Psychomotorischeontwikkeling:Semester1
Hoorcollege1:Inleiding
Situeringvanhetvakgebied:
=studievandemotoriekwaaringedragingtotuitingkomen–VALLAEY1990
langzaam gepaard opbouwen van denken en bewegen tot handelend denken of
=
doelbewust bewegen, wat gebeurt door de interactie van de verschillende motorische en
psychischefuncties–SAMAEY
=juistenaangepastbewegen
Definitiepsychomotoriek:
motorischintentioneelbewegenofhetdoelgerichtinzettenvanlichaamomvoorafbepaald
=
doel te bereiken. Vraagt de samenwerking in de motorische, cognitieve, sociale en
emotionelecomponenten.
otorisch:
M ognitief:
C
Proceswaarkindspierenleertgebruikenen Leren, onthouden, probleem oplossend
beheersen denkenenintelligentievanhetkind
Sociaal: Emotioneel:
Ontwikkeling van de eigen persoonlijkheid Leren omgaan met gevoelens van zichzelf
enlerenomgaanmetanderemensen en anderen & leren begrijpen hoe hiermee
omtegaan
destudievaneenlevenslangproces,waarbijsequentieelenquasicontinueveranderingen
=
in motorischgedragoptreden,alsookvandeopelkaarinwerkendefactorendiedaarbijeen
rolspelen
4aspecten:
− V ⇒
eranderingen in functionele capaciteit (Vb. eerste keer huppelen 5 jaar lang
huppelenofverschillendemanierenvanstappen)
− Levenslangprocesgerelateerdaandeleeftijd
− Nietlineair(sprongen)
− Naast PMO ook ontwikkeling op anderedomeinen+interne/externefactoren(Vb.
kindkopiërenhetgedragvanouders)
“Hetgemiddeldeindividubestaatniet:variatie=deenigeconstante”
⇒
Enkel vanuit de kennis van de “normale psychomotorische ontwikkeling” kan je inzicht
krijgeninhetontstaansmechanismevanafwijkendgedrag
AURELIEVERPAELST 1
,Verschillendemotorieken:
Psychomotoriek(PM):9maandtot25jaar
intentioneel bewegen, gericht naar een doel met de juiste bewegingsmogelijkheden
=
waarbijookdesocialeenemotionelecomponenteenrolspeelt
Sensomotoriek(SM):4maandtot2jaar
oftware = het leren gebruiken van de hardware, al doende neemjewaarwatjekunt,al
S
voelend ontdek je de bruikbaarheid van je NM systeem zodat je leert besturen en verder
ontwikkelen=sensomotorischleerproces
Neuromotoriek(NM):0tot4maand
Hardwarevandepsychomotoriek=neurologie+anatomie
Motoriek=interneorganisatievanbewegingen
Neuromotoriek=interneneurologischeorganisatievanbewegingen
Theoretischeconceptenovermotorischeontwikkeling:
− onceptieuiteicelenzaadcel
C
− 7wekenvandezwangerschap:eerstebeweging=extensievanhethoofd
− 3maand:debabyisklaar(kansopeenmiskraamverkleint)
− Fysiekegeboorte
− Psychologischegeboorte:bewustwordingvanhet“ik”(karakter)mama+babywordt
doorhemgezienals1geheel
Om te ontwikkelen van een hulpeloze, afhankelijke baby tot een onafhankelijke,
−
autonoomindividudatdoelgericht,efficiëntenconsistentbeweegt
⇒ Ontwikkeling: neurologisch (hersensysteem) → verbinding met spieren en
zenuwstelsel(viazenuwen)
AURELIEVERPAELST 2
, “DemanierwaaropiemandbeweegtwordtbepaaldinhetDNA”
Maturatie-ofrijpingstheorie:
1930–1940: descriptief–normatief
Focusopindividu: genetischefactoren(DNA)eninternefactorenzoalsrijpingCZS
Ontwikkelingisvoorafbepaalddooronderandereinterneklok
ArnoldGesell: -groeienontwikkelingcephalo–caudaalenproximo–distaal
- ontwikkelingvanbewegingengaatvanenkelvoudnaarsamengesteld
/vanlokaalnaartotaal
L eren en maturatie zijn geen verschillende processen, maar een ander facet van het
groeiproces
Theorieverlatendoor…(zievolgendetheorieën)
⇨
Enkelopdrachtvandehersenen
⇨
E eneigentweeling:=DNA,maareenverschillendemotoriek
⇨
Ontwikkelingvanbovennaaronderofvandichtbijnaarver
Informatie–theoretischebenadering:
1960–1970
Mens=computerduseeninformatieverwerkingssysteem(binnenhetCZS)
3opeenvolgendestadiaindeinformatieverwerkingbinnenhetCZS:
S
− timulusidentificatie
− Responsselectie
− Responsprogrammering
Theorieverlatendoor…(zievolgendetheorie)
Deecologischeofcontextueletheorie–hetconstraintsmodelvanNEWELL,1986:
Voorgaandevisies: focusopinterneprocessenensturingCZS
Newell: ookexternefactorenbelangrijkvoordeontwikkeling
. I ndividu
1
2. Omgeving
3. taak
lk gedrag of de evolutie van dit gedrag, is het resultaat van het samenspel, de
e
wisselwerking of interactie tussen veranderende individuele, omgevings- en taakgebonden
kenmerken/voorwaarden(ofcontraints).
AURELIEVERPAELST 3
, US motorisch gedrag, het leren en de ontwikkeling ervan is slechts te begrijpen als de
D
omgeving waarin de actie plaatsvindt, de specifieke taakvereisteendekenmerkenvanhet
individuinrekeninggebrachtworden.
“Constraints=beperking,mogelijkheid,voorwaarde”
1. individueleofintrinsiekeconstraints:
− structureel:neuroloog(maturatiemaarmeerdanCZS)
VB.fysiekegroei,II,LG,spiermassa
− functioneel:losvanstructuurvanhetlichaam–cognitief,
psychosociaal-affectief
VB.inzicht,aandacht,motivatie
2. externeconstraints:
− omgevingsgebondenconstraints:
o fysisch:ZK,ondergrond
o sociocultureel:VB.thuissituatie–aanmoedigingen/verwachtingen
− taakconstraints:
doelvandetaak,explicieteregels,materiaal/voorwerpen
TOEPASSINGEN:babyineenpark,mowgli,…
AURELIEVERPAELST 4
Hoorcollege1:Inleiding
Situeringvanhetvakgebied:
=studievandemotoriekwaaringedragingtotuitingkomen–VALLAEY1990
langzaam gepaard opbouwen van denken en bewegen tot handelend denken of
=
doelbewust bewegen, wat gebeurt door de interactie van de verschillende motorische en
psychischefuncties–SAMAEY
=juistenaangepastbewegen
Definitiepsychomotoriek:
motorischintentioneelbewegenofhetdoelgerichtinzettenvanlichaamomvoorafbepaald
=
doel te bereiken. Vraagt de samenwerking in de motorische, cognitieve, sociale en
emotionelecomponenten.
otorisch:
M ognitief:
C
Proceswaarkindspierenleertgebruikenen Leren, onthouden, probleem oplossend
beheersen denkenenintelligentievanhetkind
Sociaal: Emotioneel:
Ontwikkeling van de eigen persoonlijkheid Leren omgaan met gevoelens van zichzelf
enlerenomgaanmetanderemensen en anderen & leren begrijpen hoe hiermee
omtegaan
destudievaneenlevenslangproces,waarbijsequentieelenquasicontinueveranderingen
=
in motorischgedragoptreden,alsookvandeopelkaarinwerkendefactorendiedaarbijeen
rolspelen
4aspecten:
− V ⇒
eranderingen in functionele capaciteit (Vb. eerste keer huppelen 5 jaar lang
huppelenofverschillendemanierenvanstappen)
− Levenslangprocesgerelateerdaandeleeftijd
− Nietlineair(sprongen)
− Naast PMO ook ontwikkeling op anderedomeinen+interne/externefactoren(Vb.
kindkopiërenhetgedragvanouders)
“Hetgemiddeldeindividubestaatniet:variatie=deenigeconstante”
⇒
Enkel vanuit de kennis van de “normale psychomotorische ontwikkeling” kan je inzicht
krijgeninhetontstaansmechanismevanafwijkendgedrag
AURELIEVERPAELST 1
,Verschillendemotorieken:
Psychomotoriek(PM):9maandtot25jaar
intentioneel bewegen, gericht naar een doel met de juiste bewegingsmogelijkheden
=
waarbijookdesocialeenemotionelecomponenteenrolspeelt
Sensomotoriek(SM):4maandtot2jaar
oftware = het leren gebruiken van de hardware, al doende neemjewaarwatjekunt,al
S
voelend ontdek je de bruikbaarheid van je NM systeem zodat je leert besturen en verder
ontwikkelen=sensomotorischleerproces
Neuromotoriek(NM):0tot4maand
Hardwarevandepsychomotoriek=neurologie+anatomie
Motoriek=interneorganisatievanbewegingen
Neuromotoriek=interneneurologischeorganisatievanbewegingen
Theoretischeconceptenovermotorischeontwikkeling:
− onceptieuiteicelenzaadcel
C
− 7wekenvandezwangerschap:eerstebeweging=extensievanhethoofd
− 3maand:debabyisklaar(kansopeenmiskraamverkleint)
− Fysiekegeboorte
− Psychologischegeboorte:bewustwordingvanhet“ik”(karakter)mama+babywordt
doorhemgezienals1geheel
Om te ontwikkelen van een hulpeloze, afhankelijke baby tot een onafhankelijke,
−
autonoomindividudatdoelgericht,efficiëntenconsistentbeweegt
⇒ Ontwikkeling: neurologisch (hersensysteem) → verbinding met spieren en
zenuwstelsel(viazenuwen)
AURELIEVERPAELST 2
, “DemanierwaaropiemandbeweegtwordtbepaaldinhetDNA”
Maturatie-ofrijpingstheorie:
1930–1940: descriptief–normatief
Focusopindividu: genetischefactoren(DNA)eninternefactorenzoalsrijpingCZS
Ontwikkelingisvoorafbepaalddooronderandereinterneklok
ArnoldGesell: -groeienontwikkelingcephalo–caudaalenproximo–distaal
- ontwikkelingvanbewegingengaatvanenkelvoudnaarsamengesteld
/vanlokaalnaartotaal
L eren en maturatie zijn geen verschillende processen, maar een ander facet van het
groeiproces
Theorieverlatendoor…(zievolgendetheorieën)
⇨
Enkelopdrachtvandehersenen
⇨
E eneigentweeling:=DNA,maareenverschillendemotoriek
⇨
Ontwikkelingvanbovennaaronderofvandichtbijnaarver
Informatie–theoretischebenadering:
1960–1970
Mens=computerduseeninformatieverwerkingssysteem(binnenhetCZS)
3opeenvolgendestadiaindeinformatieverwerkingbinnenhetCZS:
S
− timulusidentificatie
− Responsselectie
− Responsprogrammering
Theorieverlatendoor…(zievolgendetheorie)
Deecologischeofcontextueletheorie–hetconstraintsmodelvanNEWELL,1986:
Voorgaandevisies: focusopinterneprocessenensturingCZS
Newell: ookexternefactorenbelangrijkvoordeontwikkeling
. I ndividu
1
2. Omgeving
3. taak
lk gedrag of de evolutie van dit gedrag, is het resultaat van het samenspel, de
e
wisselwerking of interactie tussen veranderende individuele, omgevings- en taakgebonden
kenmerken/voorwaarden(ofcontraints).
AURELIEVERPAELST 3
, US motorisch gedrag, het leren en de ontwikkeling ervan is slechts te begrijpen als de
D
omgeving waarin de actie plaatsvindt, de specifieke taakvereisteendekenmerkenvanhet
individuinrekeninggebrachtworden.
“Constraints=beperking,mogelijkheid,voorwaarde”
1. individueleofintrinsiekeconstraints:
− structureel:neuroloog(maturatiemaarmeerdanCZS)
VB.fysiekegroei,II,LG,spiermassa
− functioneel:losvanstructuurvanhetlichaam–cognitief,
psychosociaal-affectief
VB.inzicht,aandacht,motivatie
2. externeconstraints:
− omgevingsgebondenconstraints:
o fysisch:ZK,ondergrond
o sociocultureel:VB.thuissituatie–aanmoedigingen/verwachtingen
− taakconstraints:
doelvandetaak,explicieteregels,materiaal/voorwerpen
TOEPASSINGEN:babyineenpark,mowgli,…
AURELIEVERPAELST 4