= gebruik van huidige beste bewijsmateriaal om beslissingen te nemen
voor individuele patiënten.
Table of Contents
Algemeen..................................................................................................1
Randomised controlled trial (RCT).............................................................4
Kwantitatief, diagnostisch onderzoek.......................................................6
Kwalitatief onderzoek (p.120)...................................................................8
Systematic review (p.133)......................................................................11
Richtlijnen...............................................................................................13
OEFENINGEN...........................................................................................16
Algemeen
PICO
P = Patient/Problem/Population
o Over welke patiënten gaat het?
o Bijvoorbeeld: volwassenen met type 2 diabetes.
I = Intervention
o Welke behandeling, test of blootstelling wil je onderzoeken?
o Bijvoorbeeld: een nieuw diabetesmedicijn.
C = Comparison (of Control)
o Waarmee vergelijk je de interventie?
o Bijvoorbeeld: placebo, standaardbehandeling of een andere behandeling.
O = Outcome
o Welke uitkomst is belangrijk?
o Bijvoorbeeld: daling van HbA1c, sterfte of kwaliteit van leven.
Systematische review: een wetenschappelijke onderzoeksmethode waarbij
bestaande literatuur over een specifiek onderwerp systematisch wordt
gezocht, geselecteerd en geanalyseerd.
Doel: heldere onderzoeksvraag beantwoorden en bias zo veel
mogelijk uit te sluiten.
Validiteit = geldigheid van de informatie = goede kwaliteit
1
, Eerst beoordeeld <— niet zinvol om met resultaten van een
onderzoek te werken als men niet zeker is dat de kwaliteit van het
onderzoek voldoende is.
Meestal in methodenparagraaf: ‘hoe hebben onderzoekers de bias
voorkomen.’
Toepasbaarheid: in hoeverre zijn de resultaten toepasbaar op andere dan
zij die in het onderzoek zijn betrokken
o Resultaten van een onderzoek onder patienten uit een academisch
ziekenhuis zijn niet altijd direct te vertalen naar patienten uit een
huisartsenpraktijk.
o Hier gaat het om externe validiteit (toepasbaarheid op
resultaten), en niet interne validiteit.
Stappenplan:
1) Validiteit
2) Beoordeling van betekenis van de resultaten.
3) Toepasbaarheid
Verschil Diagnostische test = Referentietest
indextest
Wat patientkenmerken (leeftijd, geeft aan of de patient wel
geslacht), anamnesevragen of niet de vermoede
(doorzakgevoel van de knie), aandoening heeft.
bevindingen bij lichamelijk
onderzoek, beeldvormende
diagnostiek (schaduw op
thoraxfoto),…
Resulta Onafhankelijk beoordeeld. —> resultaat indextest vergeleken
at met referentietest.
Bij wie? Alle patienten Alle patienten (vaker na een
positief resultaat op indextest,
dit wijst op een aandoening)
Voorbeeld: stel dat een ziekenhuis wil onderzoeken of een nieuwe, snelle
speekseltest kan aantonen of iemand een bepaalde longontsteking heeft.
Indextest: de nieuwe speekseltest. Deze test geeft binnen 5 minuten
uitslag, kost bijna niets en is pijnloos voor de patiënt.
Referentietest: een bacteriekweek via een diepe longspoeling (de
gouden standaard). Dit is 100% betrouwbaar, maar het duurt 3
dagen en is erg belastend voor de patiënt.
2
, Het onderzoek is wel valide als de referentietest is uitgevoerd bij ALLE
indextest-positieven.
Sensitiviteit = aantal werkelijke zieken
Specificiteit = aantal werkelijke niet zieken
Betrouwbaarheidsinterval wordt smaller naarmate er meer patienten aan
het onderzoek meedoen.
- Kleine onderzoeken grote BI —> leveren weinig
informatie op.
Toepasbaarheid
Overeenkomst van de patienten in het onderzoek met de eigen
patient(en)
De kenmerken van de paitenten in kliniek = kenmerken patient
onderzoek
Kenmerken: spectrum van ziekte, setting, duur van klachten, leeftijd,
geslacht.
Doel en toepasbaarheid van de diagnostische test
Hierbij nagaan of de indextest ook idd onderzocht is in de beoogde
situatie
Toepasbaarheid van de referentiestandaard
o Bij interpretatie van sensitiviteit en specificiteit van tests voor
influenza —> kijken of referentiestandaard alleen influenza A
oppikte OF zowel influenza A als B
Toepassing bij een individuele patiënt
De verdenking bij de individuele patient uitdrukken in kans (0-1).
Kans = 0: patient heeft zeker GEEN aandoening
Kans = 1: patient heeft zeker WEL aandoening
3