bestuur" genoemd
De regering in Nederland is belast met het bestuur ofwel de uitvoerende
macht
De centrale overheid bestaat dus uit meerdere organen, die ieder slechts
een deel van de overheidstaak uitvoeren en die elkaar nodig hebben om
te regeren en te besturen. Verder controleren zij – deels – ook elkaar
Territoriale verdeling = bevoegdheid niet slechts geven aan de centrale
overheid, maar een deel verdelen aan de regionale overheden
Gedecentraliseerde eenheidsstaat = eenheidsstaat waarbij bevoegdheden
worden verleend aan provinciale en gemeentelijke organen, waarbij
echter geen terreinen principieel zijn uitgesloten van centrale bemoeienis;
macht is niet slechts centraal, maar ook op decentraal niveau aanwezig;
eenheidsstaat waarbij het gezag is verdeeld over het centrale en
decentrale niveau en waar op centraal niveau de eenheid wordt bewaard
1.3
Aspecten democratie:
Verkiezingen
o Actief kiesrecht
Recht om te kiezen
o Passief kiesrecht
Recht om gekozen te worden
Openheid voor machtswisseling
Het parlement dient een centrale rol te spelen in het staatsbestel
Aspecten rechtsstaat:
Erkenning staatsvrije sfeer voor individuen en particuliere
instellingen
Legaliteitsbeginsel (geen bevoegdheid zonder grondslag in wet)
De regels waarin de bevoegdheden van een overheidsorgaan zijn
omschreven, moeten door een ander overheidsorgaan worden
vastgesteld (anders geen rechtszekerheid!)
Geschillen tussen staat en burger moeten door een onafhankelijke
en onpartijdige rechter worden beslist
Kenmerken rechtsstaat:
1. Legaliteitsbeginsel
2. Onafhankelijke en onpartijdige rechter
, 3. Grondrechten
4. Spreiding der machten
*Een staat is een democratische rechtsstaat als zowel de aspecten van
een democratie als de aspecten van een rechtsstaat erin samengesteld
zijn (ofwel de kenmerken van een rechtsstaat + het democratische
beginsel vormen een democratische rechtsstaat)
Democratisch beginsel = gekozen volksvertegenwoordigers
Er zijn twee grondregels voor een democratisch-rechtsstatelijk bestuur
Geen bevoegdheid zonder grondslag in wet of Grondwet
(=legaliteitsbeginsel)
- Geldt voor overheidshandelingen
- Geldt voor overheidsdwang
Al met al is iedere met dwang gepaard gaande overheidshandeling, hetzij
bestuur, hetzij rechterlijke macht, gebonden aan een wettelijke grondslag
afkomstig van de wetgevende macht
Niemand kan een bevoegdheid uitoefenen zonder verantwoording
schuldig te zijn of zonder dat op die uitoefening controle bestaat
(=verantwoordingsplicht)
Het handelend orgaan moet rekenschap kunnen afleggen waarom het zijn
bevoegdheid al dan niet heeft uitgeoefend en waarom juist op de wijze als
het heeft gedaan en niet anders
Er zijn vele vormen van de verantwoordingsplicht van en controle op
overheidsorganen:
Politieke verantwoordingsplicht
o Bestuurlijke organen (ministers, leden van de gedeputeerde
staten, burgemeester en wethouders) leggen verantwoording
af bij vertegenwoordigende organen
Ambtelijke ondergeschiktheid
o Ambtenaren die bepaalde bevoegdheden hebben zijn
verantwoording verschuldigd aan hun chefs
Bestuurlijk toezicht
o De regering heeft de bevoegdheid om zich te bemoeien met
gemeentelijke en provinciale aangelegenheden (preventief
en repressief toezicht)
Strafrechtelijke verantwoordelijkheid
Hoofdstuk 1
1.1
Staat = een organisatie die met voorrang boven andere organisaties
effectief gezag uitoefent over een gemeenschap van mensen op een
bepaald grondgebied
Gezag -> Mogelijkheid dwang
Gezag -> Geweldsmonopolie
De staat is dynamisch, want haar grenzen kunnen verschuiven en het
gezag kan veranderen
Soevereiniteit = hoogste gezag hebbende; de staat is onafhankelijk en
kan zelf bepalen welke keuzes en beslissingen zij neemt
*Erkenning door andere staten is geen formeel vereiste, maar een
belangrijke aanwijzing dat de staat effectief gezag uitoefent (handig voor
internationale handel, defensie, verdragen etc.)
De Europese Unie is geen staat, want het effectief gezag ligt bij de
lidstaten
Rechtsgemeenschap = gemeenschap die haar belangrijkste waarden in
door dwang te handhaven leefregels heeft neergelegd; impliceert een
soevereine organisatie die effectief gezag uitoefent
*De mogelijkheid van toepassing van dwang ter handhaving van de
gemeenschapsnormen is kenmerkend voor de staat
Staatsrecht = rechtsregels die betrekking hebben op de organisatie van
de met gezag beklede organen en de grenzen van hun gezag
In de middeleeuwen was het gezag in de West-Europese landen een
persoonlijk recht van de vorst
In het begin van de zestiende eeuw schrijft Machiavelli dat een
gezagdrager moet optreden met het doel niet om zijn persoonlijke
grootheid te verhogen, maar om de eenheid van de staat te
bewerkstelligen
In de 18e eeuw schrijft Rousseau de theorie van het contrat social
Contrat social = sociaal contract; theorie die gezag en vrijheid verenigt,
omdat het gezag uit de vrijheid is afgeleid. Zij maakt het mogelijk de
,beperkingen door gezag aan de individuele vrijheid gesteld, te
aanvaarden, omdat het beperkingen zijn die bij het contrat social de vrije
individuen zichzelf hebben opgelegd
*Elke burger is gelijkwaardig en heeft recht op gelijke invloed op het
staatsbestuur
1.2
Om dictatuur tegen te gaan heeft men het gezag verdeeld over
verschillende organen en dus over verschillende mensen of groepen van
mensen
Checks and balances = stelsel waarbij het gezag over verschillende
organen verdeeld is, waarbij de verschillende organen elkaar in evenwicht
houden en elkaar controleren door verantwoording aan elkaar af te
leggen (ministers moeten verantwoording afleggen aan het parlement);
ieder orgaan oefent slechts een deel van het gezag uit en heeft andere
organen nodig: zo kunnen zij elkaar controleren (checks) en in evenwicht
houden (balances)
Montesquieu ging uit van een machtsverdeling tussen de drie organen
(trias politica), waarbij eenieder zijn eigen functie uitoefent en
onafhankelijk van elkaar zijn
De essentie van de machtsverdeling in het Nederlandse staatsrecht is
dat de staatsmacht gespreid wordt over verschillende organen, die ieder
een deel van die macht uitoefenen en elkaar wederzijds controleren en in
evenwicht houden
Checks and balances in het huidige staatsrecht = de regering doet meer
dan alleen het uitvoeren van wetten, het voert beleid uit. De regering
heeft dus een zelfstandige bevoegdheid om beslissingen te maken
Verschil trias politica en checks and balances:
Trias politica -> scheiding van de machten
Checks and balances -> systeem waarbij machtsmisbruik wordt
voorkomen door het controleren van elkaar en door verantwoording
af te leggen
Volgens de Trias Politica voert louter de wetgevende macht wetten uit en
volgens het systeem van checks and balances doen de wetgevende en
de uitvoerende macht. Echter is er nog steeds een systeem van checks
and balances want de uitvoerende macht is nog steeds verplicht tot het
afleggen van verantwoording aan de wetgevende macht
,Beide onderdelen van de regeringstaak – uitvoering van wetten en de
zelfstandige taak – worden in de Grondwet "bestuur" genoemd
De regering in Nederland is belast met het bestuur ofwel de uitvoerende
macht
De centrale overheid bestaat dus uit meerdere organen, die ieder slechts
een deel van de overheidstaak uitvoeren en die elkaar nodig hebben om
te regeren en te besturen. Verder controleren zij – deels – ook elkaar
Territoriale verdeling = bevoegdheid niet slechts geven aan de centrale
overheid, maar een deel verdelen aan de regionale overheden
Gedecentraliseerde eenheidsstaat = eenheidsstaat waarbij bevoegdheden
worden verleend aan provinciale en gemeentelijke organen, waarbij
echter geen terreinen principieel zijn uitgesloten van centrale bemoeienis;
macht is niet slechts centraal, maar ook op decentraal niveau aanwezig;
eenheidsstaat waarbij het gezag is verdeeld over het centrale en
decentrale niveau en waar op centraal niveau de eenheid wordt bewaard
1.3
Aspecten democratie:
Verkiezingen
o Actief kiesrecht
Recht om te kiezen
o Passief kiesrecht
Recht om gekozen te worden
Openheid voor machtswisseling
Het parlement dient een centrale rol te spelen in het staatsbestel
Aspecten rechtsstaat:
Erkenning staatsvrije sfeer voor individuen en particuliere
instellingen
Legaliteitsbeginsel (geen bevoegdheid zonder grondslag in wet)
De regels waarin de bevoegdheden van een overheidsorgaan zijn
omschreven, moeten door een ander overheidsorgaan worden
vastgesteld (anders geen rechtszekerheid!)
Geschillen tussen staat en burger moeten door een onafhankelijke
en onpartijdige rechter worden beslist
Kenmerken rechtsstaat:
1. Legaliteitsbeginsel
2. Onafhankelijke en onpartijdige rechter
, 3. Grondrechten
4. Spreiding der machten
*Een staat is een democratische rechtsstaat als zowel de aspecten van
een democratie als de aspecten van een rechtsstaat erin samengesteld
zijn (ofwel de kenmerken van een rechtsstaat + het democratische
beginsel vormen een democratische rechtsstaat)
Democratisch beginsel = gekozen volksvertegenwoordigers
Er zijn twee grondregels voor een democratisch-rechtsstatelijk bestuur
Geen bevoegdheid zonder grondslag in wet of Grondwet
(=legaliteitsbeginsel)
- Geldt voor overheidshandelingen
- Geldt voor overheidsdwang
Al met al is iedere met dwang gepaard gaande overheidshandeling, hetzij
bestuur, hetzij rechterlijke macht, gebonden aan een wettelijke grondslag
afkomstig van de wetgevende macht
Niemand kan een bevoegdheid uitoefenen zonder verantwoording
schuldig te zijn of zonder dat op die uitoefening controle bestaat
(=verantwoordingsplicht)
Het handelend orgaan moet rekenschap kunnen afleggen waarom het zijn
bevoegdheid al dan niet heeft uitgeoefend en waarom juist op de wijze als
het heeft gedaan en niet anders
Er zijn vele vormen van de verantwoordingsplicht van en controle op
overheidsorganen:
Politieke verantwoordingsplicht
o Bestuurlijke organen (ministers, leden van de gedeputeerde
staten, burgemeester en wethouders) leggen verantwoording
af bij vertegenwoordigende organen
Ambtelijke ondergeschiktheid
o Ambtenaren die bepaalde bevoegdheden hebben zijn
verantwoording verschuldigd aan hun chefs
Bestuurlijk toezicht
o De regering heeft de bevoegdheid om zich te bemoeien met
gemeentelijke en provinciale aangelegenheden (preventief
en repressief toezicht)
Strafrechtelijke verantwoordelijkheid