Registratierechten zijn geregionaliseerde belastingen. Bespreek.
De registratierechten zijn in het Belgische fiscale stelsel grotendeels geregionaliseerde
belastingen, wat betekent dat de bevoegdheid en de opbrengst ervan zijn verdeeld
tussen de federale staat en de gewesten. Hieronder volgt een bespreking van de
belangrijkste aspecten van deze regionalisering.
1. Juridische basis en aard van de bevoegdheid
Door de Bijzondere Financieringswet van 16 januari 1989 werden de belangrijkste
registratierechten aangemerkt als een gewestbelasting. Men noemt dit ook
wel ‘oneigenlijke regionale belastingen’, omdat ze oorspronkelijk op federaal niveau
zijn ingevoerd, maar de opbrengst en een deel van de normatieve bevoegdheid naar de
gewesten zijn overgedragen.
• Normatieve bevoegdheid van de gewesten: De gewesten zijn bevoegd voor het
bepalen van de heffingsgrondslag, het tarief en de vrijstellingen of
verminderingen.
• Federale bevoegdheid: De Federale Staat blijft echter bevoegd voor
de belastbare materie. Dit betekent dat de gewesten niet de bevoegdheid
hebben om een geregionaliseerd registratierecht volledig af te schaffen, al
kunnen ze wel een nultarief invoeren om een gelijkaardig effect te creëren.
Sommige minder belangrijke registratierechten, zoals het recht op de openbare
verkoping van lichamelijke roerende goederen (5%), zijn volledig federaal
gebleven.
2. Welke registratierechten zijn geregionaliseerd?
De belangrijkste geregionaliseerde registratierechten zijn:
• Het verkooprecht: Op overdrachten onder bezwarende titel van in België
gelegen onroerende goederen.
• Het hypotheekrecht: Op de vestiging van een hypotheek op een onroerend
goed.
• Het verdeelrecht: Op de verdeling van onroerende goederen (bijvoorbeeld na
een echtscheiding of erfenis).
• Het schenkingsrecht (schenkbelasting): Op schenkingen onder de levenden
van zowel roerende als onroerende goederen.
3. Lokalisatiecriteria
Om te bepalen welk gewest bevoegd is om de belasting te heffen, hanteert de
Bijzondere Financieringswet lokalisatiecriteria:
• Onroerende transacties (verkoop, hypotheek, verdeling): Het gewest waar
het onroerend goed gelegen is.
• Schenkingen: Het gewest waar de schenker zijn fiscale woonplaats heeft op
het ogenblik van de schenking. Indien de schenker in de vijf jaar voorafgaand aan
de schenking in verschillende gewesten heeft gewoond, is het gewest bevoegd
waar de schenker in die periode het langst zijn woonplaats had.
,4. Dienst van de belasting
Er is een belangrijk verschil in de praktische uitvoering (inning en invordering) tussen de
gewesten:
• Vlaams Gewest: Sinds 1 januari 2015 heeft Vlaanderen de dienst van de
belasting overgenomen. De Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) staat zelf in voor
de inning. De regels zijn opgenomen in de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF) en
de terminologie is aangepast (bijv. ‘schenkbelasting’ in plaats van
‘schenkingsrecht’).
• Brussels en Waals Gewest: Voor deze gewesten wordt de dienst van de
belasting nog steeds uitgevoerd door de federale overheid (FOD Financiën) ten
voordele van de gewesten. Wallonië heeft echter de intentie geuit om deze dienst
in de nabije toekomst zelf over te nemen.
5. Gevolgen van de regionalisering: Fiscale concurrentie
De regionalisering heeft geleid tot aanzienlijke verschillen tussen de gewesten, wat vaak
resulteert in fiscale concurrentie.
• Vlaanderen: Heeft bijvoorbeeld het verkooprecht voor de enige eigen woning
verlaagd naar 2% (vanaf 1 januari 2025).
• Brussel: Werkt niet met een verlaagd tarief, maar met een abattement (een
voetvrijstelling) waarbij de eerste 200.000 euro van de belastbare grondslag
wordt vrijgesteld voor een eerste eigen woning (onder voorwaarden).
• Wallonië: Voorziet vanaf 1 januari 2025 in een verlaagd tarief van 3% voor de
eigen woning.
Hoewel deze autonomie bestaat, legt de Bijzondere Financieringswet beperkingen op
om deloyale fiscale concurrentie en dubbele belasting tussen de gewesten te
vermijden.
Bespreek de gewestelijke localisatieregels bij registratierechten.
De gewestelijke lokalisatieregels bij registratierechten zijn van cruciaal belang sinds een
groot deel van deze belastingen door de Bijzondere Financieringswet van 16 januari
1989 is overgedragen aan de gewesten. Deze regels bepalen welk gewest (Vlaams,
Waals of Brussels Hoofdstedelijk Gewest) bevoegd is om de belasting te innen en de
tarieven en vrijstellingen vast te stellen.
De belangrijkste lokalisatiecriteria zijn als volgt onder te verdelen:
1. Overdrachten van onroerende goederen (Verkooprecht)
Bij de overdracht onder bezwarende titel van in België gelegen onroerende goederen
(zoals een verkoop) is het gewest waar het onroerend goed gelegen is bevoegd.
• Uitzondering bij ruil: Indien er sprake is van een ruil van onroerende goederen
die in verschillende gewesten liggen, is het gewest bevoegd waar het onroerend
goed met het hoogste kadastraal inkomen (KI) gelegen is.
2. Vestiging van een hypotheek en verdelingen
, Net als bij het verkooprecht, wordt de bevoegdheid voor het registratierecht op de
vestiging van een hypotheek (hypotheekrecht) en op de verdeling van onroerende
goederen (verdeelrecht) bepaald door de plaats waar het onroerend goed gelegen is.
3. Schenkingen (Schenkbelasting)
Voor schenkingen onder de levenden (zowel van roerende als onroerende goederen)
gelden specifiekere regels die gebaseerd zijn op de persoon van de schenker:
• Woonplaats van de schenker: In de regel is het gewest waar de schenker
zijn fiscale woonplaats heeft op het moment van de schenking bevoegd.
• De vijfjarige regel: Om te vermijden dat mensen louter om fiscale redenen vlak
voor een schenking verhuizen naar een gewest met lagere tarieven, geldt een
antimisbruikbepaling. Indien de schenker in de laatste vijf jaarvoor de schenking
in verschillende gewesten heeft gewoond, is het gewest bevoegd waar de
schenker in die periode het langst heeft gewoond.
• Schenking door niet-rijksinwoners: Wanneer een schenker geen woonplaats in
België heeft (een niet-rijksinwoner) maar wel in België gelegen onroerende
goederen schenkt, wordt de bevoegdheid opnieuw bepaald door de ligging van
het onroerend goed.
Belang van de regels
Deze regels zijn essentieel omdat de gewesten autonoom hun tarieven mogen bepalen
voor deze "oneigenlijke gewestbelastingen". Dit heeft geleid tot een concurrentiestrijd
tussen de gewesten, waarbij zij proberen inwoners aan te trekken of te behouden door
middel van fiscale gunstregimes en lagere tarieven.
Ten slotte moet worden opgemerkt dat de federale overheid bevoegd blijft voor
de belastbare materie (het bestaan van de belasting zelf), terwijl de gewesten bevoegd
zijn voor de heffingsgrondslag, het tarief, de verminderingen en de vrijstellingen. In
het Vlaamse Gewest staat de eigen Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) sinds 1 januari
2015 zelf in voor de inning van deze rechten, terwijl dit in de andere gewesten nog door
de federale overheid gebeurt.
Wat zijn de verschillen tussen registratierechten en BTW / Successierechten?
De verschillen tussen registratierechten, BTW en successierechten liggen voornamelijk
in de aanleiding van de belasting (het belastbaar feit), de aard van de heffing en de
bevoegdheidsverdeling tussen de federale staat, de gewesten en de Europese Unie.
Hieronder volgt een bespreking van de belangrijkste verschillen:
1. Registratierechten versus BTW
Hoewel beide belastingen kunnen voorkomen bij de overdracht van goederen (vooral
onroerende goederen), verschillen ze fundamenteel:
• Aard van de belasting: De BTW is een omzetbelasting op het verbruik van
goederen en diensten, die gespreid wordt geheven over elk stadium van
productie en distributie. Registratierechten zijn belastingen op specifieke