Hoofdstuk 1: omgaan met oudere volwassenen
1.1 Kennismaking met de doelgroep
Verschilt individueel, er is
1.1.1 Wanneer ben je oud? (65+ ?) geen vaste grens !
− Contextafhankelijk en hoe je oud zijn definieert
1. Biologisch: lichaam verouderd, minder energie, gezondheidsproblemen
2. Maatschappelijk: pensioenleeftijd
o Niet overal hetzelfde en kan veranderen
o Na pensioenleeftijd kan je nog altijd werken/vrijwilligerswerk doen
3. Psychologisch: bepaalde levensfase bereiken, zoals grootouder worden
4. Cultureel: wijsheid bij ouderen
5. Sterfelijkheid en eindigheid
6. Life events: verlies van dierbare, confrontatie met ziekte
→ Groep ouderen is zeer heterogeen
Hangt ook sterk af van de mindset: vroege leeftijd positief kijken naar ouder worden is grotere
kans op langere levensduur
1.1.2 Vooroordelen over ouderen
→ Belang van open houding in interactie
Ageism (discriminatie op basis van de leeftijd)
= Sociale constructie die ouderen systematisch op een stereotype en/of negatieve manier
portretteert
Voorbeelden
− Oudere man met een kromme rug en een stokje
− Verkleinwoordjes
− In een serie een verwarde oudere vrouw
− …
We denken vaak dat ouderen hele dag tv kijken, niet meer druk maken hoe ze eruit zien, heel wijs
zijn, niet goed horen, niet goed te been zijn,…
→ Ga hier nooit vanuit, wees bewust van vooroordelen !
1
, 1 op 4 van de 70-plussers geeft
aan minstens één keer per week
Seksualiteit seks te hebben
− Ouderen hebben nood aan intimiteit, maar ook aan seksualiteit
− Ouderen kunnen zin hebben in seks en/of hebben seks
Mythes/misverstanden
o Seks is alleen voor jongeren
o Seks is pijnlijk en onmogelijk als je chronisch ziek bent
o In een WZC kan dat niet
o Mensen met dementie of beperkingen hebben geen behoefte of stellen
grensoverschrijdend gedrag
Campagnes voor stigmatisering
− Preventies
− Doorbreek taboes
Bv: sensibilisering door nachtkleedjes/lingerie van oudere
bewoners buiten te hangen
1.1.3 Basishouding in het omgaan met oudere volwassenen
‘maximale benadering met behoud van afstand’
− Professionele nabijheid!
− Zowel verhaal van oudere als lichamelijk contact is belangrijk grenzen !
Bv: hand op hand, aanraken van schouder
1.2 Belangrijke thema’s
1.2.1 Betekenisgeving (existentieel thema)
≠ bucketlist
− Zingeving vinden in het leven
− Levensdoelen nastreven zin zoeken (toekomst) vs zin ervaren (verleden)
− Ouderen vinden vooral zingeving in familie, gezondheid, persoonlijke relaties, religie,
spiritualiteit, werk
3 aspecten van betekenisgeving
1) Doel
− Wat motiveert?
− Wat wil je bereiken?
− Wat zet de persoon in beweging?
2) Coherentie
− Wat is de samenhang in het leven?
− Life events kunnen die samenhang doorbreken
Bv: lege nest ervaring, pensioen, verlies van dierbare, ziekte,…
3) Waarde
− Wie ben ik voor de andere?
− Is mijn leven waardevol?
2
,Reminiscentie
= Het ophalen van persoonlijke herinneringen van bijzondere gebeurtenissen of bepaalde
periodes in ons leven
Functies
1) Sociale functie
− Zorgt voor interactie met de ander
2) Intimiteitsbehoudende functie
− Verbonden met dierbaren die gestorven zijn
3) Identiteitsversterkende functie
− Terug kunnen kijken naar mooie momenten
− Meer dan een bewoner die in een WZC zit (heeft bv. vroeger mooie reizen
gemaakt)
− Holistische mens
Kernconflict
Ego – integriteit vs wanhoop
− Positief kunnen terugblikken op hoe je je eigen leven geleid hebt en de zinvolheid ervan
Betekenisgeving – in kaart brengen
→ Diagnostiek (wie was iemand vroeger) EN begeleiding (wat doe je daarmee in hier en nu)
− Van belang om levensverhaal van de bewoner in kaart te brengen
o Hoeveel kind(eren) heeft de bewoner?
o Zijn er al kind(eren) overleden?
o Wat was de vroegere job van de bewoner?
o Is de bewoner getrouwd?
o Is de bewoner gescheiden?
o …
→Kan via sjablonen of digitale platvormen (bv. levensbloem)
Waarom is dit nuttig?
− Verleden een plek geven, speelt rol in rouwproces
− Versterken van het zelfbeeld en identiteit
− Versterken van relatie met familie en sociaal netwerk
− Geeft richting aan een team
o Denk ook na aan wat team moet weten in kader van welzijn voor de bewoner
Bv: vroeger misbruikt, dus belangrijk dat verplegers dit weten voor te wassen
Bv: Omdat de bewoner vroeger in een dierenasiel werkte, kan de zorg voor de kat in het
WZC een zinvolle taak voor hem/haar zijn. Zo’n idee ontstaat pas wanneer je het
levensverhaal van de bewoner leert kennen.
Bv: Omdat de bewoner vroeger in een restaurant werkte, de tafels laten dekken.
3
, Betekenisgeving – begeleiding
1) Coherentie
− Inzetten op ritme en structuur = continuïteit
Bv: groen in omgeving WZC voor het bewust zijn van de seizoenen
− Wanneer je ouder wordt is er confrontatie met verliezen en moeilijkheden
− Naar een WZC verhuizen is al een grote verandering en zorgt voor breuk in
de coherentie
− Niet teveel veranderingen aanbrengen
− Probeer aspecten van het vroegere leven mee te nemen
− Kan via structurele en individuele aanpassingen
− Via routines en gewoontes van iemands thuiscontext
2) Doel
− Vaak heb je heel wat doelen voor de toekomst, bij ouderen is dit moeilijker
− Terugkijken op bestaande doelen (reminiscentie)
− Denk vooral een kleine doelen, waar de bewoner intrinsiek voor gemotiveerd
is
3 vragen
1. Waar ben je goed in?
2. Wat heb je gedaan waardoor je een vaardigheid hebt ontwikkeld die je vandaag nog
kan inzetten?
3. Waar geef je om in je gemeenschap?
→ Je stelt deze vragen niet letterlijk uiteraard
Model Selectie - Optimalisatie- Compensatie
− S: selecteren van doelen (brede waaier doelen die je vroeger had is er niet meer)
− O: nagaan wat nodig is om die doelen te verwezenlijken
− C: hulpmiddelen inzetten
Bv: Op hoge leeftijd bleef Rubinstein die pianist is succesvol door zijn repertoire/partituur te
selecteren: hij speelde alleen stukken die hij goed beheerste en graag speelde. Deze
oefende hij extra intensief (optimalisatie) en speelde tragere stukken voor snellere stukken,
zodat zijn piano stuk op hoog niveau leek (compensatie)
3) Waarde
− Iets willen betekenen voor de ander
− Rolomkering: levenswijsheid van de bewoner
− Zet de bewoner in waarde (thema’s waar je zelf niet in thuis bent)
Bv: oorlog bijbrengen aan jongere generatie
− Kinderopvang vaak bij WZC: meer beleidsniveau waar we als PC niet veel
aan kunnen doen
Bv: vroeger was de bewoner leerkracht en leest nu graag voor aan kinderen
BAM: Betekenisvolle Activiteiten Methode
− Op zoek gaan naar activiteiten die voor de bewoner intrinsiek motiverend zijn
− Betrek bewoners bij beslissingen
Bv: bewonersraad
− Bewoners hebben vaak gevoel dat hun stem niet meer waardevol is, dus geef ze net
input
4