Bespreek het globaal toepassingsgebied van de successierechten.
Het globaal toepassingsgebied van de successierechten (tegenwoordig in het Vlaamse
Gewest erfbelasting genoemd) wordt bepaald door de fiscale woonplaats van de
overledene op het moment van overlijden. Er wordt hierbij een essentieel onderscheid
gemaakt tussen de successierechten stricto sensu en het recht van overgang bij
overlijden.
1. Successierechten stricto sensu (Rijksinwoners)
Wanneer de overledene een rijksinwoner van België was, is het successierecht van
toepassing.
• Definitie rijksinwoner: Dit zijn natuurlijke personen die hun 'domicilie' (feitelijke
woonplaats) of hun 'zetel van fortuin' (de plaats van waaruit het vermogen wordt
beheerd) in België hebben gevestigd, ongeacht hun nationaliteit.
• Omvang van de belasting: Het successierecht treft het wereldwijde
vermogen van de overledene. Dit betekent dat zowel alle roerende als
onroerende goederen, of ze zich nu in België of in het buitenland bevinden, in de
belastbare grondslag worden opgenomen.
2. Recht van overgang bij overlijden (Niet-rijksinwoners)
Wanneer de overledene geen rijksinwoner van België was, wordt het recht van
overgang bij overlijden geheven.
• Omvang van de belasting: In tegenstelling tot rijksinwoners, worden niet-
rijksinwoners enkel belast op de in België gelegen onroerende goederen. Hun
wereldwijde roerende goederen of buitenlandse onroerende goederen vallen
buiten het bereik van de Belgische fiscus.
3. Regionale bevoegdheid en lokalisatie
Hoewel de federale overheid bevoegd blijft voor de 'belastbare materie' (het bestaan
van de belasting en het belastbaar feit), zijn de successierechten oneigenlijke
gewestbelastingen geworden. Dit betekent dat de gewesten zelf de tarieven,
vrijstellingen en de heffingsgrondslag bepalen.
Om te bepalen welk gewest (Vlaanderen, Brussel of Wallonië) bevoegd is, gelden
specifieke criteria:
• Voor rijksinwoners: Het gewest waar de overledene zijn laatste fiscale
woonplaats had.
• De vijfjarige regel: Indien de overledene in de laatste vijf jaar voor zijn overlijden
in verschillende gewesten heeft gewoond, is het gewest bevoegd waar hij in die
periode het langst heeft gewoond.
• Voor niet-rijksinwoners: Het gewest waar het onroerend goed is gelegen.
Indien er goederen in verschillende gewesten liggen, is het gewest waar het goed
met het hoogste kadastraal inkomen (KI) ligt bevoegd voor de volledige heffing.
4. Relevantie van erfgenamen en internationale context
, • Hoedanigheid erfgenamen: De nationaliteit of woonplaats van de erfgenamen
heeft geen invloed op de vraag of de Belgische successiebelasting van
toepassing is; enkel de status van de erflater telt.
• Internationale dubbele belasting: Omdat België rijksinwoners belast op hun
wereldwijd vermogen, kan er internationale juridische dubbele belasting
optreden als ook het buitenland belasting heft op dezelfde goederen. België
heeft slechts met twee landen een dubbelbelastingsverdrag voor
successierechten: Frankrijk en Zweden(hoewel Zweden deze belasting
inmiddels heeft afgeschaft). In andere gevallen voorziet de wet in een eenzijdige
maatregel waarbij in het buitenland betaalde belastingen op onroerende (en na
rechtspraak ook roerende) goederen aftrekbaar zijn van de Belgische rechten.
Bespreek het verschil tussen de eigenlijke successierechten en het recht van
overgang bij overlijden.
Het belangrijkste verschil tussen de eigenlijke successierechten (stricto sensu) en het
recht van overgang bij overlijden ligt in de fiscale woonplaats van de overledene op het
moment van overlijden. Hoewel beide belastingen worden geheven naar aanleiding van
een overlijden, bepalen de status van de erflater en de aard van de nagelaten goederen
welke belasting van toepassing is.
Hieronder volgt een bespreking van de belangrijkste verschillen:
1. Het belastingsubject (Wie wordt belast?)
• Successierechten: Deze worden geheven bij het overlijden van
een rijksinwoner van België. Een rijksinwoner is een natuurlijke persoon die zijn
fiscale woonplaats (feitelijke verblijfplaats) of zijn zetel van fortuin (plaats van
waaruit het vermogen wordt beheerd) in België heeft gevestigd.
• Recht van overgang bij overlijden: Dit recht is van toepassing bij het overlijden
van een niet-rijksinwoner. Dit is iemand die op het moment van overlijden zijn
fiscale woonplaats niet in België had.
2. Het belastbaar voorwerp (Wat wordt belast?)
• Successierechten: De belasting treft het wereldwijde vermogen van de
overleden rijksinwoner. Dit betekent dat zowel alle roerende goederen (zoals
bankrekeningen en aandelen) als onroerende goederen (zoals woningen), of ze
nu in België of in het buitenland liggen, in de belastbare grondslag worden
opgenomen.
• Recht van overgang bij overlijden: De Belgische fiscus belast enkel de in België
gelegen onroerende goederen van de niet-rijksinwoner. De roerende goederen
of buitenlandse onroerende goederen van een niet-rijksinwoner vallen buiten het
bereik van deze Belgische belasting.
3. De belastbare grondslag en aftrek van schulden
, • Successierechten: De belasting wordt berekend op het netto-actief. Dit is de
waarde van alle bezittingen verminderd met alle aanvaardbare schulden van de
overledene en de begrafeniskosten.
• Recht van overgang bij overlijden: Oorspronkelijk was de aftrek van schulden
hier uitgesloten, maar na rechtspraak van het Europees Hof van Justitie (het
Eckelkamp-arrest) is dit gewijzigd. Tegenwoordig mogen schulden die specifiek
zijn aangegaan om de Belgische onroerende goederen te verwerven of te
behouden in mindering worden gebracht.
4. Lokalisatiecriteria (Welk gewest is bevoegd?)
Aangezien deze belastingen gewestbelastingen zijn, moet worden bepaald welk gewest
de belasting mag innen:
• Successierechten: Het gewest waar de overledene zijn laatste fiscale
woonplaats had. Indien de erflater in de laatste vijf jaar in verschillende
gewesten heeft gewoond, is het gewest waar hij in die periode het langst woonde
bevoegd.
• Recht van overgang bij overlijden: Het gewest waar het onroerend goed
gelegen is. Indien er goederen in meerdere gewesten liggen, is het gewest waar
het goed met het hoogste kadastraal inkomen (KI) ligt bevoegd voor de volledige
heffing.
•
Belangrijke nuance
De hoedanigheid van de erfgenamen (hun nationaliteit of woonplaats) speelt in beide
gevallen geen rol bij het bepalen of er successierechten of recht van overgang
verschuldigd is in België; enkel de status van de overledene is doorslaggevend.
Globale belasting leidt tot dubbele belasting in de successierechten. Bespreek.
In het Belgische belastingstelsel worden de successierechten (of erfbelasting in
Vlaanderen) gekenmerkt door een globaal toepassingsgebied voor rijksinwoners. Dit
houdt in dat de belasting wordt geheven op het volledige wereldwijde vermogen van
de overledene, ongeacht of de goederen zich in België of in het buitenland bevinden. Dit
principe vormt de basis voor het ontstaan van internationale dubbele belasting.
Hieronder volgt een bespreking van hoe deze globale belasting tot dubbele belasting
leidt en welke remedies hiervoor bestaan:
1. Oorzaak van de dubbele belasting
De dubbele belasting in de successierechten is een vorm van juridische dubbele
belasting, waarbij hetzelfde belastingsubject (de erfgenaam) door verschillende
overheden op dezelfde grondslag (de erfenis) wordt belast.
Dit fenomeen doet zich voor omdat verschillende landen uiteenlopende criteria
hanteren voor hun heffingsbevoegdheid:
• Woonplaatsprincipe (België): De gewesten belasten het wereldwijde vermogen
omdat de erflater een Belgisch rijksinwoner was.
, • Situsprincipe (Buitenland): Veel landen heffen belasting op goederen (vooral
onroerende goederen) die fysiek op hun grondgebied gelegen zijn, ongeacht de
woonplaats van de overledene.
• Nationaliteits- of woonplaatsprincipe van de erfgenaam: Sommige landen,
zoals Spanje, belasten de erfenis op basis van de woonplaats van de erfgenaam,
zelfs als de overledene in België woonde.
Een concreet voorbeeld is een Belgisch rijksinwoner die overlijdt met een appartement
in Frankrijk. België heft belasting op het wereldvermogen (inclusief het Franse pand),
terwijl Frankrijk eveneens belasting heft omdat het goed daar gelegen is.
2. Gebrek aan internationale rechtsbescherming
In tegenstelling tot de inkomstenbelastingen, waar België met tientallen landen
verdragen heeft gesloten, is de bescherming tegen dubbele successierechten op
internationaal vlak zeer beperkt:
• Beperkte verdragen: België heeft slechts met twee landen een
dubbelbelastingverdrag voor successierechten
afgesloten: Frankrijk en Zweden. Het verdrag met Zweden is bovendien feitelijk
irrelevant geworden aangezien Zweden de successierechten heeft afgeschaft.
• Geen algemeen verbod: Het Europees Hof van Justitie bevestigde in het arrest
Block (2009) dat er geen algemeen EU-verbod bestaat op dubbele belasting van
nalatenschappen. Het feit dat twee landen elk hun eigen belasting heffen op
dezelfde erfenis, wordt niet beschouwd als een automatische inbreuk op het vrij
verkeer van kapitaal.
3. Remedies en verzachtingen
Om de negatieve gevolgen van deze globale claim te temperen, voorziet de Belgische
wetgeving in eenzijdige maatregelen:
• Aftrek van buitenlandse belasting: Op basis van artikel 17 W.Succ. (of art.
2.7.5.0.4 VCF in Vlaanderen) mag de in het buitenland effectief betaalde
erfbelasting op goederen die daar gelegen zijn, rechtstreeks in mindering worden
gebracht van de verschuldigde Belgische belasting.
• Uitbreiding naar roerende goederen: Voorheen gold deze verrekening enkel
voor onroerende goederen, maar na tussenkomst van het Grondwettelijk Hof is
dit uitgebreid naar buitenlandse belasting op roerende goederen.
• Interregionale vermijding: Binnen de Belgische grenzen is dubbele belasting
tussen de gewesten onderling wel strikt verboden door de Bijzondere
Financieringswet (art. 1ter BFW).
Conclusie
Hoewel de globale belastingclaim van de Belgische fiscus in theorie leidt tot dubbele
belasting op buitenlandse activa, wordt de feitelijke impact vaak geneutraliseerd door
de eenzijdige verrekening van buitenlandse belastingen. Desondanks blijft het gebrek
aan internationale verdragen een risicofactor voor erfgenamen in een
grensoverschrijdende context