1. SINTERKLAAS — 6 december
Herkennen aan: Sint-Nicolaas, mijter, staf, eventueel delen/geven.
Thema/betekenis:
→ geven en delen / zorg dragen voor anderen
→ NIET: zoveel mogelijk cadeautjes krijgen.
Examenantwoord:
Dit hoort bij Sinterklaas. Ik herken Sint-Nicolaas aan zijn mijter en staf. De diepere
betekenis is geven, delen en zorg dragen voor anderen, niet het krijgen van cadeautjes.
De cursus waarschuwt expliciet dat de focus niet op de gecommercialiseerde cadeautjes mag
liggen.
2. PATER DAMIAAN — 10 meiHerkennen aan: Pater Damiaan / Molokaï / mensen
verzorgen.
Thema/betekenis:
→ zorg dragen voor de ander
→ omgaan met vooroordelen
→ mensen niet uitsluiten.
Symbool: helpende handen.
Examenantwoord:
Dit is Pater Damiaan. Hij staat symbool voor zorg dragen voor anderen, ook voor mensen
die uitgesloten worden.
Dat is precies hoe jouw cursus hem presenteert.
3. MARIA
Herkennen aan: Maria, vaak met Jezus als kind.
Wanneer?
→ meimaand
→ kerstperiode
→ Maria-Tenhemelopneming = 15 augustus
, Thema/betekenis:
→ Maria = moeder van Jezus
→ zorg/liefde/moederschap.
De cursus zegt dat Maria vooral in de meimaand en kerstperiode goed aan bod kan komen.
4. SINT-FRANCISCUS — 4 oktober
Dit is een héél herkenbare foto.
Zie je een heilige tussen dieren/natuur → denk Franciscus.
Thema:
→ dieren
→ natuur
→ zorg voor de schepping.
Extra herkenningspunt: 4 oktober = Werelddierendag.
Jouw cursus koppelt Franciscus expliciet aan dieren en natuur omdat hij patroonheilige van de
dierenbeschermers is.
5. ALLERHEILIGEN — 1 november
Herkennen aan: verschillende heiligen.
Thema:
→ mensen/heiligen herinneren die een voorbeeld zijn.
Niet verwarren met Allerzielen!
6. ALLERZIELEN — 2 november
Herkennen aan:
→ kerkhof
→ graf
→ kaarsen
→ overleden personen herdenken.
Thema:
→ afscheid – dood – herinneren – verbonden blijven