INHOUDSTAFEL
Boekdeel 1: menselijke evolutie en sociaal gedrag ......................................................................... 2
Hoofdstuk 1: algemene inleidende beschouwingen .................................................................... 2
Hoofdstuk 2: Evolutie, selectie en adaptatie ............................................................................... 7
Hoofdstuk 3: Genetische verschijnselen op niveau van de cel ....................................................18
Hoofdstuk 4: Genetische verschijnselen op niveau van cel en individu .......................................34
Hoofdstuk 5: Genetische verschijnselen op populatieniveau .....................................................46
Hoofdstuk 6: Evolutionaire dynamieken in het hominisatieproces ..............................................64
Hoofdstuk 7: De evolutie van homininen ...................................................................................77
Hoofdstuk 8: Altruïsme, samenwerking en de sociobiologische revolutie ................................. 100
Hoofdstuk 9: De evolutie van moraliteit ................................................................................... 115
Boekdeel 2: Antisociaal gedrag door biosociale bril..................................................................... 124
Hoofdstuk 1: Van biologisch positivisme naar biosociale criminologie ..................................... 124
Hoofdstuk 2: Naar een hedendaagse biosociale en evolutionaire criminologie ......................... 133
Hoofdstuk 3: Het zenuwstelsel en antisociaal gedrag I – Neurochemie en onderliggende genetica
.............................................................................................................................................. 144
Hoofdstuk 4: Het zenuwstelsel en antisociaal gedrag II – Dysfuncties, neurofysiologie en emoties
.............................................................................................................................................. 164
Hoofdstuk 5: Antisociale gedragsstrategieën door de lens van Darwin ...................................... 172
Hoofdstuk 6: Naar een integratief raamwerk voor de studie van antisociale gedragsstrategieën 183
Gastcollege: Carel P. van Schaik ................................................................................................ 186
The evolution of human nature................................................................................................ 186
De evolutie van oorlog ............................................................................................................ 190
1
,BOEKDEEL 1: MENSELIJKE EVOLUTIE EN SOCIAAL GEDRAG
HOOFDSTUK 1: ALGEMENE INLEIDENDE BESCHOUWINGEN
INLEIDING
Biologische antropologie = fysiologische antropologie
- = De natuurwetenschappelijke studie van de mens vanuit evolutionair oogpunt
- Multidisciplinaire wetenschap (er wordt gebruikt gemaakt van meerdere wetenschappen)
- Theodosius Dobzhansky: ‘Niets in biologie is logisch, behalve in het licht van de evolutie’
- Biologische antropologen → details van het evolutieproces begrijpen + manieren waarop proces
ons gevormd heeft tot wie we zijn
- Onderzoekers gebruiken in hun werk een centraal, verenigend geheel van biologische principes
(150j geleden eerst neergeschreven door Darwin)
- Evolutie = de frequentie van een bepaalde eigenschap en de genen die het aansturen en kunnen
veranderen van generatie op generatie.
- Evolutieproces ➔ traag en inefficiënt
- Gedurende vele generaties kan het dieren en planten vormen in verbijsterende verscheidenheid aan
soorten
ANTROPOLOGIE EN DIENST SUB-VELDEN
Antropologie = studie van de mensheid in al zijn vormen (niet onderscheiden van andere disciplines die
menselijke conditie bestudeerd zoals: psychologie, geschiedenis en sociologie
Kritisch aspect: dat het onderscheidt, is de interculturele, historische aard ervan = we proberen de
innerlijke werking van een groep mensen te begrijpen die andere wereldbeelden, waarden en tradities
hebben als wij.
Cultuur is de som van de aangeleerde tradities van een groep mensen. Taal is cultuur, religie, hoe
mensen zich kleden en het voedsel dat ze eten
4 field approach:
1. Biologische antropologie
2. Culturele antropologie
3. Taalantropologie
4. Archeologie
- Antropologie onderscheidt zich van andere disciplines zoals psychologie omdat het holistisch en
intercultureel/ cross-cultureel is.
- Cultuur differentieert mensen van andere dieren (m.a.w. cultuur heeft specifieke dimensie bij
mensen)
- Biologie produceert cultuur, maar cultuur kan biologie beïnvloeden
2
,Culturele = Studie van menselijke samenleving, vooral in cross-culturele context (studie van
antropologie verschillende culturen)
- Gedrag en patronen vergelijken doorheen verschillende culturele contexten
- Etnologie = verschillende volkeren bestuderen, volkenkunde
- Etnografisch onderzoek = beschrijving geven van diverse culturele en etnografische
praktijken.
Linguïstische = Studie van de menselijke taal, dienst geschiedenis en gebruiken in diverse samenlevingen,
antropologie culturen.
- Linguïstische vorm: grammaticale regels.
- Linguïstische functie: Waarom spreken wij? Welke functie heeft spraak?
• Gossip & grooming (rol van taal bij roddelen en verzorgen)
▪ Hypothese van Robin Dunbar: functie van taal bij mensen in vergelijking
met niet-menselijke primaten (cf. vlooien bij niet-menselijke
mensapen)
• Belang van taal bij het menswordingsproces!! Via taal informeren we ons,
roddelen (➔ sociale lijm), signaleren we elkaar enz.
- Taal = bioculturele parasiet (parasiet kan niet op zichzelf leven, dus taal ook niet)
Archeologie = Studie van de materiële cultuur van vroegere volkeren/ beschavingen
- Studie van artefacten (van stenen vuistbijlen tot zwaarden)
- Studie van materiële cultuur (van grotschilderingen tot SMAK en AI)
- Prehistorische archeologen: focus op prehistorie
- Historische archeologen: focus op de geschiedenis
- Nieuw en razendsnel ontwikkelend gebied: archeo-genetica (= studie van genetisch
materiaal in menselijke overblijfselen).
Biologische = Een wetenschap die de gehele menselijke stoort vanuit evolutionair perspectief bestudeert.
Antropologie - Sarah Hrdy: een wereldbekende biologische antropologe
➔ Bekend voor haar feministische biosociale invalshoek
De reikwijdte van biologische antropologie:
Paleoantropologie = De studie van de fossiele records (overblijfselen) van voorouderlijke mensen en hun
naaste verwanten (primaten (mensenapen, apen en halfapen))
- Dus ook de studie van primaten tot 65 miljoen jaar terug!
- Onderzoek begint met veldwerk (op landschap zoeken naar nieuwe ontdekkingen)
- Studie gebeurt in musea en universitaire labo’s (ontdekkingen archiveren en bewaren)
- Als de fossiele overblijfselen toenemen, zien we hoe bijzonder de evolutionaire
geschiedenis van onze soort wel is. → a.d.h.v. dateringstechnieken
- De eerste ontdekking van mensachtige fossielen wordt Lucy genoems
- Eerste helft vd 20ste eeuw werden ongeveer elk 10 jaar nieuwe menselijke fossielen
ontdekt. Tempo (ontdekking van nieuwe soorten fossiele mensen) is versneld. Reden:
meer studenten en onderzoekers op zoek naar fossielen + omdat wereldwijde en
regionale politieke veranderingen onderzoekrs in staat gesteld op gebieden te
betreden die lang verboden zijn (burgeroorlog of politieke onrust)
3
, Skeletale biologie
= Studie van het menselijke skelet en de patronen en processen van menselijke groei,
fysiologie en ontwikkeling.
- Studie van skeletale biologie begon met antropoletici
• Antropometrici: eerste generatie van biologische antropologen
→ deden metingen van het menselijke lichaam (gemiddelden, variaties,…)
- Omdat de botten van het lichaam zich ontwikkelen, samen met andere weefsels
(zoals spieren, pezen) moeten ze ook de patronen en processen van menselijke
groei, fysiologie en ontwikkeling kennen → dus niet alleen anatomie
Menselijke osteologie
= Studie van het skelet
- Eerste taak wnr fossiel ontdekt wordt is het uitzoeken wat voor soort dier het fossiel
toen het nog leegde kan geweest zijn
- Beschikken over buitengewone identificatievaardigheden en een scherp ruimtelijk
gevoel om zeer gefragmenteerde reeks botfragmenten in elkaar te passen en trachten
de betekenis te begrijpen van gevonden fossielen.
Paleopathologie en
bioarcheologie = Studie van ziekten bij oude menselijke populaties (bacteriën en virussen)
- De studie van menselijke resten in archeologische context
- Vb. sporen van infecties op botten en schedels
Forensische
antropologie = studie van menselijke overblijfselen in legale (forensische) context
= studie van identificatie van skeletresten en van de wijze waarop een individu stierf.
- Onderzoek naar oorlogsmisdrijven (genocide)
- Forensische context van antropologie: antropologie binnen het strafrechtelijk
apparaat
- Gebruiken hun kennis van osteologie en paleopathologie + passen toe op historisch en
strafrechtelijk onderzoek
- Genocideonderzoek naar massagraven in Bosnië → slachtoffers identificeren
- Moord: doodsoorzaak en sporenonderzoek (DNA-revolutie in forensische context)
- Verkrachting (‘rape kit’) → op zoek gaan naar sporen van de dader o.b.v. de rape kit
4